Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Copy of Klas 1B H4 MONNIKEN EN RIDDERS

No description
by

Rients Anne de Vries

on 1 March 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Klas 1B H4 MONNIKEN EN RIDDERS

START
Christelijk Europa
4.2
A

4.3
B

FINISH
MONNIKEN EN RIDDERS
JAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
4.1
A

LEENHEREN EN LEENMANNEN
Het leenstelsel
4.1
B

SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
Een onveilige tijd
Ridders en toernooien
Rondreizend bestuur
Karel de Grote
leenheer
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal (
een graaf
)
Vazal
(
een hertog
)
Vazal
het Frankische rijk
over Friesland
over noord
Duitsland
over oost Europa
Karel de Grote
leenheer
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal
Vazal
Vazal en
leenheer
het leenstelsel of feodalisme
over Friesland
over noord
Duitsland
leenman
leenman
leenman
leenman
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal en
Leenheer
het versnipperde leenstelsel
leenman
leenman
leenman
leenman
leenheer
leenman
van Duitse keizerrijk
Leenheer van
Franse koninkrijk
na de dood van Karel de Grote
Leenheer
Lagere leenheren en lagere vazallen
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
Leven op een kasteel 2.02
Karel de Grote, vader van Europa 3.14
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20060508_kareldegrote01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20031127_riddersenkastelen03" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
de hel
de hemel
Missionarissen besteden veel tijd
aan het bekeren van vorsten.
een gekerstend vorst kon zijn
hele volk christen laten worden.
Bonifatius bij Dokkum vermoord 1.45
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040130_bonifatius02" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
4.2
B

Christelijk Europa
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
JAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
JAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
Machtige en rijke geestelijken
4.3
A

Machtige heren en halfvrije boeren
Wonen op een domein
werken voor de heer
Machtige heren en halfvrije boeren
Drie groepen
4.4
A

De opkomst van de islam
Een nieuwe
godsdienst
Mekka en Medina
De vijf zuilen
4.4
B

De opkomst van de islam
Arabisch wereldrijk
Geestelijken konden als enigen lezen en schrijven.
Vorsten hadden de geestelijken nodig om hun land te besturen.
Koningen en edelen gaven geschenken en grond aan de kerk.
Zo dachten ze na hun dood in de hemel te komen.
Daardoor kregen geestelijken meer macht en rijkdom.
Monnikenwerk
Een abdij is een klooster waar monniken of nonnen volgens strenge regels en afgezonderd van de samenleving leven. Benedictus bedacht die regels:
- leven in armoede - niet trouwen - bidden en werken.
Vorsten lieten kloosters bouwen om trouw aan de katholieke kerk te tonen.
gesticht door graaf Dirk I
stukken grond voor bebouwing: hoe meer grond, hoe
rijker het klooster is.
Een klooster was het centrum van onderwijs, cultuur en wetenschap.
Ze hadden een bibliotheek, een school en een schrijfzaal.
monnikenwerk: bijbels schrijven
Monnikenwerk
miniaturen maken
manuscript
Bodo en Ermentrude
DOMEIN = gebied dat wordt bestuurd
door een domeinheer
Domeinheer = een edelman of een abt
Abt = de leider van een klooster
D O M E I N
landbouw
boerderijen
horigen = halfvrije boeren
Ze mochten het domein
niet verlaten.
De domeinheer bezat eigen
akkers, een molen, een spinnerij
en een opslagplaats.
Een horige bezat niks.
Boerderijtje voor horigen,die belasting betalen in natura: zoals voedsel, of dieren.
Ze doen een paar dagen per week herendiensten.
Horigen doen
herendiensten
op de akkers van
de domeinheer.
Domeinheer of
kasteelheer
De domeinheer gaf bescherming
aan de horigen,
maar hij had alle macht over de
horigen.
Weinig handel
In de tijd van monniken en ridders geloofden alle mensen, ook Bodo, dat God de samenleving in 3 groepen had verdeeld.
Bij welke groep je hoorde hing af van je geboorte.
Bodo was geboren als boer en kon geen edelman worden.
Zij die bidden
(de geestelijkheid)
Zij die vechten
(de edelen)
Zij die werken
(de boeren)
Bodo
Hij kon geestelijke worden
door te leven in een klooster.
Als arme boer kon Bodo zich
ontwikkelen als monnik.
De standenmaatschappij
De geestelijkheid
Beide standen hadden eigen privileges:

