Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Vertelperspectief

No description
by

Henny Roels

on 10 October 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Vertelperspectief




de verteller kruipt in de huid van één personage
je kan goed meeleven, je kent de gedachten en gevoelens van het hoofdpersonage.
slechts één kant van het verhaal.
vooruitlopen in de tijd is hier onmogelijk.
hij/zij-vorm

Voorbeeld:
'Paul
kon
zijn
kop er niet bijhouden,
hij
dwaalde voortdurend af naar eergisteren. De rommel in
zijn
hoofd was nog lang niet opgeveegd. Dus maar weer eens kijken of er nog mail was. Die was er. Van Kim. Had
hij

zijn
e-mailadres gegeven? Kon
hij
zich niet herinneren. Maar ja, dat zei niet alles. Het was een warboel in
zijn
hoofd.'


Uit: Obsessie van Joost Heyink
ik-vertelinstantie



we volgen door de ogen van het hoofdpersonage, in de ik-vorm
je kan je heel sterk inleven, je kent zijn/haar gedachten en gevoelens
zienswijze beperkt tot de ik-figuur.
vooruitlopen in de tijd is hier onmogelijk.

Voorbeeld:
'
Ik
heet Mary.
Ik
ben een heks. Zo word
ik
door sommige mensen tenminste genoemd.'

Uit: Heksendochter van Celia Rees
1. Alwetende vertelinstantie

v
erteller zelf niet in het verhaal aanwezig.
kan commentaar geven
kan vooruitlopen
kan lezer rechtstreeks aanspreken
verteller weet wat er zich op verschillende plaatsen afspeelt
lezer weet meer dan personages
hij/zij-vorm

Voorbeeld:
'De twee zwarte gendarmen reden die avond in het dorp nietsvermoedend een wisse dood tegemoet.
Het was de laatste dag van april 1943 en het piepkleine dorpje heette Krekenlaar.
In Krekenlaar gebeurde er nooit wat. En zeker niet, nu het oorlog was.
De stalen vuist van Hitler had het kleine Krekenlaar samen met de rest van het land in een onwrikbare tang genomen. En het was dus wachten op de Britten en de Amerikanen die het land zouden komen bevrijden, op de terugkeer van de koning en van de regering.'

Uit: Henri van Daele, Woestepet, een moffenkind
4. Meervoudige vertelinstantie (wisselend ik of wisselend hij/zij)

door de ogen van verschillende personages.
gedachten en gevoelens van een aantal personen.
lezer krijgt zo meer info.
verschillende 'inzichten'.

Voorbeeld van wisselend ik-perspectief:
volgende dia

Boomhuttentijd van Do van Ranst
Vertelsituatie
Lies
Mama is in de kamer van Thomas.
Ik

zie haar op zijn bed zitten, in haar handen houdt ze een blauwe jeans.

Ik

ga naast haar zitten. Ze schrikt niet, alsof ze
me
verwachtte.

Ik

wilde al een paar keer zijn kamer binnengaan maar heb het toch niet gedaan, alsof

ik

liever wachtte op het moment dat moeder er zou zijn. We maken zijn hele kleerkast leeg. We nemen alle spullen, een voor een, in onze handen. Mama ruikt zelfs aan zijn hemden. Dat durf
ik
niet.

Yvette
"Hij

was een knappe kerel", zeg

ik

tegen Lies. Ze zegt niets terug. "We missen vier dingen: de witte sweater met blauwe horizontale strepen, het linnen hemdje dat hij er altijd onder droeg, zijn donkerste blauwe 501 en zijn korte

fluwelen jasje."

Ik

smaak de tranen in mijn woorden. Lies slaat haar armen om
me
heen en

ik

huil zonder geluid, als in een stomme film. Buiten hoor
ik
Daniëls verdriet in elke doffe slag.

Tim
Als

ik

mijn eerste communie doe, mag niemand in het zwart of in het grijs komen, want

ik

hou niet van zwart en grijs en niemand mag huilen en de mis mag niet zo lang duren en de pastoor moet grapjes vertellen en het zal zeker niet zijn zoals eergisteren. En Thomas moet er ook zijn.

Boomhuttentijd van Do van Ranst
Vertelinstantie
1. alwetende/auctoriale vertelinstantie
2. ik-vertelinstantie
3. personale vertelinstantie
4. meervoudige vertelinstantie: meervoudig ik/meervoudig personaal

beschrijft de gebeurtenissen nadat die hebben plaatsgevonden (terugblik)

voorbeeld:

"Normaal neem
ik
nooit een taxi, maar het was vijf uur 's ochtends,
ik
was te moe om te gaan lopen en
ik
had net een briefje van tien in mijn jaszak gevonden.
Ik
liep naar binnen voor een rit naar huis en had prompt de vreemdste ontmoeting van
mijn
leven.
Achteraf bleek dat die tien pond helemaal niet van
mij
was.
Mijn
zus Mercy had de avond ervoor -zonder te vragen-
mijn
jas geleend, ook al staan jongenskleren haar niet en was hij zeker twee maten te groot. [...]
Het is gek als je over zulke belangrijke momenten in je leven gaat nadenken, toevallige gebeurtenissen die op den duur enorm belangrijk blijken te zijn."

uit: Jenny Valentine, Op zoek naar Violet Park
1b. belevende ik
beschrijft de gebeurtenissen terwijl ze plaatsvinden

voorbeeld:

" En?" vraagt papa. "Hoe is het met de liefde?"
Ik
haat dat soort vragen om een vertrouwelijk gesprek te beginnen. "Stilletjes", zeg
ik
terwijl ik het bierviltje aan stukken breek. "Heb ik die vriendin van jou ooit ontmoet?""Wie?" "Dat meisje dat verongelukt is."Zijn hand trilt als hij zijn kopje naar zijn mond brengt.
Ik
heb medelijden met hem en haat
mezelf
daarvoor.

uit: Brigitte Van Aken, Ooit is niet nu
1a vertellende ik
2. personale vertelinstantie

Al voordat hun auto op de dijk uit de bocht vloog en in het water belandde, voelden Max en Laurie zich bedrukt. Ze hadden ruzie. Op het moment dat de wielen van de weg loskwamen, dacht Max: nu krijg je me eindelijke waar je me hebben wilt – in een rolstoel.
Laurie dacht niets, maar gilde. Het was haar te moede alsof het einde der tijden was aangebroken. Dat was niet zo: de auto kwam maar half in de rivier terecht. De vooruit raakte onder water, maar de achterkant verkeerde nog op de wal.
Hun twee jongetjes achterin gaven geen enkel geluid. Ze deden net een wedstrijd wie het langste zijn adem in kon inhouden. Ze zouden allebei liever stikken dan verliezen. Het was een gelukkig toeval dat ze weigerden om te ademen, want bij het verlaten van het voertuig ging iedereen kopje onder. Dat de auto te water was geraakt was daarentegen geen toeval.

Renate Dorrestein, Buitenstaanders
Full transcript