Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Blok 2.2 wk 5 ICD

No description
by

CM van der Kruk

on 22 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Blok 2.2 wk 5 ICD

ICD
Wat mag er wel en niet?

www.stin.nl

Vrijwel alles kan na 6 weken, echter:

-Gsm en ipod bij voorkeur niet aan linker oor
-bij geluidsboxen op mega festivals zeker ca. 30 cm afstandhouden
An ICD has wires with electrodes on the ends that connect to your heart chambers. The ICD will monitor your heart rhythm. If the device detects an irregular rhythm in your ventricles, it will use low-energy electrical pulses to restore a normal rhythm.
If the low-energy pulses don't restore your normal heart rhythm, the ICD will switch to high-energy pulses for defibrillation. The device also will switch to high-energy pulses if your ventricles start to quiver rather than contract strongly. The high-energy pulses last only a fraction of a second, but they can be painful.

Batterij duur 5-7 jr

Werking ICD

ICD implantable cardioverter defibrillator

Onderzoek en oefen programma

Van belang: Voorlichting!!
Vragen:
Kan ik veilig door de “vliegtuig poortjes”?
in NL sinds 2007 zeker wel
kan ik veilig in de V&D? zeker wel, zolang je niet een tijd lang met je linkerarm op het poortje blijft hangen

Week 5: ICD
implantable cardioverter defibrillator
Direct postoperatief:
(ondersteund) Hoesten, huffen, pep, auscultatie, pols, bP, inspiratie coach/meter (“balletjes”)
Later:
6’wandel test
UKK test
Shuttle wandeltest

D.m.v. 5 vragen:
Bestaat er een vermindering van het inspanningsvermogen?
1 Objectief
2. Subjectief
3. Bestaat er een verstoring/bedreiging van het
emotioneel evenwicht?
4. sociaal evenwicht.?
5. Bestaat er beïnvloedbaar risicogedrag?

Screening

Abnormale hemodynamische reacties
Ischemische ECG verandering tijdens aerobe inspanning
Slechte linker ventrikelfunctie < 30%
Instabiele Angina Pectoris
Acuut Hartfalen
Maligne Hypertensie
Niet gecontroleerde ritmestoornissen
Ernstige stoornissen van aorta stenose
Aneurysmata

Contra-indicaties
Training
Welke sport adviseer je voor Mw. Iedema en waarom?
In groepen van 4, maak een 6 weeks training programma voor Mw. Iedema om aeroob uhv (gekoppeld aan sport die je hebt geadviseerd)
Indicators
HF
Ahv klachten (vermoeidheid, kortademig etc.),
Belasting (duur & interval)
Schrijf uit op een flap en presenteer aan de groep

Opdracht 2 taak 3.9
Training programma

Mannen
Afstand = (7.57 x lengte cm) – (5.02 x leeftijd) – (1.76 x gewicht) – 309

Vrouwen
Afstand = (2.11x lengte) – (2.29 x gewicht) – (5.78 x leeftijd) + 667

Berekening 6MWT

Voorbeeld gebruik 6MWT

Voorbeeld gebruik 6MWT

3

Check
Palpeer spier of beweeg extremiteit passief
Minder snel afgeleid / er wordt niet gepraat
Patiënt geeft aan dat hij zich ontspannen voelt
Mond en handen open
Ontspannen ademhaling, ademfrequentie ↓
Bloeddruk ↓
Geen onwillekeurige bewegingen (ogen, hoofd)
Slaperig
Spieren gezicht ontspannen
Warme extremiteit door vasodilatatie

Ontspanning?

Distale spiergroepen → proximale spiergroepen
Ogen dicht
Geen palpatie of observatie, praat zo weinig mogelijk
Leer de patiënt om zich bewust te worden van spierspanning
Leer de patiënt verhoogde spierspanning te voelen / herkennen en te verminderen
Behandeling
½ uur, aantal x per week
Thuis oefenen
Rustige omgeving, ontspannen ademhaling
Positie: ruglig, benen niet gekruisd

Aandachtpunten

Ontspan een specifieke spiergroep van een extremiteit
Ontspan andere spiergroepen van dezelfde extremiteit
Fysiotherapeut leert patiënt spierspanning te voelen. Patiënt spant spieren aan tegen een lichte weerstand (5 sec), fysio legt uit dat bijbehorende gevoel spierspanning is, aanwijzing: “je voelt het vaak dicht bij het gewricht”
Patiënt ademt uit en laat de spanning gaan, blijft ontspannen gedurende 15 – 20 seconden
Patiënt spant aan en ontspant zonder weerstand / beweging

