Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

1516 SP H11 Prosociaal en antisociaal gedrag

No description
by

X. Sak

on 9 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 1516 SP H11 Prosociaal en antisociaal gedrag

Prosociaal gedrag
Antisociaal gedrag
&
Wat is pro-sociaal gedrag?
Alle gedrag en acties die door de de samenleving positief gewaardeerd worden en op de een of andere wijze positieve gevolgen hebben voor het lichamelijke of psychische welzijn van anderen.
Het gedrag wordt vrijwillig vertoond en komt niet voort uit beroepsmatige verplichtingen.
Helpen is een subcategorie van prosociaal gedrag, net als bijvoorbeeld coöperatief gedrag. Termen 'helpen' en 'pro-sociaal gedrag' worden door elkaar gebruikt in het boek: het gaat vooral om pro-sociaal gedrag dat kan worden gedefinieerd als 'helpen'.
Waarom?
Egoïstisch motief:
mensen helpen om er op de een of andere manier zelf beter van te worden.

Altruïstisch motief:
geen andere reden dan het bevorderen van het welzijn van een ander.

Wanneer?
Wie helpt?
Wie wordt geholpen?
Wat is antisociaal gedrag?
Gedrag dat voornamelijk negatief gewaardeerd wordt door de maatschappij en dat op enigerlei wijze schade toebrengt aan personen, organisaties of de samenleving.
Biologische oorsprong
Wie is agressief?
Motieven
Nature: evolutionair perspectief
Sociaal gedrag wordt beoordeeld op de bijdrage die het levert aan succesvolle voortplanting. Je overlevingskansen worden gunstig beïnvloed wanneer anderen jou helpen.

Maar hoe kan het investeren van moeite, tijd of energie in het helpen van anderen, of het riskeren van je leven voor anderen, gunstig zijn voor je eigen overleving of voortplanting?
Het zelfzuchtige gen
'Survival of the fittest' gaat niet om het overleven van de sterkste individuen, maar om het overleven van genen.
De totale kans dat iemands genen worden doorgegeven aan toekomstige generaties, wordt inclusive fitness genoemd: de kans dat iemand zo goed aangepast is (fit), dat zijn genen in de genenpool zitten (included zijn) die wordt doorgegeven als erfelijk materiaal.
Hoe dichterbij de familieband, hoe meer genen je deelt.
-> als je je familie helpt, vergroot je dus je eigen inclusive fitness: de kans dat jouw genen overleven.
Pro-sociaal gedrag is geprogrammeerd door onze 'zelfzuchtige genen' die willen overleven, in het eigen lichaam of dat van een ander.
Wederkerigheid: mensen voelen zich verplicht iets terug te doen als ze van een ander een gunst hebben ontvangen. Dus het helpen van iemand draagt bij aan jouw overlevingskansen, omdat je dan hulp kunt terug verwachten. Beiden worden er beter van.

Wel: dit soort hulp alleen bij mensen
(en dieren) die in groepen leven en elkaar
kunnen herkennen en herinneren.
Nurture: sociaalpsychologisch perspectief
Mensen hebben geleerd, door eigen ervaring of door observatie, dat helpen positieve consequenties kan hebben of niet helpen negatieve consequenties.

Dus mensen vertonen pro-sociaal gedrag omwille van het verkrijgen van directe of indirecte beloningen en het vermijden van straf.

Of mensen overgaan tot pro-sociaal gedrag wordt vaak bepaald door een afweging van kosten en baten, door wat ze tijdens hun socialisatie hebben geleerd, en welke van die normen in een concrete situatie worden geactiveerd.
Zo.
En dan nu even stap voor stap.
Kosten en baten: verkrijgen van beloning
Beloningen kunnen door anderen worden gegeven, maar het bieden van hulp kan ook intrinsiek belonend zijn: wanneer je een goed gevoel krijgt omdat je een ander hebt geholpen of bij het delen in iemands vreugde.

