Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Onderwijskunde 'Leren en Onderwijzen' B4

No description
by

heleen van deuzen

on 30 October 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Onderwijskunde 'Leren en Onderwijzen' B4

College 2
Onderwijskunde 'Leren en Onderwijzen'
Pabo 1 HHS Periode 1A
Doelen college 2:

Aan het eind van deze les weet je met welke punten je rekening moet houden als je een les begint en hoe je een goede start van een les maakt. Je hebt nagedacht over hoe de beste start van een les eruit zou zien.
OPDRACHTEN VOOR DEZE LES
Kenmerken
(opdracht 1)


Inhoud
Leerlingen
School
Jijzelf

Onderwijskunde Pabo 1 P1A

Kiezen en ordenen

De leerkracht moet kunnen kiezen en daarom weten wat er te kiezen valt.
Kennis:
In tijdsvolgorde
In oorzaak en gevolg
In complexe samenhang
Verhouding tussen delen en geheel
In vergelijkingen
Handeling
Essentiele deelhandeling
Succesvolle volgorde


Welke inhoud?

Verschillende soorten in het beheersen van kennis
Welk type beheersing streef je na?
Onthouden
Begrijpen
Toepassen
Vaardigheden
Oefenen
Competenties
Complex


Oriëntatie op de leerling

De leerling en de inhoud
Welke onderwijsbehoeften heeft de leerling?
Wat?
Hoe?
In welke omgeving?

Leerlingen verschillen in behoefte
Meervoudige intelligentie

Leerlingen verschillen en daarom differentiëren we op twee manieren

Divergent differentiëren (uiteenlopend): leerlingen werken in een groep aan verschillende doelen en bereiken doelen op verschillende momenten.

Oriëntatie op de leerling

Convergent differentiëren: (overeenstemmend): leerlingen werken op dezelfde momenten aan dezelfde inhoud en dezelfde doelen.


Pedagogisch klimaat

Een goed pedagogisch klimaat: erkend voelen
Luc Stevens noemde drie basisbehoeften (zelfdeterminatietheorie):
Relatie
Competentie
Autonomie


Oriëntatie op de school

Het beleid van de school uit zich in stukken met titels als
Missie en visie
Schoolconcept
Schoolontwerp
Strategisch beleid

Hierin staan ideeën over wat de school wil bereiken en hoe dat bereikt gaat worden.

Didactisch repertoire

Wat zijn jouw vaardigheden, ga je ze gebruiken of uitbreiden?
Onderdelen van het leerproces:
Start en aandacht richten
Instructie
Vragen stellen
Zelfwerken
Samenwerken
Afronden
Beoordelen
Etc.

WOORDWEB
START
Contact maken


Vuistregels bij het maken van contact:
Wens je leerlingen goedemorgen en heet ze welkom.
Laat merken dat je de groep en individuen ziet.
Laat (ook) stukjes van jezelf zien
(zie blz 34 vb van werkvormen bij contact maken)

vanuit de inhoud kiezen
Doel duidelijk maken: 3 punten
Stof verbinden: 3 punten
Contact maken: 3 punten
Betekenis creëren: 3 punten

Start en 3 vormen van sturing
Wanneer kies je welke sturing?

Welke type sturing je kiest is afhankelijk van je persoonlijke opvatting en ervaringen en van de situatie.

Aandacht richten

Voor leren is aandacht nodig:
Onderwijsgedrag (van de leerkracht)
Leergedrag
Incidenten (verminderen de aandacht)
Moeilijke groep (vb blz 43)

Oefenen
ROOM 376650
OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 3
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 3, 4 en 5 van het Praktijk-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 4 Maak een overzicht van de zeven verschillende instructievormen, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. wanneer je ervoor kiest,
2. waar je op moet letten als je het kiest
3. wat de kenmerken ervan zijn
4. welk leergedrag erbij past
In de les maak je de webben van alle instructievormen compleet.

