Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Memo 1TH - 5: De tijd van steden en staten

No description
by

Wigcher Verstraete

on 1 July 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Memo 1TH - 5: De tijd van steden en staten

De tijd van steden en staten
Memo 1TH - Hoofdstuk 5
Oriëntatie

Rond het jaar 1000 ontstaan nieuwe steden in Europa. Een Middeleeuwse stad is moeilijk te vergelijken met een moderne stad.
De tijd van steden en staten begint rond 1000 en eindigt rond 1500 na Christus.
We hebben het in deze
periode vooral over de
opkomst van de handel,
van steden en stedelijke
burgerij, centraal
bestuur en het ontstaan
van de staten.
1. Hogere opbrengsten
Na 900 begon de bevolking te groeien. Steeds meer mensen moesten worden gevoed.
In deze paragraaf gaan we uitzoeken hoe dat probleem werd opgelost.

Leertekst: Meer landbouwgrond
Tussen 950 en 1300 verdubbelde de bevolking van Europa. Dat betekende dat er meer voedsel moest komen, er was meer landbouwgrond nodig!
Bossen, heidevelden en moerassen veranderden in boerenland en akkers.
Dat noemen we
ontginnen
; bossen
en moerassen
bruikbaar maken
voor landbouw.

Het ontginnen was zwaar werk. En omdat er veel voedsel nodig was kregen boeren soms als beloning hun vrijheid terug. Wel bleven ze pacht betalen voor de grond die ze gebruikten.
Leven in een Middeleeuwse boerderij.
Monniken legden dijken aan en zorgden ervoor dat het land drooggelegd werd. Zo kregen de kloosters veel grond in bezit. Tegen betaling (pacht) mochten boeren op het land van de kloosters werken. Opnieuw een manier om vrijheid te krijgen.
Nieuwe uitvindingen
Naast land voor de boeren was meer nodig om voldoende voedsel te produceren.
Er werden nieuwe uitvindingen gedaan;
- De ijzeren ploeg kon dieper ploegen dan de houten, en bracht meer vruchtbare grond omhoog. De grond raakte minder uitgeput en de boer kon de akker dus langer gebruiken!
- De dieren moesten
met die ijzeren ploeg
wel harder trekken.
Dat was mogelijk
door het Arabische
halsjuk
.
Het beest kon harder
trekken doordat de
adem niet meer werd
afgesneden!
- Het
drieslagstelsel
was ook een belangrijke vernieuwing.
Definitie boek;
een landbouwmethode waarbij akkerland in drieën is verdeeld; één deel wordt gebruikt voor zomergraan, één deel voor wintergraan en één deel ligt braak; de delen wisselen elkaar elk jaar af.
In de video wordt
het ook nog een
keer uitgelegd.
(2:11)
Op het braakliggende deel van de grond mochten dieren grazen. De mest die ze achter lieten maakte het land weer vruchtbaar.
Ook verbouwden sommige boeren steeds een ander gewas,
waardoor de grond
nog minder uitgeput
raakte. Hierdoor
steeg de opbrengst
nog meer!
Groei van de handel
Door al deze verbeteringen (drieslagstelsel, halsjuk, landontginning) verbouwden boeren meer dan ze zelf op konden eten. Daardoor konden ze voedsel verkopen op de markt of ruilen tegen spullen die ze zelf niet maakten.

De handel, en dus
ook het gebruik
van geld komt
weer terug!
Opkomst handel en ambacht (3:10)
Sommige boeren kozen een ander beroep. Ze werden kleermaker, meubelmaker of pottenbakker; ze specialiseerden zich. Zo kwamen er steeds meer beroepen.
Daardoor steeg ook de handel.
Vooral de vraag naar ijzer nam toe. Dat werd gehaald uit Groot-Brittannië en Scandinavië.
Handelaren gingen weer geld gebruiken om te kopen in plaats van ruilen. Er kwam weer een
geldeconomie
op gang.
Extra
De pest - 1347
Wat is de pest? (1:21)
In 1347 wordt Europa getroffen door een nieuwe ziekte; de pest. Deze ziekte was zeer besmettelijk.
Een derde van alle Europeanen sterft tussen 1347 en 1352 aan deze ziekte.
De pest werd ook de Zwarte Dood genoemd.
5.2 Handel en steden
Onderzoek: Waarom gaf een heer stadsrechten?
- Deventer was de eerste Nederlandse stad (965), het was
een handelsplaats aan de IJssel.
- Sint Anna ter Muiden, een 'stad' met 50 inwoners... :)

