Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Pedagogische stroming

No description
by

heidi kasper

on 26 May 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Pedagogische stroming

Pedagogische stroming
Maria Montessori

Maria Montessori
Maria Montessori is uit Italie afkomstig en leefde van 1870 tot 1952. Zij was de eerste vrouwelijke arts in Italie en specialiseerde zich ini psychologie en psychiatrie. In een psychiatrische kliniek behandelde zij kinderen die in hun ontwikkeling waren gestoord. Door de kinderen goed te observeren en zich in hun emoties in te leven, lukte het haar de kinderen in hun ontwikkeling te stimuleren. Met deze manier van opvoeden had ze zoveel succes, dat ze besloot haar opvoedingsmethode ook toe te passen op kinderen die geestelijk gezond waren.
Uitgangspunten
Drie aspecten in de begeleiding van kinderen zijn kenmerkend voor Montesori:
Ieder kind is uniek en volgt zijn eigen tempo.
Geef het kind de ruimte om het zelf te doen.
Let op de gevoelige periode.
Hoe doe je het
Een pedagogisch medewerker die werkt vanuit de montessorivisie gaat uit van wat de kinderen willen. De kinderen wijzen haar in principe de weg en de pedagogisch medewerker volgt hen. Het kind observeren en inspelen op de behoeften die het kind zelf aangeeft ziet Montessori als de belangrijkste taken van de opvoeder. Je kijkt naar de werkhouding, het gedrag, de ontwikkeling van de motoriek en de taal.
De observatiegegevens gebruik je om een omgeving te scheppen waarin kinderen zich zelfstandig kunnen ontwikkelen. Je bereidt de omgeving voor en je reikt het kind die materialen aan die aansluiten op het ontwikkelingsaspect dat op dat moment aan de orde is.
Werken volgens de montessorimethode is een specifieke keus en er hoort een aparte scholing bij. Het is vooral voor de kinderopvang die banden heeft met een montessoribasisschool een logische keus. Zo zorg je voor een doorgaande lijn.
Ontwikkelingsfasen
Montessori onderscheidt in de totale continue ontwikkeling van het kind een aantal fasen die onderling sterk verbonden zijn. De fase van 0 tot 6 jaar vormt het fundament voor het verdere leven.
Ieder kind is uniek en volgt zijn eigen tempo
Bij Montessori staat het kind centraal. Respect voor het uniek-zijn van het kind is haar voornaamste uitgangspunt. Kinderen hebben volgens Montessori een natuurlijke drang in zich om op ontdekking uit te gaan en om alles zelf te doen. Het kind moet hiervoor de ruimte krijgen.
Geef het kind de ruimte om het zelf te doen
Montessori hecht veel belang aan de zelfstandigheid van het kind. Kinderen kunnen zelf kiezen wat ze wel en niet doen. Dat kunnen zij ook, dankzij hun natuurlijke gevoel voor orde. De opvoeder sluit hierop aanen zorgt dat de omgeving van het kind ordelijk is.
Let op de gevoelige periode
Ontwikkeling verloopt volgens Montessori in fasen die elk kind in dezelfde volgorde doorloopt. Het tempo waarin elk kind dat doet, verschilt. In elke fase is het kind gevoelig voor een bepaal aspect van de ontwikkeling. Het is daarom belangrijk dat het kind op het juiste moment materiaal krijgt aangeboden dat bij die gevoelige periode past. Krijgt het kind geen mogelijkheid om tijdens de gevoelige periode de daarbij passende functies te ontwikkelen, dan roept dat frustraties op. Later kan het kind de schade nog wel inhalen en alsnog die apsecten tot op zekere hoogte leren. Maar het kost dan veel meer moeite en het gaat nooit met de intensiteit en gedrevenheid als in de gevoelige periode.
Werken met materialen
Op een Montessorikindercentrum wordt niet gesproken van speelfoed en spelen, maar van materialen en werken. Het kind speelt niet, maar is bezig met een werkje. Het materiaal dat het kindercentrum gebruikt, is zorgvuldig samengesteld. Het voldoet aan de volgende eisen:
Er is een controle ingebouwd op fouten, zodat het kind zelf kan zien of het resultaat goed is.
Bij elke materiaal springt slechts 1 kenmerk eruit, bijvoorbeeld de kleur of de grootte, maar niet alle twee tegelijk.
Het materiaal is overzichtelijk en bestaat uit hooguit tien onderdelen.
Elk materiaal is heel beperkt aanwezig, zodat kinderen leren om samen te werken en zich aan te passen.
Het materiaal is aantrekkelijk en harmonisch vormgegeven.
Het materiaal roept interesse op bij het kind, lokt uit tot herhaling en verschillende ervaringen. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid staat centraal.
Voorbereide omgeving
De pedagogisch medewerker bereidt de omgeving voor en biedt de materialie en in een bepaalde volgorde aan. Die volgorde is gebaseerd op een toenemende moeilijkheidsgraad. Door goed te observeren, weet de pedagogisch medewerker van ieder kind welke moeilijheidsgraad het aan kan en wanneer het kind toe is aan een variatie met een hoger moeilijkheidsgraad. Welk soort materiaal de pedagogisch medewerker het kind aanbiedt, is afhankelijk van de gevoeligheid van het kind voor een bepaald materiaal. Als het kind niet langer gevoelig is voor het materiaal, wordt een nieuw materiaal gekozen.
Betekenis voor het pedagogisch werk
Het kind van 0 tot 3 jaar
Deze fase wordt die van het geestelijke embryo genoemd: zoals het fysieke embryo zich voor de geboorte heeft ontwikkeld, vormt de psyche van het kind zich in wisselwerking met zijn omgeving. Het kind absorbeert alles uit zijn omgeving. Het doet onbewust indrukken op en bouwt daarmee aan zijn persoonlijkheid. De omgeving moet hiervoor wel voldoende prikkels bieden, zodat het kind zich kan ontwikkelen. Die drang om zich te ontwikkelen, komt vanuit het kind zelf. Het kiest zelf die prikkels die aansluiten bij zijn gevoelige periode. Zo ontwikkelt het kind functies als lopen, praten, waarnemen en voelen.
Het kind van 3 tot 6 jaar
Deze fase noemt Montessori 'de bouwer van de mens'. Het kind doet steeds bewuster indrukken op. Het werkt aan zijn sociale en cognitieve ontwikkeling. Het wil zelf handelen, de dingen zelf doen. Het is de gevoelige periode vor het opdoen van zintuigelijke ervaringen, voor waarnemingen in de omgeving, voor het leren van woorden en voor de omgang met situaties uit het dagelijks leven. Het kind oefent met veel aandacht en plezier vaardigheden, net zolang tot het kind ze beheerst.
Het kind van 6 tot 12 jaar
Dit is de fase van de verkenner. De behoeften van het kind veranderen. Het is minder individueel bezig en doet graag dingen samen met anderen. Het is de gevoelige periode voor het opnemen van kennis en inzicht in de cultuur. De blik is meer naar buiten gericht. Het kind krijigt steeds meer belangstelling voor normen, waarden en regels. Montessori vindt het belangrijk dat het verwerven van kennis en maatschappelijke en sociale ervaringen samengaan.
Full transcript