Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Klas 1B hfst. 3 ROMEINEN

klas 1 A/B
by

Rients Anne de Vries

on 26 September 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Klas 1B hfst. 3 ROMEINEN

FINISH
Van Caesar tot Augustus
Op zoek naar rijkdom en macht
De cultuur van het rijk
3.3
A

3.3
B

B Godsdienst en wetenschap
3.1
A
Van stad tot wereldrijk
De opkomst van het christendom
4.4
A

B Rome wordt christelijk
4.4
B
B Van republiek tot keizerrijk
3.1
B

Armoede en
afhankelijkheid
Romeinen, Germanen en Kelten
4.5
A
START
A Van koninkrijk tot wereldrijk
Het ontstaan van Rome
Rome controleert de zee
Rome onderwerpt Italie
Vrede in het keizerrijk
3.2
A
De Romeinse samenleving
A Arm en rijk
Boeren en stedelingen
De stad als handelscentrum
Vrij en onvrij
A Verschil en overeenkomst
Veel culturen
door elkaar
Wetten en
burgerrecht
Goden voor alles
Goddelijke keizers
Verdraagzaamheid
Naar Grieks voorbeeld
De techniek van het bouwen
A Een messias in Judea
De joodse opstand
Het optreden van Jezus
Een populaire godsdienst
Een verboden godsdienst
Een christelijk keizerrijk
A Aan de grens van het rijk
Romeins-Nederland
Romanisering
4.5
B
B Het einde van Rome
Volksverhuizingen
De Romeinen
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Sleutel jaartal
Tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
Jaartallen van de oudheid
3.000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
750 v.C. stichting van Rome
389 christendom wordt staatsgodsdienst
476 Germanen veroveren Rome
Remus en
Romulus
de wolvin
Colosseum
Wolvin
Remus en Romulus
Carthago toen
Tunis nu
Forum Romanum
Het Romeinse Rijk 2.30
Augustus
moord
137 keizerrijk het grootst
de keizer is
de baas
in de senaat
Augustus
Caesar = de hogere
Landbouwstedelijke samenleving
1
2
Uit de boeren komen de stoerste mannen en beste soldaten voort.
Het werk dat ze doen is het eerlijkste waar je geld mee kunt verdienen. CATO
Als de boer soldaat werd
kon het land niet bebouwd worden.
Het gezin verarmde en trok naar de stad.
De grond moest verkocht worden.
3
Water in het oude Rome 2.20
Handel in Rome
olijfolie uit Griekenland
aardewerk uit Frankrijk
hout uit Turkije
ijzerwaren uit Duitsland
Rijkdom en macht
rijke mensen met
veel grond in bezit
plebs = volk
soldaten eisen
meer rechten
en hogere lonen
in ruil voor hun steun bij oorlogen
keizer en
dictator
Proletariers
Arme stadsmensen.
Kinderen als enige bezit.
Leefden aan de rand van de stad
in 1 kamer met strozakken en een
emmer voor behoeften.
brood en spelen
1
2
3
Slavernij in Ostia
Griekse leraar
Gladiator
Forum Romanum met plein nu
Forum Romanum met plein: toen
M
u
l
t
i
c
u
l
t
u
r
e
l
e

samenleving
verschillen:
- talen
- godsdiensten
- kleding en eten
overeenkomsten:
- latijn
- handel
- Romeinse wetten
Veel leven op het forum
(plein van Rome).
- Handel in goederen en slaven
- Priesteressen met offers naar
tempels.
- Toespraken door senatoren.
Maak je van iemand iets kapot
dan moet je de schade aan de
eigenaar terug betalen.
1 bronzen plaat
wetten met verplichtingen

