Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Hoofdstuk 8: licht. Paragraaf 1: Licht en schaduw

No description
by

Jorie van Baaren

on 14 June 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hoofdstuk 8: licht. Paragraaf 1: Licht en schaduw

Hoofdstuk 8: licht. Paragraaf 1: Licht en schaduw
Leerdoelen:
- Je weet wat een lichtbron is
- Je weet wat diffuus licht is
- Je kan schaduwen van voorwerpen tekenen
Lichtbronnen
Direct:
Indirect:
voorwerp dat zelf licht geeft
voorwerpen die licht weerkaatsen waardoor we het kunnen zien
Lichtstralen >
Pijlen geven de richting aan die het licht volgt en zijn altijd recht!
Schaduw
1. Teken de randstralen
2. Arceer het gebied tussen de stralen, dit is de schaduw
Licht dat van een lichtbron af gaat, kan je aangeven
Wanneer een voorwerp het licht tegenhoudt
Kernschaduw en halfschaduw
kern schaduw
halfschaduw
Maken: alle vragen van paragraaf 1, ook de plus
dit mag in groepjes van 4
Paragraaf 2: spiegelbeelden
Leerdoelen:
- Je weet wat de spiegelwet is en hoe je deze kan gebruiken om een teruggekaatste lichtstraal te tekenen
- Je kan verklaren hoe een spiegelbeeld ontstaat
Spiegels
Een lichtbundel die uit 1 richting komt, wordt ook in 1 richting terug gekaatst.
hoek van inval = hoek van terugkaatsing
Spiegelwet >
i = t
Spiegelbeeld
Vanuit het voorwerp valt er licht op de spiegel, dit weerkaatst naar je ogen. Daardoor lijkt het licht vanuit een punt achter de spiegel te komen.
Let op! De hoek van inval is de binnenste hoek!
de normaal
Een spiegelbeeld tekenen >
L1
L2
L3
B1
B2
B3
Een terug gekaatste lichtbundel tekenen
p
p
.
.
Maken: 19 t/m 32
Paragraaf 3: licht en kleur
Leerdoelen:
- Je weet wat het kleurenspectrum en een prisma is
- Je weet hoe het komt dat wij gekleurde objecten zien
- Je weet hoe objecten licht (en dus kleuren) kunnen absorberen en terugkaatsen
Het spectrum >
rood
oranje
geel
groen
blauw
violet
Spectraalkleuren: je kan ze niet verder splitsen
prisma
wit licht is alle kleuren samen!
Kleuren zien
De kleur die wij zien, is de kleur die wordt terug gekaatst, de andere kleuren worden geabsorbeerd (en omgezet in warmte)
Licht van lampen >
Als je voorwerpen verlicht met 1 bepaalde kleur licht, kan het alleen dat licht terugkaatsen en dan krijgt het dus een andere kleur dan het eigenlijk hoort te zijn
Maken: 35 t/m 49
Paragraaf 4: infrarood en ultraviolet
Leerdoelen:
- Je weet wat infrarode en ultraviolette straling is
- Je weet waar dit voor gebruikt wordt

Ultraviolet en infrarood
Niet te zien door mensen. Sommige dieren kunnen dit wel. Wordt gebruikt om bijvoorbeeld ziekten te genezen (psoriasis), in blacklight en zonnebanken.
Tegen UV straling moet je je beschermen met zonnebrand. > De factor geeft aan hoe lang de bescherming werkt. Kan je 20 minuten in de zon zitten tot je verbrand en je gebruikt factor 10. Dan kan je 10 x 20 = 200 minuten in de zon doorbrengen.
Ook wel warmte straling. Hoe warmer een voorwerp is, hoe meer ir straling het uitzendt. Wordt gebruikt in warmte lampen of afstandbedieningen. Sensoren, bv van een buitenlamp, en nachtkijkers zijn er gevoelig voor.
>
>
Maken: 53 t/m 67
Full transcript