MAKEN 5 Maak een overzicht van de negen verschillende vormen van zelfwerken, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. Wat is een voorbeeld van deze vorm?
2. Waarom kies je voor deze vorm?
3. Wat vraagt dit van de leerkracht?
In de les maak je de webben van alle vormen van zelfwerken compleet.

MAKEN 6 Maak een samenwerkingsopdracht in de les die je hebt gekozen en zorg ervoor dat het aan de eisen van samenwerking voldoet. In de les deel je dit idee met anderen.

Starten!
Contact
Aandacht
Link
Betekenis
Ordening
Verbinding

Onderwijsgedrag
Leergedrag
Zet de woorden bij de kenmerken (Inhoud, Leerling, School, Leerkracht
Kennis, vaardigheid, competentie

Kern, ondersteunende kennis, bijzaken
Onderwijsbehoefte en motivatie
Differentieren
Pedagogisch Klimaat
Missie en visie, strategisch beleid
Didactisch en pedagogisch repertoire
De wereld achter je les
• Ik weet en begrijp verschillende stromingen en kenmerken van het denken over leren.
• Ik ken en begrijp de drie sturingsprincipes, de psychologische basisbehoeften en dat zelfkennis belangrijk is bij zelfsturing.
• Ik ken de verschillende competenties van een leerkracht, persoonlijke kwaliteiten en het nut van reflectie.
• Ik weet met welke kenmerken van leerlingen ik rekening dien te houden bij het lesgeven.
• Ik ken de achtergrondaspecten van een basisschool en welk effect dit kan hebben op mijn lesgeven.
• Ik weet met welke aspecten ik rekening dien te houden bij het voorbereiden van een les.
• Ik weet en begrijp hoe belangrijk het is om de leerling aan de leerstof te laten relateren en welke rol de start van de les en de aandacht van de leerling hierin is.
• Ik ken de veel gebruikte instructievormen en het effect ervan.
• Ik heb kennis van zelf- en samenwerken, wat de voorwaarden en uitgangspunten zijn en welke vormen er zijn te onderscheiden.
• Ik heb kennis van de afronding van het leerproces.

Doelen en inhoud module
Aanwezigheid
Voorbereiding: voorafgaand huiswerkopdrachten maken (om deel te kunnen nemen aan de les)
Inleveren aan de start van de les bij de docent
Eigen doelen en vragen formuleren (5min)
Samen antwoorden zoeken (5min)
Verantwoording nemen voor eigen leerproces
Notities
Samenwerken

Verwachtingen
H1 & H2 Leren en Onderwijzen
Ik weet aan het einde van de les weet waar ik aan toe ben met betrekking tot deze module.
Ik weet wat het vak onderwijskunde inhoud.
Ik weet hoe ik een les het beste kan beginnen
College 1
Meerkeuzetoets (Leren en Onderwijzen) (60 vragen) Cesuur is 70%. Cijfer > 5.5 voor de studiepunten.
Leren en Onderwijzen: H 1t/m 5, theorie en 1 t/m 5 praktijk (heel het boek dus!).
In de tentamenweek van periode 1A

Opdracht:
Voldaan/ Niet voldaan. Moet voldaan zijn voor de studiepunten.
Volledigheid en netheid verslag
Tijdens de lessen
Toetsing
Onderwijskunde 'Leren en Onderwijzen'
Pabo 1 HHS Periode 1A
Studentenhandleiding
Wat verwacht je te leren?
Opdracht werkblad
Wat zijn jullie verwachtingen? (zie werkblad 1B)
Wat verwacht je van het onderwijs op de Pabo
Wat verwacht je van de docent (en)

Wat denk jij dat de Pabo van jou verwacht?


