Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

ACADEMIE: Taal in de onderbouw

bijeenkomst 3
by

Onderwijs Maak Je Samen

on 26 September 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of ACADEMIE: Taal in de onderbouw

Taal in de onderbouw
Terugblik
...en geniet van de praktijk!
Wat neem je mee?

Programma
bijeenkomst 2
bijeenkomst 3
Begrijpend luisteren -> begrijpend lezen
Werken aan doelen: interactief voorlezen
Differentiëren bij interactief voorlezen
Naar je eigen school
Terugblik en evaluatie
Kansen grijpen
Belang van woordenschatontwikkeling
Woordenschatstimulering
Terugblik en evaluatie op de training
bijeenkomst 3
Programma
Verschillende woordenschatten
Kansen grijpen
Denken-delen-uitwisselen

Denken: Wat is jouw meest succesvolle aanpak om de zwakste kinderen extra woorden te leren?

Delen: Bespreek je aanpak met degene die naast je zit. Bepaal samen welke van jullie aanpakken je straks aan de groep wilt presenteren.

Uitwisselen: Plenaire nabespreking: ieder duo presenteert een aanpak.

Opdracht: Differentiëren met woordenschat

dagelijkse woorden:
aankleden, de tas, groen
boekentaal:
dwarrelen, het geraas, verbluft
functiewoorden:
hem, ertussen, precies, net niet
academische taal:
de oorzaak, daardoor, waarschijnlijk, verklaren, onmogelijk
taal bij rekenen:
vroeger, zes, schuin, kleinste

Werk in tweetallen
Denk aan een spelactiviteit bij jullie in de groep
Bedenk twee krachtige denkvragen waarmee je tegelijkertijd de taal en het denken van de kinderen kunt stimuleren




Opdracht: Kansen grijpen – taal en denken stimuleren

“Kun je nu ook een auto maken die niet alleen kan rijden, maar die ook kan vliegen?”
“Wat heb je daar voor nodig?”
“Kun je met zo’n auto ook gewoon op straat rijden?”

“Zo, dat wordt een mooie auto.”
“Hoeveel mensen kunnen er in de auto?”


Kansen grijpen: lego-auto

“Je toren valt iedere keer om, omdat hij te wankel is. Kun je hem niet stabieler maken, zodat hij niet meer omvalt? Hoe zou je dat kunnen doen?”
“Is een toren van 6 blokken altijd hoger dan een toren van 5 blokken?”

“Dat is een hoge toren zeg!”
“Ga je hem nog hoger maken?”
“Welke toren is het hoogst?”

“Welke dieren horen bij elkaar? Kun jij de dieren sorteren, "Kun jij de dieren die bij elkaar horen bij elkaar zetten?”
“Kun je ze ook op een andere manier sorteren?”

“Zo, dat zijn veel dieren. En dat is de …?”
“Hoe noem je die ook weer?”
“Wat doen de dieren?”

Kansen grijpen: dieren

Belang van
woordenschat

Woordenschatdoelen

• Voor welk doel zou je de vragen aan de linkerkant stellen?
• Voor welk doel zou je de vragen aan de rechterkant stellen?
• Wat voor reactie verwacht je bij de vragen aan de rechterkant?
• Stel je vaak vragen zoals die aan de rechterkant? Kun je nog meer van dit soort vragen noemen?
Kansen grijpen: toren bouwen

Woordenschat & taalachterstand
www.talentenkracht.nl
Het belang van woordenschat
Wat zegt onderzoek over het belang van woordenschat? (Blachowicz e.a. 2006)

Het belang van tekstdekking!
Belangrijkste factor voor begrip: het begrip
‘tekstdekking’
.
Als je minder dan 90% van de woorden uit een tekst kent, is er nauwelijks begrip mogelijk.
Falen bij begrijpend lezen heeft vooral te maken met het feit dat leerlingen falen om nieuwe woorden te leren. Een geringe woordenschat leidt tot vermijdingsgedrag bij lezen!
1. Alle leerlingen dienen een bepaald aantal woorden te kennen, om aansluiting te vinden bij
anderen (sociaal-emotioneel) en bij de inhoud van activiteiten (cognitief).

2. Leerlingen kunnen beter hun eigen ideeën en denken onder woorden brengen.

3. Leerlingen ontwikkelen een beter tekst- en verhaalbegrip.




"Taal is alles, alles is taal!"

