Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Eindexamen training

Voorbereiding op eindexamen Centraal Schriftelijk
by

susan nieuwenhuizen

on 5 July 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Eindexamen training

Alleen woorden opzoeken in vraag en antwoord
zou ideaal zijn.
Maar voor jullie is woordenboekgebruik noodzakelijk.

Bekijk thuis je woordenboek!!!
Je moet weten wat waar staat (grammaticadeel etc) en hoe bepaalde woorden genoemd worden.

Extra: het woordenboekgebruik
Engels Vwo, soms Havo (beginstuk boek). Duits recent ook (middenstuk boek + inleiding).
Kijk naar de beweringen. Bepaal de grootste gemene delers in de beweringen voordat je de tekst leest: Wie? Wat? Waar? Hoe?
Wie klopt meestal. Wat/waar/hoe: kunnen elementen bevatten die niet waar zijn. Check die elementen tegen de tekst.
De beweringen staan op volgorde.
Neem 2 stellingen tegelijk om te checken, want als stelling 1 er niet in staat, kom je stelling 2 misschien alleen tegen in de tekst.
Denk aan je truc: absoluten in gradaties zijn meestal fout: always, no, never, more, most, only.
Extra: de Romantekst beweringenvraag
Stap 1: onderstreep de signaalwoorden en de :, want daar staat het antwoord heel vaak.
Stap 2: zoek het kernbegrip / betekenisdragend woord van de stelling (bijv. autoriteiten / informatica / weer / vrijwilligers. Zie Havo Frans, 2012-I, tekst 4, vraag 15).
Stap 3: zoek mededelingen daarover in de tekst en vergelijk met de antwoorden.

Pas je trucs toe!
Past het in de grote lijn?
Kijk of alle elementen kloppen!
Kijk of de gradaties kloppen! Soms kloppen de elementen, maar dan zijn antwoorden met always, never, only, no, more, most, bijna altijd fout.
Extra: de stellingenvraag
Gebruik je ‘basis stappenplan’, d.w.z.:
titel, plaatje, intro: grote lijn / kernbegrip. Houd dat idee vast bij het beantwoorden van al je vragen.
lees de 1e vraag. Bij gatentekst  dus de antwoorden.
Signaalwoorden? Dan lees tot het gat en 1 zin erna! VERGELIJK DE ZIN NA het gat en de zin VOOR het gat. Relatie? (opsomming-tegenstelling-oorzaakgevolg?)
Geen signaalwoorden? Dan lees tot het gat en de 1e zin erna. De ZIN ERNA bevat de AANWIJZING / HET BEWIJS.
Vind je geen bewijs? Kijk dan of je de antwoorden kunt onderbrengen in pos/neg. Kun je dat vinden?
Vind je dat ook niet? Kies dan het antwoord dat past bij de grote lijn (denk aan je trucs: grote lijn / signaalwoorden: / voorbeeld)
Extra: de aanpak Gatentekst
FOUTE ANTWOORDEN VINDEN
Truc 1: haal de 2 pindakaas (=onzin) antwoorden er uit. Dit zijn antwoorden die niets met de grote lijn te maken hebben, wel in de tekst voorkomen, maar vaak in een andere alinea.
Truc 2: antwoorden waar een te sterke gradatie in staat eruit halen, zoals: más , sólo, siempre, nunca . Antwoord klopt vaak wel, maar is fout, want in een andere mate waar!
GOEDE ANTWOORDEN VINDEN
Truc 1: komt iets meer dan 1x voor in een stukje tekst, is het vaak goed.
Truc 2: staat het antwoord bij structuurwoorden of een dubbele punt: klopt het vaak wel.
Truc 3: alle elementen checken: hak je antwoord in stukjes en check alle antwoorden op synoniemen in de tekst
Truc 4: het antwoord moet passen in de grote lijn.
3. ANTWOORD TRUCS
Vind de Grote lijn = het kernbegrip.
Lees dan eerst de vraag.
Markeer in de tekst waar de vraag over gaat: [hele alinea], of 1 zinnetje.
Vraag jezelf af: wat voor soort vraag is dit en bepaal je strategie
Vraag jezelf af: waarom staat dit zinnetje op deze plek en wat wil Cito weten?
Gebruik de AANPAK TRUCS (= houvast!):
TRUC 1: Het antwoord staat in de rest van de alinea, zo dicht mogelijk bij het zinnetje. Zoek dus geen woorden op uit het zinnetje!
TRUC 2: Het antwoord moet een link hebben met de Grote Lijn.
TRUC 3: onderstreep meteen alle structuurwoorden in dat stukje tekst.
TRUC 4: Bij een voor- en tegen argumentenvraag: zoek het structuurwoord of de dubbele punt:
TRUC 5: Bij een expertvraag: kijk tussen “……..…”.
TRUC 6: Bij een voorbeeldvraag (‘concreet’): zoek data, getallen, namen, it illustrates.
2. TEKST AANPAK TRUCS
Herken je aan:
in de vraag aan het woord: ‘concreet’
in het antwoord: dice que, opina que....
Dus zoek je in de tekst naar:
namen, plaats- en tijdsbepalingen, getallen, %, data.
structuurwoorden: por ejemplo, así wie
D. De voorbeeld TRUC
Truc: vraag jezelf af: wat zeggen de experts?
Truc: bepaal: aan welke kant staan de experts?
Lange namen / instituten doorstrepen (onzin)
TRUC = zoek tussen de “.....…”
C. Experts TRUC: polemiek
3 categorieën structuurwoorden: (voegwoorden, maar ook andere woorden)
opsomming, tegenstelling, oorzaak-gevolg

Opsomming: Grote lijn, primero, después, segundo, y
Voor en tegen: así que// no es que
Oorzaak-gevolg: porque, para que etc.
B. Argumenten TRUC
Op basis van titel, plaatje, intro
Er staat altijd een aanwijzing van het Cito
zelf, dit kan zijn in de ondertitel (). Cito geeft altijd een hint.

Wat vinden leerlingen moeilijk? Cito strooit zand in de ogen! Cito gebruikt 100 verschillende formuleringen voor altijd diezelfde basisvraag: wat is de grote lijn? ALLE vragen koppel je daaraan terug.
A. Grote lijn = Kernbegrip TRUC
Alle teksten gaan uit van de volgende opbouw:
A. Grote lijn = 1 kernbegrip
B. Argumenten
C. Experts
D. Voorbeeld


Zie volgende sheets voor korte uitleg 4 onderdelen.
1. STRUCTUUR TEKST TRUCS
ALLE TALEN:
TRUC = Geef 1 basis structuur van een tekst.
TRUC = Geef 1 basis stappenplan aanpak teksten.
TRUC = Geef 1 basis ‘antwoorden’- truc
PER TAAL:
TRUC = Geef 1 basis hoeveelheid leerwoorden:
1. signaalwoorden en hun gebruik
2. ww vragen en antwoorden (toe-afnemen)
3. positief / negatieve woorden
4. klein rijtje algemene woorden
TRUC = Geef leerlingen houvast
Wat wil het Cito?
Eindexamentraining Spaans
Is de eerste vraag een open vraag? Dan staat er geen aanwijzing in de tekst en is de titel figuurlijk taalgebruik. Zoek dan niet de woorden uit de titel op. Door de open vraag zal Cito je naar de grote lijn sturen, het antwoord op die open vraag zal je naar de grote lijn brengen.
werken met teksten en omgaan met stress
laplazav6.wikispaces.com/examenstress
Voor meer informatie over werken onder stress ga je naar:
Full transcript