Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

De oorsprong van de Nijl

No description
by

Sam Veerkamp

on 17 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of De oorsprong van de Nijl

De oorsprong van de Nijl

De Nijl is zo’n 5499 tot 6695 km lang. De bron van de Nijl is lange tijd onbekend gebleven. In de 19e eeuw werd voor het eerst het Victoriameer, dat op het verloop van de rivier ligt, geïdentificeerd als bron van de Nijl door John Hanning Speke.



Maar uit verder onderzoek is gebleken dat het kleinere Tanameer verantwoordelijk is voor meer dan 72% van het water dat door de Nijl stroomt. Sinds 2005 wordt echter aangenomen dat de bron ligt in het Nationaal park Nyungwe Forest in Rwanda en via de rivier de Rukarara en de rivier Akagera naar het Victoriameer loopt. De nieuwe gegevens maken de rivier 107 km langer dan eerst gedacht werd.

De Nijl is afkomstig vanuit het hart van Afrika en is een combinatie van twee rivieren, de Witte en de Blauwe Nijl, die samenkomen nabij Khartoem in Soedan en vandaar als één rivier uiteindelijk uitmondt in de Middellandse Zee.

De Landbouw-Stedelijke samenleving langs de Nijl

De Nijl is erg belangrijk voor de landbouw van de Egyptenaren. De landbouw komt oorspronkelijk uit Arabië en is naar Egypte overgewaaid. Als de Nijl overstroomde werden de oevers vruchtbaar. De Nijl overstroomde omdat bij de oorsprong van de Witte Nijl en bij de oorsprong van de Blauwe Nijl het dan net het regenseizoen is geweest, dat water stroomt in de Nijl en het gaat dan vaak rond de Nijl regenen en dan overstroomd de Nijl.

Daarom zijn/waren veel Egyptische steden en dorpen langs de Nijl. Ze gebruikten dammetjes en een sjadoef(waterschep). De Egyptenaren moesten dus samenwerken, want als jij een dammetje had en de achterbuurman had dat niet dan stroomde het water over je dammetje heen. Tegenwoordig gebruiken de Egyptenaren een irrigatiesysteem, via allerlei kanalen, gootjes en dammetjes wordt het water naar de akkers geleid. De Nijl was ook heel belangrijk voor transport van goederen zoals graan. De Egyptenaren hadden gewassen op hun velden, brachten die naar de haven, en de gewassen werden verhandeld
Wat heeft de Nijl met het onstaan van Egypte te maken?

Rond 8000 v Chr werd Afrika steeds droger en droger zodat mensen naar vruchtbare gebieden terug werden “geduwd”

Rond 6000 v Chr tot 4000 v Chr werd Arabie een echte woestijn door de klimaat veranderingen

Rond 4000 v.Chr gingen de mensen uit Arabie en uit Oost-Afrika bij de Nijl wonen en gingen land verbouwen en de mensen verbouwde het land op de vruchtbare slib die de Nijl achterliet tijdens zijn jaarlijkse overstroming. De volgende jaren werd er rond de Nijl langzaam een landbouweconomie ontwikkeld

De gehele Egyptische beschaving is rond de oevers van de Nijl opgebouwd. Zonder de Nijl geen Egypte. Dus zonder de Nijl zouden om 4000 voor Chr alle mensen die nu in een gebied de woestijn de Sahara wonen zouden gestorven

De Nijl

Van Vincent, Kevin, Lorenzo en Sam
Zijn er verder nog vragen?


De Nijldelta (Arabisch: دلتا النيل) is de zeer grote monding van rivier de Nijl in het noorden van Egypte. De grond van de Nijldelta is al meer dan vijfduizend jaar zeer vruchtbaar en onder andere daardoor rijk aan archeologische bezienswaardigheden van de oude Egyptische cultuur.
Opper- en Neder-Egypte
De Nijl heeft haar oorsprong in een tweetal meren in Afrika en loopt in noordelijke richting door Egypte, om uiteindelijk in de Middellandse Zee uit te monden. Deze uitmonding is in de vorm van een rivierdelta, de Nijldelta genoemd. Oorspronkelijk splitste de Nijl zich in zeven vertakkingen, wat een breed, zeer vruchtbaar stuk land opleverde in het noordelijkste deel van Egypte. Stroomopwaarts van de Nijldelta beperkte het vruchtbare land zich tot een smalle strook langs de rivier. Hierdoor waren (en zijn) slechts enkele procenten van het totale oppervlak van Egypte voorzien van Nijlwater. De rest is een gigantisch uitgestrekte woestijn.


