Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Zenuwstelsel

Anatomie en fysiologie
by

Ester Slooten

on 25 February 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Zenuwstelsel

Boek Anatomie & Fysiologie
Hoofdstuk 9 Zenuwstelsel Centraal Zenuwstelsel:
In de schedel en in de wervelkolom
Het centraal zenuwstelsel bestaat uit de volgende onderdelen:
Grote hersenen
Tussenhersenen
Hersenstam
Kleine hersenen
Ruggenmerg Centraal Zenuwstelsel Perifeer Zenuwstelsel (alles buiten het centrum)
Zenuwen:
12 paar hersenzenuwen
31 paar ruggenmergzenuwen
Sympathische grensstreng Perifeer Zenuwstelsel Deze ontspringen uit de hersenstam

Cijfer 1 t/m 12.

Ze staan bijna allemaal in verbinding met het hoofd en de hals.

Nervus Vagus = 10e zenuw = zwervende zenuw, komt buiten het hoofd, gaat naar slikspier, stembandspier, hart, maag en darmen! Hersenzenuwen Grote Hersenen: Cerebrum De grote hersenen bestaan uit twee delen.
Door de hersenbalk staan ze met elkaar in verbinding. Elke hersenhelft bevat de volgende hersenkwabben:

- voorhoofdskwab;
- wandbeenkwab;
- slaapkwab;
- achterhoofdskwab. Het hersenoppervlak is sterk vergroot door groeven en windingen.
Hierdoor is er meer ruimte voor zenuwcellen.

Elke hersenhelft heeft 2 groeven:
- centrale groeve
- laterale groeve

Rondom de groeven bevinden zich de schorsvelden, die elk hun eigen functie hebben.
- sensorische schors: prikkels vanuit de zintuigen komen hier binnen
- motorische schors: dit gebied geeft prikkels af via zenuwbanen naar de verschillende spieren, waardoor beweging mogelijk wordt Tussenhersenen Dit gedeelte van de hersenen ligt in het midden en aan de onderkant van de grote hersenen.

Het vormt een belangrijk schakelstation voor impulsen die naar de hersenschors gaan.

Daarnaast reguleren de tussenhersenen ook de hormoonhuishouding en regelt ook de lichaamstemperatuur (hypothalamus)
Tussenhersenen Hersenstam De hersenstam vormt de verbinding tussen de grote hersenen, de kleine hersenen en het ruggemerg.

Aan de hersenstam ontspringen de 12 paar hersenzenuwen.

regelt het bewustzijnsniveau, waak-slaapritme, regeling ademhaling en bloeddruk. Kleine hersenen
Cerebellum Dit gedeelte van de hersenen is d.m.v. de hersenstam met de grote hersenen en het ruggemerg verbonden en ligt onder het achterste deel van de grote hersenen.

Hun functie is coordinatie over de lichaamshouding en beweging. kleine hersenen Ruggemerg Het tweede gedeelte van het centrale zenuwstelsel.

Het ruggemerg vormt vele verbindingen tussen de hersenen en de rest van het lichaam.

In het ruggemerg liggen de:
- sensorische achterhoorns (gevoelsprikkels aanvoeren) en
- motorische voorhoorns (motorische prikkels afvoeren).

Reflexen:

Bij een reflex vindt er geen doorsturing naar de hersenen plaats. De binnenkomende prikkel wordt direct in het ruggemerg overgeschakkeld tussen de achterhoorn en voorhoorn en volgt er een snelle motorische reactie op de prikkel. NERVUS OPTICUS (OOGZENUW): Draagt informatie over visuele beelden over.

NERVUS OCULOMOTORIUS, TROCHLEARIS EN ABDUCENS: Voorzien spieren die de ogen bewegen

NERVUS FACIALIS (AANGEZICHTSZENUW): Draagt informatie uit de smaakpapillen over en bestuurt de gelaatsuitdrukking.

NERVUS GLOSSOPHARYNGEUS EN HYPOGLOSSUS: Vervoeren informatie over smaak en besturen de tong- en keelbewegingen

NERVUS ACCESSORIUS: Bestuurt draaiing van het hoofd en optrekken van de schouderspieren

NERVUS VAGUS: Vervult veel rollen, zoals regulering van de hartslag en de spraak

NERVUS VESTIBULOCOCHLEARIS: Vervoert informatie uit het oor over geluid en evenwicht

NERVUS TRIGEMINUS: Vervoert impulsen (gevoel) van het gelaat; bestuurt de kauwspieren

NERVUS OLFACTORIUS (REUKZENUW): Vervoert informatie uit de neus over geur Hersenzenuwen Centrale en Perifere Zenuwstelsel Zenuwcel = Neuron 2 soorten cellen in het zenuwweefsel:
Zenuwcellen = neuronen
Steuncellen = neurogliacellen Zenuwweefsel Cellichaam met kern
Korte uitlopers ( 1 of meer) = dendrieten
Lange uitloper = neuriet = axon = as




