Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Ecologie

HAVO en VWO 2/3 - Thema 6, Ecologie
by

Stef Pluijmakers

on 14 October 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Ecologie

Energiestromen in een voedselketen
Iedere schakel van een voedselweb neemt energierijke stoffen (biomassa) op van de vorige schakel door deze op te eten.
Hoe komt het dat de beschikbare biomassa steeds kleiner wordt?
Weergaven van een voedselketen
Thema Ecologie

Basisstof 5 - Populaties
Thema Ecologie

Basisstof 6 - Successie
Basisstof 4 - Piramides
Thema 2 - Ecologie
BS 1
Invloeden uit het milieu


Ecologie
= relaties tussen organismen
Ooit maakten ook wolven deel uit van dit ecosysteem.
Zij werden helaas ongeveer 90 jaar geleden uitgeroeid door de jacht.
In die 90 jaar zonder wolven is er een hoop veranderd:
Herten, elanden en bizons hadden geen vijanden meer.
Zij konden dus ongestoord grazen.

Dit leidde tot een enorme groei in aantal van deze grote grazers die allemaal moesten eten:

Veel vlaktes werden kaal gevreten.
Ecologie
Thema 6
HAVO/VWO 3

In 1995 werden de wolven weer opnieuw geïntroduceerd in Yellowstone National Park
Wat er toen gebeurde had niemand durven dromen!

- Gigantische toename van soorten planten en dieren
- Een verandering van de 'bewegingen' van rivieren
Hoe kan dat?
Wolven reduceerden niet alleen het aantal herten, elanden en bizons
(daar waren namelijk niet genoeg wolven voor)

Maar de komst van de wolven beïnvloedde het
gedrag
van deze grote grazers:
de grazers vermeden de vlakten;
hierdoor kregen planten weer de kans om te groeien;
de nieuwe vegetatie trok nieuwe diersoorten aan;
ook hield de vegetatie de bodem beter vast waardoor rivieren het land minder konden verstoren en meesleuren.
http://www.nrc.nl/nieuws/2014/02/17/fascinerend-hoe-een-groep-wolven-zelfs-de-loop-van-rivieren-kan-beinvloeden/
Alle factoren in een gebied zijn afhankelijk van elkaar.

Over het algemeen zijn deze factoren in balans, althans de natuur is altijd op zoek naar balans.

Wanneer een factor afwijkt is er sprake van een verstoring die grote gevolgen met zich mee kan brengen!
En zo werkt ecologie
(in het kort)
We onderscheiden twee soorten factoren:

Biotische factoren
en
Abiotische factoren
Ecosysteem

Levensgemeenschap

Populatie

Individu

Ook onderscheiden we
vier
verschillende
niveaus
in de ecologie.
alle abiotische factoren samen worden een
biotoop
genoemd
Reducenten

Consumenten

Producenten

3e schakel en verder

2e schakel

1e schakel

Huiswerk

Zelf:

Voedselketen of voedselweb?

Dus:

De ‘pijl’ betekent …?

‘Hetero’ = ...?
‘Trophen’ = …?
Heterotroof
‘Autos’ = ...?
‘Trophen’ = ...?

Autotroof
Thema 6
Ecologie

Basisstof 2 - Voedselrelaties

HAVO/VWO
BS 2 (opdr. 7 niet)
Het effect van afvaleters en reducenten
Verschil tussen voedselketen/voedselweb?

Met welk organisme begint een voedselketen?

Wat voor een organisme staat er in de tweede schakel?

Wat voor een organisme staat er in de derde schakel?

Verschil tussen autotroof/heterotroof? Voorbeeld?

Functie reducenten?

BS 3 – Kringlopen
HAVO/VWO

Thema 6
Ecologie
BS 3 - Kringlopen

Abiotisch factoren? Biotische factoren?
De niveaus van de ecologie?
Herhaling – BS 1

Koolstofkringloop
Koolstofdioxode
Glucose
fotosynthese
verbranding
plantaardige energierijke stoffen
dierlijke energierijke stoffen
verbranding
energierijke stoffen
dode resten van planten
dode resten van dieren en uitwerpselen
verbranding
Kringloop van water
Fotosynthese?
benodigdheden:
CO
2
Fotosynthese is:
Het vastleggen van energie
Opbrengst van fotosynthese:
Glucose (suiker) en zuurstof
Formule van fotosynthese
koolstofdioxide + water + zonlicht

CO2 + H2O + zonlicht
glucose + zuurstof

C6H12O6 + O2
Verbranding is:
Het vrijmaken van energie
Formule van verbranding
glucose + zuurstof