Meer steden
We zagen al dat de boeren meer voedsel konden verbouwen door een aantal uitvindingen. Hierdoor kwam er een voedseloverschot en konden boeren er ook voor kiezen ander werk te gaan doen.
Ze gingen als koopman of handelaar aan het werk. Of ze leerden een
ambacht
(handwerk als beroep, denk aan de nijverheid).
Ze trokken uit de boerderij weg en gingen op een drukbezochte plek (bij een kasteel of op een kruising van handelswegen) wonen.

Op een druk bezochte plek kwamen veel mensen en dus ook veel klanten langs. Daar was geld te verdienen!
Langzamerhand kwamen er steeds meer mensen wonen, het dorp wordt steeds groter; het werd een stad.
Het marktplein was het centrum. Daar stonden het stadhuis en de stenen huizen. Die stenen huizen waren vaak van de rijkere burgers; de kooplieden.
Het stadsbestuur vergaderde in het
stadhuis
.
Naast de rijke kooplieden en het stadhuis was ook het belangrijkste gebouw van de stad aan het marktplein te vinden; de kerk. Soms zelfs een
kathedraal
; dat was de kerk van een bisschop.
Godsdienst bleef erg belangrijk voor een middeleeuwer. Iedereen betaalde mee aan de bouw van een kerk. Dat kon een mooie beloning opleveren; een plekje in de hemel...
Romaans
Gotisch
Salisbury Cathedral by drone (3:20)
Stadsrecht

Weet je nog van het leenstelsel? Een heer stond aan het hoofd. Hij bestuurde de steden in zijn gebied. Maar dat had wel nadelen;
1. De inwoners moesten nog steeds herendiensten
doen. Maar daar hadden ze geen tijd voor, ze hadden
immers een nieuwe baan...?
2. De heer sprak recht, hij kwam een paar keer in de
stad in een jaar tijd. Maar de burgers wilden snellere
rechtspraak.

Dit waren serieuze problemen.
Om deze problemen op te lossen gaf de heer stadsrecht aan de
burgerij
, dat zijn de stadsbewoners.
Stadsrecht
is het recht van de inwoners om hun stad zelf te besturen en zelf recht te spreken; ook mochten zij eigen munten slaan, een stadsmuur bouwen en markt houden.
In ruil daarvoor kreeg de heer geld om zijn oorlogen en hofhouding te betalen.

Wat is de kleinste stad van Zeeland? (1:50)
De Middeleeuwse stad (14:02)
Op een rijtje:

Stadsrechten zijn
- recht op bestuur
- recht op een stadsmuur
- recht op een eigen munt
- recht op een markt
- recht op rechtspraak
- recht op tolheffing
De handel groeit

Rond 1000 stopten de Vikingen hun strooptochten, ze waren 'gekerstend' en het werd veilig(er) op zee.

Handelaren konden nu langere reizen maken. De handel bloeide op; Arabieren kwamen met de meest exotische spullen naar Europa: zijde, katoen, suiker en kruiden (specerijen).
Europeanen verkochten wol, graan en hout.
Duitse en Nederlandse
handelssteden
(een stad met handel als belangrijkste middel van bestaan) werkten nauw samen:
De Hanze
. Brugge, Venetië en Genua ziojn belangrijke steden voor de handel, o.a. met de Arabieren.
4.3 Leven in een middeleeuwse stad
De markt was het centrum van de stad; daar werd gehandeld, gewerkt, bestuurd, recht gesproken en gestraft.
Alleen een stad met stadsrecht mocht een markt houden. Boeren kwamen hun producten verkopen, door de handel kwam er geld in het laatje.

Op het schilderij zien we de lakenmarkt van Den Bosch uit 1530.
De schilder is niet bekend.
Aan de hand van de lakenmarkt gaan we ontdekken wat er in een Middeleeuwse stad allemaal gebeurde.


Het gilde

Geld werd verdiend met handel en
nijverheid
(bedrijven waarin mensen met de handen producten maken).
De mensen met hetzelfde beroep gingen bij elkaar wonen, hele straten vol; de Weverstraat, de Verversteeg, enzovoort.