belasting betalen
wetten met rechten

rechten voor burgers
Wetboeken
Forum Romanum plein
(plein van Rome)
rechter
griffier
officier van
justitie
verdachte
advocaat
eerlijke rechtspraak is het recht van de burger
Geen burgerrecht . . .
geen recht op rechtspraak
huisgoden zorgden voor
bescherming van familie,
huis en voedselvoorraden.
offers aan huisgoden
huisgod
Pantheon in Rome
Juno
Jupiter
Mercurius
Mars
Pontifex Maximus
Neptunus
Tempel in Ephese
Zolang je de staatsgoden en de
keizer maar eerde, mocht je ook
je eigen goden aanbidden.
De Romeinen namen ook goden
van andere volkeren over.
De Romeinen waren erg
onder de indruk van de
Griekse cultuur.
Griekse leraren stonden
hoog in aanzien
Grieks-Romeinse cultuur
of klassieke cultuur
Griekse tempel in
Olympia
Romeinse beeldhowkunst
Griekse
beeldhouwkunst
Korinthische zuilen
fronton
koepel
van beton
koepel
van
beton
badhuis
Koepels en bogen
van beton
Triomfboog
keizers bouwen
in Rome
Forum Romanum
Colosseum
Circus Maximus
Domus Aurea
gebouwd op de plek
van het Colosseum
voor de brand door Nero
gebouwd door de
opvolger van Nero:
Vespasianus
Judea
63 v.C.
Judea in het bezit van Rome.
De joden geloven in 1 god.
Ze betalen belasting aan Rome.
66 na C. Opstand.
- Joden konden de belasting
niet meer betalen.
- Ze wilden de keizer niet meer
vereren.
Romeinse reactie.
- Het Romeinse leger voerde een
harde en lange strijd en won.
- De tempel in Jeruzalem werd
verwoest.
- Joden werden verspreid over het
Romeinse rijk.
DIASPORA
Jezus 30 jaar oud
zijn boodschap
"Ik ben de zoon van God.
Ik breng u de boodschap over
om eerlijker te leven."
In de Tenach staat :
Als de joden worden onderdrukt
zal er een messias komen, die
het joodse volk zal bevrijden.
Christus = de gezalfde
- De meeste joden en de priesters
geloofden Jezus niet.
- Ze beschuldigden jezus van
opstand tegen Rome.
- Jezus werd ter dood veroordeeld
door Pontius Pilatus.
- Jezus stierf aan het kruis,
als een misdadiger.
- Christenen verspreidden de
boodschap door het Romeinse Rijk.
- de verhalen over Jezus werden
opgeschreven in de bijbel.
- De boodschap van Jezus was erg
populair bij vrouwen, slaven en armen.

De populaire boodschap
- Gelovigen worden verlost van hun
zonden.
- Christenen komen in de hemel.
- In kerken werd iedereen als gelijke
behandeld.
kathedraal in Milaan
hervormde kerk
in Nederland
Christenen weigeren om de
Romeinse goden en de
keizer te vereren.
Keizers werden bang voor het
verlies van de eenheid van hun rijk.
Sommigen vervolgden christenen.
Christenen werden gekruisigd, of verbrand of voor de leeuwen geworpen.
De legende over Constantijn
312 Burgeroorlog tussen
Constantijn en Maxentius.
"Met behulp van
dit teken zal je
overwinnen."
Constantijn de Grote
Hij won de veldslag
Hij werd christen en gaf
vrijheid van godsdienst.
keizer Theodosius
380
Christendom wordt staatsgodsdienst.
Alle bestuurders en ambtenaren
moeten christen worden.
De kerk vanaf de 4e eeuw
Vaticaan of Sint Pieterskerk
interieur van het Vaticaan
de paus
de kardinalen
adviseurs van de paus
inwijding van aartsbisschoppen
Bisschoppen
Priesters
leiders van een kerk in een stad
leiders van een kerkprovincie
leiders van een aantal kerkprovincies
leider van de katholieke kerk
Het Romeinse Rijk 2.30
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030623_romeinen01
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030623_romeinen02
Romeinen in ons land 3.02
Ze brachten perziken, kippen en geld.
57 v.C. Zuid Nederland veroverd door de Romeinen.
Het werd de provincie Germania Inferior.
50 n.C. Plinius schreef:
"Van het landschap kun je niet met zekerheid
zeggen of het tot de zee of tot het land behoort.
Daar leeft arm volk op zelf opgeworpen heuvels.
Ze betalen aan niemand belasting, want de
zee pakt alles van ze af."
Limes =