Neuriet eindigt d.m.v. een eindplaatje op een spier of,
Neuriet maakt via een schakelplaats (= synaps) een verbinding met een andere zenuwcel Bouw van de zenuwcellen = neuronen 1 = zenuwvezel = axon = neuriet
2 = cellichaam ZENUWVEZEL (AXON): Zenuwvezels zijn verbonden met cellichamen of dendrieten van andere neuronen of andere cellen

KNOOP VAN RANVIER: Deze openingen in de myelineschede versnellen de impulsgeleiding

SYNAPS: Deze kloof scheidt de synaptische knop van een vezel van de volgende cel of dendriet

MYELINESCHEDE: Sommige vezels hebben een vetachtige omhulling, die de impulsen versnelt

SYNAPTISCHE KNOP: Deze verdikking aan het eind van de zenuwvezel bevat stoffen die de synaps kunnen overbruggen

DENDRIET: Een neuron kan tot 200 van deze korte, vertakkende uitsteeksels hebben Netwerk van Neuronen De meeste uitlopers van een zenuwcel hebben een omhulsel.
Isolatie door een witte mergschede = myeline schede
Voeding door de schede van Schwann

Door isolatie worden de elektrische prikkels (impulsen) zeer snel vervoerd

Zenuw = Nervus is een verzameling (kabel) van een groot aantal neurieten Bouw van de zenuwcellen = neuronen 1. Cellichaam eerste neuron
2. Zenuwvezel
3. SYNAPS: Neurotransmitters overbruggen de synaps naar de doelcel
4. Cellichaam tweede neuron
5. Dendriet

6.TWEEDE ELEKTRISCHE IMPULS: Deze impuls wordt opgewekt door neurotransmitters

7. EERSTE ELEKTRISCHE IMPULS: Een elektrische impuls loopt door de zenuwvezel naar de doelcel Overbrengen van de impulsen Het centrale zenuwstelsel bestaat uit…………..
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit…………….
Een zenuwcel bestaat uit 3 onderdelen…………….
De plek waar 2 zenuwcellen met elkaar in contact staan heet…….
De 2e zenuwcel wordt geprikkeld door een stof die heet………
De functie van de zenuwcel is…..
De uitlopers van een zenuwcel worden geïsoleerd door………, zodat de impulsen snel vervoerd worden Eind les 3:
Wat weten we tot nu toe? Het centrale zenuwstelsel bestaat uit: alles in de schedel en wervelkolom (hersenen en ruggenmerg)

Het perifere zenuwstelsel bestaat uit: alles buiten de schedel en wervelkolom(hersenzenuwen en ruggenmergzenuwen)

Een zenuwcel bestaat uit 3 onderdelen: cellichaam, dendrieten en neurieten

De plek waar 2 zenuwcellen met elkaar in contact staan heet……. Schakelplaats = synaps

De 2e zenuwcel wordt geprikkeld door een stof die heet……… neurotransmitter

De functie van de zenuwcel is…..impulsen vervoeren

De uitlopers van een zenuwcel worden geïsoleerd door………een witte mergschede= myelineschede, zodat de impulsen snel vervoerd worden. Antwoorden Filmpje 7 minuten Hoe werken je hersenen? De neurieten (lange uitlopers) met een mergschede (= wit) vormen de witte stof

De cellichamen en hun dendrieten (korte uitlopers) vormen de grijze stof Grijze en Witte Stof Vegetatieve Zenuwstelsel
Onwillekeurig ZS
Autonome ZS
Functie: Zorgt voor afstemmingen van alle lichamelijke processen (organen, groei, temp, slaap, voortplanting,)

Wordt beïnvloed door emoties! Animale Zenuwstelsel
Willekeurige ZS
Functie: Reageren op de veranderingen in de omgeving
Zintuigen nemen waar
Reageren door bewegingen
Aanvoerende banen en afvoerende banen Functionele indeling Zenuwstelsel
(op grond van werking) Sensorische /sensibele neuronen (gevoelszenuw)
Vervoeren impulsen vanuit de zintuigen, de huid en slijmvliezen naar de hersenen: Aanvoerende banen

Motorische neuronen
Vervoeren opdrachten vanuit de hersenen naar de spieren en klieren: Afvoerende banen

Schakelneuronen
Brengen impulsen van het ene neuron over op het andere neuron in de hersenen en ruggenmerg 3 Soorten Neuronen
(impulsen vervoeren) http://www.youtube.com/watch?v=gLzW9ZnKyAQ&feature=fvst

Testen van de sensibiliteit
van de voet m.b.v. een
Monofilament.

Bij welke ziekte komt dit voor? Animatie van impulsen
(muntje op hand) Maak de vragen A & F Hoofdstuk 9 Zenuwstelsel (zie routeplanner)
Maak een samenvatting van boek MDK H 14.1 t/m 14.13 Huiswerk volgende les
Full transcript