Leerkracht
Stel je voor:
Je moet lesgeven aan een klas die je niet kent. En je moet een rekenles geven. Welke informatie heb je nodig om een les te kunnen geven?
Voordat je begint... (Hoofdstuk 1)
Doelen college 1:


Onderwijskunde op de Pabo

Didactiek, pedagogiek en ontwikkelingspsychologie op
micro, meso en macroniveau
Wat zijn de 4 kenmerken die belangrijk zijn om te weten voor je begint met lesgeven?
-
-
-
-
Opdracht: Maak een woordweb
Rekenles
Zoek in het boek iets dat je aanspreekt en vertel aan je buurman/ buurvrouw wat je daarin aanspreekt en waar je nieuwsgierig naar bent.

Lesgeven met Contact
Opdracht

Bekijk een methode les in groepen van 5.

Noteer bijzonderheden over de inhoud
Doel (kennis, vaardigheid)
Kern en bijzaken

Bijzonderheden over de leerling
Hoe
Differentiatie
Regels

Opdracht:
Boek: Leren en Onderwijzen
Theorie
Praktijk
Opbouw bijeenkomsten
Toetsing/ Pabowijzer
Blackboard
Toets 3-keuze:
Ontwikkelingspsychologie (24 vr)
Hoofdstuk 1, 2, 6, 7, 8
Leren en Onderwijzen (60 vr):
Theorie Hoofdstuk 1 t/m 5
Praktijk Hoofdstuk 1 t/m 3

Leerkachtsturing
Gedeelde sturing
Leerlingsturing
Aan het eind van deze periode kan je dus antwoord geven op deze punten.
Tip gebruik ze eventueel om je aantekeningen te ordenen.
Blz.3
Blz. 4
BOEK
Code op je rooster
Competenties
Verantwoording
Inhoud
Taken en opdrachten tijdens bijeenkomst
Literatuur (verplicht/ te raadplegen)
Thuisopdrachten voorafgaand aan de bijeenkomst
Taken/opdrachten na de bijeenkomst
Voorbereiden of uitwerken in de praktijk
toetsing

Zoek op in je boek
Onderwijskunde is een wetenschapsgebied dat zich op leren en instructie richt. Hoe leren mensen? Dit binnen een grote variatie aan formele en informele contexten, toepasbaar op alle leeftijdsgroepen en in traditionele en alternatieve contexten





Waar krijg je mee te maken?
Didactiek, pedagogiek, psychologie
Micro, meso, macroniveau


Opdrachten op je tafelblad
MAKEN 3: maak een eigen start bij de gekozen les, waarbij je rekening houdt met contact maken, doel duidelijk maken, de stof verbinden en betekenis creëren. Beschrijf deze start op een apart vel en laat duidelijk zien hoe je rekening houdt met de genoemde punten. In de les doen we de verkiezing van de beste start!
MAKEN 1: Maak een overzichtelijk woordweb van de verschillende onderdelen waar je rekening mee houdt voor je een les gaat geven (als samenvatting van H1). In de les checken we wie het meest compleet en overzichtelijk is!
MAKEN 2 Vul onderstaande tabel in over de methodeles die in Bijeenkomst 1 is uitgedeeld. Maak gebruik van Hoofdstuk 1, je medestudenten en de beschikbare filmpjes. In de les kun je hier vragen over stellen!
College 3
Pabo 1 HHS Periode 1A
Doelen bijeenkomst 3
Je kent de zeven verschillende vormen van instructie.
Je kent de specifieke kenmerken van de zeven instructievormen die belangrijk zijn voor de uitvoering door de leerkracht en de wijze waarop de leerling ermee omgaat.
Je weet wat er met zelfwerken wordt bedoeld.
Je kent de aanpak en de kenmerken van de negen zelfwerken.
Je weet wanneer je kiest voor alleen werken of samenwerken.
Je weet hoe een goede afsluiting van de les in elkaar zit.
Oefenen

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 3

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 4
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 1 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 7 Bekijk het volgende filmpje:
Wie is er slimmer, een kind of deze aap? Schrijf een betoog om je mening te onderbouwen. Neem hierin de kennis over de ontwikkeling van de hersenen (H1.4) mee.

