Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

IDJK woordenschat

5 februari 2014
by

Onderwijs Maak Je Samen

on 12 September 2018

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of IDJK woordenschat

Hoogfrequente woorden woordgroep 1: vlot kunnen praten via pratend woorden leren (taalrijke omgeving en verbaliseren). Doetaal-activiteiten (Total Physical Response

Zeldzamere verhaalwoorden uit woordgroep 2: Lezend woorden leren/woordenschatactiviteiten

Zaakvakbegrippen uit woordgroep 3: werk met visuele schema’s en mindmappen voor meer kennis
Woordgroepen en didactiek
Bewust worden van de essentiële onderdelen van woordenschatonderwijs
Impliciet en expliciet
Woordgroepen en woordkeuze
Inzien van de toegevoegde waarde van de effectieve woordenschat activiteiten
Doelen bereikt?
Samenvatting van woordenschatonderwijs;
Hoe kun je dit het beste aanpakken bij het
lezen.

www.leraar24.nl/video/2901

Welke succeselementen zie je terug?
Filmpje
Introductie
• Contextualiseren
• Voorbeeldzin geven op leerlingniveau
• Voorbeelden van woord(groep) in andere context
• Lesactiviteit (bijvoorbeeld; zeg vindingrijk als het een zin is waarin goed vb van vindingrijk wordt gezegd)
Follow-up
• Twee lesactiviteiten per woord(groep) over drie dagen verspreid
- Zorg voor ordening (makkelijk -> moeilijk)
- Biedt voorbeelden in verschillende contexten
- Activiteiten dienen interactief te zijn
- Activiteiten dienen aan te sluiten bij belevingswereld
Evaluatie
• Achterhalen of leerlingen woord(groep) begrijpen
• Focus ligt op het (goed) woordgebruik
Voorbeeldmodel van I. Beck
Wat is de meerwaarde van deze activiteiten?
Wat vraagt het van de leerkracht?


Woordenschat activiteiten
Woorden leren in motiverende situaties.
Woorden leren al pratend en lezend.
Niet alleen de leerkracht legt uit; de kinderen leggen uit.
De kinderen verzamelen nieuwe woorden en leren die aan elkaar in luister-, lees-, praat- en schrijfactiviteiten.
Mijn eigen woorden (eigen woordenboekje)
Goede woordleerders zijn actieve woordleerders

Kies minimaal drie woorden uit de tekst en maak hiermee twee voorbeeldzinnen

Voorwaarden

Woordgroep 2
Woord dient voor te komen in meerdere contexten
Woord is effectief voor jouw leerlingen
Oefenopdracht woordkeuze
In welke woordgroep past het woord?

Stapeltje woordkaartjes ligt in het midden van de tafel
Een persoon pakt een kaartje en leest het woord voor
Korte denktijd (geen overleg)
Kaartjespakker telt af van 3 naar 1
Andere groepsgenoten steken 1, 2 of 3 vingers omhoog
Vergelijk de antwoorden en kom tot één antwoord
De kaartjespakker geeft aan of het antwoord juist/niet juist is
De volgende persoon pakt een kaartje
Oefenopdracht:
de woordentest
Woordgroep 1
: meest voorkomende woorden (hoog frequente woorden) als klok, baby, blij, lopen, kleur.
Woordgroep 2
: minder frequente woorden en meer abstracte woorden, maar ook woordcombinaties in leestaal zoals afgeplakt, erg handig, onderweg, en bijvoorbeeld verschillende vormen van praten: schreeuwen, fluisteren en gillen.
Woordgroep 3
: minst voorkomende woorden die behoren tot een specifiek domein zoals zaakvakbegrippen: isotoop, toendra, massage, het klimaat, elektrisch.
Welke woorden?
2000 hoogfrequente woord/woordfamilies in mondeling en schriftelijk taalgebruik; geen expliciete aandacht aan NT1 kinderen
Woordgroep 1
Minder frequente (vaak abstracte) maar nuttige verhaalwoorden; meer expliciete aandacht
Woordgroep 2
Onderwerpspecifieke zaakvakwoorden; veel onderwijstijd
Woordgroep 3
Woordgroepen (Isabel Beck)
Een beperkt aantal woorden per week
Focus op de minder frequente woorden
Leerkracht kiest bewust woorden (intuïtief)
Didactiek gericht op woordgebruik
Betrokkenheid is van belang
Kader (context) nodig voor leerling
Expliciet woordenschatonderwijs
Eigenlijk de hele dag door (alle daags)
Al pratend woorden ‘ontmoeten’ (thuis, op school, op straat; overal)
Geen tijd/aandacht voor herhaling (=expliciet)
Door ervaringen met woorden op verschillende manieren in verschillende contexten
Niet specifiek gericht op woorden leren (alleen toelichten)
Impliciet woordenschatonderwijs:


Impliciet -> een taalrijke omgeving (hoe leert een dreumes praten?)
Expliciet -> ongeveer 300 (400) per schooljaar focus op woordgebruik (kostbare onderwijstijd!)
Impliciet en expliciet
(90% van de woorden moet je kennen om een tekst te begrijpen)
 Voorbeeld één woord komt 11 keer voor binnen 93 woorden
Als je een woord niet kent…
Noteer je vragen op post-its

Wat was voor jou een eye opener?