grens langs de Rijn van het Romeinse Rijk.
Bewoners van provincies en veroverde gebieden nemen veel over van de Grieks-Romeinse cultuur, zoals : geld, goden en latijn, of cement en dakpannen.
Later werd ook het christendom overgenomen.
Hunnen vanuit Azie.
Germanen en Franken naar het zuiden
476 : Germanen veroveren Rome.
Einde Romeinse rijk.
De Germanen in Frankrijk, Spanje en
Italie zetten de Grieks-Romeinse cultuur voort. bijvoorbeeld door
overname van het christendom en het latijn.
Het Oost-Romeinse rijk van
Constantinopel bleef bestaan
tot 1500.
5
Rome is gebouwd op 7 heuvels.
Het is ontstaan uit landbouwdorpen.
Deze dorpen groeiden naar elkaar
toe en werden uiteindelijk een stad.
509 v.C.: Rome wordt een republiek.
Twee consuls besturen de stad.
Ze werden gesteund door senatoren.
Rome werd rijk door de handel aan de Tiber.
De stad sloot handelsverdragen met andere stadsstaten en ze bouwde een sterk leger op.
Tussen 350 en 270 v.C. onderwierpen de Romeinen
het hele vaste land van Italie.
De bewoners behielden hun grond en bestuur, maar
ze moesten trouw aan Rome zweren en soldaten leveren.
Carthago voelde zich bedreigd door de
groeiende macht van Rome.
Er brak een oorlog uit toen Rome Sicilie
en daarna Spanje wilde veroveren van Carthago.
Generaal Hannibal trekt met een leger
met 37 olifanten langs de kust van Spanje
en over de Alpen tot aan de muren van Rome.
De Romeinen wonnen met veel moeite.
146 v.C. Carthago wordt verwoest.
De Carthaagse gebieden worden deel
van het Romeinse Rijk (Imperium Romanum).
De Romeinen controleren de Middellandse Zee.
Romeinse legers en vloten maken
provincies van de landen om de
Middellandse Zee.
Een provincie werd bestuurd door
een gouverneur.
Overwonnen volkeren moesten soldaten
leveren en belasting betalen, zoals
slaven, olijfolie en graan. Zo werd Rome rijk.
In de tijd van de veroveringen
werden legeraanvoerders
belangrijker dan de senaat.
Julius Caesar was zo'n machtige
generaal, nadat hij Gallie had
veroverd.
Enkele rijke families vormen de senaat.
De senaat nam alle beslissingen.
In noodsituaties benoemden zij
tijdelijk een dictator, zoals Caesar.
Caesar liet zich tot dictator voor
het leven benoemen.
Senatoren werden bang dat ze
hun macht zouden verliezen.
44 v.C.: ze vermoorden Caesar
23 dolksteken.
Octavianus neemt wraak.
Een bloedige burgeroorlog volgt.
27 v.C.: Octavianus krijgt alle macht.
Zijn eretitel wordt
Caesar Augustus (hogere).
Caesar betekent keizer.
In de eeuwen na 27 v.C. stond de
senaat onder controle van de keizers.
keizer Augustus bestuurde goed.
er ontstond een Pax Romana.
Rome was het middelpunt van een
wereldrijk.
Een Egyptische boer betaalde
belasting in de vorm van graan.
Volgeladen schepen brachten
het graan naar Ostia.
Bakkers in Rome bakten brood.
Boeren zonder eigen grond
werkten in dienst van een
rijke Romein in een villa.
zij kiezen senatoren en
per jaar 2 consuls
recht om gekozen te
worden tot senator.
Bestuurders van Rome zorgden
voor gratis voedsel en vermaak.
Ze hoopten dat de proletariers
niet in opstand zouden komen.
Proletariers konden zich als client
verbinden aan een rijke burger.
Ze kregen gratis voedsel, geld en hulp.
De client moest de rijke Romein volgen
in de stad en op hem stemmen.
Slavernij was heel gewoon.
Het waren krijgsgevangenen of
arme Romeinen.
De prijs van een slaaf was
afhankelijk van het werk.
Door wetteksten op bronzen platen
te plaatsen op het plein wist iedereen
aan welke regels hij zich moest houden.
praetor
Romeinen geloofden dat goden
overal waren. Ze kenden huisgoden,
oorlogsgoden en goden voor beroepen.
Als offers gebruikten ze munten,
beeldjes, vruchten en geslachte dieren.
Kooplieden vereerden Mercurius.
Soldaten aanbaden Mars.
Zeelieden offerden aan Neptunus.
Officiele staatsgoden (jupiter, Juno)
beschermden de Romeinse staat.
De Romeinen bouwden grote tempels.
Priesters voorspelden de toekomst.
De keizer was de opperpriester
van de staatsgodsdienst.
De pontifex maximus.
Keizers lieten zich vereren
als een god.
Zo kregen ze meer macht.
De katholieke kerk is
de staats godsdienst
De Bataafse opstand
Bataven waren bondgenoten van Rome.
Ze betaalden geen belasting, maar leverden
wel soldaten aan Rome.
69 n.C. De Bataaf Julius Civilis
organiseerde een opstand en won 2x.
Daarna werd een verdrag met Rome gesloten.
Invasies zorgden voor onrust
in het Romeinse rijk.
285: Diocletianus splitst het rijk
in West en oost Romeinse Rijk.
Toetsvragen die je kunt verwachten
Toetsvragen die je kunt verwachten
- over de handel tussen Rome en
de Romeinse provincies.
- over het bestuur van het
Romeinse rijk.
- over de langdurige vrede.
- over het verschil tussen politiek
en economie.
- over het burgerrecht.
- over de godsdiensten
- over Constantijn de Grote.
- over de opstand tegen de Romeinen.
- over jaartallen en tijdvakken.
- Over het bestuur van Rome voor en na de
keizertijd.
- Over de handel.
- Over het bestuur van de Romeinse provincies .
- Over Carthago.
- Over triomftochten.
- Over de langdurige vrede.
- Over de positie van de boeren.
- Over handel en economie.
- Over rijkdom en macht.
- Over armoe en slavernij.
- Over veel culturen door elkaar.
- Over regels en wetten.
- over burgerrecht.
- Over goden en keizers.
- Over jaartallen en tijdvakken.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20030623_romeinen01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>