In de begintijd van de Egyptische beschaving bestonden er twee individuele koninkrijken: de Nijldelta vormde Neder-Egypte en het zuidelijker deel behoorde tot Opper-Egypte. Deze rijken ontlenen hun naam aan de loop van de Nijl: dichter bij oorsprong was "opper", en dichter bij de uitmonding was "neder". Egypte had aanvankelijk dus twee koningen. In hiërogliefen werd de koning van Opper-Egypte gesymboliseerd door een witte kroon en de lotus, terwijl de Neder-Egyptische koning een rode kroon droeg en altijd werd afgebeeld met de papyrusplant. Deze planten karakteriseerden het door de Nijl bevruchte landschap in beide streken. Omstreeks 3100 v. Chr. werden de beide rijken samengevoegd onder één enkele machthebber: de farao. Deze werd afgebeeld met een dubbele kroon, waarmee de heerschappij over een verenigd Opper- en Neder-Egypte werd gesymboliseerd.
De westelijke rivierarm van de Nijl, die in noordwestelijke richting in de Middellandse Zee uitkomt bij Rosetta, heet de Rosetta-aftakking. De oostelijke rivierarm die in noordoostelijke richting in de Middellandse Zee uitkomt, heet de Damietta-aftakking. Deze mondt bij de plaats Damietta uit in de zee.
Aan de noordkant van de Nijldelta ligt een aantal meren: in het noordwesten bij Alexandrië het Mayroet-meer en het Idkoe-meer, in het noorden het langgerekte Boeroelloes-meer, en in het noordoosten bij Damietta het Manzala-meer.
Aan de zuidpunt van de Nijldelta liggen Caïro en Gizeh. De Nijldelta is ongeveer 24.000 km2 groot. Tegenwoordig wordt het grootste gedeelte van de gewassen die de Egyptische bevolking voorzien van voedsel geleverd door de Nijldelta.


De Delta speelde een belangrijke rol in de economie, politiek en cultuur van het oude Egypte vanaf dynastieke periode tot aan de Ptolemeïsche periode (332-30 v.C.) In de tijd van de farao’s werden de moerassen van de Nijldelta gevoed door de Nijlarmen. De boeren uit die tijd bewerkten de oevers. In de loop van de eeuwen werd het door klimaatveranderingen steeds droger, daardoor kon meer land worden bewerkt. De moerassen veranderden in savannes. Tegen de tijd van het Nieuwe Rijk (1550-1069 v.C.) had het droogleggen van de Delta al een landbouwgebied opgeleverd dat twee keer zo groot was als de hele Nijlvallei.
Rond de Nijl konden mensen landbouw plegen: graan zaaien en oogsten, dieren (en mensen) water laten drinken. Zo werd de Nijl-delta steeds dichter bevolkt. Klei uit de rivier werd gebruikt om dingen te bakken: potten, beelden, bak-stenen. De Egyptenaren deden al 5000 jaar geleden aan "water management." Ze legden kanalen en slootjes aan, die het water bij vloed naar het achterliggende land brachten: Ook maakten ze "water-hef-systemen". Door dit "water-management" was er genoeg landbouw, veeteelt en voedsel. De mensen vlochten manden, weefden linnen voor kleding, verbouwden lijnzaadolie. De Nijl was een goede vaarroute. Zo konden de Egyptenaren voedsel en goederen verkopen: er kwam rijkdom. De Egyptenaren gingen Schrift gebruiken: ze schreven op plakjes klei, kleitabletten, en op "papyrus", gedroogd riet, waar ze papier van maakten.


Tijdens de Tweede Tussenperiode (1793-1550 v.C.) werd Egypte geregeerd door de Hyksos, die hun rijk in het noorden stichtten. De oostelijke Delta werd het land van Gosen genoemd en daar bevond zich de hoofdstad van de Hyksos, Avaris. In de 7de eeuw v.C. werd Naukratis, in de westelijke delta, een bloeiend Grieks handelcentrum. Hier werd de hoofstad van Ramses II, Pi-Ramses, gebouwd. Tijdens het eerste millennium v.C. werd de Egyptische handel gedomineerd door de Delta. De Delta werd nog belangrijker toen de Ptolemeeërs hun hoofdstad Alexandrië bouwden tussen de zee en de Delta.
Veranderingen in de loop van de rivier door Neder-Egypte hebben de oudste geschiedenis van het gebied vrijwel volledig uitgewist. De oorspronkelijke rivierarmen raakten gevuld met slib, op twee na, de oostelijke Damietta en de westelijke Rosetta-vertakking. Steden werden verlaten of verdwenen met het opdrogen van de vertakkingen en de meeste historische overblijfselen uit de Delta hebben veranderende verloop van de Nijl, de mediterrane regens en het herhaalde bewerken van het land niet overleefd.

