Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Emaki uit de Heian-periode

description
by

Boes De koe

on 3 September 2009

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Emaki uit de Heian-periode

Emaki uit de Heian-periode (794-1185) Van de tiende tot de zestiende eeuw werden in Japan verscheidene 'emaki' of 'emakimono' vervaardigd. Het betreft beschilderde rollen, meestal ook voorzien van tekst, die wijd uiteenlopende onderwerpen artistiek weergeven. Bijna alle emaki beelden grootse literaire werken of circulerende morele verhalen uit. De emaki bereikten via het Chinese vasteland Japan, waar ze zich in de Heian-periode tot een distinct Japanse kunstvorm ontplooiden. De Heian emaki werden geschilderd in de zogenoemde, typisch Japanse 'yamato-e' stijl die gekenmerkt wordt door een rijke variatie aan kleurgebruik. Tot de yamato-e stijl rekent men zowel bontgekleurde handrollen als de emaki waarop slechts enkele simpele lijnen in monochrome inkt zijn aangebracht.
De studie van de emaki uit de Heian-periode biedt een eigen inzicht in de verfijnde hofcultuur, het religieuze en het politieke leven van de Heian-periode. De emaki waren aanzienlijk populair bij de verschillende klassen, van hofedelen tot krijgers, en van priesters tot voetvolk. Aan de hand van enkele beroemde emaki, die verschillende aspecten van het toenmalige leven nader toelichten (zoals de cultivatie van schoonheid, het hofleven vol intriges, zowel als het alledaagse en het boeddhistische, religieuze leven) wil ik een inleiding bieden tot deze kunstvorm.
Emaki in de vroege Heian-periode (794-894) Japan stond in de vroege Heian-periode onder sterke invloed van de T'ang cultuur, afkomstig van het Chinese vasteland. Zo werd onder andere de hoofdstad Heian-kyō gemodelleerd naar het voorbeeld van de T'ang hoofdstad Ch'ang An. Ook een groot aantal officiële ceremoniediensten en vrijetijdsbestedingen van de aristocratie werden op Chinese leest geschoeid.
Het is in dit licht dat men de invoer van Chinese geschriften, muziekstukken, en schilderijen dient te zien. Zo maakte in Japan het imiteren van Chinese schildertechnieken en het nabootsen van hun themata een sterke opmars. In T'ang China werden ondertussen ook een groot aantal handrollen beschilderd. Vermoed wordt dat enkele van deze rollen geëxporteerd werden naar Japan, wat dan weer aanleiding gaf tot het samengaan van tekst en tekeningen in de Japanse schilderkunst, waarbij men aan de tekeningen net zoveel, of zelfs meer belang hechtte dan aan de tekst. Emaki in de midden Heian-periode (894-1086) In deze periode toonde de Fujiwara-clan zich uiterst machtig, en daarmee tierde ook de aristocratische cultuur rond deze clan welig. Waar men eerst vlijtig de T'ang cultuur imiteerde en meermaals gezantschappen naar het Chinese vasteland gestuurd had, hield men het zenden van dergelijke afgezanten nu voor bekeken. Deze beslissing en de teloorgang van de T'ang-dynastie in 907 brachten de Japanse inheemse kunstvormen meer op het voorplan. De culturele bloei kende haar hoogtepunt in de 'Engi'- en de 'Tenryaku'-perioden. Zo werd in 905 (het vijfde jaar van Engi) op keizerlijk bevel een chrestomathie van waka opgesteld, de zogenoemde 'Kokinshū'. Dit was niet langer een bloemlezing van Chinese gedichten, maar een collectie inheemse waka. Voorts gaf de verspreiding van het kana-alfabet aanleiding tot enkele grootse literaire werken.