MAKEN 8: Welke vormen van leren worden gebruikt in de les die je uitgekozen hebt? Vanuit welke leertheorie wordt gewerkt volgens jou? Wat kun je zeggen over betekenisvol en zinvol?
Aandachtspunten Instructie:

Effectieve instructie
biedt nieuwe informatie
maakt verbindingen met de voorkennis
en organiseert kennis

Verbinden:
het koppelen van nieuwe kennis aan al bestaande kennis waardoor deze betekenisvol wordt voor de leerlingen

Uitleggen:
Het openvouwen van de kennis opdat de opbouw en verbanden zichtbaar worden en het onthouden mogelijk maakt.

Er zijn zeven vormen van instructie. Maak opdracht 1 van je werkblad.
Waar valt deze activiteit onder?
Zelfwerken gericht op:
Afhankelijk van hun doel:


Alleen of samen?

Een aantal leerlingen heeft geen behoefte (van nature) tot samenwerken.

Samenwerken is niet automatisch samenwerkend leren. Dit moet aan een aantal kenmerken voldoen.
Voor het succesvol afronden van een opdracht is samenwerken noodzakelijk.
De vormgeving en inhoud van de opdracht schept wederzijdse afhankelijkheid.
De ontwikkeling van sociale vaardigheden is onderdeel van de leerdoelen.
Begeleiding en afronding zijn gericht op product en proces.

Argument voor alleen werken.

Het gaat om individuele beheersing.
Het gaat om leren met een reproductief karakter.
Er is beperkt tijd beschikbaar.
“Leerruis” is ongewenst.
Er is weinig hulp en overleg noodzakelijk.

Argumenten voor samenwerken.

Communicatie helpt bij begripsontwikkeling.
Er is voldoende tijd beschikbaar.
“Leerruis” is toegstaan.
Het gaat om complexe opdracht waarbij overleg en hulp noodzakelijk is.
Het is motivatie verhogend.

http://www.leraar24.nl/video/2477

Acht intelligenties volgens Gardner.

Logisch – mathematisch
Verbaal
Interpersoonlijk.
Intrapersoonlijk.
Lichamelijk – motorisch.
Muzikaal ritmisch
Visueel ruimtelijk.
Natuurgericht.

Afronden van zelf – en samenwerken.

Terugblikken op de inhoud.
Diagnostische toetsen.
Leergesprek.
Geef jezelf een cijfer.
innemen en feedback geven.

Terugblikken op het leerproces.
Feedback.
Vuistregels.
Geef jezelf een cijfer.
Waarom zo?

Zelfwerken sturen


Kinderen leren zelf te sturen door ze invloed te geven op de volgende gebieden:
Inhoud
Werkvorm
Alleen of samen
Type intelligentie (Howard Gardner)
werkplek

Het afronden van zelf- en samenwerken

Ook bij zelfwerken is de regie van de leerkracht op zelfwerken, de begeleiding en in de afronding ervan van groot belang voor de opbrengst van het leerproces.

Terugblikken op de inhoud
Terugblikken op het leerproces
Conclusie voor het vervolg



Fasen van het lesgeven
(opbouw van ons boek)

Voor je begint
Start en aandacht richten
Instructie
De leerling aan het werk
Afronden van het leerproces

Het belang van afronden


Bij de afronding gaan we terug naar de start, terug naar wat we wilden bereiken.

Rol van de leerkracht hierin.
Afronden heeft de bedoeling terug te blikken en vooruit te kijken

Afronden maakt het leren rond.

Terugblik

Afronden is reflectie op het leren:
Wat is geleerd: reflectie op de inhoud
Hoe is geleerd: reflectie op de leeractiviteiten
Hoe wordt het resultaat beoordeeld?

