Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Werkwoordspelling

De tegenwoordige tijd, de verleden tijd, de voltooide tijd en het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
by

Marielle van Sleen

on 24 March 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Werkwoordspelling

Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Voltooid deelwoord
Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Tegenwoordige tijd

Enkelvoud:
ik + stam
je/jij/u + stam + t
*
hij/zij/het + stam + t

Meervoud:
wij + hele werkwoord
jullie + hele werkwoord
zij + hele werkwoord

Stam: hele werkwoord min -en!
fietsen = fiets
rennen = renn
vliegen = vlieg

Let op!
Soms moet je een stam normaal maken.
renn = ren

Uitzondering:
*
Als je of jij achter de stam staat en je kunt ze door elkaar gebruiken, dan schrijf je alleen de stam!

Voorbeeld:

Dans je/jij graag?
Danst je broer graag?
Verleden tijd
Maak onderscheid tussen sterke en zwakke werkwoorden.

Sterke werkwoorden
= met klinkerverandering: zwemmen - zwommen

Zwakke werkwoorden
= zonder klinkerverandering: fietsen - fietsten

Sterke werkwoorden doe je bijna altijd goed, zwakke werkwoorden zijn lastiger. Je moet onderstaande regels gebruiken.

't Kofschip
't Kofschip is een hulpmiddel voor de verleden tijd. De letters -o en -i doen niet mee, de -t, -k, -f, -s, -ch en -p wel!

Staat de laatste letter van de stam in 't kofschip? Dan schrijf je -te(n) achter de stam. Staat de laatste letter er niet in? Dan schrijf je -de(n) achter de stam.

Voorbeeld:

fietsen - fiets - letter -s zit in 't kofschip - fietste(n)
rennen - renn - letter -n zit er niet in - rennde(n) - stam 'normaal' maken - rende(n)

Uitzondering 't kofschip:
Als de stam op een -z of een -v eindigt, dan moet je goed opletten: reizen of durven. Die stam wordt altijd 'normaal' gemaakt: ik reis of durf. Voor de verleden tijd kijk je naar de 'ruwe' stam! Dus naar de letter -z of -v. Daarom is het reisde en durfde!!!
Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Het voltooid deelwoord kun je ook als bijvoeglijk naamwoord gebruiken. Dan schrijf je het woord
zo kort als mogelijk is voor de uitspraak
:

Voorbeeld:
de beantwoordde e-mail = fout, want de dubbele -d is niet noodzakelijk voor de uitspraak.
de beantwoorde e-mail = goed

de vergrootte foto = fout, want de dubbele -o en -t zijn niet noodzakelijk voor de uitspraak.
de vergrote foto = goed
Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord herken je aan de
hulpwerkwoorden
die erbij staan: ik heb geschaatst, ik ben getikt, ik word gekroond. Heb, ben en word zijn hulpwerkwoorden.

Voor het voltooid deelwoord (zwakke werkwoorden) gebruik je
't kofschip
. Maar je zet er geen -te(n) of -de(n) achter, maar een -t of -d.

Let op!
Voltooid deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen meestal op -en of een -n. Die doe je altijd goed: gezwommen, gedaan etc.
Full transcript