Ook de emaki kregen een authentiek Japanse invulling. Er zijn geen werken uit deze periode bewaard gebleven, maar ze waren vermoedelijk razend populair bij aristocratie en hofadel. Ook het hoofdstuk 'E-awase', waarin een tekenwedstrijd wordt beschreven, uit de Genji Monogatari wijst op het onnoemelijke succes van de beschilderde handrollen. Natuurlijk is de Genji Monogatari een fictief verhaal, maar de toenmalige maatschappij wordt toch realistisch geportretteerd. De gekozen onderwerpen voor deze eerste Japanse emaki varieerden van illustraties bij de toentertijd populaire dagboeken tot seizoensafbeeldingen en afbeeldingen van oude verhalen zoals de 'Taketori Monogatari', de 'Ise Monogatari' en de 'Utsubo Monogatari'.
De prachtig beschilderde, technisch briljante emaki waren van tekst voorzien, gekalligrafeerd door de meest talentvolle kalligrafen op het fijnste papier. Aldus gingen onder andere de hofromans, de sterk gevierde werken uit de midden Heian-periode, hand in hand met kunstig geschilderde prenten.
Er zijn verschillende redenen die de onmiddellijke populariteit van de emaki verklaren. Vooreerst konden de handrollen, in tegenstelling tot de boeddhistische schilderijen, de beschilderde kamerschermen en schuifdeuren, ook door een amateur beschilderd worden. Dit maakte het tekenen op de emaki tot een geliefde bezigheid bij de aristocraten, onder wie enkelen zeer getalenteerd bleken. Voorts waren de rollen compact en handig, waardoor de edelen ook binnenshuis veel plezier beleefden aan de emaki. Ondanks hun kleine formaat boden de emaki, eens uitgerold, toch een enorme rijkdom aan scènes die verschillende aspecten van het leven weergaven. Tenslotte waren tekenwedstrijden, zoals vermeld in de Genji Monogatari, erg in trek en aristocraten zochten steeds naar de meest originele onderwerpen om hun onderlinge strijd aan te vatten en kunstige emaki af te leveren. Men kan dus spreken van het floreren van de pure Japanse emaki. Emaki in de late Heian-periode (1086-1185) De macht van de Fujiwara, die haar hoogtepunt bereikt had ten tijde van Fujiwara no Michinaga, begon geleidelijk aan te stagneren en ging vervolgens onherroepelijk teloor. Een middeleeuwse feodale samenleving verving de samenleving rond het decadente hof in de tiende, elfde en twaalfde eeuw. Het onstane machtsvacuüm werd ingevuld door de opkomende krijgersklasse.
Dit alles ging gepaard met het oprijzen van een weemoedig verlangen naar de Fujiwara-regenten en de vergane hofcultuur. Nieuwe literaire werken waren imitaties van oudere epen zoals de Genji Monogatari, of brachten hulde aan het glorieuze verleden zoals de 'Eiga Monogatari'. Ook andere verscheidene kunstvormen gaven blijk van een toenemende achting voor de vroege en midden Heian-periode.
De teleurgang van de aristocratische hofcultuur en de zoektocht naar originaliteit leidde tot de opname van volkse culturele elementen, zoals populaire liederen en dansen, in adellijke kringen. Ook wat literatuur aangaat, verrees een nieuwe stijl waarin krijgers en provinciebewoners, die men tot dan toe nauwelijks voor mensen aanzag, een rol toebedeeld kregen.
De Taira-clan triomfeerde als overwinnaar na de Hogen- en Heiji-burgeroorlogen (1156-1159), maar ook de leden van deze clan waren geen vernieuwers op cultureel vlak. Zij concentreerden zich op het imiteren van kunstwerken uit de Fujiwara cultuur. Toch bereikten de emaki een hoogtepunt door de buitengewone combinatie van de verafgoding van het glorieuze verleden en de toentertijdse realiteit. De grootste meesterwerken die het genre te bieden heeft werden in deze periode vervaardigd. Het handelt hier onder andere om de 'Genji Monogatari Emaki' (handrollen van de Genji Monogatari), de 'Shigi-san Engi' (legenden van de Shigi-san tempel), de 'Ban Dainagon Ekotoba' (het verhaal van de hoveling Ban Dainagon) en de 'Chōjū Giga' (prenten van dieren)...