Stappen


“Geen spanning betekent ontspanning”
Niets doen = ontspanning”
“Je krijgt een warm gevoel in je arm”
“Concentreer op het gevoel in je spieren en speciaal op het verschil tussen spanning en ontspanning.
“na een tijdje zul je het verschil tussen spanning en ontspanning herkennen in elke willekeurige spier en in staat zijn die spanning te verminderen.

Aanwijzingen

Techniek om angst te verminderen door afwisselend aan- en ontspannen van grote spiergroepen
Verschil aanleren tussen spanning ontspanning
Physical & mental component.
Physical component: aanspannen & ontspannen grote spiergroepen, sequentiëel patroon
Mental component: focus op verschil tussen gevoel van aanspannen / ontspannen
Progressive relaxation Jacobson

Hf gaat in rust omlaag
Belastbaarheid wordt vergroot
Angina pectoris klachten nemen af 
Depressieve klachten nemen af 
Hartritme stoornissen nemen af 
Angstniveau daalt
Werkhervatting
Afgenomen kans op nieuwe cardiale problematiek 

Effecten van ontspanningstherapie

Matig belastbaar zijn
Moeite heeft om grenzen aan te geven
Problemen met werkhervatting
Onzeker
Angstig
Vermoeid
Doel :
Rust → Verminderen van angstige / depressieve gevoelens
Bewustwording spanning ↔ ontspanning → makkelijker om grens te ontdekken wat kan / wat kan niet
Ontspanning → bevordert herstel na inspanning

Ontspanning, voor welke patiënten?

Bereid een ontspanningssessie van 30 min voor, patiënt uit casus
Licht indicaties voor ontspanning toe
Leg effecten van ontspanning uit.
Bereid je voor om je sessie te oefenen met de gehele klas!

Opdracht 3.10 Ontspanning

Onregelmatige ademhaling
Rusteloos, bewegingen van ogen / hoofd
Tremor
Pols ↑
Geestelijke actief

Symptomen verhoogde tonus

Ademtherapie: aanleren van een natuurlijke en ontspannen adembeweging
Ontspanningstherapie: bewustworden en leren hanteren van lichamelijke en mentale gespannenheid, verminderen van onnodige spanning
Doel: patiënt krijgt middelen om zelf eigen spanning te reguleren, via aandacht, voorstelling, houding, beweging en ademhaling.

AOT- methode Van Dixhoorn
Samen met fysiotherapeut zoeken naar een instructievorm waarbij ontspanning ontstaat.
Instructies liggend, zittend of staand, sluiten aan bij houdingen in het dagelijks leven.
Vier proefbehandelingen: hoe reageert patiënt op de ontspanning.
Inzicht geven in spanning en ontspanning, patiënt laten ontdekken hoe hij spanningsprobleem de baas kan: bv. Door vaker rustpauzes te nemen, het ademen te regelen, de schouders of kaken bewust los te laten, of de aandacht te verleggen etc.

Verloop behandeling
Spanningsgerelateerde problemen: klachten zonder duidelijke somatische oorzaak, zoals hyperventilatieklachten, hoofdpijn, etc.
Psychische problemen: angst, depressie, paniek, etc.
Functionele problemen van houding, adem, stem en beweging
Spanningsproblemen met specifieke somatische oorzaak: klachten bij hart- en longpatiënten

Indicaties voor AOT
ICD
conditie en kracht
ontspanning...