Welke vragen heb ik nog?
Wat heb ik geleerd?



Pak een tekst en kies van elke woordgroep drie woorden
Maak met elk Woordgroep 2 woord twee voorbeeldzinnen
Praktijkopdracht
Wissel werkblad met je oogmaatjes.
Check het volgende:

Is het een woordgroep 2 woord?
Komt het woord in meerdere contexten voor?
Zou jij dit woord ook hebben gekozen?
Waarom wel/niet?
Feedback woordkeuze
Keuze is sterk afhankelijk van de situatie (behoefte van leerlingen)
Woord(frequentie)lijsten zijn indicatie voor je keuze -> meestal geen context. Maak selectie afgestemd op het kader en de behoefte van leerlingen
Werk op maat; woordenschatsoftware kan hierbij erg behulpzaam zijn
Hoe kies je woorden?
Voorbeeld van de talencursus
van Kreatief met Kurk
Filmpje
Maar….welke woorden??
Impliciete oppervlakkige aandacht voor veel woorden De hele dag, overal, bij het praten en de omgang met leerlingen, geen herhaling
Expliciete verbredende aandacht voor weinig woorden; gericht woordenschatonderwijs
Samenvattend:


Welke voorbeelden van impliciete aandacht
voor woordenschatonderwijs
ken jij?

Tweepraat en daarna Twee-vergelijk
Impliciet
Het gaat om: woordgebruik
Geen losse woorden maar betekenissen in contexten.
CITO-woordenschattoetsen: Hoe we ons ook inspannen, de toetsresultaten bij woordenschat verbeteren niet of nauwelijks

Cito-toetsen toetsen alleen op woordkennis en niet op woordgebruik
Knelpunten (3)
Te vaak wordt gekozen voor expliciet woordenschatonderwijs in bijvoorbeeld de spellingles
Voor alle soorten van woorden (woordgroep 1, 2, 3) slechts één woordenschataanpak
Woordenschataanpak is niet gericht op woordgebruik
Bij teveel woorden ligt de focus op de herhaling
Knelpunten (2)
We hebben/maken te weinig tijd voor woordenschat
Te veel aandacht besteed aan losse woorden
Er wordt in de school geen onderscheid gemaakt tussen impliciet en expliciet woordenschatonderwijs
Impliciete aandacht voor woorden wordt te weinig serieus genomen als een belangrijke bijdrage aan woordenschatverwerving
Knelpunten (1)
Kind 4 jaar receptief + 3200 woorden.

4-8 jaar 600 woorden p/j
9-12 jaar 1700-3000 woorden p/j

---> 12 jaar : + 17000 woorden in totaal

Volwassene: 50.000-70.000 woorden
Woordenschat in cijfers
Wat weet ik al?


Noteer op post-its in trefwoorden
wat je al weet van
woordenschat(onderwijs).
Focus op woordenschat
Bewust worden van de essentiële aspecten van woordenschatonderwijs
Impliciet en expliciet
Woordgroepen
en woordkeuze

Inzien van de toegevoegde waarde van de
effectieve woordenschat activiteiten
Doelen
Scholen hebben een volle agenda.
Woordenschatonderwijs is belangrijk. Echter, we willen graag weten:
Wat werkt nu?
Leerkrachten vinden woordenschatonderwijs complex en ervaren weinig opbrengsten.
We gaan op zoek naar een eenvoudige manier, die iedere dag op effectieve wijze toepasbaar is
Vandaag…
-> Vier activiteiten in circuitvorm
-> per activiteit 7 minuten!
Ervaren effectieve woordenschatactiviteiten
Er is een duidelijk verband tussen een grote woordenschat, geleerde intelligentie en schoolsucces
Een beperkte woordenschat leidt bijna altijd tot slechte schoolresultaten (o.a. Anderson Biemiller, 2003)
Het belang van woordenschatonderwijs
…een valse start…
Woordenschatontwikkeling is cumulatief; wie al veel woorden kent, leert gemakkelijk nieuwe woorden
Cumulatief…
Snapt u het nog??
Er zijn diverse predicties af te leiden uit de deficiethypothese. Een daarvan is dat er vooral in het cognitief academisch domein linguïstische deficiënties optreden. De semantische ontwikkeling blijft achter en kinderen beschikken over minder linguïstische competenties. Variantieanalyse heeft uitgewezen dat het opzetten van lexicale representaties bij diverse lexicale items bemoeilijkt wordt. Dat heeft verregaande implicaties voor de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn.

Empirisch onderzoek laat sterke correlaties zien binnen de diverse deelgebieden van het linguïstich domein. Niet alleen het mentale lexicon, maar ook ….
Leest u even mee….

5 februari 2014
Inspiratiedag Jonge Kind

Geen woorden maar kinderen
Woordcombinaties (collocaties): tijd besteden.
Woordfamilies: de monteur, monteren, de montage, monteurs



Kies woorden die je tegenkomt in verschillende zinnen en contexten: aankomen, de monteur (bij lekke band, bij centrale verwarming, in elektriciteitsmast)
Niet alleen losse woorden
Full transcript