Afronden van de inhoud

Afronden van de inhoud geeft de leerlingen de gelegenheid de opbrengst van het leren te organiseren. Wat is het resultaat van het geleerde?
Wat zijn de drie functies van afronden van de inhoud?
Verbinden (onthouden, begrijpen, toepassen)
Ordenen
Resultaat

Beoordelen (formeel/ informeel)

Afronden van leeractiviteiten

Reflectie op het leren vergroot de zelfkennis die essentieel is voor de ontwikkeling van de zelfsturing van het leerproces.

De reflecties van de leerlingen zijn de feedback voor de leerkracht

Reflectie op leeractiviteiten als:
Zelfwerken,
Samenwerken,
Feedback geven.
AFSLUITEN
Vul in over deze les:

Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt?
Sluit dit aan bji het doel van de les?
Wat vond je prettig en wat niet?
instructiegedrag en leergedrag
Er zijn negen zelfwerkvormen met elk hun eigen aanpak en kenmerken. Maak opdracht 2 van je werkblad.
maar eerst de terugblik

Onderwijskunde Pabo 1 P1A

Kiezen en ordenen

De leerkracht moet kunnen kiezen en daarom weten wat er te kiezen valt.
Kennis:
In tijdsvolgorde
In oorzaak en gevolg
In complexe samenhang
Verhouding tussen delen en geheel
In vergelijkingen
Handeling
Essentiele deelhandeling
Succesvolle volgorde


Welke inhoud?

Verschillende soorten in het beheersen van kennis
Welk type beheersing streef je na?
Onthouden
Begrijpen
Toepassen
Vaardigheden
Oefenen
Competenties
Complex


Oriëntatie op de leerling

De leerling en de inhoud
Welke onderwijsbehoeften heeft de leerling?
Wat?
Hoe?
In welke omgeving?

Leerlingen verschillen in behoefte
Meervoudige intelligentie

Leerlingen verschillen en daarom differentiëren we op twee manieren

Divergent differentiëren (uiteenlopend): leerlingen werken in een groep aan verschillende doelen en bereiken doelen op verschillende momenten.

Oriëntatie op de leerling

Convergent differentiëren: (overeenstemmend): leerlingen werken op dezelfde momenten aan dezelfde inhoud en dezelfde doelen.


Pedagogisch klimaat

Een goed pedagogisch klimaat: erkend voelen
Luc Stevens noemde drie basisbehoeften (zelfdeterminatietheorie):
Relatie
Competentie
Autonomie


Oriëntatie op de school

Het beleid van de school uit zich in stukken met titels als
Missie en visie
Schoolconcept
Schoolontwerp
Strategisch beleid

Hierin staan ideeën over wat de school wil bereiken en hoe dat bereikt gaat worden.

Didactisch repertoire

Wat zijn jouw vaardigheden, ga je ze gebruiken of uitbreiden?
Onderdelen van het leerproces:
Start en aandacht richten
Instructie
Vragen stellen
Zelfwerken
Samenwerken
Afronden
Beoordelen
Etc.

START
Contact maken


Vuistregels bij het maken van contact:
Wens je leerlingen goedemorgen en heet ze welkom.
Laat merken dat je de groep en individuen ziet.
Laat (ook) stukjes van jezelf zien
(zie blz 34 vb van werkvormen bij contact maken)

Doel duidelijk maken: 3 punten
Stof verbinden: 3 punten
Contact maken: 3 punten
Betekenis creëren: 3 punten

Start en 3 vormen van sturing
Wanneer kies je welke sturing?

Welke type sturing je kiest is afhankelijk van je persoonlijke opvatting en ervaringen en van de situatie.

Aandacht richten

Voor leren is aandacht nodig:
Onderwijsgedrag (van de leerkracht)
Leergedrag
Incidenten (verminderen de aandacht)
Moeilijke groep (vb blz 43)

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 3
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 3, 4 en 5 van het Praktijk-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 4 Maak een overzicht van de zeven verschillende instructievormen, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. wanneer je ervoor kiest,
2. waar je op moet letten als je het kiest
3. wat de kenmerken ervan zijn
4. welk leergedrag erbij past
In de les maak je de webben van alle instructievormen compleet.