Deze 'empathic joy' (empathische vreugde) is goed voor je stemming en zelfwaardering. Voorwaarde is wel dat je het positieve effect van je hulp kunt zien.

Dit is een vorm van beloning die men zichzelf kan toedienen, en wat geleerd wordt tijdens socialisatie (kinderen kunnen dat nog niet, zijn afhankelijk van anderen voor beloning).
Het prettige gevoel heet ook wel 'warm glow'.
Kosten en baten: vermijden van negatieve gevolgen
Mensen willen de straf vermijden in de vorm van sociale afkeuring of andere negatieve consequenties, die men krijgt als men weigert iemand de helpende hand toe te steken.
-> Wetboek van Strafrecht art. 450: Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Arousal/kosten-batenmodel
Bij de beslissing om iemand te hulp te komen spelen twee componenten een rol:
mensen moeten waarnemen dat iemand hulp nodig heeft en daarbij een verhoogde staat van alertheid ervaren (arousal). Een mogelijke respons om hun arousal te kalmeren is een pro-sociale: hulp bieden.
Maar: voordat iemand dat gaat doen, vindt er een kosten-batenanalyse plaats.
Vrij complex: directe en indirecte baten, kosten wanneer hij helpt (tijd, inspanning, gevaar?), kosten wanneer hij niet helpt, etc.
Kan ook weer intrinsiek: als men anderen ziet lijden roept dat een onplezierige spanning op (emphatic distress). Zoals je kunt delen in blijdschap, kun je ook delen in lijden. Dit willen mensen vermijden.
Kosten helpen relatief laag? -> mensen gaan meer helpen, omdat de kosten van
niet-helpen stijgen.
Kosten helpen wel hoog? -> 'goedkope' of indirecte hulp geven, of
-> situatie herdefiniëren (als bij cognitieve dissonantie)
Mensen hebben geleerd..
Door eigen ervaring:
Mensen leren gedrag dat tot positieve consequenties leidt te herhalen, en gedrag dat leidt tot negatieve consequenties te vermijden (conditionering).
Door observatie en imitatie:
Door hulpvaardig gedrag van ouders of andere voorbeelden te observeren en imiteren, leren kinderen om pro-sociaal gedrag te vertonen (modeling).
Door sociale normen:
Een belangrijke invloed op de instandhouding van pro-sociaal gedrag is de ontwikkeling van culturele of sociale normen, die kunnen worden gezien als een standaard voor het soort gedrag dat wordt verwacht. Mensen leren dit door socialisatie.
(wederkerigheidsnorm, sociale-verantwoordelijkheidsnorm, rechtvaardigheidsnorm)
Empathie-altruïsmehypothese
Empathie, het innemen van het perspectief van de ander, is een cruciale voorwaarde voor altruïstisch gedrag. Als je iemand in nood ziet, kunnen er twee reacties optreden: 'empathic/personal distress' of 'empathic concern'.

Afhankelijk van welke reactie jij ervaart, dus of jij het perspectief van de persoon in nood inneemt, heb je een verschillend motief om actie te ondernemen. Het gedrag kan hetzelfde zijn, maar de motivatie erachter niet.
Altruïsme v.s. egoïsme
Smith: empathie vergroot de beloning voor de helper, omdat men dan ook meer vreugde (empathic joy) meebeleeft.

Cialdini: als mensen empathie ervaren, herkennen ze zich in een ander, en dàt is dan de reden om te helpen.