Opperpriester
Pontifex maximus
god van de strijd
god van de zee
Hagia Sofia in Constantinopel
(Istanbul)
Tekstvragen 4.1 A
1. Hoe is de stad Rome werkelijk ontstaan
2. Hoe werd Rome bestuurd toen het een republiek was?
3. Hoe werd Rome een rijke stad?
4. Hoe kwam het dat de bewoners van het hele vaste land van Italië
gehoorzaam waren aan de Romeinen?
5. Waarom brak er een oorlog uit tussen Rome en Carthago?
6. Hoe probeerde generaal Hannibal van Carthago de Romeinen te verslaan?

Antwoorden
1. Rome is ontstaan uit landbouwdorpen. Deze dorpen groeiden naar elkaar
toe en werden uiteindelijk een stad.
2. Twee consuls besturen de stad. Ze werden gesteund door senatoren.
3. Rome werd rijk door de handel aan de Tiber. De stad sloot handelsverdragen met andere
stadsstaten en ze bouwde een sterk leger op.
4. De bewoners behielden hun grond en bestuur, maar ze moesten trouw aan Rome zweren
en soldaten leveren.
5. Er brak een oorlog uit toen Rome Sicilie en daarna Spanje wilde veroveren van Carthago.
6. Generaal Hannibal trekt met een leger met 37 olifanten langs de kust van Spanje en over
de Alpen tot aan de muren van Rome. De Romeinen wonnen met veel moeite.


Tekstvragen 4.1 B
1. Hoe werd het grote Romeinse rijk bestuurd?
2. Hoe maakten overwonnen volken van Rome een rijke stad?
3. Wie kregen in een tijd van veroveringen de macht in het Romeinse Rijk?
4a Wie vormden in Rome de senaat?
4b Wat deed de senaat voor werk als er vrede was en wat deed de senaat als
er oorlog was?
5 Waarom werd Julius Caesar in 44 v.C. vermoord?
6 Hoe ontstond een Pax Romana (langdurige vrede) ?

Antwoorden
1. Romeinse legers en vloten maken provincies van de landen om de
Middellandse Zee. Een provincie werd bestuurd door een gouverneur.
2. Overwonnen volkeren moesten soldaten leveren en belasting betalen,
zoals slaven, olijfolie en graan. Zo werd Rome rijk.
3. In de tijd van de veroveringen werden legeraanvoerders belangrijker dan de senaat.
4a Enkele rijke families vormen de senaat.
4b De senaat nam alle beslissingen. In noodsituaties benoemden zij
tijdelijk een dictator, zoals Caesar.
5 Caesar liet zich tot dictator voor het leven benoemen.
Senatoren werden bang dat ze hun macht zouden verliezen.
6 In de eeuwen na 27 v.C. stond de senaat onder controle van de keizers.
Keizer Augustus bestuurde goed. Er ontstond een Pax Romana.