- ze betaalden geen belasting;
- ze spraken recht in hun gebied (domein).
- ze eisten belasting van de boeren;
- ze eisten herendiensten.
Abt bestuurt een klooster
Monnik:
bid en werkt
Mohammed
610 n.C.
Mohammed
sliep in een grot
de engel zegt:
'Lees voor in de
naam van jouw
Heer die de mens
heeft geschapen'.
Gabriel
Mohammed krijgt een visioen
Visioenen zijn boodschappen van God :
mensen moeten goed zorgen voor armen en
onderdrukten.
Van de engel Gabriel moest Mohammed verzen van Allah aan de mensen doorgeven.
Zo werd hij de profeet (boodschapper) van God.

Mohammed is geboren in Mekka, handelsstad en centrum van de verering van diverse
goden.
Mekka
Mohammed wordt karavaanleider
naar andere handelssteden.
Daar ontmoet hij joden en christenen
die geloven in 1 God.
Toen hij het geloof in 1 God
wilde verspreiden in Mekka
kreeg hij ruzie met Arabieren
die polytheistisch waren.
daarom vluchtte hij naar Medina.
Deze vlucht werd het begin van
de
islamitische jaartelling : 622.
NL.
.
1
2
3
De goddelijke openbaringen die
Mohammed in visioenen had
doorgekregen, zijn opgeschreven
in de Koran ('oplezing').
Volgens die openbaringen moesten moslims
leven volgens vaste regels. Dat zijn de
5 zuilen
:
1. Uitspreken van de geloofsbelijdenis:
'Er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn profeet'.
2. Vijf keer per dag bidden in de richting van Mekka.
3. Aalmoezen aan armen geven.
4. Vasten tijdens de maand Ramadan.
5. Bezoek Mekka 1x in je leven als pelgrim.
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
Moors spanje
Tussen 630 en 650 veroverden de Arabieren het hele Midden-Oosten en Egypte en noord Afrika.
In 711 werden ook Spanje en Portugal veroverd.
Zo ontstond het ARABISCHE RIJK.
Hoe kon dat zo snel gaan?
Snelle veroveringen: hoe kon dat?
- Door de islam kwam er vrede en eenheid
tussen de Arabische stammen.
- De Arabische soldaten vochten om een heilige
oorlog (jihad): heidenen bekeren tot de islam.
- Ze hadden snelle paarden en kamelen.
De Arabieren namen veel over van
de Grieken en uit Byzantium, zoals
de geneeskunde en koepeldaken.
De Arabieren namen veel over van de
Byzantijnse beschaving, zoals :
de geneeskunde en de koepelbouw.
Bagdad
Bestuurscentrum van het Arabische rijk
4.5
ZEELIEDEN
HANDEL EN LANDBOUW
4
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wanneer begonnen de middeleeuwen en hoe was het Romeinse rijk toen
verdeeld?
2. Waarom werd Karel de Grote in 800 door de paus tot keizer gekroond ?
3. Waarom moest Karel de Grote zoveel reizen om zijn land te besturen?
4. Leg uit hoe het leenstelsel werkte.
5. Waarom werd Karel de Grote de vader van Europa genoemd?


`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat gebeurde er met het leenstelsel na de dood van Karel de Grote?