MAKEN 5 Maak een overzicht van de negen verschillende vormen van zelfwerken, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. Wat is een voorbeeld van deze vorm?
2. Waarom kies je voor deze vorm?
3. Wat vraagt dit van de leerkracht?
In de les maak je de webben van alle vormen van zelfwerken compleet.

MAKEN 6 Maak een samenwerkingsopdracht in de les die je hebt gekozen en zorg ervoor dat het aan de eisen van samenwerking voldoet. In de les deel je dit idee met anderen.

Starten!
Contact
Aandacht
Link
Betekenis
Ordening
Verbinding

Onderwijsgedrag
Leergedrag
Zet de woorden bij de kenmerken (Inhoud, Leerling, School, Leerkracht
Kennis, vaardigheid, competentie

Kern, ondersteunende kennis, bijzaken
Onderwijsbehoefte en motivatie
Differentieren
Pedagogisch Klimaat
Missie en visie, strategisch beleid
Didactisch en pedagogisch repertoire
Inhoud
Leerling
School
Jezelf

LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 3, 4 en 5 van het Praktijk-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 4 Maak een overzicht van de zeven verschillende instructievormen, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. wanneer je ervoor kiest,
2. waar je op moet letten als je het kiest
3. wat de kenmerken ervan zijn
4. welk leergedrag erbij past
In de les maak je de webben van alle instructievormen compleet.

MAKEN 5 Maak een overzicht van de negen verschillende vormen van zelfwerken, kies er 1 uit en beschrijf in een woordweb van die instructievorm
1. Wat is een voorbeeld van deze vorm?
2. Waarom kies je voor deze vorm?
3. Wat vraagt dit van de leerkracht?
In de les maak je de webben van alle vormen van zelfwerken compleet.

MAKEN 6 Maak een samenwerkingsopdracht in de les die je hebt gekozen en zorg ervoor dat het aan de eisen van samenwerking voldoet. In de les deel je dit idee met anderen.

College 4
Pabo 1 HHS Periode 1A
Doelen bijeenkomst 4
Je kent de zeven verschillende vormen van instructie.
Je kent de specifieke kenmerken van de zeven instructievormen die belangrijk zijn voor de uitvoering door de leerkracht en de wijze waarop de leerling ermee omgaat.
Je weet wat er met zelfwerken wordt bedoeld.
Je kent de aanpak en de kenmerken van de negen zelfwerken.
Je weet wanneer je kiest voor alleen werken of samenwerken.
Je weet hoe een goede afsluiting van de les in elkaar zit.
Ik weet dat het begrip “leren” kennis en vaardigheden inhoud.
Ik weet wat de twee hoofdstromen (behaviorisme en het constructivisme) in het denken over leren inhouden.

Oefenen


OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 4
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 1 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 7 Bekijk het volgende filmpje:
Wie is er slimmer, een kind of deze aap? Schrijf een betoog om je mening te onderbouwen. Neem hierin de kennis over de ontwikkeling van de hersenen (H1.4) mee.

MAKEN 8: Welke vormen van leren worden gebruikt in de les die je uitgekozen hebt? Vanuit welke leertheorie wordt gewerkt volgens jou? Wat kun je zeggen over betekenisvol en zinvol?
Aandachtspunten Instructie:

Effectieve instructie
biedt nieuwe informatie
maakt verbindingen met de voorkennis
en organiseert kennis

Verbinden:
het koppelen van nieuwe kennis aan al bestaande kennis waardoor deze betekenisvol wordt voor de leerlingen

Uitleggen:
Het openvouwen van de kennis opdat de opbouw en verbanden zichtbaar worden en het onthouden mogelijk maakt.

Er zijn zeven vormen van instructie. Maak opdracht 1 van je werkblad.
Waar valt deze activiteit onder?
Zelfwerken gericht op:
Afhankelijk van hun doel:


Alleen of samen?

Een aantal leerlingen heeft geen behoefte (van nature) tot samenwerken.