H1: empathie wordt bevorderd door imitatieprocessen (spiegelneuronen) en social tuning, waardoor automatisch inlevingsvermogen wordt geactiveerd (dus ook: emphatic joy).
Dat kan geworteld zijn in evolutionair adaptieve mechanismen, maar zou altruïsme daardoor niet bestaan?
Hoe dan ook, is het belangrijk wèlk motief de helpende heeft?
Snyder: eigenbelang is als motor voor langetermijninspanningen sterker dan idealistische bedoelingen. Inspelen op egoïstische motieven is dus geen slecht idee om pro-sociaal gedrag te stimuleren.
Invloed van situationele kenmerken op pro-sociaal gedrag
Het omstandereffect
38 (!) mensen getuige van de moord, die drie kwartier duurde..
Eén man belde na drie kwartier de politie, maar toen was het te laat.
Waarom
greep niemand in?
Het omstandereffect
Omdat er zoveel mensen aanwezig waren, kon iedere getuige voor zich het idee hebben dat iemand anders wel de verantwoordelijkheid zou nemen of had genomen, en de politie had gebeld.
Dus: naarmate het aantal omstanders toeneemt, neemt de waarschijnlijkheid dat er hulp wordt geboden af.
Darley en Latané hebben hun onderzoeken voortgezet en kwamen tot een beschrijving van vijf stappen die een individu moet nemen voordat hij in een noodsituatie in actie komt.
-> Diffusion of responsibility: door de spreiding over meerdere mensen is onduidelijk wie er verantwoordelijk is.
Noodsituatie!
Stap 1:
noodsituatie opmerken
Stap 2:
Situatie interpreteren
Stap 3: Nemen van
verantwoordelijkheid
Stap 4: Besluiten
welke hulp nodig is
Stap 5:
Hulp verlenen
Afleiding, lawaai, haast
Ambiguïteit: aangevallen? Maak
duidelijk dat je je belager niet kent!
Pluralistic ignorance: meervoudige onwetendheid, iedereen kijkt naar elkaar om te peilen wat er aan de hand is en hoe je moet reageren ('zij doen niets, dus er zal wel niets aan de hand zijn').
Gespreide verantwoordelijkheid
Incompetentie, te weinig vaardigheden
Kosten overstijgen baten, angst om een rare indruk te maken (audience inhibition: belemmering door aanwezigheid van publiek)
need help?
Dus..
Probeer de verlammende werking van gespreide verantwoordelijkheid en pluralistic ignorance op te heffen.. :
- Geef aan dat je hulp nodig hebt
- Geef aan welke hulp je nodig hebt
- Spreek mensen persoonlijk aan
Help!!! Jij, in die rode jas, bel 112!
Bystander? En twijfel je? PRAAT met andere omstanders en probeer informatie te krijgen.
Help me! Ik ken hem niet!
Effect van stemming op hulpgedrag
Cunningham (1979): allerlei soorten hulp wordt meer gegeven op dagen dat de zon schijnt dan op dagen dat het regent of bewolkt is (tenzij het tè warm is..). Ook de geur van versgebakken koekjes en koffie beïnvloeden hulpgedrag.
Stemming!
Mensen helpen eerder wanneer ze in een goede bui zijn, dan in een neutrale stemming of slechte bui. Helpen versterkt die goede bui ook nog eens.
Maar.. niet altijd het geval:
Mensen in een goede bui willen dat graag zo houden.. en verwerken informatie niet te diep. Ambigue situatie? Niets aan de hand!
En: mensen in een slechte bui, die de slechte bui hebben omdat ze zich schuldig voelen, zijn ze juist hulpvaardiger dan mensen in een neutrale stemming: willen zich beter gaan voelen.
Invloed van persoonskenmerken
Sociale verantwoordelijkheid
Overtuiging dat men mensen moet helpen die dat nodig hebben.
Interne controle
Het idee dat de dingen die je meemaakt, worden beïnvloed door je eigen gedrag en je eigen keuzes, en minder dat ze afhangen van toevalligheden en externe omstandigheden.
Geloof in een rechtvaardige wereld
Sterke overtuiging dat de wereld rechtvaardig in elkaar steekt, en mensen krijgen wat ze verdienen. Zie je iemand buiten zijn schuld ergens door lijden, dan is dat een bedreiging voor dit geloof, en ben je sterk gemotiveerd er iets aan te doen. Kun je er niets aan doen? -> slachtoffers devalueren om hun ongeluk te rechtvaardigen.
Empathie
Perspectief van de ander kunnen aannemen (cognitief aspect) en zich kunnen verplaatsen in diens emoties, kunnen meevoelen met de ander (affectief aspect).
Dit gecombineerd met lage mate van egocentrisme: 'altruïstische persoonlijkheid'
Aantrekkelijkheid
Wie wordt geholpen?
Kenmerken van hulpvrager
Aantrekkelijke mensen worden eerder geholpen dan onaantrekkelijke mensen.
Attributie van verantwoordelijkheid
Mensen zijn eerder geneigd anderen te helpen wanneer ze vinden dat diegene niet verantwoordelijk is voor zijn problemen (= externe attributie).
Gelijkenis en relatie slachtoffer en helper
Mensen zijn sneller geneigd anderen te helpen die op hen lijken (fysiek, maar ook normen en waarden, attitudes, nationaliteit, etc.).
-> Vergelijk ingroup-favoritisme en evolutionair perspectief.
Hoe te bevorderen?
Hoe pro-sociaal gedrag te bevorderen?
- Kinderen op jonge leeftijd aanmoedigen zich te verplaatsen in de
gevoelens van anderen en ze zo stimuleren empathische vermogens te
ontwikkelen. Goed voorbeeld doet volgen.