2 Waarom werd de tijd na de dood van Karel de Grote zo onveilig?
3. Wanneer en waarom waren de Vikingen zo berucht?
4. Leg uit wat ridders waren.
5. Hoe leefden de mensen in de middeleeuwen op een kasteel?
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Welke taak hadden missionarissen en waarom trokken ze samen op met ridders?
2. Waarom wilden missionarissen graag een vorst bekeren?
3. Waarom lieten veel Germanen zich bekeren tot het christendom?
4. Hoe zijn de christelijke feesten, zoals kerstmis en pasen, ontstaan?
5. Waarom werd Bonifatius bij Dokkum vermoord?
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Waarom keken mensen in de middeleeuwen op tegen geestelijken?
2. Noem twee oorzaken waardoor de geestelijken in de Middeleeuwen veel macht kregen.
3. Welke geloofsregels bedacht Benedictus voor kloosterlingen?
4. Waarmee hielden kloosterlingen zich vooral bezig?

`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
Edelen bouwden een burcht om zichzelf en de bevolking te beschermen.
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.2? 3b Wat is het onderwerp van 4.2A ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?

1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.2? 3b Wat is het onderwerp van 4.2B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
2. Noem twee oorzaken waardoor de geestelijken in de Middeleeuwen veel macht kregen.

3. Welke geloofsregels bedacht Benedictus voor kloosterlingen?
4. Waarmee hielden kloosterlingen zich vooral bezig?
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.3? 3b Wat is het onderwerp van 4.3A ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?

1 Leg uit wat 'horigheid' betekent.
Gebruik de begrippen: horige-domein-domeinheer
3. Welke vier belangrijke bezittingen had een domeinheer?
4. Welke verplichting had de domeinheer voor zijn horigen?
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.3? 3b Wat is het onderwerp van 4.3B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?

4. Hoe kwam je terecht in zo'n groep (stand)?
3. Wat is een standenmaatschappij?
5. Noem twee privileges van de eerste en van de tweede stand
.
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.4? 3b Wat is het onderwerp van 4.4A ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
1a Wat is een visioen?
b Welke visioen kreeg Mohammed?
5. Noem drie van de vijf zuilen (geloofsregels).
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.4? 3b Wat is het onderwerp van 4.4B ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
1. Welke gebieden veroverden de Arabieren tussen 630 en 650?
2. Noem drie oorzaken waardoor die veroveringen zo snel gingen.
Woning van een horige en zijn gezin
1.

De Middeleeuwen begonnen in 500, na de ondergang van het
Romeinse rijk. Het rijk was verdeeld in vele Germaanse
koninkrijken, die met elkaar in oorlog waren.
2. Karel de Grote veroverde grote gebieden. Daarom werd hij
gezien als de opvolger van de Romeinse keizers.
3. In de tijd van Monniken en Ridders (500-1000) konden weinig
mensen lezen en schrijven. De landbouwstedelijke
samenleving uit de Romeinse tijd was verdwenen.
4. Karel stelde edelen aan om een deel van het gebied van Karel
Karels te besturen. Ze spraken recht. Ook moesten ze soldaten
leveren. De edelman werd leenman en Karel werd zijn
leenheer. De edelman moest trouw beloven.
5. Karel de Grote bestuurde een gebied, zo groot als West Europa
dat hij in zijn geheel christelijk maakte.
Antwoorden 5.1 A
1. De leenmannen deden alsof het leengebied van hun was.
Ze erfden het aan hun zoon en ze benoemden zelf
achterleenmannen.Zo versnipperde het Frankische rijk.
2. Al die koningen, hertogen, graven en achterleenmannen
voerden oorlogen tegen elkaar. Ook roversbenden en
vikingen sloegen toe.
3. Vikingen trokken tussen 900 en 1000 op schepen
moordend en plunderend langs de havenplaatsen aan de
kusten van Europa.
4. Ridders waren bewapende ruiters op paarden met zwaard
en schild.
5.
Antwoorden 5.1 B

Antwoorden 5.2 A

1. Missionarissen zorgden dat Germaanse heidenen
christelijk werden. Dat ging soms met geweld.
Missionarissen en ridders trokken samen op.
2. een gekerstend vorst kon zijn hele volk christen
laten worden.
3 Omdat de missionarissen hen een leven na de dood
in de hemel beloofden.
4. Om de overgang naar het christendom makkelijker
te maken maakte de kerk van oude heidense
feesten christelijke gebruiken.
5.