Een werkplaats werd geleid door een
meester
; een ambachtsman die met succes een meesterproef afgelegd en was toegelaten tot het gilde.
Het
gilde
was een vereniging van mensen met hetzelfde beroep, er golden bepaalde regels en leden hielpen elkaar wanneer er problemen waren.
Je moest lid zijn van een gilde om je beroep te kunnen uitoefenen. Voor elk beroep was er een eigen gilde in de stad.

Regels van een gilde konden gaan over werktijden, prijzen, kwaliteit. Dit om onderlinge concurrentie te voorkomen.
De steun gebeurde in geval van bijvoorbeeld ziekte, overlijden of brand.
Gilden organiseerden feesten en hielpen mee de stad te verdedigen wanneer die werd aangevallen.
Wilde je een beroep leren, dan werd je leerling en daarna
gezel
. Je was in dienst bij een meester, na een jaar of zeven mocht je een meesterproef doen om daarna zelfstandig je ambacht uit te oefenen.
Wat zijn gilden? (2:45)
De middeleeuwse gilden
Verzekeren in de ME (0:34)
De meester bekijkt het werk van de gezel.
Leerlingen spinnen wol.
Steden met stadsrechten mochten bestuur en rechtspraak zelf regelen.
Rijke burgers vormden het bestuur. Ze vergaderden in het stenen stadhuis. Zonder stadsrechten mocht een stad geen stadhuis bouwen.
Leeuwarden in de Gouden Eeuw (9:27)
Den Bosch - stadhuis
Amsterdam - stadhuis
Het stadsbestuur werd dus gekozen.
Maar niet iedereen mocht stemmen... Alleen de rijke burgers. Maar wie waren dat? Dat waren de kooplieden en de gildemeesters, zij hadden een stem. Zij mochten ook meepraten in het bestuur, het gaf hun veel invloed.
De meeste leden van de burgerij hadden niets in te brengen; knechten, ambachtslieden, armen, zwervers, gezellen en leerlingen, dienstmeiden en armere handelaren.
Regels en wetten

Elke stad had een eigen wetboek; regels en wetten die voor die stad golden. Er stond in wat mocht en wat niet mocht en wat de straf was bij een overtreding.
Om tot een bekentenis te komen was marteling heel gewoon.
Een bekentenis die was verkregen via marteling was voor de rechters in die tijd voldoende bewijs om iemand te veroordelen...
Bij een ernstig misdrijf hoorde een lijfstraf. Daarvoor werd de burgerij naar het marktplein getrommeld om een openbare straf bij te wonen.
Naast lijfstraffen waren ook verbanning en de doodstraf mogelijke straffen.
Ophanging in Leeuwarden (1:29)
5.5 Wie heeft de macht?
Wat moest Filips de Goede doen met de opstand in de stad Gent?


Filips de Goede
was een machtig
man.
Hertog van Bourgondië,
heer van Vlaanderen en
hertog van Luxemburg.
Niet iedereen was blij met zijn macht.
De stad Gent komt tegen hem in opstand...
Leertekst:
Centraal bestuur

In de 13de eeuw was het niet makkelijk een koning of keizer te zijn. Je was steeds op reis om recht te spreken en te besturen.
Een vaste bestuursplek was er niet.
Door veroveringen en slimme huwelijken te sluiten, werden koninkrijken steeds groter. Op den duur was het niet meer te bereizen.

Koningen bleven steeds vaker op één vaste plek. Vanuit die 'hoofdstad' werd het rijk bestuurd.
Er kwam dus een
centraal bestuur
. Geholpen door ambtenaren bestuurde de koning het land. Daardoor werd de adel minder nodig en dus minder belangrijk.
Hertog Filips de Goede was ook de heer van bijna heel de Nederlanden. Naast Brabant en Limburg erfde hij ook Holland en Zeeland.
Hij wilde de steden niet teveel macht geven. Leden van de stadsbesturen en bestuurders van gewesten gaf hij adellijke titels of geschenken om ze aan zijn kant te krijgen.
De inwoners van Gent vonden dat Filips teveel macht kreeg en bezetten het kasteel van Gavere.
Filips verklaarde de stad de oorlog en in 1453 werd de slag uitgevochten.
Eerst leken de Gentenaren te winnen; hun kanonnen doodden veel van Filips soldaten. Maar toen hun kruit ontplofte sloegen ze op de vlucht. Veel Gentenaren werden gedood door pijlen van de Bourgondiërs of verdronken in de Schelde. Gent was verslagen. De volgende dag gaven ze zich over en tekenden een verdrag met Filips.
Leertekst: De opkomst van staten