Tekstvragen 4.2 A
1 Werkten de meeste boeren in het Romeinse rijk zelfstandig?
2 Hoe kwam het dat veel boeren geen eigen grond hadden?
3 Noem enkele voorbeelden van handelsproducten in Rome.
4 Op welke manier kreeg Rome het water uit de omliggende bergen?
5 Wie waren in de senaat de staatshoofden en legeraanvoerders?
Antwoorden
1 Nee. Boeren zonder eigen grond werkten in dienst van een rijke Romein in een villa.
2 Als de boer soldaat werd kon het land niet bebouwd worden.
Het gezin verarmde en trok naar de stad. De grond moest verkocht worden.
3 olijfolie uit Griekenland. Aardewerk uit Frankrijk. Hout uit Turkije.
IJzerwaren uit Duitsland.
4 Rome kreeg water uit de bergen via aquaducten.
5 De consuls waren in de senaat de staatshoofden en legeraanvoerders.

Christenen werden als martelaars voor hun geloof verscheurd door de hongerige leeuwen.
Hongerige dieren worden in de arena gejaagd om hun prooi te zoeken.
kok

Tekstvragen 4.2 B
1A Wie werden in de Romeinse tijd proletariërs genoemd?
B Hoe leefden de proletariërs?
2 Hoe probeerden de bestuurders van Rome opstanden van proletariërs te voorkomen?
3 Waarvan was de waarde van een slaaf afhankelijk?
4 Noem drie soorten werk wat een slaaf kon doen.

Antwoorden
1A proletariërs waren arme stadsmensen.
B Proletatiërs leefden aan de rand van de stad in 1 kamer met strozakken
en een emmer voor behoeften.
2 Bestuurders van Rome zorgden voor gratis voedsel en vermaak.
3 De waarde van een slaaf was afhankelijk van het werd wat hij deed.
4 Een slaaf kon gladiator, arbeider, kok, of leraar worden.
het bestuurscentrum van het Romeinse rijk
Tekstvragen 4.3 A
1 Op het Forum Romanum was veel te doen. Noem 3 voorbeelden.
2 Wat is het Forum Romanum?
3 Noem enkele culturele verschillen tussen de vele volken, die in het Romeinse Rijk leefden.
4 Hoe wisten de Romeinen aan welke regels ze zich moesten houden?
5 Hoe bewaarden de Romeinen al die wetten?
6 Welk belangrijk recht had een Romein als hij burgerrecht kreeg?
Antwoorden
1 Op het Forum Romanum was handel in goederen en slaven.
Priesteressen hielden offers in tempels. Er waren toespraken door senatoren.
2 Het Forum Romanum is een plein midden in Rome, waar het bestuurscentum was.
3 Verschillen in taal, godsdienst, kleding en eten.
4 Door wetteksten op bronzen platen te plaatsen op het plein wist iedereen
aan welke regels hij zich moest houden.
5. De Romeinen schreven alle wetten op in wetboeken.
6. Een Romein met burgerrecht had recht op eerlijke rechtspraak.

de god van de handel
Dorische zuil
Ionische zuil
Corinthische zuil
Tekstvragen 4.3 B
1A De Romeinen hadden goden voor alles. Leg uit wat daarmee bedoeld wordt.
B Noem drie voorbeelden.
2A Waarom bouwden de Romeinen grote tempels voor de staatsgoden?
B Noem vier belangrijke Romeinse goden met hun betekenis.
3 Waarom lieten de Romeinse keizers zich vereren als een god?
4 Leg uit waarom de Romeinen verdraagzaam waren in hun geloof.
5A Hoe dachten de Romeinen over de Griekse cultuur?
B Over welke cultuur spreken we als we het hebben over de klassieke
cultuur?
6A Welke soorten zuilen hadden de Romeinen overgenomen uit de Griekse
cultuur?
B Van welk materiaal konden de Romeinen grote koepels en bogen bouwen?

Antwoorden
1A Romeinen geloofden dat goden overal waren. Ze kenden huisgoden,
oorlogsgoden en goden voor beroepen.
B Kooplieden vereerden Mercurius. Soldaten aanbaden Mars.
Zeelieden offerden aan Neptunus.
2A Officiële staatsgoden (jupiter, Juno) beschermden de Romeinse staat.
B Jupiter (de oppergod), Mercurius (de boodschapper),
Neptunus (god van de zee), Mars (god van de strijd).
3 Als een keizer zich liet vereren als een god kreeg hij meer macht.
4 Zolang je de staatsgoden en de keizer maar eerde, mocht je ook
je eigen goden aanbidden.
5A De Romeinen waren erg onder de indruk van de Griekse cultuur.
B De klassieke cultuur is de Griekse en de Romeinse cultuur samen.
6A Dorische, Ionische en Corinthische zuilen namen de Romeinen over uit de
Griekse cultuur.
B De Romeinen maakten van beton grote koepels en bogen.