Antwoorden 5.2 B

1. Mensen keken op tegen deze geestelijke omdat hij alleen kon lezen en schrijven.
2. Geestelijken konden als enigen lezen en schrijven.
Vorsten hadden de geestelijken nodig om hun land te besturen.
Koningen en edelen gaven geschenken en grond aan de kerk.
3. Benedictus bedacht die regels: leven in armoede - niet trouwen - bidden en werken.
4. Een klooster was het centrum van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Antwoorden 5.3 A

1. De horige (een halfvrije boer) mocht het domein (gebied van de
domeinheer) niet verlaten. Hij moest werken vor de domeinheer.
2. Horigen : ze waren gehoorzaam aan de heer of het klooster.
Slaven waren bezit van hun baas.
3. De domeinheer bezat eigen akkers, een molen, een spinnerij en een
opslagplaats.
4. De domeinheer gaf bescherming aan de horigen.
5. Struikrovers en roofridders beroofden de boeren van hun voedsel en
staken boerderijen in brand.
Een machtige heer of een klooster gaf hen bescherming.

Antwoorden 5.3 B

1. Horigen kwamen bijna nooit buiten het domein. Ze haalden alles dicht bij
huis. Het domein was zelfvoorzienend. Handel was niet nodig.
2. De inwoners waren veeboeren, die door handel aan graan kwamen.
3. In de standenmaatschappij leefden 3 groepen mensen :
zij die vechten (adel), zij die bidden (geestelijken), zij die werken (boeren).
4. In de tijd van monniken en ridders geloofden alle mensen dat God de
samenleving in 3 groepen had verdeeld.
5. Beide standen hadden eigen privileges:
- ze betaalden geen belasting;
- ze spraken recht in hun gebied (domein).
- ze eisten belasting van de boeren;
- ze eisten herendiensten.

Antwoorden 4 A

1a. Visioenen zijn boodschappen van God :
b. Mensen moeten goed zorgen voor armen en onderdrukten.
2. Koran = Islam ; Tenach = joods ; bijbel = christelijk
3. Mohammed wordt karavaanleider naar andere handelssteden. Daar ontmoet hij joden en
christenen die geloven in 1 God.
4. Toen Mohammed het geloof in 1 God wilde verspreiden moest hij vluchten naar Medina.
Toen begon de islamitische jaartelling.

5.

1. Uitspreken van de geloofsbelijdenis: 'Er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn
profeet'.
2. Vijf keer per dag bidden in de richting van Mekka.
3. Aalmoezen aan armen geven.
4. Vasten tijdens de maand Ramadan.
5. Bezoek Mekka 1x in je leven als pelgrim.

