Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

informatie-avond januari 2014

No description
by

Rini Jansen

on 26 January 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of informatie-avond januari 2014

Een kind van 4-6 jaar laat een totaliteitsontwikkeling zien. Taal, motoriek, denken en sociaal-emotionele ontwikkeling zijn onlosmakelijk verbonden. Is het ene gebied in beweging, dan ontwikkelt zich ook het andere. We kunnen de gebieden niet scheiden, wel onderscheiden.
Hierbij is spel in een uitdagende speel- werkomgeving de motor van de hele ontwikkeling.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
De ontwikkelingsgebieden
De ontwikkelingsgebieden
De ontwikkelingslijn van 4-6 jaar
4-jarige, egocentrisch ingesteld.

In samenspel en samenwerking andere kinderen leren kennen.

Dagritme, structuur en regels bieden veiligheid.

Ieder kind gaat met zijn eigen karakter de uitdaging aan,
in interactie met andere kinderen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Dat hij/zij kan samenspelen, initiatieven kan nemen en kan volgen.

Dat hij/zij kan samenwerken, dus kan overleggen, kan geven en nemen met een coöperatieve houding.

Dat er rekening wordt gehouden met een ander, om kan gaan met de gevoelens van een ander.

Dat hij/zij met plezier en gemotiveerd kan samenspelen en samenwerken.
Van een 5-6-jarige verwachten we:
werkhouding
taalontwikkeling
grove en fijne motoriek
creativiteit
zintuiglijke ontwikkeling
verstandelijke ontwikkeling
Zelfredzaamheid

Taakgerichtheid

Kinderen leren door middel van spelen en werken,
eerst vooral experimenterend.
Vervolgens gaan ze steeds meer plannen.

Ze leren steeds beter om aan opdrachten te voldoen.
Ze leren steeds beter probleemoplossend te werken.
Werkhouding
Dat hij/zij de klassenregels kan hanteren.

Dat het kind langere tijd met een (zelfgekozen) activiteit functioneel, doelgericht en zelfstandig bezig kan zijn.

Dat het zelf naar oplossingen zoekt en creatief, probleemoplossend kan denken.

Dat het open staat voor de begeleiding naar de zone van naaste ontwikkeling.

Dat het groeit van een speel-werkhouding naar een leerhouding.
Dat het opdrachtmatig kan werken.

Dat het naar instructie kan luisteren.
Van een 5-6-jarige verwachten we:
Taal is de motor van samenspel en samenwerking.

Woordenschat
Articulatie
Zinsbouw.
Kritisch luisteren

Spel biedt alle ingrediënten
om de taalvaardigheid steeds verder te vergroten.
Taalontwikkeling
Dat het kind goed verstaanbaar is.

Dat het zich in goede, duidelijke zinnen kan uiten.

Dat het een ruime woordenschat heeft.

Dat het gericht kan luisteren.

Dat het instructietaal begrijpt.

Dat het van boeken en verhalen geniet .

Dat het vaardigheden heeft op fonologisch en fonemisch gebied
(komt bij lezen terug).
Van een 5-6-jarige verwachten we:
Grove motoriek
In het vrije spel buiten en bij het vrije of
geleide spel in de speelzaal speelt het kind
met anderen en met materialen.

De bewegingen eerst nog ongecoördineerd,
worden steeds soepeler, de coördinatie groeit,
de durf wordt groter en de bewegingen verfijnen.

Fijne motoriek
Bij het werken met allerlei materialen wordt
de fijne motoriek geoefend en is het de bedoeling dat de
oog- handcoördinatie steeds beter en verfijnd wordt.
Grove en fijne motoriek
Dat het kind vrij soepel en gecoördineerd kan bewegen.
Dat het kind de bewegingen durft te maken.
Dat het actief is hierbij.
Dat het kind binnen de lijntjes kan inkleuren
en dat het goed kan knippen.

Dat het een goede potloodgreep heeft en een juiste schrijfhouding.
Van een 5-6-jarige verwachten we:
totaliteit
4-jarige, egocentrisch ingesteld.

In samenspel en samenwerking andere kinderen leren kennen.

Dagritme, structuur en regels bieden veiligheid.

Ieder kind gaat met zijn eigen karakter de uitdaging aan,
in interactie met andere kinderen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Dat hij/zij kan samenspelen, initiatieven kan nemen en kan volgen.

Dat hij/zij kan samenwerken, dus kan overleggen, kan geven en nemen met een coöperatieve houding.

Dat er rekening wordt gehouden met een ander, om kan gaan met de gevoelens van een ander.

Dat hij/zij met plezier en gemotiveerd kan samenspelen en samenwerken.
Van een 5-6-jarige verwachten we:
Spel is van grote waarde in de ontwikkeling van kleuters.

Het bezig zijn met gevormde en ongevormde materialen biedt hen
alle mogelijkheid tot vrije expressie en emotioneel vrij zijn.

Vooral in de hoeken spelen ze met andere kinderen en materialen.

We zien een lijn van manipulerend spel naar rolgebonden
handelingen, rollenspel en thematisch uitgelijnd spel.
Creativiteit
Dat het kind creatief kan werken met diverse materialen.
Dat het kind een menstekening kan maken.

