Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Stijlfouten op woordniveau

No description
by

Annemarie Verwijs

on 8 February 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Stijlfouten op woordniveau

Allerlei Stijlfouten op woordniveau Hun/Hen Lijdend voorwerp is altijd hen

Ik ga hen helpen.

Wanneer het meewerkend voorwerp is:

Ik geef hun een goed cijfer.
Zij geven aan hen een nieuwe kans.

Wanneer er een voorzetsel voor staat
is het altijd 'hen'.
Bij hen, met hen, na hen. Met de hulp van/met behulp van Met DE HULP van geldt voor personen:
Met de hulp van mijn vader was het huis op tijd af.

Met BEHULP VAN geldt voor dingen/zaken:
Met behulp van mijn passer tekende ik een perfecte cirkel Te danken aan/te wijten aan Te danken heeft een positief gevolg,
je bedankt iets of iemand ergens voor.
Mijn goede cijfer is te danken aan mijn inzet.

Te wijten heeft een negatief gevolg,
je verwijt iets of iemand iets.
Het ongeluk was te wijten aan de gladheid. Heel/hele HEEL komt voor een bijvoeglijk naamwoord
- Een heel goede keuze
- Een heel lange reis
- Heel heftige klachten

HELE komt voor een zelfstandig naamwoord
- De hele dag
- De hele reis
- De hele tijd Schijnbaar/blijkbaar Bij SCHIJNBAAR weet je iets NIET zeker
De docent is afwezig, hij is schijnbaar ziek.

Bij BLIJKBAAR weet je het WEL zeker:
De hele tuin is wit, het heeft blijkbaar gesneeuwd. Omdat/doordat Je gebruikt OMDAT wanneer iemand zelf een beslissing maakt.
Hij is aan het trainen omdat hij morgen een wedstrijd heeft.

Je gebruikt DOORDAT, wanneer er geen invloed op uit te oefenen is.
Ik ben vanochtend kletsnat geworden doordat het regende. Daarom/daardoor Je gebruikt DAAROM als je zelf een beslissing hebt genomen.

Je gebruikt DAARDOOR als je geen invloed had op een oorzaak. Tenzij/mits TENZIJ betekent: behalve als.
Ik ga mee naar het feest tenzij ik niet mag van mijn ouders.

MITS betekent: op voorwaarde dat.
Je mag ook op mijn feestje komen, mits je wat te drinken meeneemt. Vergeten hebben Iets niet gedaan hebben.
Ik heb vergeten mijn brood mee naar school te nemen.

Hij heeft vergeten mij op te halen van toneelles. Vergeten zijn Iets niet meer weten.
Ik ben alle theorie voor de geschiedenistoets vergeten.
Zij is vergeten hoe ze naar mijn huis moet fietsen. Ten slotte Dit is het einde van een opsomming:
Ten eerste was ik ziek;
Ten tweede vergat ik mijn boek;
Ten slotte had ik geen zin. Tenslotte Betekent uiteindelijk
Na veel aandringen heeft mijn moeder tenslotte toch een briefje geschreven. Hoe lang/hoelang Hoe lang duidt een afmeting aan:
Hoe lang ben jij?
Hoe lang was je dochter bij de laatste controle? (lengte)

Hoelang duidt een tijd aan:
Hoelang duurde het voordat je een studiekeuze maakte?
Hoelang was je dochter bij de
laatste controle? (tijd)
Full transcript