De Nijl-Delta
Alexandrië

De stad is genoemd naar Alexander de Grote, die een wereldrijk vestigde waar ook Egypte deel van uitmaakte. In zijn opdracht ontwierp en bouwde de Griekse architect Dinocrates van Rodos de stad vanaf ongeveer 330 v.Chr. Alexandrië was één van de vele steden die werden gesticht door (in opdracht van) en/of vernoemd naar Alexander de Grote.
Alexandrië moest de eerdere Griekse nederzetting in de Delta, Naukratis, dat 70 kilometer in het binneland lag en behalve als commercieel centrum nooit een rol van betekenis had gehad, vervangen. Alexander wilde zijn stad stichten aan de kust, ondanks de slechte kwaliteit van het terrein en de slechte aanlegplaats. Volgens antieke bronnen zou de stad zijn gebouwd op de plek waar eerder het antieke Rahkotis lag met een aantal andere dorpen. Waarschijnlijk waren dit eenvoudige vissersplaatsen.

Na de dood van Alexander in 332 v.C. werd zijn lichaam door zijn generaal Ptolemeus naar Alexandrië gebracht en aldaar begraven. De stad werd de hoofdstad van het Ptolemeische Rijk en erfde het handelsverkeer van de Fenicische stad Tiro, die door Alexander was verwoest tijdens zijn strijd tegen de Perzen. Alexandrië werd al snel een van de belangrijkste steden in de Hellenistische wereld en wat later één van de belangrijkste metropolen van de Oudheid, en stond na Rome op de tweede plaats wat betreft rijkdom en grandeur. Julius Ceasar verbleef in de stad als gast van Cleopatra, en na hem Marcus Antonius. Cleopatra en Marcus Antonius werden verslagen door Octavianus bij de Slag bij Azio in 31 v.C. waarna Egypte werd ingelijfd bij Rome, als keizerlijke provincie, rechtstreeks bestuurd door vertegenwoordigers van de keizer, in plaats van door de Senaat. De nieuwe provincie werd vooral belangrijk als graanschuur voor Rome. In deze periode bereikte de bevolking het aantal van 300.000 liberi, waarbij het aantal slaven nog moet worden opgeteld, en was het de tweede grote stad in het Rijk na Rome.

Alexandrië

De bibliotheek van Alexandrië
De grootste bibliotheek uit de oudheid was de bibliotheek in Alexandrië. Deze schat aan informatie in het Middellands Zeegebied werd opgericht aan het begin van de 3e eeuw voor Christus in de hoofdstad Alexandrië van het Grieks-Egyptische rijk. Na de dood van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) werd Ptolemaeus I Soter (367-283 v. Chr.) koning van Egypte. In de hoofdstad Alexandrië stichtte Ptolemaeus rond 290 v. Chr. een ‘cultuurcentrum’: het Museion. De bibliotheek was een onderdeel hiervan.

Het gebouw
Er is heel erg weinig informatie over de bibliotheek overgeleverd. Eén van de bronnen die beschikbaar is, is Hekataios van Abdera (4e eeuw v.Chr.). Hij omschreef de plaatsing van het gebouwencomplex. Aan de hand van andere bibliotheken die nadien werden gebouwd is wel af te leiden hoe de bibliotheek eruit moet hebben gezien. De bibliotheek bestond uit een lange, hoge zaal of gang. De wanden waren voorzien van eindeloze nissen met boekenrollen. Aan de andere kant van de ‘zaal’ waren een aantal ruimtes, die als werkruimtes gebruikt konden worden. In 2004 zijn er wel resten gevonden van het Museion. Archeologen vonden 13 ruimtes waarin in totaal 5000 leerlingen konden plaatsnemen. Maar geen enkel spoor van de bibliotheek.

De bibliotheek van Alexandrië

De boekenrollen
In de bibliotheek waren onder andere de werken van Aristoteles te vinden. Op het hoogtepunt bevatte de bibliotheek tussen de 400.000 en 700.000 boekrollen. De bibliotheek was verspreid over verschillende gebouwen in de stad. Studenten en geleerden van over de hele wereld kwamen naar de bibliotheek door de concentratie van informatie over allerlei wetenschappen en kennisgebieden. De bibliotheek was dus ook een studiecentrum. Beroemde wetenschappers als Euclides en Archimedes werden uitgenodigd om zich in Alexandrië te vestigen en mochten gebruik maken van de bibliotheek. Er zijn nog een paar indexen van de bibliotheek bewaard gebleven. Daardoor is bekend wat er van de boekenrollen bewaard is gebleven en verloren is gegaan.