- Stigmatisering van hulpbehoevenden vermijden door situationele
omstandigheden en oorzaken die buiten hun controle liggen te
benadrukken.

- Empathische vreugde bevorderen.

- In noodsituaties de sociale-verantwoordelijkheidsnorm benadrukken
en concrete acties die men kan ondernemen saillant maken.
Het meeste gedrag dat hieronder valt, is te categoriseren als agressief. Maar antisociaal gedrag is breder: bevat ook delinquente en deviante gedragingen die niet agressief zijn, zoals drugsgebruik.
-> Dit hoofdstuk: vooral agressie: schade toebrengen aan personen.
Agressie
Gedrag dat als doel heeft om op enigerlei wijze schade of pijn toe te brengen.
-> Gedrag! Geen emotie.
-> Intentioneel: intentie om schade te veroorzaken.
Fysiek
Verbaal
Actief
Passief
Direct
Indirect
Direct
Indirect
Moord,
doodslag
Sabotage, iemands
spullen beschadigen
Schelden,
(be)dreigen
Roddelen, negatieve
info verspreiden
Negeren,
verwaarlozen
Zwijgen, mokken,
niet luisteren
Klussen juist niet doen
Roddel niet tegenspreken
-> Instrumenteel (als middel) of emotioneel/vijandig.
Biologische oorsprong van agressie
Evolutionaire verklaring: mensen zijn agressief omdat agressief gedrag nuttig is geweest bij de overleving. Niet alleen bij mensen, agressie komt bij alle dieren voor.

Lorenz: mensen hebben een aanvals- of vechtinstinct gemeen met andere soorten, ontstaan door natuurlijke selectie: alleen sterke en vechtlustige exemplaren hebben toegang tot voedsel, territorium en partners.
Nature
Biologische en fysiologische oorzaken van agressie
Hersenbeschadigingen
Mensen met hersenbeschadigingen in de prefrontale cortex (emotieregulering en impulsonderdrukking) zijn geneigd om toe te geven aan al hun impulsen en hebben instincten niet onder controle.
Testosteron
Hormoon dat dominant gedrag en statusgerichtheid stimuleert. Dat kan leiden tot agressie.
Serotonine
Neurotransmitter die andere neurotransmitters afremt. Laag niveau van serotonine houdt verband met impulsieve antisociale gedragingen, waaronder agressie.
Nurture
Sociale oorzaken van agressie
Sociaal leren:
Agressie door blootstelling aan agressieve voorbeelden.
Ook door media:
Zien van geweld op TV (maar waarschijnlijk ook songteksten, computerspelletjes) kan leiden tot toename gewelddadig gedrag en/of positieve attitude t.o.v. geweld.
Vooral effect bij mensen die niet erg empathisch, snel geïrriteerd en vijandig zijn. Mediërend effect voor intelligentie.
Frustratie
Je raakt gefrustreerd omdat je wordt tegengewerkt bij het bereiken van een gewenst doel. Frustratie leidt vervolgens volgens de
tot een agressieve respons.