In de dertiende eeuw kregen de vorsten de macht steeds steviger in handen. Ze maakten regels en wetten voor het hele land, waar iedereen zich aan moest houden. Zo ontstonden de
staten
;
landen met een centraal bestuur waar overal dezelfde wetten en regels gelden.
Filips de Goede 1419-1467
Bourgondische rijk eind 15e eeuw
De Bourgondische hertogen probeerden de Nederlanden tot een eenheid te smeden. We hebben het dan over ongeveer het huidige Nederland en België.
Vanuit Brussel wilden ze dit gebied centraal besturen.
Je rijk kun je ook vergroten via slimme huwelijken...!
Vanuit Brussel wilden ze dus centraal het rijk besturen.
Hierdoor wilden ze de macht en de invloed van de steden uitschakelen.
Uiteraard waren de steden daar niet blij mee en pleegden verzet. Niet allemaal zo hevig als Gent. Uiteindelijk moesten de steden het afleggen tegen de sterke hertogen.
De eigen rechtspraak en regelgeving van de steden is voorbij. Het rijk is een
staat
geworden.
Gent was een duidelijk voorbeeld voor alle andere steden geweest.

De Nederlanden bestonden uit
gewesten
.
Dat zijn 'provincies' met eigen regels, wetten en bestuurders.
Vaak hadden ze ook verschillende talen, dialecten en munten.
Leertekst: De Bourgondische Nederlanden

Doordat de Bourgondische Nederlanden uit gewesten (een soort provincies) bestonden, golden overal andere regels en wetten. Onderling waren de verschillen groot.

- In het zuiden van België sprak men Frans,
lang niet iedereen kon elkaar verstaan.
- Elke stad had een eigen bestuur.
- Regels en wetten verschilden
- Elke stad mocht haar eigen munten slaan.
De Nederlanden rond 1350.
De hertog praatte alleen met besturen van de gewesten, die kwamen daarvoor bij elkaar in Brussel.
Wanneer de hertog geld nodig had, moesten de gewesten dat betalen... Belastingen in plaats van inspraak...
Geld betalen in plaats van mee regeren...
5.6: Floris V

Waarom werd Floris V vermoord?

Bij het IJmeer ligt Muiden, met het beroemde Muiderslot.
Het kasteel dateert van 1280 en werd door Floris gebouwd. De 'steenrijke' Floris kon het met baksteen laten bouwen.

In 1296 was Floris, samen met andere edelen op valkenjacht...
Het Muiderslot van alle kanten op de foto (0:16)
Tijdens de valkenjacht keerden Floris' vrienden zich ineens tegen hem;
Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden namen de populaire graaf ineens gevangen en sloten hem op in zijn eigen kasteel.

Toen ze hem wilden verplaatsen probeerde de bevolking hem te redden. In paniek vermoorden de vrienden graaf Floris. Maar waarom...?
Graaf Floris, twee eeuwen na zijn dood geschilderd.
Hij was een ridder en werd op twee-jarige leeftijd graaf, nadat de West-Friezen zijn vader hadden vermoord...
Floris' vader, graaf Willem II, voerde oorlog tegen de opstandige West-Friezen. Tijdens zijn tocht zakte hij met zijn paard door het ijs. De Friezen zagen hun kans schoon en sloegen hem de schedel in. Het is dan 1256 na Christus.

In 1282 neemt Floris wraak, 26 jaar later, hij is dan 28 jaar oud.
Ook Floris kiest voor een centraal bestuur.
Hij bouwt een groot paleis in het bos; de tegenwoordige Ridderzaal.
Vanaf 1275 woont hij er blijvend. De mensen die hem willen spreken moeten dus naar zijn paleis toe...
Rond het paleis ontstaat al snel een dorpje. Steeds meer mensen willen dicht bij het bestuur wonen. Daar was immers genoeg te handelen? Zo ontstaat het latere Den Haag. ('s Gravenhage!)