graded exposure
Graded exposure therapy is a technique that is used by cognitive behavioral therapists to help their clients overcome many types of anxiety based disorders. With graded exposure, the client is gradually exposed and desensitized to the feared situation. Another name for graded exposure therapy is desensitization therapy.
"graded exposure, places the individual in fearful situations and gradually increases their exposure to such situations".
"Graded exercise, increases an individual's tolerance to activity over time'
opdracht 1 (3.7)
Voer een onderzoek uit mbt conditie en kracht:
welke inspanningstest gebruik je?
welke metingen moeten hierbij worden uitgevoerd?
wat is je uitkomstmaat?
Welke krachttest gebruik je?
geen astrandtest ivm betablokkers
borgscore uitvragen:
*vermoeidheid algemeen
*vermoeidheid benen
<82% van voorspeld is afwijkend (zie figuur 5.3)
Pace maker en ICD
Pacemaker mn voor bradycardy
ICD mn voor Tachycardy, echter gaat ook af bij bradycardy
zie ook www.hartstichting.nl
Het verschil met een pacemaker is dat een ICD kan ingrijpen bij een levensbedreigende hartritmestoornis door een elektrische schok toe te dienen (defibrilleren), waarna het hartritme normaliseert.(bron: sintantoniusziekenhuis
een pacemaker geeft kleine stroomstootjes
wanneer het hart te langzaam klopt.
gegevens mevr. Iedema:
35 jaar
lengte 1.72 m
gewicht 88 kg
afstand 6 min. wandel: 240 m bepalende factor: angst !
vandaag:
Trainingsprogramma
Proeftoets
In het algemeen kun je stellen dat krachttraining leidt tot een toename van de spierkracht.
Deze toename wordt veroorzaakt door coördinatieverbetering en/of door hypertrofie.

Effecten van krachttraining

Toename van de hoeveelheid en de grootte van de mitochondriën.
Toename van het aantal doorbloede capillairen in spieren.
Toename van de concentratie spierenzymen.
Toename van de hoeveelheid energierijke fosfaten (atp, cp).
Toename van de hoeveelheid spierglycogeen.

Perifere trainingseffecten

Als gevolg van regelmatige fysieke belasting met voldoende intensiteit treden er na verloop van tijd fysiologische aanpassingen op.
De trainingseffecten zijn afhankelijk van de aard, de duur en de intensiteit van de belastingsprikkel
http://mijn.bsl.nl/mijn-bsl/boeken/inspanningsfysiologie-oefentherapie-en-training---9789031387328/module-ii-training-en-adaptatie/trainingseffecten-en-training-van-patientgroepen/4680692.html

Trainingseffecten

Veel patiënten zitten met vragen over een groot aantal zaken, zoals:
de schokuitlokkende factoren;
de hoogte van de hartfrequentie waarbij een schok zal worden gegeven;
de kans op inadequate ontladingen;
eventuele externe beïnvloeding van het apparaat door detectiepoortjes, hoogspanningsleidingen, mobiele telefoons, inductiekookplaten of (scheer)apparaten;
de levensduur van de batterij;
het verschil tussen overpacen en defibrilleren;
eventuele beschadiging van de hartspier door een schok;
de kans op losraken van de draad of breuk daarvan.


Vragen ICD patienten

Alle ICD’s hebben ook een pacemakerfunctie. Hierbij kan afhankelijk van het type alleen in de ventrikel (VVI-ICD) of in atrium en ventrikel (DDD-ICD) gepaced worden. Meestal wordt de pacemaker bij iedereen aangezet, maar alleen als back-up. Dit betekent dat de pacemaker zal gaan werken als het ritme onder een bepaalde frequentie komt (meestal veertig of zestig slagen/min).

De ICD controleert 24 uur per dag het hartritme.
Bij een frequentie boven de 200 slagen/min (een ventrikeltachycardie, VT) zal de ICD eerst proberen de ritmestoornis te overpacen (ook wel anti-tachy pacing genoemd). Daarbij probeert de ICD de ritmestoornis te beëindigen. Wanneer dit niet lukt, zal na een aantal seconden de ICD ontladen.
Bij ventrikelfibrilleren (VF) zal de ICD niet overpacen, maar na vijftien seconden ontladen. Als de patiënt na één shock nog niet bijkomt, kunnen er na ongeveer tien seconden nog vier of vijf shocks volgen.