Antwoorden 4 B

1. Tussen 630 en 650 veroverden de Arabieren het hele Midden-Oosten en Egypte en noord Afrika.
In 711 werden ook Spanje en Portugal veroverd.
2. - Door de islam kwam er vrede en eenheid tussen de Arabische stammen.
- De Arabische soldaten vochten om een heilige oorlog (jihad): heidenen bekeren tot de islam.
- Ze hadden snelle paarden en kamelen.
3. In 732 werden de Moren door Karel Martel, koning van het christelijk Karolingische rijk, verslagen.
4. Joden en christenen mochten van de moslims hun geloof uitoefenen, want die geloofden in dezelfde
God.
5. Handelsroutes verbonden de steden met elkaar. Ook wetenschap en kunst werden zo verspreid.
Zo bleef veel kennis uit de oudheid bewaard.
Het rijk van Karel de Grote
De Middeleeuwen begonnen in 500, na de ondergang van het Romeinse rijk.
Het rijk was verdeeld in vele Germaanse koninkrijken, die met elkaar in oorlog waren.
730 Karel Martel veroverde een rijk zo groot als het huidige
Frankrijk, Belgie en Zuid-Nederland.
Zijn kleinzoon, Karel de Grote,
erfde het rijk in 768.
Saksen
Zuid Duitsland
Italie
Avaren
Karel de Grote veroverde
grote gebieden.
Daarom werd hij gezien als
de opvolger van de
Romeinse keizers.
In
800
kroonde de paus
hem tot keizer.
In de tijd van Monniken en Ridders (500-1000)
konden weinig mensen lezen en schrijven.
De landbouwstedelijke samenleving uit de Romeinse tijd was verdwenen.
Karel reisde duizenden kilometers om zijn land te besturen. Zijn rijk was te groot om alleen te besturen.
Hij wilde zijn rijk besturen door middel van een
leenstelsel
.
Het
leen
verdeeld
als

een
taart
gebied
814 Karel de Grote ging dood. De leenmannen deden alsof het leengebied van hun was.
Ze erfden het aan hun zoon en ze benoemden zelf achterleenmannen.Zo versnipperde het Frankische rijk.
Al die koningen, hertogen, graven en achterleenmannen
voerden oorlogen tegen elkaar. Ook roversbenden en vikingen sloegen toe.
Later in de middeleeuwen werden de burchten van steen.
Vanaf de 8e eeuw vochten de Franken met ridders :
bewapende ruiters op paarden met zwaard en schild.
Ridders waren in dienst van een kasteelheer, die de dure
uitrusting betaalde. Zo ontstonden er prive legertjes.
Veel later in de middeleeuwen hielden ridders toernooien.
Troubadours (rondreizende zangers) vertelden verhalen over moed en trouw die goede ridders hoorden te hebben.
Bijvoorbeeld het verhaal van
Karel en de Elegast.
Karel stelde edelen aan als hertog (groter gebied) of graaf (kleiner gebied). Ze bestuurden Karels gebied en ze spraken recht. Ook moesten ze soldaten leveren. De edelman werd leenman en Karel werd zijn leenheer. De edelman moest trouw beloven.
Leenheren en leenmannen
l
Leenman
Leenman
Leenman
Vikingen waren noormannen die uit Denemarken kwamen.
Ze trokken tussen 900 en 1000 op schepen moordend en plunderend langs de havenplaatsen aan de kusten van Europa.
De ridder uitrusting was erg duur. Een ridder had nodig :
- een sterk paard - een lans
- stijgbeugels - een helm
- een schild - een malienkolder
- een zwaard
Een kasteelheer betaalde die uitrusting. Een ridder was in de strijd veel sterker en sneller dan een soldaat te voet.
Monniken
Monniken en nonnen gingen in de vroege middeleeuwen geisoleerd wonen
om zich helemaal op het geloof te kunnen richten.
Sommigen leefden alleen in grotten. Anderen woonden samen in een klooster.
Klooster
Weer andere monniken trokken rond om mensen tot het christendom te bekeren.
Deze missionarissen zorgden dat uiteindelijk alle Germaanse heidenen christelijk werden.
Dat ging soms met geweld. Missionarissen en ridders trokken vaak samen op.
Rond 500 bekeerde de Frankische koning Pepijn (grootvader van Karel de Grote) zich tot het christendom.
Hij dwong zijn volk het nieuwe geloof over te nemen.
Willibrord
De Engelse monnik Willibrord kwam in 690 naar Nederland om de heidense Friezen te bekeren.
De paus benoemde Willibrord tot de eerste bisschop van Utrecht.
Veel germaanse vorsten en daarna het volk, zoals de Friezen, lieten zich dopen
omdat de missionarissen hen een leven
na de dood in de hemel beloofden.
De missionarissen maakten de heidenen bang.
Ze zeiden : "Wie niet in Jezus gelooft moet
eeuwig branden in de hel".
Rond het jaar 1000 was bijna heel Europa christelijk.
Oude gebruiken, nieuw geloof
De kerk maakte van het Germaanse lichtfeest een kerstfeest, het feest van de geboorte van Jezus.
Om de overgang naar het christendom makkelijker te maken maakte de kerk van oude heidense feesten christelijke gebruiken.
Germanen maakten licht en versierde dennenbomen om te zorgen dat de lente terug kwam.
De Germanen richtten grote vuren aan om de winter te verdrijven. Ze verlangden naar de lente (de geboorte van de natuur).
De christenen maakten er het paasfeest van :
de opstanding van Jezus uit de dood.
Een pastoor preekt elke zondag in de kerk. Hij vertelt hoe mensen moeten leven.
Mensen keken op tegen deze geestelijke omdat hij alleen kon lezen en schrijven.
Een pastoor is een lage geestelijke, die de leiding heeft over een dorpskerk.Boven de pastoor staat een bisschop, die leidt een groter kerkelijk gebied, bijvoorbeeld het bisdom Utrecht.
In de tijd van monniken en ridders werkten veel mensen als boer op het land.
Dat land was niet hun bezit.
Het was van een rijke heer of een klooster.