Het einde van de bibliotheek
Over het einde van de Alexandrijnse bibliotheken doen vele verhalen de ronde. De bekendste is de vuurzee tijdens de confrontatie van Egypte met Julius Caesar (100-44 v.Chr. ) in 48 voor Christus. Ook doet een verhaal de ronde over de christenen uit de 4e eeuw die schuldig zouden zijn aan de verwoesting. Zij zouden deze bibliotheek willen vernietigen omdat het niet strookte met hun godsdienst. Weer een ander verhaal is dat de bibliotheek in vergetelheid raakte en de boekrollen werden gebruikt om het vuur op te stoken waar de stad mee verwarmd werd. De laatste versie is dat de bibliotheek werd vernietigd tijdens de Arabische verovering in 642 in opdracht van kalief Omar (584-644). De ware oorzaak blijft echter in nevelen gehuld.

De vuurtoren van Pharos

De Pharos van Alexandrië is voor zover bekend de eerste en oudste vuurtoren die ooit werd gebouwd (tussen 297 en 283 v. Chr), en is een van de zeven wereldwonderen. Het stond op het gelijknamige eiland.


Kort nadat Alexander de Grote was overleden, nam zijn bevelhebber Ptolemeus Soter de macht in Egypte over. Hij was getuige geweest van de stichting van Alexandrië en besloot daar zijn hoofdstad te vestigen. Omdat er een vlakke kustlijn was en er gevaarlijke vaarcondities aanwezig waren, was een vuurtoren eigenlijk wel noodzakelijk.
Ptolemeus bedacht dit project, de architect was Sostratus, en de bouw begon ongeveer 290 v.Chr. en werd 15 jaar later voltooid onder de heerschappij van zijn zoon Ptolemeus Philadelphus. De bouw van de toren heeft 800 talenten gekost (1 talent is ongeveer 6.000 drachmen waard en 1 drachme staat ongeveer gelijk aan € 100,=). Dit was dus voor die tijd een duizelingwekkend hoog bedrag.

De vuurtoren is gebouwd op een eilandje (Pharos volgens de legende genoemd naar farao´s eiland) dicht bij de ingang van de haven van Alexandrë. Op de plek waar het middeleeuwse Arabische fort Qait Bay staat, dit fort is waarschijnlijk gebouwd op de fundamenten van de vuurtoren, want het heeft dezelfde afmetingen en indeling. Een deel van de stenen die gebruikt zijn bij de bouw van dit fort, zijn afkomstig van de vuurtoren.

Het uiterlijk van de toren
Het is niet geheel duidelijk hoe de toren eruit heeft gezien. Wel weet men redelijk veel over de bouw, omdat de toren nog niet zo heel lang geleden volledig is verdwenen. De toren was gebouwd van witte steen, misschien de plaatselijke kalksteen. Ook werd graniet verwerkt in de toren, op de zeebodem zijn namelijk granietbrokstukken gevonden van ongeveer 75 ton per stuk.

Abou-Haggag Al-Andaloussie heeft de toren in 1166 bezocht en een nauwkeurige beschrijving van de vuurtoren gemaakt. De toren moet ongeveer 117 meter hoog zijn geweest. De binnenste schacht werd gebruikt voor het naar boven transporteren van de brandstof voor het vuur. Op de top van de vuurtoren stond een spiegel die overdag het zonlicht weerspiegelde en ´s nachts het brandende vuur. Het licht van de toren had een bereik van ongeveer 35 km.

In de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft een Egyptische duiker rond het fort Qait Bey enorme overblijfselen zoals steen en beelden op de zeebodem gevonden. Men gaat ervan uit dat dit resten zijn van de ooit zo mooie en grote vuurtoren (die op de piramiden van Gizeh na het grootste gebouw op aarde was).
Vanuit de gevonden resten heeft men kunnen opmaken dat de toren uit drie lagen bestond, het onderste deel was vierkant en ongeveer 58 meter hoog, bevatte kamers van de permanente bemanning en hun vee en voorraden. In het onderste vierkant was een extra binnenmuur die de hogere delen van de vuurtoren ondersteunde. Het middelste gedeelte van de toren was achthoekig en bijna 27,5 meter hoog. Het derde en bovenste gedeelte was rond en ongeveer 7,5 meter hoog .

Vernietiging
Rond 956 ontstond er schade aan de toren door een aardbeving, maar toen in 1303 en 1323 nieuwe aardbevingen plaatsvonden ontstond er veel grotere schade, want het bovenste gedeelte stortte in zee. Er werd besloten de toren niet opnieuw op te bouwen. In 1480 besloot de sultan der Mamelukken, Qaitbay het bekende middeleeuwse fort te bouwen voor de versterking van Alexandrië en offerde de ruïne van de vuurtoren hiervoor op.
Full transcript