Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Burgerlijke cultuur in Nederland in de 17de eeuw

Groots in het klein
by

Wieneke Boon - van den Kieboom

on 14 October 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Burgerlijke cultuur in Nederland in de 17de eeuw

Burgerlijke cultuur in Nederland in de 17de eeuw Groots in het klein Zoek de gele woorden op achter in je boek!
Het stadhuis is gebouwd in Hollands Classicistische stijl. Het is versierd met Pilasters in Ionische en Corinthische stijl. Bovendien is het getooid met een rijk versierd timpaan aan beide zijden. Jacob van Campen en Artus Quellinus, deze namen moet je herkennen als het om het Stadhuis op de Dam gaat... Binnen in het stadhuis werd een overdekt plein gerealiseerd waar burgers elkaar konden ontmoeten. Het stadhuis is van binnen en van buiten versierd met mythologische voorstellingen die de positie van Amsterdam verheerlijken. Lees over dit schilderij op blz. 24 dit schilderij is exemplarisch voor veel kunstwerken in het stadhuis. Welke doelen dienden deze kunstwerken? Kerken zonder opsmuk, zo zagen de calvinisten het graag. Het volk betrekken bij de diensten door eenvoudige eenstemmige psalmen te zingen. Zij hadden weinig op met de rijkdom en spilzucht van rijke burgers. Maar na de reformatie waren de kerken openbare gebouwen geworden, eigendom van de stadsbesturen en hoewel de kerken de orgels liever zagen vertrekken uit de kerk namen de stadsbesturen juist muzikanten in dienst die daar op gezette tijden concerten verzorgden.
Jan Pietersz. Sweelinck is misschien wel de beroemdste, van overal in Europa stromen muzikanten toe om naar hem te luisteren in de Oude Kerk en om van hem te leren. Pieter Saenredam schildert de kerken zoals zijn opdrachtgevers het graag zagen. Hij maakt gebruik van een glashelder lijnperspectief en maakt ruimte voor soberheid in zijn technisch prachtige schilderijen. Maar voor een katholieke opdrachtgever is hij ook best bereid zijn werk wat op te sieren.... Rederijkerskamers waren al in de middeleeuwen opgericht. Gezelschappen van toneelspelers en schrijvers, liefhebbers van de taal. Verzorgden zij eerder heiligenspelen en mirakelspelen, in de 16de eeuw maken zij wereldlijke stukken met vaak een maatschappijkritische ondertoon, daar zijn de stadsbesturen minder dol op. In de zeventiende eeuw nemen zij een minder prominenten rol in. Het zijn vooral liefhebbers die elkaar aftroeven met spitsvondige teksten.
Wanneer echter de Franse ex-vorstin Maria de Medici langskomt, halen juist de rederijkers alles uit de kast. Zij verzorgen historische stukken waarin de band met Frankrijk wordt benadrukt en er worden speciale teksten geschreven voor indrukwekkende tableaux vivants die op triomfbogen in de stad worden opgetrokken. Het blijspel komt weer een beetje in de aandacht. Moortje een verhaal met bijna carnavaleske maskerades wordt naar katholieke traditie ook juist rond de katholieke vastenavond geprogrammeerd. Typisch in het protestante Amsterdam,,? Moortje zat vol verwijzingen en met hetzelfde gemak las men daarin waarschuwingen: Pas op voor losbandigheid, Wees op je hoede voor begeerte, Laat je niet verleiden tot leugens!
Allemaal zo zeventiende eeuw... Het stadhuis Geloof zonder opsmuk De rederijkers De Schouwburg Onderlinge ruzie bij de Eglentier zorgt voor een breuk. Vooraanstaande leden (Bredero o.a.) die het amateuristische karakter als ergerlijk ervaren richten in 1617 'De Nederduytsche Academie' op. Dit moet een academie worden waar de literatuur en het theater worden onderwezen in een eenvoudige houten college- annex theaterzaal. Al na een jaar strand de academie en 'Het Wit Lavendel' de rederijkerskamer van vooral zuidelijke vluchtelingen, neemt de zaal in gebruik. In 1637 wordt de zaal gesloopt en wordt de eerste echte schouwburg gebouwd. Jacob van Campen is de architect. De schouwburg wordt gebouwd naar de Italiaanse mode. In de vorm van een amfitheater. Het ontwerp is gebaseerd op bronnen uit de Oudheid, het kende een middentoneel en twee zijtonelen, zodat de scene van plaats kon wisselen zonder decorwisseling. De schouwburg wordt geopend met een stuk van Joost van den Vondel. Hij schrijft voor de gelegenheid een tragedie naar Grieks model. In de Gijsbrecht van Aemstel wordt de ondergang van de (toen nog katholieke) stad Amsterdam omschreven. Het speelt in de middeleeuwen. Het einde van het stuk wordt ingeleid met een deus ex machina een goddelijke ingreep, waarbij een engel verschijnt. Dergelijke toneeltoeren worden op touw gezet door ingewikkelde toneelmachinerie. Ingewikkelde en spectaculaire decor wisselingen. Decors met indrukwekkende perspectief schilderingen, luiken waarin toneelspelers zomaar kunnen verdwijnen, rook en katrollen waaraan engelen kunnen opstijgen, special effects, nemen een steeds belangrijker rol in. Het theater wordt aangepast en de schouwburg krijgt een lijsttoneel. Dans Lichtzinnig vermaak als dans past niet goed bij de protestantse levenshouding in de 17de eeuw. Toch wordt er wel gedanst door de rijke burgerij, in huiselijke kring. De rijke burgerij had zich de hofdansen die zo populair waren elders in Europa (Frankrijk) wel eigen gemaakt. Ook bestonden er wel danskamers die veel weg schenen te hebben van bordelen en de goede zeden aantasten. Koning-stadhouder Willem III brengt de hofdans naar Nederland. Hij volgt op bescheiden Hollandse wijze zijn voorbeeld Lodewijk XIV. Hij is gek op het Franse hofballet en organiseert een ballet 'Ballet de la Paix'. Het wordt ballet van 5 uur, dat de vrede met Engeland bezingt en Willem III speelt/danst hierin 3 rollen, en volgt daarmee het voorbeeld van de zonnekoning. In 1677 wordt er voor het eerst een balletopera vetoont in de schouwburg; Isis met muziek van Jean-Baptiste Lully. Op initiatief van Willem III komen er steeds meer Franse gezelschappen naar Nederland die opera's en balletopera's ten tonele brengen. Willem III bracht nog meer Franse fratsen mee, zo liet hij ook een paleistuin aanleggen bij paleis 'Het Loo' een bescheiden versie van de Franse Vresailles. http://vizoo.nl/nederland-3/literatuurgeschiedenis-gouden-eeuw.html
Full transcript