"Der keerlen god"...??


De boeren van Kennemerland (de omgeving van Floris' paleis) dreigeden met een opstand. Ze wilden niet meer naar de edelen luisteren.
Floris geeft ze een aantal rechten, om de rust in zijn gebied snel te herstellen.
Hij beschermt de boeren tegen adellijke heren en daar zijn de boeren erg blij mee. Maar de edelen noemen Floris verontwaardigd:
der keerlen god
(god van de boeren...)
Naast bescherming tegen de heren (de boeren leden veel onder hun onderlinge oorlogjes) verbeterde Floris de economie. Hij zorgde voor meer handel en beschermde het land ook nog eens tegen overstromingen. De mensen vonden hem een prima heer en waren zeer blij met hem.

Maar Floris maakte ook vijanden...
Floris vergroot zijn gebied door gebieden van de bisschop van Utrecht in te pikken.
Het gaat om het Amstelland en om Woerden.
De heer van Amstel; Gijsbert van Amstel, en de graaf van Woerden; graaf Herman van Woerden, moeten nunaar Floris luisteren. Ze zijn hun gezag kwijt en zijn daar, uiteraard, helemaal niet blij mee...
De grafen van Holland hadden een bondgenootschap met Engeland, maar daar breekt Floris mee. Hij sluit een nieuw verbond, met de koning van Frankrijk:
Filips de Schone
. De Engelse vorst wil Floris gevangennemen en zoekt bondgenoten.
In de 'onttroonde' edelen van Amstelland en Woerden vindt hij bondgenoten. Deze 'vrienden' van Floris willen hem wel, samen met Gerard van Velzen, gevangennemen...
Ze pakken hem tijdens de jacht en sluiten hem in zijn eigen kasteel op.
Maar daar zijn de boeren en burgers van Floris' gebied niet blij mee!
Canonclip Floris V (4:11)
De Ridderzaal, gebouwd door Floris V
Gevangenneming van Floris
De burgers van Holland zijn woedend en willen 'hun' graaf bevrijden. De 'vrienden' besluiten Floris naar Engeland te brengen, maar dat mislukt. De gewaarschuwde boeren drijven hen in het nauw. Floris probeert te ontsnappen, maar dat mislukt. Hij komt, geboeid op zijn paard, in het water terecht. Van Velzen springt op hem af en steekt hem dood. Net als zijn vader, Willem II, indertijd...
Na een ontsnappingspoging stak Van Velsen met handlangers de graaf met 22 steken dood, waarna Van Velsen naar kasteel Kronenburg nabij Loenen aan de Vecht vluchtte. Na een belegering van enkele dagen werd hij opgepakt om te worden berecht in Leiden. Daar werd hij drie dagen lang gefolterd en vervolgens gevierendeeld...
Extra (alleen in kgt-boek):
De kruisridders

In de twaalfde en dertiende eeuw trokken christenen naar Palestina om Jeruzalem te bevrijden van de Turken. Maar, waren deze
kruistochten
een succes? Dat gaan we uitzoeken.
Paus Urbanus II in 1095:
"Ik smeek u, in de naam van de Heer, de christenen in Palestina te helpen tegen de Turken. Christenen van alle standen, voetvolk en ridders, arm en rijk, ga naar Jeruzalem! God wil het!"


God wil het!

Al voor 1095 gingen christenen naar Palestina, het heilige land. Ze geloofden dat iemand die deze reis maakte bevrijd werd van zonden, omdat Jezus daar geleefd had.
In de elfde eeuw veroverden de Turken (moslims!) Palestina. Zij zagen de christenen als ongelovigen en vermoordden de pelgrims en plunderden de kerken.
1095: De paus vraagt edelen Jeruzalem te bevrijden. De opkomst was veel groter dan verwacht!
Omdat de paus alle deelnemers vergeving van zonden en een plaats in de hemel beloofde, kwamen er veel mensen op af.
Ze naaiden een rood kruis op hun kleding en gingen op weg.
De kruistochten

