Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Mavo 2 - Hoofdstuk 3

No description
by

Luigi Toadstool

on 15 November 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Mavo 2 - Hoofdstuk 3

Mavo 2 - Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3
Par 3.1 - Wat maak je?
Par 3.2 - Hoe maak je het?
Par 3.3 - Wat kost dat?
Par 3.4 - Wat kost het voor het milieu?
Par 3.1 Wat maak je?
Doelstelling:
Het begrip bedrijfskolom kunnen uitleggen.
Par 3.2 - Hoe maak je het?
Doelstelling:
Kunnen uitleggen of een bedrijf kapitaalintensief is of arbeidsintensief.
Par 3.3 - Wat kost dat?
Doelstelling:
De nettowinst kunnen uitrekenen.
Periode 1: #nr.
Periode 2: Werken met doelstellingen.
!# 1. Produceren
!# 2. Productieweg
!# 3. Bedrijfskolom
BTW
Consumentenprijs - 106 of 121%
Verkoopprijs (excl. BTW) - 100%
BTW (0%, 6% of 21%)
Dus: Verkoopprijs + BTW = Consumentenprijs
In
€€

€69,98
Verkoopwaarde
Verkoopwaarde


Inkoopwaarde


Brutowinst
€69,98

€40,00
€29,98
Verkoopwaarde:
De prijs van producten bij verkoop.

Inkoopwaarde:
de prijs van de ingekochte producten.

Brutowinst:
het verschil tussen inkoopwaarde en verkoopwaarde.


In formule:
Brutowinst = Verkoopwaarde - Inkoopwaarde

Verkoopwaarde:


Inkoopwaarde:
€99,95


€30,50
Verkoopwaarde


Inkoopwaarde


Brutowinst
€99,95
€30,50
€69,45
Afzet & Omzet
Afzet = aantal producten dat een bedrijf verkoopt.
Omzet = het bedrag dat alle producten opbrengen (let op! geen winst!)
Omzet = afzet x verkoopwaarde
We gaan wat verkopen op een festival - "Zonnebrillen".

Gegevens:
€5 per stuk verkoop.
Inkoop hebben ze ons €1 gekost.
We verkopen er 10.

Bereken de brutowinst!
Hint! Omzet - totale inkoop = brutowinst.
€500,00
- €430,55
Bedrijfskosten
Netto Winst
EN NU?!
Ik zal meer moeten verkopen!
Begin Eind
Productieweg: De werkingen die het product ondergaat van begin tot eindproduct.

Bedrijfskolom: toont alle bedrijven die voorkomen op de productieweg van een bepaald product.
Produceren: Het maken van goederen
óf het leveren van diensten..
Opdracht!
Gegevens:
We verkopen de volgende producten.
Product A) 10x
Product B) 5x
Product C) 30x

Inkoopwaarde = 50% van de verkoopwaarde.

Bedrijfskosten zijn €1.050,00
Bereken de Netto winst.
Tip! Bereken eerst de brutowinst.
Huiswerk:

Lezen par. 3.2 + Maken t/m opdr. 20

Probeer deze zelf te maken!
Gebruik de prezi voor uitleg over 3.2.

Prezi 3.2 ook tijdens de volgende les a.s. dinsdag!


De leerlingen die de toets afgelopen dinsdag hebben gemist halen deze a.s. maandag in!
We beginnen met lezen op pag. 80
Voorbeeldsom.
#1. Een pak koekjes kost in de supermarkt €2,99. Bereken de verkoopprijs en de btw.
Consumentenprijs €2,99
106%
6%
100%
1%
Dus verkoopprijs: €2,99 : 106 x 100
Dus btw: €2,99 : 106 x 6
Er zijn 3 verschillende productiefactoren (productiemiddelen) te onderscheiden.
Arbeid
Natuur
Kapitaal
(Productiefactoren zijn de middelen die nodig zijn om te kunnen produceren.
Menselijke inspanning.
Als een bedrijf arbeidsintensief is, dan gebeurt het meeste werk door mensen zelf.
appels plukken, asperges steken etc..
Alles wat uit de natuur komt zonder bewerking door mensen.
Machines, gebouwen, gereedschappen en andere hulpmiddelen zijn kapitaalgoederen en noem je de productiefactor kapitaal.
Bij een kapitaalintensief bedrijf zorgen vooral machines voor de productie. Denk aan bouwen van auto's/vliegtuigen etc.
Mechanisatie:



Automatisering:
Veel arbeid wordt nu gedaan door machines. Mechanisatie is het vervangen van menselijke arbeid door machines.
Denk aan agrarisch werk (werk op platteland)
Het overnemen van menselijke arbeid door computers.
Investeren.
Het kopen van kapitaalgoederen zoals machines, gereedschappen of gebouwen om het produceren makkelijker te maken of meer, beter en/of goedkoper te kunnen produceren.
Arbeidsproductiviteit.
De hoeveelheid producten die een arbeidskracht kan maken in een bepaalde tijd.
Denk aan jezelf, hoeveel huiswerk kan jij per uur maken? Hoeveel jouw klasgenoot, Van wie is de productiviteit hoger. Ofwel wie heeft in dezelfde tijd meer huiswerk gemaakt?!
Full transcript