Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Zinsontleden

No description
by

Mariska Koopmans

on 22 September 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Zinsontleden

Redekundig ontleden
Je verdeelt de zin in zinsdelen en geeft elk deel een naam.

3. Werkwoordelijk gezegde
Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin, inclusief de persoonsvorm.
4. Lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp vind je door de vraag te stellen:

Wat (soms wie) + pv + ow + wg?

Tip: een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.
Meewerkend voorwerp
Om het meewerkend voorwerp te vinden, stel je de vraag

Aan wie (soms: voor wie) + pv + ow + wg + lv?

Het woordje 'aan' moet je kunnen toevoegen of weglaten.
Let op! Als het voorzetsel 'aan' in de zin staat, dan hoort deze bij het meewerkend voorwerp.
Ontleden is niet zo heel moeilijk!

Zorg ervoor dat je weet waar je het over hebt
DUS leer de onderdelen uit je hoofd!!!
en
oefen met ontleden!
1. Persoonsvorm (pv)
De persoonsvorm is een werkwoord. Je kunt de persoonsvorm vinden door de zin in een andere tijd te zetten (tijdproef), de zin vragend te maken (vraagproef) of de zin veranderen van enkelvoud naar meervoud of andersom.

Bij de tijdproef en de meervoudsproef is het woord dat verandert de persoonsvorm.
Bij de vraagproef is het woord dat vooraan de zin komt te staan de persoonsvorm.



Voor je begint met ontleden...
Weet je nog hoe je een zin in zinsdelen verdeelt?
tijdproef

Jan geeft zijn moeder een bos bloemen.
Jan
gaf
zijn moeder een bos bloemen.

Het woord dat verandert, is de persoonsvorm, dus
pv = gaf.

Wanneer is Kees jarig?
Wanneer
was
Kees jarig?

pv= is

(als je bij deze zin de vraagproef gebruikt, klopt het het niet!)
2. Onderwerp (ow)

Het onderwerp van de zin vind je door de vraag te stellen:

Wie (soms wat) + pv?

Het antwoord op deze vraag is het onderwerp.
Dennis kreeg tijdens het fietsen een lekke band.

pv= kreeg
Wie kreeg?
ow = Dennis

Al jaren verzamel ik Barbiepoppen.

pv= verzamel
Wie verzamelt? ik
ow= ik


Ik koop een nieuwe jurk.

pv= koop
ow= ik
wg= koop

Ik heb de weg naar het bos niet kunnen vinden.
pv=heb
ow= Ik
wg= heb kunnen vinden
Mijn goede vriend besloot een reep chocola te kopen.

pv= besloot
ow= Mijn goede vriend
wg= besloot te kopen
Wat besloot mijn goede vriend te kopen?
lv= een reep chocola

In de pauze heeft hij twee broodjes gegeten.

pv= heeft
ow= hij
wg= heeft gegeten
lv= twee broodjes

De directeur werd een prijs aangeboden.

pv= werd
ow= een prijs
gez= werd aangeboden
lv= -
Aan wie werd een prijs aangeboden?
mv= De directeur

Ik heb een kaart aan mijn vriendin gestuurd.

pv= heb
ow= Ik
gez= heb gestuurd
lv= een kaart
mv= aan mijn vriendin
Bijwoordelijke bepaling
Een bijwoordelijke bepaling zegt iets over het gezegde en geeft antwoord op vragen als waar, wanneer, waarom, waardoor. waarmee, hoelang, hoe.
De jongens zaten bij de spannende wedstrijd op het puntje van hun stoel.

pv= zaten
ow= De jongens
gez= zaten
lv= -
mv= -
bwb= bij de spannende wedstrijd (wanneer),
op het puntje van hun stoel (hoe)
Full transcript