Tekstvragen 4.4 A
1A Waarom wilden de joden in Judea de Romeinse keizer niet vereren als een god?
B Hoe reageerden de Romeinen op die weigering door de joden?
2 Leg uit wat ‘diaspora ‘ betekent.
3A De Tenach is voor de joden een heilig boek. Wat stond daarin?
B Waarom geloofden de joden niet dat Jezus de messias was.
4 Wat betekent messias letterlijk?
Antwoorden
1A De joden geloven in 1 god. Daarom wilden ze de keizer niet vereren als
een god.
B Het Romeinse leger voerde een harde en lange strijd en won.
De tempel in Jeruzalem werd verwoest.
2 Diaspora is dat Joden werden verspreid over het Romeinse rijk.
3A Als de joden worden onderdrukt zal er een messias komen, die
het joodse volk zal bevrijden.
B De joden beschuldigden Jezus van opstand tegen Rome.
4 Messias betekent de gezalfde. In het christendom betekent het
hij of zij die gedoopt is.

Tekstvragen 4.4 B
1A Waarom werd het christendom in de Romeinse tijd een populaire
godsdienst?
B Bij welke bevolkingsgroepen was de boodschap van Jezus vooral populair?
2 Waarom vervolgden sommige Romeinse keizers de christenen?
3 Waarom bekeerde keizer Constantijn de Grote zich tot het christendom?
4 Door keizer Theodosius werd het christendom de staatsgodsdienst.
Wat betekent dat?
5 Wie kregen vanaf de 4e eeuw steeds meer macht, doordat het christendom
de staatsgodsdienst was geworden.

Antwoorden
1A Gelovigen worden verlost van hun zonden. Christenen komen in de hemel.
In kerken werd iedereen als gelijke behandeld.
B De boodschap van Jezus was erg populair bij vrouwen, slaven en armen.
2 Keizers werden bang voor het verlies van de eenheid van hun rijk.
Daarom werden christenen vervolgd.
3 In de nacht voor een veldslag kreeg Constantijn een droom.
Hij zou winnen met behulp van het teken van het kruis.
Omdat hij de veldslag won bekeerde hij zich tot het christendom.
4 Toen het christendom staatsgodsdienst werd moesten alle bestuurders en
ambtenaren christen worden. Dus de hele samenleving.
5 De katholieke kerk met haar geestelijken, zoals de paus, de
aartsbisschoppen en de bisschoppen kregen steeds meer macht.
Tekstvragen 4.5 A
1 Welke indruk had de Romein Plinius van Nederland in de Romeinse tijd?
2 Wat is een ‘limes ‘in de Romeinse tijd?
3 Leg uit wat romanisering betekent.
Antwoorden
1 Van het landschap kun je niet met zekerheid zeggen of het tot de zee of tot het land behoort.
Daar leeft arm volk op zelf opgeworpen heuvels.
2 Een limes is een Romeinse grens langs de Rijn.
3 Bewoners van provincies en veroverde gebieden nemen veel over van de Grieks-Romeinse
cultuur, zoals : geld, goden en latijn, of cement en dakpannen. Dat is romanisering.

Tekstvragen 4.5 B
1 De Bataven kwamen 2x in opstand tegen de Romeinen.
Waar woonden de Bataven?
2A Wat veroorzaakten de volksverhuizingen in het
Romeinse rijk?
B Noem drie volken die verhuisden naar andere gebieden?
3 Wat deed Diocletianus in 285 met het Romeinse rijk?
4 Welk volk veroverde in 476 de machtige stad Rome?
5 Hoe lang bleef het Oost Romeinse rijk nog bestaan?
Antwoorden
1 De Bataven woonden in het gebied wat nu Nederland is.
2A De volksverhuizingen zorgden voor veel onrust in het Romeinse rijk.
B Hunnen, franken, Goten en vandalen verhuisden naar andere gebieden.
3 Diocletianus splitste het rijk in een West Romeinse en een Oost Romeinse
Rijk.
4 De Germanen veroverden de stad Rome in 476.
5 Het Oost-Romeinse rijk van Constantinopel bleef bestaan tot 1500.

http://www.schooltv.nl/no_cache/video/crid/20060508_hetouderome04/
Aquaduct
1 TL
1 TL
1 TL
3.2
B

1 TL
1 TL
1TL
Full transcript