Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Quiz: Tijd van steden en staten

Quiz
by

Jeroen van best

on 2 April 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Quiz: Tijd van steden en staten

Quiz: Tijd van steden en staten
A. Land beschikbaar maken voor landbouw

B. Een speciale manier om het land te bezaaien

C. Bepaalde manier van handelen tussen boeren en landsheren.
1. wat is ontginnen:
A. Om grote Kastelen te bouwen

B. Om genoeg Voedsel te verbouwen, voor de groeiende bevolking

C. Om nieuwe handelswegen te bouwen voor de groeiende handel
2. Waarom was er meer (land)bouwgrond nodig:
A. Vierslagstelsel

B. Drieslagstelsel

C. Het boerenstelsel
3. Wat voor landbouw stelsel zien wij hier ?
A. Verkopen op de markt

B. Ruilen tegen andere spullen of voedsel

C. Afgeven aan de heer

D. Alleen antwoord a - b kloppen
4. De boer kreeg door het nieuwe stelsel, voedsel overschotten. Wat deed hij hiermee?
A. Omdat de Vikingen vele plundertochten hielden

B. Omdat de schepen van die tijd niet zeewaardig waren

C. Omdat men nog geen kompas had uitgevonden en zo snel verdwaalde.

D. Omdat er vele zeemonsters leefde in ze zeeën, verteld door de verhalenverteller.
5. Waarom was het zo gevaarlijk om op zee te reizen:
A. De VOC

B. De Europese Unie

C. De Hanze

D. De verenigde Noord Europese Handel
6. In Noord Europa gingen steden samenwerken om de handel uit te breiden en om beter te kunnen concurreren. Hoe heet dit verbond ?
A. laken, hout, graan, pelzen en ijzer

B. Wijn, ijzer, zout en suiker

C. zijde, laken en olijfolie

D. wijn, olijfolie en gedroogde vruchten
7. Welke Producten werd er
in de Hanze geproduceerd:
A. De inwoners moesten nog steeds herendiensten doen, terwijl ze geen boer waren maar kooplied.

B. De stadsbewoners wilden dieven sneller bestraffen

C. Omdat dit een hele zorg minder was voor de heer. Hij moest namelijk een heel groot gebied besturen een stad minder scheelde ontzettend veel werk.

D. Alleen antwoord A - B zijn juist
8. Waarom gaf de heer
stadsrecht aan de
stadsbewoners:
A. Boeren

B. kooplieden

C. De burgerij

D. Ridders
9. Een ander woord voor
stadsbewoners is:
A. Stadspoort, supermarkt, stadshuis, treinstation en kledingwinkels

B. Stadspoort, stadsmuur, markt, kathedraal en stadshuis

C. Smid, Stadspoort, stadsmuur, kathedraal, markt en schouwburg
10. Wat zijn de belangrijkste
kenmerken van een
middeleeuwse stad?
A. Stelen

B. handeldrijven en het maken van wapens

C. werken voor de heer

D. werken op het platteland
11. Inwoners van de stad verdienen hun geld met:
A. gezel, stadsbestuur

B knecht, kathedraal

C. Meester, gilde
12. De inwoners van de stad verdienden hun geld met, handel drijven en met het maken van producten. Er waren een heleboel mensen die hetzelfde beroep uitoefende. De werkplaats werd geleid door een:....... en zij waren lid van een? .......
A. Zo was er geen onderlinge concurrentie

B. Je kreeg meer betaald

C. Je kreeg een woning toegewezen door de gilde, zo had je altijd onderdak

D. Je kreeg flinke korting bij het kopen van producten.
13. Waarom was het belangrijk,
dat je lid was van een gilde:
A. gezel (knecht)

B. Leerling

C. geestelijke

D. Meester
14. Wie had de meeste macht in het gilde:
A. Geestelijkheid

B. De inwoners van de stad

C. De heer

D. reizigers, die flinke belasting betaalde wanneer zij de stad betraden.
15. Door welke bevolkingsgroep
werd de bouw van de
Kathedraal grotendeels betaald:
A. De heer ( Hertog/ Graaf) in de stad en op het platteland

B. De heer ( Hertog/ Graaf) alleen in de stad

C Burgers op het platteland, De heer ( Hertog/ Graaf) in de stad

D. De heer ( Hertog/ Graaf) op het platteland, de burgers in de stad.
16. In de middeleeuwen was de macht duidelijk verdeeld. Maar wie was nou waar de baas:
A. Hoogste Gilde meester

B. Een soort poortwachter

C. Hoofd van de politie en voorzitter van de rechtbank

D. Burgemeester van een stad
17. De stad werd bestuurd door
een stadsbestuur dat bestond
uit een schout en enkele
schepenen. Wat is een Schout:
A. De Hertog

B. De Graaf

C. De schout

D. Schepenen
18. Het bespreken van het gemeente beleid, het innen van de belastingen, aanstellen van onderwijzers en het zorgen voor wegen en dijken in de stad waren taken van de:
A. Kruisiging

B. Godsoordeel

C. Schandpaal
19. Welke middeleeuwse straf
zien we hier
A. Zij zorgde voor entertainment in de stad

B. keurde besluiten van de schepenen goed en beheerde de staatskas

C. Zij maakten regels voor de gilde
20. De stadsraad regelde de verdediging van de stad, wat deden zij nog meer:
A
B
B
D
A
C
A
D
C
B
B
C
A
D
B
D
C
D
C
B
A. De landsheer bestuurd vanuit een plaats zijn gebied en ambtenaren helpen de koning

B. De landsheer bestuurd zijn gebied vanuit meerdere plaatsen en de plaatselijke geestelijken helpen hem daarbij

C. Alle gebieden worden bestuurd vanuit rome want daar woont de paus en die is de baas
21. Wat past er bij
centraal bestuur:
A
A. Verschillende geloven, vele verschillende gildes en verschillende koningen

B Elke stad eigen munt, elke stad eigen bestuur en elke stad een ander soort leger

C. Verschillende talen, Eigen munten en steden hebben eigen wetten en regels
22. Waarom was er veel verschil binnen een gewest (soort provincie)
C
Tel de punten bij elkaar op !!!
Winnaar, winnaar,
winnaar !!!
Tijd van steden en staten
Full transcript