De ontwikkeling van woordenschat
De woordenschat ontwikkelt zich vooral in betekenisvolle interacties tussen het kind en zijn omgeving.
Dit doen we heel actief in de onderbouw.
Belangrijke aspecten zijn:

Labelen: klank combinaties verwijzen aan woorden. Dit gebeurt vooral in de eerste levensjaren. Het heeft ook vooral betrekking op concrete woorden die het kind om zich heen hoort.
Categoriseren: kinderen groeperen woorden die ze vaak tegen komen. Eerst doen ze dit op een voor volwassenen zeer onlogische manier, later zal dit logischer en objectiever gebeuren.
Netwerken: om woorden te onthouden maakt een kind netwerken van woorden. Kinderen leggen allerlei mogelijke relaties en associaties tussen betekenissen met het doel om woorden goed te onthouden.
Als een kind een woord voor het eerst hoort, zal hij automatisch de betekenis raden op basis van al
bekende woorden die in de context woorden gebruikt.
(Verhallen en Walst)

Hoe kun je nieuwe woorden aanbieden/aanleren?
Interactief voorlezen (onderbouw)
In de onder- en middenbouw is woordenschatonderwijs vooral gericht op het leren van nieuwe woordbetekenissen. Daarnaast is er aandacht voor strategieën voor het onthouden en afleiden van betekenissen uit de context.
In de bovenbouw leren kinderen zelfstandig strategieën toepassen om de betekenis van nieuwe woorden af te leiden en te onthouden.
Een didactisch hulpmiddel..
De viertakt
De belangrijkste didactische basisregel voor het woorden leren is: Het leren van een woord zal nooit in één keer gebeuren.
Herhalen, herhalen, herhalen...

1. voorbewerken
: Je activeert de voorkennis en maakt de leerlingen direct betrokken bij het onderwerp.
2. semantiseren
: De betekenis helder maken, dit doe je in de context waarin het woord aan de orde komt. 7-12 keer laat je het woord terug keren.
3. consolideren
: De kern van het consolideren is zo veel mogelijk, op verschillende manieren en op allerlei momenten de aangeboden woorden en de betekenissen herhalen
4. controleren
: Is het woordleerproces geslaagd, kennen de leerlingen zowel passief als actief het woord?
Denk hierbij terug aan al bestaande netwerken van kinderen, bij welke woorden kunnen de kinderen het woord aanhaken?


De leerkracht schrijft een briefje en vraagt aan het kind: waar doen we de brief in? In deze tas, deze doos of in deze envelop? En later vraagt ze: "Waar zullen we de brief in doen?"

De leerkracht vertelt: "Kijk nou eens. Dit is een envelop. Een envelop is gemaakt van papier en je kunt er een brief in stoppen. Zou er in deze envelop ook een brief zitten? Ja hoor, er zit een brief in de envelop. (haalt de brief eruit) Nu ik de brief uit de envelop heb gehaald kunnen we lezen. (leest een korte brief voor) Nu stop ik de brief weer terug in deze envelop van papier."

De leerkracht van groep 2 haalt met een heel geheimzinnig gezicht een envelop uit haar tas.

De leerkracht vertelt een kort verhaaltje waarin vijf keer het woord envelop voorkomt. De kinderen hebben allemaal een envelop. Als ze het woord envelop horen steken ze deze zo snel mogelijk omhoog.


Even praktisch.... hoe ziet dat er dan uit...

schep
(Van den Nulft & Verhallen, 2001)
LABELEN
CATEGORISEREN
NETWERKOPBOUW
Hoe ziet dat eruit in de klas.
Woorden meer systematisch aan te bieden;
Zorgen voor een woordmuur;
Woord van de dag, einde van de week verzamelen
Proberen veel te consolideren.
Om genoeg en gevarieerd te kunnen herhalen is het van belang:
Praatjes Peilen
doelgericht spel inzetten

stimuleren van mondelinge
taalvaardigheid

gerichte observaties
ontwikkeling in beeld...
Samen sterk...!
Hoe maken we de vertaalslag
van deze training naar schoolontwikkeling?
Opdracht
zwak (extra aanbod)
extra aandacht (peilen)
basisaanbod (themawoorden)
verrijking
1. Leerlingen indelen

- nut
- frequentie
- context
- netwerkopbouw
3. Woorden aanbieden (4-takt)
- interactief voorlezen
- hoeken
- ontwikkelingsmateriaal
- peilingsspelletjes
- woordenschatroutines
- woordspelletjes
- ...
2. Woorden selecteren
Woordenschatroutines
https://www.leraar24.nl/video/1758/woordenschat-vergroten-met-droomvogel#tab=0
Full transcript