Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Zuidoost-Azië

VWO 6 CE Domein: Zuidoost-Azië
by

Maurice Willemsen

on 5 February 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Zuidoost-Azië

Domein D: Gebieden: Zuidoost-Azië
Endogene gebiedskenmerken
tektonische platen
Exogene gebiedskenmerken
Natuurlijke hulpbronnen
Sociaal-geografische kenmerken
Economische kenmerken
Domein D: Gebieden: Zuidoost-Azië
Vulkanisme
- niet-vulkanische
buitenboog
(sediment)
- vulkanische
binnenboog
met
explosieve stratovulkanen
(ingestort =
caldera
)
-
lahars
(modderstromen)
<- ontbossing
<- hevige regenval
<- ingescheurde kratermeren
<- smeltende eeuwige sneeuw
- vruchtbare bodems
- ertsen
- toerisme
Aardbevingen
- Aardbevingen bij plaatgrenzen
- tsunami's bij langzaam oplopende zeebodem
Gebergtevorming
jong alpien plooiingsgebied
Klimaten
- tropische regenwoudklimaat (Af) -->
stijgingsregens
- moessonklimaat (Am)/ Savanneklimaat (Aw)
- in Noorden: maritiem klimaat (Cw)
Tyfoon
- tropische oorkaan
- juni t/m november (zeewater boven 26 C)

Ertsen
- met magma mee omhoog (relatie vulkanisme)
- stollen laat --> ertsaders
- ijzer, koper, goud, tin, nikkel
- erosie/ verwering -> metaal in sediment -> verspreid
Fossiele energiebronnen
- aardolie, aardgas en steenkool
- op
continentaal plat
(Sundaplat)
- vorming in dalende gebieden (ondiepe zee)
- bedenkt met lagen sediment
- ondoordringbare laag bij aardgas + aardolie (anders ontsnapt het)
Bodemvruchtbaarheid
Intensieve landbouw
mogelijk door: (bevolkingsdichtheid hoog)
- vruchtbaar slib in rivier- en kustvlakten
- voldoende neerslag
- vulkanische bodems
-> plantagelandbouw (ondernemingslandbouw, uit koloniale tijd)

Extensieve landbouw:
(bevolkingsdichtheid laag)
- in reliëfrijke gebieden
Tropische bodems snel onvruchtbaar door snelle afbraak plantenresten en uitspoeling (vaak bij onjuist agrarisch gebruik)
Voor- en nadelen
- biedt kansen voor economische ontwikkeling
Geen garantie kijk bijv. naar Indonesië
<- enorm inwoneraantal
<- corruptie
<- afvloeiing van winsten naar buitenland
Nadelen:
- verstoord ecosysteem (bijv. illegale houtkap)
- corrupte bestuurders

Formele regio
Afgebakend op grond van één of meer overeenkomstige kenmerken
Afbakening regio -> geen
formele regio


Wel formele regio als je kijkt naar:
- Afwezigheid dominante cultuur
- Stootkussen tussen India en China

Cultuur
- geen cultuur dominant
- grote etnische verscheidenheid

Oorzaken:
- nabijheid zee, veel invloed van buiten regio (Chinezen, islam, Europese kolonisatoren)
- gebergten belemmeren onderlinge contacten; groepen leven geïsoleerd
(verband
relatieve afstand
+ culturele diversiteit)


Ontwikkeling
Op basis van BNP/hoofd en VN-ontwikkelingsindex

Grote
regionale ongelijkheid
!