Werking van de ICD

een te snel hartritme (tachycardie)
een te snel en onregelmatig hartritme (fibrilleren)
een te langzaam hartritme (bradycardie)

Tachycardie en fibrilleren

De ernstigste hartritmestoornis is kamerfibrilleren. Bij deze tachycardie worden verschillende gebieden in de kamerwand zeer snel en chaotisch geactiveerd, waardoor de kamer zijn vermogen om effectief bloed rond te pompen verliest. De bloedsomloop komt tot stilstand.
Kamerfibrilleren is dus iets heel anders dan boezemfibrilleren. Boezemfibrilleren komt veel voor, is hinderlijk en vooral op de langere termijn een risico voor de gezondheid. Kamerfibrilleren komt minder voor, gaat bijna altijd samen met andere hartproblemen en is vaak de oorzaak van een plotse hartdood



Kamerfibrilleren Ventrikelfibrilleren (VF)

Boezemflutter is ook een tachycardie en een broertje van boezemfibrilleren. Ze lijken veel op elkaar, maar bij boezemfibrilleren is het ritme chaotisch, bij boezemflutter regelmatig en extreem hoog.
Bij boezemflutter kan het hartritme in de boezems oplopen tot 300 slagen per minuut. De AV-knoop kan het niet volgen en geeft de elektrische prikkel vertraagd door aan de kamers, die vaak samentrekken in een ritme van ongeveer 150 slagen per minuut

De ejectiefractie is een percentage dat uitdrukt hoeveel bloed de linker- of de rechterkamer na het samentrekken heeft verlaten.
De ejectiefractie is een manier om de conditie van het hart in cijfers uit te drukken. Normaal ≥ 60%.
Berekend wordt het verschil tussen de grootste vulling van de kamer in de fase van de ontspanning en de kleinste vulling in de fase van het samentrekken.
De hoeveelheid bloed die de kamer heeft verlaten is 90 ml (120 – 30 = 90). De ejectiefractie is hier 75 procent (90 ml is 75 procent van de grootste vulling van 120 ml.)
Een verzwakte hartkamer heeft ernstige gevolgen voor de effectiviteit van de bloedsomloop en zuurstofvoorziening van het lichaam.

Ejectiefractie

Maak een trainingsprogramma voor zes weken met als doel verbetering van de VO2max en het krachtuithoudingsvermogen. Mw. wil 2x per week trainen. Probeer het trainingsschema voor de VO2max en het krachtuithoudingsvermogen aan te laten sluiten op de tak van sport die mw. in de toekomst wil gaan beoefenen.
Geef voor de trainingsvariabelen aan hoe en op welke manier je wilt gaan trainen?
Welke tak van sport raad je aan en waarom?
Waar moet je rekening mee houden?
Hoe train je aëroob uithoudingsvermogen en het krachtuithoudingsvermogen?
Welke spiergroepen moeten er getraind worden in relatie tot de tak van sport?
Laat dit zien in de ontwikkeling van het trainingsprogramma.
Wanneer doe je een tussentijdse test en waarom?
Wat doen ß-blokkers met de hartfrequentie tijdens de training?

Opdracht 1

Verlaagde hartfrequentie (in rust en bij submaximale inspanning).
Toegenomen slagvolume van het hart.
Toename van het hartminuutvolume tijdens maximale inspanning.
Toename van bloedvolume en hemoglobinegehalte.
Toename van het a-vO2-verschil.
Daling van de bloeddruk.
Toename van de VO2max.
Verhoging van de anaerobe drempel.
Toename van het maximale ademminuutvolume.
Toename van de effectiviteit van de ventilatie.
Vergroting van de diffusiecapaciteit van de longen.
Vergroting van longvolumina en -capaciteiten.

Centrale trainingseffecten

Ontlading ICD

In 1984 is men gestart met de implantatie van de ICD bij patiënten. Vaak wordt de ICD in combinatie met een pacemaker geïmplanteerd. Patiënten komen in aanmerking voor plaatsing van een ICD wanneer:
zij een levensbedreigende ventrikelritmestoornissen hebben overleeft en risico hebben op hernieuwde levensbedreigende ventrikelritmestoornis
zij een ernstige hartziekte hebben en er bij hen in de familie acute hartdood is voorgekomen
zij door de aanwezigheid van een hartziekte een hoog risico hebben op levensbedreigende ventrikelritmestoornissen.


ICD

Een AV-blok is een blokkade van de AtrioVentriculaire knoop, de plaats waar de elektrische prikkel overspringt van de boezems (atria) naar de kamers (ventrikels).
Er zijn twee soorten: een gedeeltelijk AV-blok en een totaal AV-blok. Bij een gedeeltelijk AV-blok wordt de elektrische prikkel tijdelijk geblokkeerd, bij een totaal AV-blok springt er helemaal geen prikkel meer over van de boezems naar de kamers. Het gevolg is een vertraging van het ritme in de kamers, een bradycardie.
De hartkamers blijven zelfs bij een totaal AV-blok samentrekken. De spiercellen van de kamers zijn namelijk in staat om zelf een elektrische prikkel op te wekken, maar wel in een traag ritme. Toch wordt bij een totaal AV-blok als regel een pacemaker geïmplanteerd.