C6H12O6 + O2
Koolstofkringloop
De koolstofkringloop volgt het C-atoom (koolstof)
Huiswerk
BS 3
Voedselweb:
Maar de hoeveelheid energierijke stoffen die wordt doorgegeven wordt in elke volgende schakel steeds minder!
Energierijke stoffen in een voedselketen gaan verloren door:

verbranding, uitscheiding (en dood)
Biomassa =

het totale gewicht van alle energierijke stoffen in een organisme
Voorbeelden van energierijke stoffen zijn:
koolhydraten, eiwitten en vetten.
Deze stoffen worden ook wel
organische stoffen
genoemd (ze worden gemaakt door organismen)
Piramide van aantallen
Piramide van biomassa
Piramides van biomassa hebben
ALTIJD
een piramidevorm! Iedere volgende schakel wordt kleiner
Piramides van aantallen hebben
NIET
altijd een piramidevorm! Ze kunnen beginnen met een smallere basis
Welke piramides zijn dit?
HAVO/VWO
Optimale omstandigheden:
Situatie waarin alle biotische en abiotische factoren de meest gunstige waarde hebben
Biologisch evenwicht:
De populatiegrootte schommelt door de jaren heen en is altijd op zoek naar een balans.
Populatiegrootte is afhankelijk van:
Biotische factoren:
beschikbaar voedsel
aantal natuurlijke vijanden
aanwezige ziekteverwekkers
Abiotische factoren:
klimaat
(licht, lucht, water, temperatuur, bodem)
Planten en dieren zijn (vaak) goed aangepast aan hun omgeving.
Ze moeten daarbij ook goed bestand zijn tegen schommelingen van de abiotische factoren
Optimumkromme
HAVO/VWO
Wat is successie?
Successie is de opeenvolging van verschillende dier- en plantensoorten
Eerste stadium van successie:
Pionier
ecosysteem
Kenmerken van een pionierecosysteem:
Weinig verschillende dier- en plantensoorten
Veel individuen van een soort
Eenvoudig voedselweb
Grote afwisseling in abiotische factoren

Laatste stadium van successie:
Climax
ecosysteem
Veel verschillende dier- en plantensoorten
Relatief minder individuen van een soort
Ingewikkeld voedselweb
Grote constantheid van abiotische factoren

Kenmerken van een climaxecosysteem:
De verschillende stappen van successie:
Kale vlakte/rots ongunstige abiotische omstandigheden
Vlakte/rots wordt aangetast door
verwering
(regen/wind/vorst)
Er ontstaan scheurtjes kleine bodemdeeltjes blijven zitten
Er beginnen korstmossen te groeien (
pionierecosysteem
) gunstigere abiotische factoren
Korstmossen gaan dood er ontstaat
humus

(= mengsel van stoffen die uit resten van organismen vrijgekomen zijn)
Er komen grassen en kleine diertjes vestigen zich
Er komt steeds meer humus
Grotere planten vestigen zich constante abiotische
factoren
Er ontstaat een eindstadium (
climaxecosysteem
)
BS 7 - Aanpassingen bij dieren
Thema Ecologie
HAVO/VWO
Dieren zijn aangepast aan hun leefomgeving en hun gedrag.
Bijvoorbeeld:

Vorm van het lichaam
Bouw van het lichaam
Soorten zintuigen
Huidbedekking
Zuurstofopname
etc...

Zo kun je 'eeuwig' door blijven gaan
Waterdieren moeten
gestroomlijnd
zijn!
Zo hebben ze de minste weerstand van het water. Dit kost de
minste energie
en levert een grote snelheid op.
Hun gewicht wordt niet 'gedragen' door water dus ze moeten een
stevig skelet en stevige poten
hebben.
De bouw van hun poten is afhankelijk van:
de bodem waarop ze leven
(voor een deel) hun rang in de voedselketen
Landzoogdieren zijn anders gebouwd dan waterdieren:
Poten van vogels
Afhankelijk van:
het milieu waarin ze leven
hun dieet
Snavels van vogels
Afhankelijk van:
hun dieet
http://www.npo.nl/focus-op-biologie/05-09-2013/NPS_1230274
http://www.schooltv.nl/no_cache/video/crid/20120709_vogels01/
Thema Ecologie
HAVO/VWO 3
BS 8 - Aanpassingen bij planten
Waarom moeten planten aangepast zijn?
(De meeste) planten kunnen zich niet bewegen naar een gunstige omgeving en moeten dus bestand zijn aan hun omgeving:

Biotische factoren
Abiotische factoren
Hulst: stekels tegen vijanden
Grote brandnetel: giftige brandharen
Witte dove netel: imitatie
Duindoorn: stekels
Rozenstruik: stekels
Maretak: parasiet
Paardenbloem en smalle weegbree: wortelrozet
Den (naaldboom): naalden en 'antivries' tegen de kou
Eik (loofboom): bladeren verliezen tegen de kou
Cactus: Speciale bladeren, vochthuishouding, waslaag en wortels tegen de droogte
Venus vliegenval: Speciale voedselopname (arme grond)
Waterlelie: luchtkanalen voor zuurstoftransport
http://www.npo.nl/focus-op-biologie/05-09-2013/NPS_1230276
BS 9 - Autotroof en heterotroof
‘Autos’ = ...?
‘Trophen’ = ...?

‘Hetero’ = ...?
‘Trophen’ = ...?

BS 10 - Energiestroom in een ecosysteem
zomer
winter
Zon- of schaduwplant?
Herhaling – BS 2

Wat is een kringloop?

C-atoom zit bijvoorbeeld in:

Koolstofdioxide (
C
O2)
Glucose (
C
6H12O6)
koolstofdioxide + water + energie

CO2 + H2O + energie
Full transcript