Dat kan direct, of in de vorm van displacement: je reageert je frustratie af op iemand die niets met de oorspronkelijke frustratie te maken had.
Maar: leidt frustratie altijd tot agressie?
En: wordt iedere agressieve uiting voorafgegaan door frustratie?
Daarom: Cognitieve neo-associatie-theorie
Frustratie is een antecedent van emotionele agressie, niet van instrumentele agressie. Frustratie kan leiden tot negatieve gevoelens, net als andere onplezierige stimuli (bv. hitte, pijn).

Fase 1: ervaren van negatieve gevoelens waardoor gedachten herinneringen etc. worden geactiveerd die geassocieerd zijn met een vecht-of vluchtrespons, en die woede of angst oproepen.
Fase 2: gebruik van cognitieve functies als men in staat is en gemotiveerd is om dat te doen (bv. denken aan gevolgen, attributies maken bij gedrag van de ander, etc.).

Als mensen alcohol gedronken hebben of door een andere reden mentaal te weinig capaciteit hebben, treedt fase 2 niet in werking en reageren mensen dus meer primitief.
Negatieve gevoelens
Berkowitz: niet alleen frustratie, maar alle stimuli die negatieve gewaarwordingen oproepen zijn een potentiële bron van agressie.
Pijn
Hitte
Lawaai
Mensenmassa's
Negatieve gevoelens door interpersoonlijke interacties
Provocaties
Wanneer mensen denken dat een ander hen opzettelijk frustreert, roept dat een heftiger reactie op dan wanneer de veroorzaker er niets aan kan doen (attributie).
Vijandige attributievertekening: neiging om kwade bedoelingen toe te schrijven aan ambigu gedrag van anderen.
Normen en vergelding
Wanneer normen en verwachtingen geschonden worden, leidt dat tot boosheid en vergelding.
Catharsis: helpt het?
1... 2... 3... 4... 5... 6... 7... 8... 9... 10.
Empathic concern
Empathic distress
Eigen welbevinden bevorderen
Welbevinden v.d. ander bevorderen
Invloed van persoonskenmerken
Waarom zijn sommige mensen agressiever dan anderen? Waar komen die verschillen vandaan: zijn ze aangeboren of aangeleerd?
Entiteitstheorie:
persoonlijkheid is een vastliggende entiteit die niet te veranderen is.
Groeitheorie:
persoonseigenschappen zijn heel veranderlijk, en je kunt je persoonlijkheid verbeteren en ontwikkelen in de loop van je leven.
Jaren '60: agressie wijten aan biologische factoren was vloeken in de kerk. Nu: zowel biologische als aangeleerde factoren bekend.
Hersenafwijkingen
Afwijkingen in de prefrontale functies hangen
samen met de ontwikkeling van een anti-sociale persoonlijkheid: gebrek aan controle over anti-sociale en agressieve impulsen.
Afwijking amygdala (emoties/angstprikkels) kan leiden tot psychopathie.
frustratie-agressie-theorie
Cognitieve neo-associatie-theorie
Andere variabelen die een rol spelen
- Frustratie en andere onprettige ervaringen leiden eerder tot agressieve reacties wanneer ze woede of vijandigheid oproepen, niet wanneer ze verdriet, angst of teleurstelling oproepen.