De boeren waren geen slaven, maar ze waren ook niet vrij. Deze halfvrije boeren waren horigen : ze waren gehoorzaam aan de heer of het klooster.
Halfvrije boeren (horigen) werkten op hun boerderijtje als ze niet voor de heer moesten werken.

Ze verbouwden er graan.
Ook hadden ze varkens, schapen en kippen.
Het hofstelsel, of domeinstelsel
het was helemaal zelfvoorzienend.
De rentmeester
Beheert namens de heer
het hof en geeft opdrachten
aan de horigen.
De tijd van monniken en ridders was erg onveilig.
Struikrovers en roofridders beroofden de boeren van hun voedsel en staken boerderijen in brand.

Een machtige heer of een klooster gaf hen bescherming.
Daarvoor moesten de boeren hun vrijheid opgeven.
Horigen kwamen bijna nooit buiten het domein.
Ze haalden alles dicht bij huis. Het domein was zelfvoorzienend. Handel was niet nodig.
de Kromme Rijn
Dorestad had 100 boerderijen.
De inwoners waren veeboeren,
die door handel aan graan kwamen.
2. Welke handel werd er gedreven in Dorestad?
Steden waren er bijna niet. Geld werd weinig gebruikt. In Nederland had je alleen het kleine Dorestad.
Daar kwamen kooplieden uit andere landen.
De adel
Na de dood van Mohammed werden de verzen opgeschreven in een heilig boek : de Koran.
Zo ontstond een nieuwe godsdienst : de islam (onderwerping).
De gelovigen zijn moslims (zij die zich onderwerpen aan Allah).
De Koran
Net als de joden en christenen geloven de moslims in 1 God. Deze monotheistische godsdiensten hebben soms dezelfde verhalen: Abraham staat in alle drie de boeken bekend als de eerste mens die geloofde in 1 God.
Volgens de moslims was Jezus ook een profeet. Maar Mohammed was de belangrijkste.
Mekka is nu de heilige stad voor de moslims.
Elke moslims moet 1x in zijn leven een bedevaart naar Mekka hebben gemaakt,
om daar 7x om de Kaaba (een heilige kubus) te lopen.
MEKKA
De ARABISCHE WERELD
Zo werd het Arabische rijk genoemd toen het uiteen viel in afzonderlijke stukken land.
SEVILLA
CORDOBA
ZARAGOSSA
BARCELONA
KAROLINGISCHE
RIJK
MOORS SPANJE
GIBRALTAR
VALENCIA
De moslims die vanuit Marokko Spanje binnenvielen werden Moren genoemd.
In 732 werden ze door Karel Martel, koning van het christelijk Karolingische rijk, verslagen.
Daarmee stopte de opmars van de islam.
Moors paleis
in Sevilla
Moors Spanje was lange tijd veel rijker en ontwikkelder dan de rest van Europa. Er waren grote steden met prachtige paleizen.