De eerste kruistocht had het meeste succes.
1095; De kruisridders (kruisvaarders) veroverden een groot deel van Palestina. Ze roofden veel zilver en goud, en doodden veel moslims en Joden in de stad Jeruzalem.
Maar de moslims kwamen terug. Een tweede kruistocht was nodig...
Die tweede tocht (1147-1149) was niet succesvol.
Saladin veroverde in 1187 Jeruzalem terug. Deze islamitische heerser was net zo wreed voor de christenen als zij voor de moslims tijdens de eerste kruistocht...
Saladin
Paus Clemens III wil een nieuwe kruistocht.
Uiteindelijk werden het er zelfs zeven. Maar geen enkele keer lukte het de kruisvaarders Jeruzalem terug te veroveren.
Na twee eeuwen verdwenen de christenen uit Palestina.
1291
: De
laatste stad
van de kruis-
vaarders
wordt
veroverd
door de
moslims.
Kinderkruistochten?

Er zijn twee pogingen gedaan om met een stoet kinderen op kruistocht te gaan. Omdat de ouderen hadden gefaald...
De Franse Stephan van Cloyes en de Duitse herdersjongen Nicolaas brachten beide, na elkaar, na een visioen veel kinderen op de been. Beide tochten werden verboden. Paus Innocentius III riep Nicolaas terug, Koning Filips II verbood Stephan verder te gaan.
De kinderen die toch door gingen, werden als slaven verkocht (aan de Turken!), verdronken in zee of kamen om door honger of ziektes. Geen succes dus.
De kruistochten 'God wil het!'
(1:39)
Kruistochten en de
christelijke expansie (3:35)
De gevolgen van de kruistochten

De kruistochten waren dus eigenlijk een mislukking. Toch..?
Na 200 jaar en honderdduizenden doden was Jeruzalem in handen van de moslims. Maar, er zijn ook lessen geleerd:
1. De handel groeide door nieuwe
producten (rijst,suiker, specerijen,
zijde en dergelijke)
2. De Europeanen maakten kennis
met nieuwe kleding van zijde en
katoen, dat veel lekkerder zat en
minder warm was dan kleding van
wol.
3. Kruisvaarders leerden over
wiskunde, geneeskunde en
sterrenkunde. Ze namen de nieuwe
kennis mee naar Europa.
Trailer: Kruistocht in
spijkerbroek (2:05)
5.4 Bestuur van de stad
Stadsbestuur

Op het platteland was de heer (een graaf of een hertog) de baas.
In de stad mochten de burgers zelf het bestuur en de rechtspraak regelen.

Het stadsbestuur bestond uit een
schout
en
schepenen
. De schout werd benoemd door de heer van het gebied. De schepenen werden gekozen, maar waren wel de rijkere burgers van de stad. Zij hadden allemaal bestuurlijke taken. De schout was de voorzitter van het bestuur.
De schepenen waren ook de rechters in de stad.
Naast oplossen en opsporen, arresteerden en berechtten ze de misdadigers.

De
stadsraad
controleerde de besluiten van de schepenen. De stadsraad werd voorgezeten door de burgemeester(s). Deze stadsraad beheerde het geld van de stad en was verantwoordelijk voor de verdediging.

Stadsraad en schepenen werden gekozen, maar alleen door de rijkere burgers van de stad. En eenmaal een bestuursfunctie in de familie? Die ging dan vaak van vader op zoon door...
Als een verdachte een ernstig misdrijf 'bekende' kreeg hij een lijfstraf, of zelfs de doodstraf. Beide werden duidelijk zichtbaar op het marktplein uitgevoerd. Verbanning was ook een mogelijke straf.
Wanneer de overtreding met het geloof te maken had, werd de bisschop gevraagd recht te spreken.
5.7: Een koninkrijk in de Sahara
Intro: Een reis naar Mekka
1324, Mansa Moesa vertrekt naar Mekka op pelgrimstocht. Deze vorst van Mali was fabelachtig rijk.
Mali was zeker niet minder dan de koninkrijken in Europa. Wetenschappers, dichters en architecten kwamen er graag om bij te leren.
Maar waar kwam al die rijkdom vandaan?

Mansa Musa, one of the
wealthiest people who ever lived
(Engelstalig - 3:54)
King Mansa Musa (Empire of Mali)
(Geen tekst - 4:32)
Lees leertekst 7.1 en maak vraag 1 - 7
Lees leertekst 7.2 en maak vraag 8 - 11
Lees leertekst 7.3 en maak vraag 12 - 16
Full transcript