Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Geschiedenis werkplaats 4.1 en 4.3

Tweede klas havo/vwo
by

Lisa B

on 8 March 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Geschiedenis werkplaats 4.1 en 4.3

4.1 en 4.3 Pruiken en Revoluties! Lodewijk XIV had het
idee dat de hele wereld
om hem draaide, net als
de zon in het heelal.
Daarom noemt hij
zichzelf ook wel de
Zonnekoning. Frankrijk was in die tijd eigenlijk opgedeeld in allemaal kleine hertogdomen en graafschappen. De voorouders van deze edelen hadden ooit eeuwige trouw beloofd aan de koning van Frankrijk, maar daar bleek weinig meer van. De hertogen en graven bepaalden bijvoorbeeld zelf hoeveel belasting ze inden, natuurlijk veel meer dan de koning van hen vroeg. De derde stand werd de dupe van de verdeeldheid van Frankrijk. Liever hadden ze een centrale regering zodat iedereen evenveel belasting moest betalen en niet teveel.
Om dit voor elkaar te krijgen, haalde Lodewijk XIV alle edelen naar zich toe. Hij bouwde hiervoor een enorm paleis, genaamd Versailles. De Franse bevolking was onderverdeeld in drie standen
- Geestelijkheid (priesters, monniken, bisschoppen)
- Adel (hertogen, graven, prinsen)
- Derde stand (boeren, fabrieksarbeiders, kooplieden)
Dit noemde men een standenmaatschappij. Alleen de adel kon hogere posities krijgen in het leger en de ambtenarij (deze werden vaak direct bij je geboorte al gekocht of geregeld).
Daarnaast hoefden de adel en de geestelijkheid geen belasting te betalen en hadden ze een eigen rechtspraak.
De derde stand betaalde soms wel 70% van hun inkomen aan belasting. Dat geld ging naar oorlogen en andere staatsuitgaven (vaak feesten, vrienden, een nieuwe tuin..)
Hierboven stond de koning. Hij had de absolute macht.

Dat klinkt niet heel eerlijk allemaal... De verlichting En dan liefst rationeel De verlichtte denkers waren ook voor tolerantie. Ze vonden dat je over godsdienst niet met logische argumenten kon bepalen wie er gelijk zou hebben. Daarom vonden ze dat iedereen misschien wel gelijk had, of iedereen een beetje en dat je daarom iedereen (en ieders denkwijze) moest accepteren en tolereren. Katholieken waren dus niet beter of slechter dan protestanten.


Binnen de Verlichtte denkers waren er mensen die geloofden dat God wel de wereld geschapen had, maar dat hij zich daarna had teruggetrokken uit de wereld. Dit idee noemen we deïsme. Rampen en oorlogen waren dus geen straf van God, zoals altijd werd gedacht. Sommigen gingen hier nog verder in en geloofden dat er helemaal geen God was. Dit noemen we atheïsme. Een ander belangrijk idee uit de tijd van de Verlichting is dat iedereen gelijke rechten heeft. Deze komen terug in de mensenrechten, inmiddels beter bekend als De Universele Rechten van de Mens.
Dit houdt ook in dat de koning de macht dus niet van God gekregen had, maar dat hij de macht van het volk gekregen had. (John Locke) Montesquieu ontwierp daarom de Wanneer deze wordt uitgevoerd heeft men het over een rechterlijke staat. Ook de koning moet zich aan de wet houden. De onvrijheden van het absolutisme en de standenmaatschappij staan dus tegenover de rechtsstaat. Een laatste belangrijk onderdeel van de Verlichting was de Encyclopédie. Onder leiding van Denis Diderot verzamelde men alle tot dan toe bekende informatie en bracht dit in boekvorm uit. De eerste uitgave bestond uit 28 delen en was sterk gericht tégen de godsdienst. In veel landen was dit werk dan ook verboden.
(Als er geen God is, kan de macht van de koning immers ook niet goddelijk bepaald zijn) 1788: Voor het eerst in 175 jaar wordt de Franse Staten-Generaal bijeen geroepen. Ze komen in mei 1789 bij elkaar in Versailles. (Mensen verkleedden zich voor de gelegenheid in kleding uit de 16e eeuw)
De vergadering bestond uit 1200 leden; 300 voor de adel, 300 voor de geestelijkheid en 600 voor de derde stand. Gelijk ontstond er al ruzie. Omdat ze het niet eens werden over hoe de stemmen verdeeld moesten worden, besloot de derde stand een eigen vergadering uit te roepen, de Grondwetgevende Vergadering (Assemblée Nationale Constituante) De Assemblee Nationale
week in juni uit naar de
tennisbaan.
Daar besloten ze pas uit
elkaar te gaan wanneer er
een nieuwe grondwet is. De koning (Lodewijk XVI) liet zijn
leger oprukken om de groep uit
elkaar te drijven.
Dat blijkt de druppel voor de derde
stand.
14 juli 1789 bestormen ze de Bastille.
De start van de Franse Revolutie! Op het platteland worden kloosters, kastelen en landhuizen in brand gestoken. Edelen en geestelijken worden door een woedende menigte verjaagd of vermoord.
In Parijs wordt intussen in augustus de Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. Het volk heeft volgens deze verklaring de soevereiniteit, het meeste gezag.
In september worden Lodewijk XVI en Marie-Antoinette uit Versailles naar Parijs gehaald, zodat de in de gaten kunnen worden gehouden door het volk. In juni 1791 proberen Marie-Antoinette en
Lodewijk XVI met hun kinderen te vluchten
naar Oostenrijk.
Hierdoor heeft het volk helemaal geen vertrouwen meer in het koninklijke echtpaar.
Twee maanden later (augustus 1791) is de grondwet klaar. De wetgevende macht komt in handen van de volksvertegenwoordiging (het parlement) en de koning moet deze wetten uitvoeren. (Trias Politica!)
Frankrijk is hiermee een constitutionele monarchie. 1792 Volkswoede barst weer los. Nu gelooft men niet meer in een gematigde revolutie, het moet radicaal worden aangepakt volgens de Jacobijnen.
De volgens mannenkiesrecht verkozen volksvertegenwoordiging schaft de monarchie af. Om te laten weten dat het menens is, wordt de afgezette koning wegens landverraad in januari 1793 met de guillotine onthoofd. Dit was een relatief snelle en pijnloze manier voor de uitvoering van de doodstraf. Onder leiding van Robespierre wordt er
een schrikbewind ingesteld. In deze tijd
van terreur worden alle landverraders en
vijanden van de revolutie ter dood
veroordeeld.
In 1794 komt de revolutie wat tot rust en in 1795 komt er een nieuwe grondwet met iets minder macht voor het volk.
In 1799 komt er een einde aan de Franse revolutie. Napoleon Bonaparte komt door middel van een staatsgreep aan de macht.
Full transcript