Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

L'article défini, indéfini et partitif

Het lidwoord. 2havo Bron D Unité 2
by

Marly Verhaegh

on 10 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of L'article défini, indéfini et partitif

L'article :
partitif ...

indéfini ...

défini ...

a.
O
ok voor landennamen:
Frankrijk = La France
b. Ook voor een datum:
le 21 octobre 2013
c. Ook na:
- aimer (houden van)
- adorer (dol zijn op)
- préférer (liever hebben),
- détester (een hekel hebben aan)...

...ZELFS NA EEN ONTKENNING:
J'aime LA pizza --> Je n'aime pas LA pizza.

Une fille = een meisje

Des filles = meisjes
Indien er in het NL's geen lidwoord/getal voor het ZN staat.
DE HOEVEELHEID IS ONBEKEND.

Ik wil (wat) kaas. = Je veux DU fromage.
Ik wil (wat) sla. = Je veux DE LA salade.
Ik wil (wat) water. = Je veux DE L'eau.
Ik wil (wat) bananen. = Je veux DES bananes.
a. Na een ontkenning:
Ik wil geen kaas. = Je ne veux pas DE fromage.
BEHALVE NA aimer, adorer, préférer, détester:
Ik hou niet van pizza. = Je n'aime pas LA pizza.
b. Na een hoeveelheidswoord:
Een kilo appels = Un kilo DE pommes
Veel appels = Beaucoup DE pommes
Een mandje appels = Un panier DE pommes
4) Wanneer krijg je DE/D' + ZNW?
Na een telwoord.
Ik wil drie croissants = Je veux trois croissants.
Zij heeft tien neven. = Elle a dix cousins.
1) L'article défini
(Het bepaald lidwoord)
Le, la, l', les = DE / HET
2) L'article indéfini
(Het onbepaald lidwoord)
Un, une, des = EEN/X
3) L'article partitif
(Het delend lidwoord)
Du, de la, de l', des = X
5) Wanneer
GEEN lidwoord of DE/D' ?
Soorten hoeveelheidswoorden:

a. maten/gewichten:
un gramme, un kilo, un litre ...

b. hoeveelheid:
combien, beaucoup, peu (weinig), un peu (een beetje), assez, trop ...

c. verpakkingen:
un panier, un paquet, une bouteille, un sac, une boîte ...
Exercice ! Traduis:
1. Ik wil de salade.
2. Ik wil een salade.
3. Ik wil salade.
4. Ik wil geen salade.
5. Ik wil een beetje salade.
6. Ik ben dol op salade.
7. Ik ben niet dol op salade.
8. Ik wil twee salades.
9. Het is (op) 14 januari.
10. Frankrijk is groot.
Les réponses:

1. Je veux LA salade.
2. Je veux UNE salade.
3. Je veux DE LA salade.
4. Je ne veux pas DE salade.
5. Je veux un peu DE salade.
6. J'adore LA salade.
7. Je n'adore pas LA salade.
8. Je veux deux salades.
9. C'est LE 14 janvier.
10. LA France est grande.
Full transcript