AV-blok

De sinusknoop is een groepje cellen in het plafond van de rechterboezem. Deze cellen beginnen als eerste met de elektrische prikkel die de hartspier aanzet tot samentrekken. De sinusknoop is daarmee de natuurlijke pacemaker van het hart.
Soms komt de prikkel uit de sinusknoop te traag, soms komt er zelfs helemaal geen prikkel. Het gevolg is een bradycardie, waarbij de hartslag vertraagt en het hart de bloedsomloop niet goed in beweging kan houden

Zieke sinusknoop

Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis van de hartspier in de boezems.
Ook het samentrekken van de hartkamers is onregelmatig, maar het ritme in de kamers is meestal minder snel, omdat de AV-knoop tussen boezems en kamers de elektrische prikkel vertraagd doorgeeft. Daardoor blijft de pompkracht van het hart behouden.
Een ander risico van boezemfibrilleren is de vorming van bloedpropjes. Als het bloed in de slappe boezems niet goed doorstroomt, heeft het de neiging te gaan stollen en kunnen zich bloedpropjes vormen. (slagroom) Dat gebeurt vooral in de nisvormige ruimte van het linkerhartoor. Mogelijk gevolg: beroerte of hartinfarct

Boezemfibrilleren
atriumfibrilleren (AF)

De pompfunctie van het hart is afhankelijk van het prikkelgeleidingssysteem.
Als de hartspier in het juiste tempo en de juiste volgorde samentrekt, pompt het hart optimaal.
Werkt het prikkelgeleidingssysteem niet goed, dan spreek je van een hartritmestoornis. Een hartritmestoornis kan de pompfunctie van het hart verzwakken.

(Fardy PS et al. 1995 p10)
[Bron: Richtlijnen Hartrevalidatie 1995 (deel I) gericht op fase II revalidatie, pag. 26]

Bronnen:
*Richtlijn hartrevalidatie KNGF
*Richtlijn Hartfalen
*Fardy PS, Yanowitz FG 1995 "Cardiac rehabilitation adult fitness and exercise testing" 1995
*Youtube video
*McGuigan, F.J. (1993). Progressive relaxation: origins, principles, and clinical applications. In: Paul M. Lehrer en Robert L. Woolfolk (Eds.). (pp 17-52). The Guilford Press: New York.
*Kisner&Colby, 5ed. 2004 Davis company
*Hurst's The Heart, 12 ed. 2008
*studiehandleiding blok 6, Hanzehogeschool, opl. fysiotherapie 2015/2016
(richtlijn KNGF hartrevalidatie)
(bron: Takken T, inspanningstests 2004)
(bron: Takken T, inspanningstests 2004)
(bron: Takken T, inspanningstests 2004)
(kisner&Colby,2007 p92)
(bron KNGF richtlijn)
(Bronnen: McGuigan, F.J. 1993,

Leffelaar. 1978. Compendium Oefentherapie. Lochem: Tijdstroom.
Lehrer, P., & Woolfolk, R. 2008. Principles and Practice of Stress Management. Guilford Press.)
(Bron:Leffelaar 1978)
(Bron:http://www.nhlbi.nih.gov/health/health-topics/topics/icd)
(kisner&Colby)
(bron KNGF richtlijn)
(bron:www.hartstichting.nl/icd)
(Hurst's, 2008)
(Hurst's, 2008)
(Hurst's, 2008)
(Hurst's, 2008)
(bron:www.hartstichting.nl/icd)
Basis bron: studiehandleiding blok 6, Opl. fysiotherapie Hanzehogeschool Groningen 2015/2016
(bron: cat sleep anyway door Trish Hamme CC BY -SA)
(bron: lazy on a sunday afternoon by jorbasa fotografie, CC by SA)
(bron: lazy sunday afternoon by David Blackwell, CC by SA)
(CC by SA, july 13, 2013 by Arya Ziai)
(bron: Takken T inspanningstest, 2004)
(CC by SA, lazy sunday cat by the last cookie)
blok 2.2 wk 5
Full transcript