Koloniaal verleden
Twee periodes:
- Van 1500 tot 1800 ->
Handelskolonies
(specerijen)
- Vanaf 1800 ->
Exploitatiekolonies
(industriële revolutie). Veel invloed, gebied onder controle (palmolie, rubber, koffie, thee, tin) -> havens, plantages, (spoor)wegen --> centrum-periferiemodel met afhankelijkheidsrelaties

Na WOII:
-
dekolonisatie
-
neokolonialisme
: relaties blijven bestaan
- speelbal koude oorlog (SU/VS) -> Vietnamoorlog
- politiek conflictgebied (onlogische grenzen)

Demografie
- Meeste landen ZO-Azië bevinden zich in transitiefase (2+3)
- Singapore/ Thailand in post-transitie (4)
- bevolking blijft groeien (afhankelijk van welvaart maar ook van religie/ cultuur)
Landbouw
- Tr
aditionele landbouw: zwerflandbouw
of
permanent, extensief, bij lage bevolkingsdichtheid

- Plantagelandbouw/ ondernemingslandbouw (uit koloniaal verleden, begin
afhankelijkheidsrelaties
)
intensief, bij hoge bevolkingsdichtheid (in langs rivier/ delta's), commercieel/ exportgericht

Indeling =
economische dualisme
Gevolg:
fragmentarische modernisering
(= deel traditioneel, deel modern)


Gevolgen door globalisering
Ruilvoetverslechtering
: export arm land bestaat uit agrarische producten. Prijs agrarische producten stijgt minder hard dan de prijs van industrieproducten.


Agrarische transitie:
overgang van zelfvoorzienend naar marktgericht
De-agrarisatie:
industrie/ diensten worden belangrijker dan de landbouw
Industrie
Na ruilvoetverslechtering:
importsubstitutie
= eindproducten niet meer importeren, maar zelf maken

Niet gelukt door:
- kleine binnenlandse markt
- gebrek aan kennis
- gebrek aan kapitaal

Daarom:
exportgeörienteerde industrialisatie
in Singapore, Taiwan,
Z-Korea (NIC's/ Aziatische tijgers):
- Aantrekken van
footloose industries
in
Export Processing Zones
door
lage belastingen
(
= comparatief voordeel
, net als lage lonen)
-
Exportvalorisatie
: grondstof eerst bewerken voordat je het exporteert

Andere landen volgen (babytijgers) ->
werkplaats van de wereld
Diensten
- Vooral in landen met open economie (Singapore, Maleisië, Thailand, Filipijnen, Indonesië)
- geconcentreerd in grote steden
- kantoren buitenlandse mno's)
- toerisme
Politieke kenmerken
Politieke stabiliteit
Na onafhankelijkheid politieke stabiliteit in gevaar
<- verscheidenheid etnische bevolkingsgroepen, moeilijk om nationale eenheid (nation building) te worden (bijv. door godsdienstverschillen)

-> in sommige landen: autocratische regimes (communistisch, onbeperkte heerschappij, bijv. Myanmar)
-> Andere landen:
parlementaire
democratie (invloed
leger blijft echter groot)
Politieke islam
Ontleent claims aan een (geïdealiseerd) religieus verleden voor de inrichting van de huidige samenleving
- afkeer tegen westen (arme landen zijn verliezers)
- vooral in landen waar moslims de minderheid zijn (bijv. Filipijnen)
- moslimfundamentalisme
- Indonesië meeste islamitische inwoners
Externe economische beïnvloeding
Steeds meer
buitenlandse directe investeringen
<-
politieke stabiliteit
<- afname
relatieve afstand

Stimulatie vrijhandel: mno's door
comparatieve voordelen
<- gunstige ligging: goed bereikbaar en gunstig gelegen t.o.v.
Pacific Rim
<- lage lonen
<-
EPZ's


Het centrum bepaalt
- Centrumlanden doen aan
ruimtelijke afwenteling
(bijv. verplaatsen vervuilende industrie naar ZO-Azië)
-
arbeidsmigranten
trekken altijd naar landen die fase voorliggen in het model van de Vliegende ganzen (maken geld over naar thuisfront)
Regionale differentiatie en ongelijkheid
<-- agrarische transitie: arbeidsintensief -> kapitaalintensief
- rurale differentiatie (kleine boeren geen toegang tot kennis/ kapitaal)

Landloze boeren trekken naar stad
-> werk in informele sector
-> krottenwijken
Full transcript