Genji Monogatari Emaki Van deze emaki, gebaseerd op de wereldbefaamde klassieker uit de Heian-periode, bleven slechts vier rollen bewaard, die 19 schilderingen en 20 tekstfragmenten bevatten. Om de preservatie van deze vier waardevolle rollen te bevorderen, heeft men de tekst en de tekeningen van mekaar gescheiden. Men vermoedt dat het ooit een groots werk betrof, waarbij men alle 54 hoofdstukken van het boek had geschetst in minimaal twee of drie scènes.
De tekst werd in een vloeiend kana-schrift neergepend op fijn papier ingelegd met goudvlokken, goudpoeder, zilveren streepjes en bloemenpatronen.
Op elk tekstfragment volgt een afbeelding die één verhaalde scène weergeeft. Men maakte bij het schilderen gebruik van het zogenaamde vogelperspectief, waarbij men, mits het weglaten van de daken, een bovenaanzicht krijgt op een woning en haar bewoners. Een ander distinct kenmerk van deze emaki is de typerende manier waarop men de gezichten van mannen en vrouwen vormgeeft. De ogen worden als twee enkele gebogen lijntjes afgebeeld, en de neus als een simpel haakje (hiki-me kagi-bana). Op deze manier berooft men de personages van hun eigenheid en verworden ze prototypes.
De gebruikte schildertechniek noemt men 'tsukuri-e'. Dit procédé houdt in dat men de prent eerst uitlijnt met een fijne, zwarte inktlijn en haar vervolgens opvult met rijke, zware kleuren waarbij men vanuit een horror vacui de achtergrond volledig inkleurt.
Lange tijd schreef men deze emaki toe aan Fujiwara Takayoshi. Afgaande op de stijl en de techniek van het werk echter, moet men concluderen dat de rollen door verschillende artiesten werden vervaardigd. Hetzelfde geldt overigens ook voor de tekstfragmenten. Vermoedelijk nam één kunstenaar de leidersfunctie op zich en selecteerde hij zorgvuldig de materialen en de schilders.
De Genji Monogatari Emaki geven op majestueuze wijze uiting aan het melancholisch verlangen naar de Fujiwara-periode. Het is een conservatief werk waarbij men ook het traditionele afwisselen van tekstfragmenten en prenten eerbiedigde.
De Genji Monogatari zelf en ook deze emaki bieden een prachtig inzicht in het Heian-hofleven waar de aristocratie zich rijkelijk uitdoste, poëzie schreef en kalligrafeerde. Aan het hof heersten strikte etiquetteregels en het betaamde niet emoties te tonen. Ook op de emaki geeft men aldus geen emotionele gezichtsuitdrukkingen weer, wat zou indruisen tegen de strenge hofregels, maar schept men eerder een bepaalde sfeer door de positie van een figuur in de ruimte, door een weldoordachte architecturale vormgeving en de ordening van kamerschermen, deuren, muren,... Shigi-san Engi In tegenstelling tot de Genji Monogatari Emaki, is de Shigi-san Engi wel degelijk een product van haar tijd. Het verhaal is niet langer een typische, klassieke hofroman maar eerder iets in de lijn van een populaire legende. De emaki combineert twee verhalen, enerzijds dat van devoot priester Myōren van het Shigi-san klooster in de provincie Yamato, anderzijds het verhaal van zijn zus, een non, die haar broer weerziet na twintig lange jaren. De eerste rol vertelt het verhaal van Myōren en zijn verhouding tot Yamazaki, een rijk man. De tweede rol, Engi Kanji, behandelt de ritualistische genezing van de keizer door Myōren. Een derde rol, Ama-gimi, beeldt de zoektocht van Myōrens zus naar haar broer uit.
In de Heian-periode stond het boeddhisme centraal en beïnvloedde het dagelijks leven, literatuur, architectuur,... De boeddhistische levenswijze werd onderricht door monniken en priesters, wat hen tot invloedrijke en veelbesproken leraars maakte. Het gewone volk zowel als de nobilitas en regeringsleden steunden op de raad van monniken en priesters omtrent hun spirituele beleving. Deze emaki belicht verschillende aspecten van de gewichtige rol die religie speelde in de Heian-periode.