- Je wordt eerder boos wanneer je doel binnen handbereik is, maar je onverwacht wordt gedwarsboomd of wanneer het lijkt alsof iemand je zonder goede rechtvaardiging belemmert.

- Wanneer mensen vinden dat ze onrechtvaardig worden behandeld, zijn ze eerder geneigd anti-sociaal gedrag te vertonen.
Slaapgebrek
Uitsluiting
Twee totaal verschillende reacties mogelijk op uitsluiting: óf prosociaal gedrag om erbij te horen, óf anti-sociaal gedrag (gebrek aan zelfregulatie). Gevoel van controle speelt hierbij een rol.
Het ontladen van spanning en frustratie als motief voor agressie: stoom afblazen -> catharsisprincipe.
'gooi het er maar lekker uit'
Helaas: agressie en vijandigheid nemen alleen maar toe wanneer mensen over agressie fantaseren, kijken naar agressie op film, of verbaal/fysiek agressie uiten.

Hetzelfde geldt voor een ander motief voor agressie: vergelding.
Wat wel helpt: afleiding (dus: andere associaties activeren, waardoor je anders geprimed raakt) en mindfulness.
Wederkerige hulp
Competitief altruïsme
Het verbeteren van je reputatie door pro-sociaal gedrag (bij mensen en dieren), wat weer voordelen op kan leveren.

Competitief: dit gedrag geeft je een voorsprong in de competitie met anderen om bv. sociale status en schaarse goederen.
Samen sterk
Zelfs als pro-sociaal gedrag inspanning kost en geen voordeel oplevert voor jezelf, je naasten of je reputatie, dan nog kan het een evolutionair voordeel hebben: aangezien de mens een sociaal dier is, moeten we niet alleen kijken naar wat adaptief is voor het individu of het 'gen', maar ook voor de groep.

De neiging om naasten te helpen kan gegeneraliseerd worden naar de eigen groep: samen sta je sterk tegen rivaliserende groepen en andere bedreigingen.

Groepen waarin leden elkaar helpen, hebben zo een overlevingsvoordeel t.o.v. groepen waarin leden dat niet doen (vergelijk: ingroup-favoritisme).
Bestaat zuiver altruïsme?
Sommigen zijn ervan overtuigd dat echt altruïsme niet bestaat, zelfs de meest onbaatzuchtige heldendaden kunnen verklaard worden door een vorm van eigenbelang (bv. empathic joy).
Invloed van persoonskenmerken
Verschillen in empathie worden voor een deel bepaald door aangeboren oorzaken. Voor een belangrijk deel hangt dat samen met gevoeligheid voor het 'knuffelhormoon' oxytocine. Dit hormoon heeft een sterk bindend effect tussen mensen en bevordert de gerichtheid op de ander. Empathie gaat dus omhoog, maar alleen de affectieve component. Het mannelijk hormoon testosteron is juist gerelateerd aan lagere empathie, en dan met name de cognitieve component.

Naast een aangeboren component, kunnen verschillen in empathie ook ontstaan door ervaringen die mensen opdoen tijdens hun opvoeding. Wanneer ouders kinderen stimuleren zich in te leven in een ander, zal het een sterker empathisch vermogen ontwikkelen.

Ook een lagere sociale klasse is gerelateerd aan een hogere mate van empathie.
Helpen kost de hulpverlener iets, maar levert hem ook iets op.

Dat kan materieel zijn (bv. vindersloon), of immaterieel (complimenten, dankbaarheid, verhoging van je status).
Materieel v.s. immaterieel
Extrensiek v.s. intrinsiek
Batson: pro-sociaal gedrag wordt soms enkel gemotiveerd door een verlangen het welzijn van de ander te bevorderen, en is dan altruïstisch.

Het is irrelevant of de helper zelf beter wordt van zijn gedrag, zolang het motief maar altruïstisch is. Empathie is hier een cruciale voorwaarde voor altruïsme.
Bestaat niet!
Bestaat wél!
Full transcript