Dat het kind voorstellingsvermogen heeft en zich in een situatie in kan leven.
Dat het kind oplossingen kan bedenken voor problemen.
Last but not least: dat het kind kan spelen!
Van een 5-6-jarige mag je verwachten

Gehoor
In onze wereld zijn veel geluiden. Het gehoor wordt geoefend bij liedjes, muziek en versjes. Het onderscheiden van geluid verfijnt zich
dusdanig dat ze de klanken van letters kunnen horen.

Zien
Belangrijk is dat het gezichtszintuig zich voldoende ontwikkelt, zodat kinderen steeds meer kleine verschillen waarnemen.


Tast
Door het handelend omgaan met de materialen wordt het tastzintuig goed ontwikkeld.

Zintuiglijke ontwikkeling

Dat het kind visueel kleine verschillen kan waarnemen, denk aan p-b-d-q, steeds een stokje met een rondje.
Dat het kind auditief kleine verschillen kan waarnemen. Het verschil in klank is maar heel klein bij deze letters: p-b-d.
Dat het kind voorwerpen onder een doek tastend kan onderscheiden.
Van een 5-6-jarige mogen we verwachten:
Begrippenkennis
In een rijke- en werkomgeving leert het kind veel.
Het doet allerlei ervaring op waardoor de begrippenkennis steeds groter wordt.

Logisch ordenen
Het kind gaat logisch ordenen en denken.

Oorzaak-gevolg
Het kind kan oorzaak- gevolg onderscheiden en leert de middel- doelrelatie kennen.

Inzicht
Het kind gaat het geleerde toepassen in een nieuwe situatie doordat het inzicht heeft verworven hoe het werkt.
Verstandelijke ontwikkeling
Ontluikende geletterdheid
Periode vanaf de geboorte tot aan de basisschoolleeftijd.

Beginnende geletterdheid
Periode vanaf groep 1 tot en met groep 3

Met taalspelletjes en voorleesactiviteiten ontdekken kleuters dat er een relatie ontstaat tussen geschreven
en gesproken taal.

Ze herkennen de functies van de geschreven en gesproken taal door bezig te zijn met boekjes, versjes en stempel- en schrijfmateriaal.

Uiteindelijk krijgen kinderen in de gaten dat woorden opgebouwd zijn uit klanken en dat letters de klanken weergeven.

Deze kennis hebben kleuters nodig om te leren lezen en schrijven.
Proces naar lezen
Fonemisch bewustzijn

Opbouw:

woorden in klankgroepen verdelen

rijmen

analyse

synthese

letterkennis
Proces naar lezen (2)
Kleine verschillen kunnen zien: b d p
Kleine verschillen kunnen horen: m n
Figuur-achtergrond relatie: uit een woordveld dat ene woord isoleren
Voldoende visueel geheugen
Voldoende auditief geheugen
Kunnen hakken en plakken, ofwel kunnen analyseren en synthetiseren: v-i-s = vis en omgekeerd
Het geleerde kunnen automatiseren
Houd je van boeken en verhalen, dan ben je intrinsiek gemotiveerd om te leren lezen.
Vaardigheden, nodig voor het aanvankelijk lezen:
Van jongs af aan oriënteren kinderen zich op de wereld.
Zij onderzoeken objecten, pakken problemen aan,
en doen met name in spel tal van ervaringen op.
Wiskundige oriëntatie moet voor het jonge kind plaatsvinden in betekenisvolle situaties, wil het bijdragen tot ontwikkeling.
Voor wiskundige activiteiten is het erg belangrijk dat zij plaatsvinden in interactie met een volwassene.


Wiskundige oriëntatie bestaat uit de volgende domeinen:

Meetkunde: Het begrijpen van de ruimte.
Tellen en getalbegrip: Leren hoeveelheden herkennen, tellen en schatten.
Meten: Het vaststellen hoe groot, dik of lang iets is.
Proces naar rekenen/wiskunde
Het kind heeft hoeveelheidbesef.
Kan synchroon tellen tot 12.
Kan tellen tot 20.
Kan terugtellen van 10 naar 0.

Kan de buurgetallen noemen tot en met 12.
Kan vanaf een gegeven getal verder tellen.
Kan hoeveelheden ordenen, redelijk schatten en vergelijken op meer, minder, evenveel, meeste en minste.

Kan omgaan met eenvoudige erbij en eraf situaties tot ten minste 10.
Kan meten en wegen met eigen maten.
Kent tijdsbegrippen en ruimtelijke begrippen.
Rekenvaardigheden 5-6-jarige:
Taal peuters/kleuters
- Passieve woordenschat
- Kritisch luisteren
- Klank en rijm
- Eerste en laatste woord horen
- Schriftoriëntatie
- Auditieve synthese

Rekenen peuters/kleuters
- Getalbegrip
- Meten
- Meetkunde


cps toetsen
groep 1. rijmtoets

groep 2. auditieve synthese en analyse
letterkennis
Leerlingvolgsysteem

Dat is heel wat in het jonge kinderleven,maar wat een geluk dat alle radertjes tegelijk draaien in de totaliteitsontwikkeling van de kleuter!
Samenvattend
Full transcript