Het verhaal doet vrij volks aan, ondanks één enkele scène die zich aan het hof afspeelt, en de personages zijn niet langer figuren aan de hand van dewelke de artiest sociale gebruiken tracht te illustreren. De kunstenaar benadert de personages vanuit een nieuwsgierige attitude en ziet in hen de verpersoonlijking van de nieuwe tijd, hij ziet ware schoonheid in de lagere klassen.
Ook wat stijl betreft staat de Shigi-san Engi in schril contrast tot de Genji Monogatari Emaki, en men kan niet langer spreken van de conservatieve tsukuri-e stijl. Het geheel telt slechts vier tekstfragmenten en vormt aldus een haast ononderbroken aaneenschakeling van chronologisch geordende schilderingen. Het werk getuigt door een dergelijke aanpak van dynamiek en vitaliteit. Daarnaast moest ook het vogelperspectief op interieurs wijken voor de weergave van scènes die zich hoofdzakelijk buitenshuis afspelen. De afgebeelde personages zijn voorts niet langer prototypen maar zijn eerder karikaturaal weergegeven doordat men enkele van hun opvallende karakteristieken uitvergroot en beklemtoont.
De dynamische, levendige schilderingen markeren het aanbreken van een nieuwe tijd. De emaki is niet langer in kleine segmenten verdeeld maar vormt een vloeiend geheel, het is niet slechts één momentopname maar een doorlopende scène die gestadig evolueert.
Ban Dainagon Ekotoba
De drie rollen vertellen het waargebeurde verhaal van de staatsminister Tomo Ban no Yoshio die in de Teikan-periode de Ōtemmon-poort te Kyoto in brand stak, en vervolgens trachtte de Minister van Links, Minamoto no Makoto, hiervan valselijk te beschuldigen. De waarheid kwam echter aan het licht en de onfortuinlijke Yoshio werd verbannen naar een afgelegen eiland. In deze emaki worden voornamelijk edelmannen die aan het hof werken ten tonele gevoerd, maar ook enkele karakters uit lagere klassen aan wie een gelijk, zoniet een groter belang, wordt toebedeeld.
De eerste rol focust zich op de brand en de opgewonden massa. De afgebeelde gezichtsexpressies tonen op majestueuze wijze de angst en de verbazing van het volk, de hele scène is zo levendig dat men de hitte van het vuur haast kan voelen. De tweede rol vertelt het verhaal van een gevecht tussen twee jongens, en de waarheid omtrent de aanstoker van de brand die vervolgens aan het licht komt. De derde rol behandelt de veroordeling van Yoshio en de nefaste gevolgen van zijn verbanning voor zijn familie.
Men herkent in deze rollen éénzelfde techniek als in de Genji Monogatari Emaki om de gezichten te tekenen. Voorts wendt men ook in dit werk het zogenaamde vogelperspectief aan om de woonst van de Minister van Links weer te geven. De zwaar gekleurde scènes die zich onder de aristocratie afspelen zijn schoolvoorbeelden van de reeds eerder vermelde tsukuri-e stijl. Bij de afbeeldingen van het gewone volk echter, stuit men ook op levendige, krachtige lijnen die een dynamisch effect opleveren. In die zin zou men dit werk kunnen omschrijven als een stilistische combinatie van de Genji Monogatari Emaki en de Shigi-san Engi. Het verhaal sluit daarentegen duidelijk nauwer aan bij de Shigi-san Engi in die zin dat actie centraal staat, waar bij de Genji Monogatari Emaki eerder een bepaalde sfeer wordt gecreëerd en benadrukt.