Geleidelijk drongen de christenen de Moren terug.
1492 Granada, het laatste islamitische koninkrijk, werd door de christenen veroverd.
Cultuur en economie
In het Arabische rijk werden de polytheistische godsdiensten verboden.
Joden en christenen mochten van de moslims hun geloof uitoefenen, want die geloofden in dezelfde God.
Enkele nadelen: - minder rechten dan de moslims;
- meer belasting betalen.
Overal bouwden moslims moskeeen, vaak met koepels, zoals de Rotskoepel in Jeruzalem.
De koepelbouw hadden de moslims overgenomen van de Romeinen.
Islamitische geestelijken waren tegen het afbeelden van mensen en dieren. Kunstenaars versierden daarom moskeeen en korans met mooie figuren en sierlijke letters.
Handelsroutes verbonden de steden met elkaar.
Ook wetenschap en kunst werden zo verspreid.
Griekse boeken werden vertaald in het Arabisch.
Zo bleef veel kennis uit de oudheid bewaard.
ZIJDEROUTES
DE VIKINGEN
De Moorse verovering
834 :
Vikingen bestormden Dorestad. Huizen werden geplunderd en in brand gestoken. Jonge mannen en vrouwen werden meegenomen om als slaaf op markten te worden verkocht. Zo kwamen de Noormannen aan eten, goederen en geld.
De Vikingen waren Germanen uit Scandinavie. Het waren uitstekende zeelieden en scheepsbouwers. De boten waren licht en snel. Ze konden op zee en in ondiep water varen.
Alleen dappere Vikingen, die sneuvelden in de strijd,
kwamen in de Vikinghemel, het Walhalla.
In de 9e en 10e eeuw roofden ze door Europa.
Na de dood van Karel de Grote hadden ze vrij spel.
Viking veroveringen
Viking rooftochten
Vikingen dreven handel en zochten landbouwgrond. Zweedse Vikingen voeren naar het oosten. Zij werden Russen (roeiers) genoemd. In Rusland stichtten ze een nieuw rijk. Ze waren baas over de slavische bevolking.
Noorse Vikingen gingen naar het westen : naar het onbewoonde IJsland in 874. Een eeuw later vond Erik de Rode een enorm land bedekt met ijs. Maar terug op IJsland vertelde hij verhalen over vruchtbaar groen land : Groenland. Vikingen stichtten een kolonie.
De zoon van Erik de Rode zou rond 1000 Amerika hebben ontdekt.
Vestiging en aanpassing
Normandie
Deense Vikingen trokken naar het zuiden. Zij plunderden Dorestad en veroverden gebieden in Engeland.
911 : Anderen roeiden naar Parijs. De Franse koning maakte Noorman-hoofdman Rollo tot zijn leenman. Hij kreeg een groot gebied aan zee in leen. Dat gebied heette voortaan Normandie.
PARIJS
Na een tijdje namen de Noormannen overal het christendom over.
Ze vermengden zich met de oorspronkelijke bevolking.
Dat zie je nu nog in de taal, zoals de naam Normandie aan de
Franse kust.
Rond 1000 werden de Vikingen ook in Scandinavie christelijk.
Om in de hemel te komen was het niet meer nodig om in de strijd te sneuvelen. De plundertochten waren voorbij.
Karel
Martel
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.1? 3b Wat is het onderwerp van 4.1A ?
3c welke vier onderdelen worden behandeld?
Dorestad had een eigen munt.
Dat was bijzonder, omdat de
meeste handel in natura verliep.
Langs de rivier waren houten stijgers,
waar handelaren hun zeilschepen
met platte bodem aanlegden.
kalligrafie
1. Wanneer begonnen de middeleeuwen en hoe was het Romeinse rijk toen verdeeld?