Samenwerken is niet automatisch samenwerkend leren. Dit moet aan een aantal kenmerken voldoen.
Voor het succesvol afronden van een opdracht is samenwerken noodzakelijk.
De vormgeving en inhoud van de opdracht schept wederzijdse afhankelijkheid.
De ontwikkeling van sociale vaardigheden is onderdeel van de leerdoelen.
Begeleiding en afronding zijn gericht op product en proces.

Argument voor alleen werken.

Het gaat om individuele beheersing.
Het gaat om leren met een reproductief karakter.
Er is beperkt tijd beschikbaar.
“Leerruis” is ongewenst.
Er is weinig hulp en overleg noodzakelijk.

Argumenten voor samenwerken.

Communicatie helpt bij begripsontwikkeling.
Er is voldoende tijd beschikbaar.
“Leerruis” is toegstaan.
Het gaat om complexe opdracht waarbij overleg en hulp noodzakelijk is.
Het is motivatie verhogend.

http://www.leraar24.nl/video/2477

Acht intelligenties volgens Gardner.

Logisch – mathematisch
Verbaal
Interpersoonlijk.
Intrapersoonlijk.
Lichamelijk – motorisch.
Muzikaal ritmisch
Visueel ruimtelijk.
Natuurgericht.

Afronden van zelf – en samenwerken.

Terugblikken op de inhoud.
Diagnostische toetsen.
Leergesprek.
Geef jezelf een cijfer.
innemen en feedback geven.

Terugblikken op het leerproces.
Feedback.
Vuistregels.
Geef jezelf een cijfer.
Waarom zo?

Zelfwerken sturen


Kinderen leren zelf te sturen door ze invloed te geven op de volgende gebieden:
Inhoud
Werkvorm
Alleen of samen
Type intelligentie (Howard Gardner)
werkplek

Het afronden van zelf- en samenwerken

Ook bij zelfwerken is de regie van de leerkracht op zelfwerken, de begeleiding en in de afronding ervan van groot belang voor de opbrengst van het leerproces.

Terugblikken op de inhoud
Terugblikken op het leerproces
Conclusie voor het vervolg



Fasen van het lesgeven
(opbouw van ons boek)

Voor je begint
Start en aandacht richten
Instructie
De leerling aan het werk
Afronden van het leerproces

Het belang van afronden


Bij de afronding gaan we terug naar de start, terug naar wat we wilden bereiken.

Rol van de leerkracht hierin.
Afronden heeft de bedoeling terug te blikken en vooruit te kijken

Afronden maakt het leren rond.

Terugblik

Afronden is reflectie op het leren:
Wat is geleerd: reflectie op de inhoud
Hoe is geleerd: reflectie op de leeractiviteiten
Hoe wordt het resultaat beoordeeld?

Afronden van de inhoud

Afronden van de inhoud geeft de leerlingen de gelegenheid de opbrengst van het leren te organiseren. Wat is het resultaat van het geleerde?
Wat zijn de drie functies van afronden van de inhoud?
Verbinden (onthouden, begrijpen, toepassen)
Ordenen
Resultaat

Beoordelen (formeel/ informeel)

Afronden van leeractiviteiten

Reflectie op het leren vergroot de zelfkennis die essentieel is voor de ontwikkeling van de zelfsturing van het leerproces.

De reflecties van de leerlingen zijn de feedback voor de leerkracht

Reflectie op leeractiviteiten als:
Zelfwerken,
Samenwerken,
Feedback geven.
AFSLUITEN
Vul in over deze les:

Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt?
Sluit dit aan bji het doel van de les?
Wat vond je prettig en wat niet?
instructiegedrag en leergedrag
Er zijn negen zelfwerkvormen met elk hun eigen aanpak en kenmerken. Maak opdracht 2 van je werkblad.
OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 5
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 2 en 3 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 9: Bereid je voor op een discussie over de verschillende manieren van sturen: leerkrachtgestuurd, gedeeld of leerlinggestuurd onderwijs. Beschrijf argumenten voor elke vorm van onderwijs en bedenk een voorbeeld bij elke vorm van onderwijs uit eigen ervaring.