Het geheel telt, zoals ook de Shigi-san Engi, vier tekstfragmenten en de onafgebroken successie van afbeeldingen luidt, ondanks de aangewende tsukuri-e stijl, een nieuwe stijlperiode van de emaki in. CHōjū Giga Dit werk, waarvan heden ten dage vier rollen overblijven, wordt toegeschreven aan Toba Sōjō. Het geheel staat bekend als de Chōjū Giga maar een nader onderzoek leert ons dat de stijl inconsistent en de inhoud niet volkomen samenhangend is. De eerste rol beeldt aapjes, kikkers, hazen,... af die zich vermaken met het imiteren van mensen. De tweede rol toont ons het uitzicht en de gewoonten van enkele dieren, waaronder ook fantastische creaturen zoals de draak en de eenhoorn. De derde rol valt op te delen in twee stukken, waarbij het eerste gokspelletjes tussen priesters en leken uitbeeldt, en het tweede wederom dieren, die mensen nabootsen, gestalte geeft. De vierde rol is qua inhoud sterk vergelijkbaar met het eerste deel van de derde rol en is gewijd aan gokkende priesters en leken.
Alle vier de rollen werden beschilderd in de 'hakubyō stijl', uitsluitend gebruikmakende van zwarte lijnen. De eerste en de tweede rol schijnen het werk van éénzelfde artiest te zijn en kwamen waarschijnlijk tot stand in de twaalfde eeuw. Van de derde en de vierde rol echter, vermoedt men dat ze door verscheidene kunstenaars beschilderd werden en ontstonden in de dertiende eeuw, aan het begin van de Kamakura-periode.
Kenners prijzen voornamelijk de eerste rol, die met kop en schouders boven de andere drie uitsteekt en het ontegensprekelijke hoogtepunt van de hakubyō techniek is. Zowel dunne als dikke inkt werden gebruikt en de penseeltrekken zijn vloeiender, vrijer en gevarieerder. Het is een ononderbroken scène van dartelende dieren, zonder één enkel woord. De afwisselende humor herinnert aan de vitale stijl van de Shigi-san Engi.
Er bestaan verschillende ontstaanstheorieën over deze emaki. Misschien diende het werk enkel tot amusement, als parodie op de boeddhistische rituelen om de keizerlijke familie te eren en te beschermen of als satire op het hof- en het religieus leven. Het zou ook kunnen gaan om komische kritiek op de vele ingrijpende veranderingen die de late Heian-periode met zich meebracht. De aristocratische cultuur gingen teloor en krijgslieden grepen de macht, verscheidene boeddhistische sekten staken mekaar naar de kroon,... het was een politiek onzekere en instabiele tijd. Bronnenmateriaal Hideo, Okudaira. 1962. 'Emaki - Japanese Picture Scrolls'. Tokyo: Toto Shuppan Company.
Mitsubishi Corporation. 1987. 'Seikadō Treasures'. Tokyo: Corporate Communications Office Mitsubishi Corporation.
Morris, Ivan. 'De Prins van het Licht'. 1989. Utrecht: Kosmos.
http://www.colorado.edu/CAS/TEA/imagingjapan/heian/print-heian-all.pdf; geraadpleegd op 28 augustus 2009.
Conclusie In de late Heian-periode bereikte de creativiteit en diversiteit van de emaki een waar hoogtepunt. De ingebruikname van een nieuwe stijl die de toentertijdse sociale werkelijkheid vertegenwoordigde kwam op gang, en ook conventionele, conservatieve werken werden nog steeds geproduceerd. Daar waar deze laatsgenoemden een hoogtepunt in schoonheid en verfijning trachtten te bereiken, blonken de modernere emaki voornamelijk uit in humor, realisme en kracht. De traditionele handrollen werden nog steeds in de welgekende tsukuri-e stijl beschilderd, die al sinds de midden Heian-periode van kracht was, en hun modernere varianten vertoonden een rijkdom aan krachtige, individuele lijnen.
Gedurende de Heian-periode in de tiende en elfde eeuw ontwikkelde men de pure Japanse emaki, en in de twaalfde eeuw ontstonden de vier meesterwerken die de ruggengraat van het genre vormen.
Full transcript