2. Waarom werd Karel de Grote in 800 door de paus tot keizer gekroond ?
3. Waarom moest Karel de Grote zoveel reizen om zijn land te besturen?
4. Leg uit hoe het leenstelsel werkte.
5. Waarom werd Karel de Grote de vader van Europa genoemd?
1. Wat is de titel van H4? 2. Over welk tijdvak gaat H4?
3a Wat is de titel van 4.1? 3b Wat is het onderwerp van 4.1B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
1. Wat gebeurde er met het leenstelsel na de dood van Karel de
Grote?
2 Waarom werd de tijd na de dood van Karel de Grote zo onveilig?
3. Wanneer en waarom waren de Vikingen zo berucht?
4. Leg uit wat ridders waren.
5. Hoe leefden de mensen in de middeleeuwen op een kasteel?
1. Welke taak hadden missionarissen en waarom trokken ze samen op met ridders?
2. Waarom wilden missionarissen graag een vorst bekeren?
3. Waarom lieten veel Germanen zich bekeren tot het christendom?
4. Hoe zijn de christelijke feesten, zoals kerstmis en pasen, ontstaan?
De heilige eikenboom
5. Waarom werd Bonifatius bij Dokkum vermoord?
1. Waarom keken mensen in de middeleeuwen op tegen geestelijken?
1 Leg uit wat 'horigheid' betekent.
Gebruik de begrippen: horige-domein-domeinheer.
2. Wat is het verschil tussen een slaaf en een horige?
3. Welke vier belangrijke bezittingen had een domeinheer?
4. Welke verplichting had de domeinheer voor zijn horigen?
5. Waarvoor gaven de boeren hun vrijheid op?
2. Wat is het verschil tussen een slaaf en een horige?
5. Waarvoor gaven de boeren hun vrijheid op?
1. Waarom was er weinig handel in de tijd van het domeinstelsel?
1. Waarom was er weinig handel in de tijd van het domeinstelsel?
2. Welke handel werd er gedreven in Dorestad?
3. Wat is een standenmaatschappij?
4. Hoe kwam je terecht in zo'n groep (stand)?
5. Noem twee privileges van de eerste en van de tweede stand.
Eerste en tweede stand
1a Wat is een visioen?
b Welke visioen kreeg Mohammed?
2. Welke 3 boeken horen bij de drie monotheistische
godsdiensten ?
3. Hoe kwam Mohammed in contact met andere godsdiensten?
4. Waarom begint de islamitische jaartelling bij het jaar 622?
5. Noem drie van de vijf zuilen (geloofsregels).
2. Welke 3 boeken horen bij de drie monotheistische godsdiensten ?
4. Waarom begint de islamitische jaartelling bij het jaar 622?
3. Hoe kwam Mohammed in contact met andere godsdiensten?
1. Welke gebieden veroverden de Arabieren tussen 630 en 650?
2. Noem drie oorzaken waardoor die veroveringen zo snel gingen.
3. Wanneer en hoe werd de opmars van de Moren in Spanje gestopt?
4. Waarom mochten joden en christenen hun geloof in het Arabische rijk behouden?
5. Waarom waren de handelsroutes zo belangrijk?
3. Wanneer en hoe werd de opmars van de Moren in Spanje gestopt?
4. Waarom mochten joden en christenen hun geloof in het Arabische rijk behouden?
5. Waarom waren de handelsroutes zo belangrijk?
http://www.schooltv.nl/video/kloosters-in-de-middeleeuwen-het-leven-in-een-klooster/
KLOOSTERS IN DE MIDDELEEUWEN
1.03 MIN.
http://www.schooltv.nl/video/ridders-in-dienst-van-een-heer/#q=ridders
RIDDERS 2.04 min.
in dienst van een heer
http://www.schooltv.nl/video/de-vikingen-avonturiers-uit-het-noorden/#q=de%20vikingen
De VIKINGEN 2.40 min
avonturier uit het noorden
Full transcript