MAKEN 10: Maak een grafiek van jezelf waarin je jezelf scoort tussen 0 en 10 op de volgende onderdelen: basisbehoeften, zelfkennis, communicatieve zelfsturing, reflectief vermogen

MAKEN 11: Leg de volgende begrippen kort uit (met behulp van het boek en de powerpoint):
Directe instructie
Leergemeenschap (Palmer)
Onderzoek van Stevens: controle & relatie
Onderwijzen of opvoeden (5 principes)
Kennis en intuïtie
Identiteit
Competenties
Vier regiegebieden
Sleutels goede leerkracht
a) Formeer groepjes van ongeveer 3 studenten.

b) Verdeel de volgende paragrafen over de groepjes:
1. 5.1 het belang van afronden 1,5 blz
2. 5.2 afronden van de inhoud- verbinden, ordenen 1,5 blz
3. 5.2 afronden van de inhoud- resultaat 1 blz
4. 5.2 afronden van de inhoud- beoordelen 1,5 blz
5. 5.3 afronden van leeractiviteiten 1 blz
6. 5.3 afronden van leeractiviteiten- zelfwerken samenwerken feedback 1 blz
7. 5.4 afronden en drie vormen van sturing 1 blz

c) Maak 3 vragen over de paragraaf die je is toebedeeld. Kies voor open of gesloten vragen. Geef ook de criteria waarop je de vraag zou beoordelen.
d) Maak gebruik van de subparagraaf ‘beoordelen’ (blz 111-112)
e) Maak gebruik van blz 109. Op welk niveau van beheersing willen jullie de vragen stellen?

Opdracht in de bijeenkomst
Differentieren

Hoofdstuk 1 Theorie
Wat is leren?

Welke woorden en begrippen vind jij belangrijk als het over leren gaat?


De opbrengst van kennis

Kennis
Vaardigheden
Sociale vaardigheden
Lichamelijke vaardigheden
Gereedschap hanteren
Taalvaardigheden

Kennis volgens Perkins

Perkins stelt voor, dat wat je weet pas kennis te noemen, als je er de volgende vier vragen over kunt beantwoorden:
Wat is het doel van deze kennis, waartoe dient het?
Kun je het in een paar kenmerken typeren?
Geef eigen voorbeelden van wat het wel en niet is
Wat is het nut ervan, waarom is het goed om te weten?
Vier begrippen van leren

Bij leren hoor je vaak de volgende begrippen:
Onthouden
Begrijpen
Toepassen
Competentiegericht leren
Gericht op vakkundig handelen in het werk.

Constructivisme

Ieder mens construeert zijn eigen unieke kennis.
Het is gericht op het actief verwerven van kennis.
Rijke leeromgeving
Samenwerking
Kenmerk: eerst het geheel dan het deel (thematisch werken)

Twee leertheorieen

Behaviorisme
constructivisme

Betekenisvolle vs.
Zinvolle kennis

Betekenisvolle kennis
Zinvolle kennis

Behaviorisme
Constructivisme


hart

hoofd

IJsberg van McClelland

(IJsberg komt niet terug in de toets)

‘Skinner Box’

‘Het experiment van Pavlov’

Behaviorisme

Conditioneren
Inslijpen van bepaalde gewoontes
Straffen en belonen

Spreekuur vragen over de begrippen hoofdstuk 1 t/m 5…praktijk. Anders de opdrachten van de blauwe groep.
• Maak een afrondingsopdracht van een eigen verzonnen les.
Maak onderscheid in afronden van de inhoud, afronden van de leeractiviteiten en de drie vormen van sturing.

• Leg het behaviorisme en het constructivisme uit met behulp van een woordenweb. Zoek twee voorbeelden van scholen op internet waarin de twee verschillende leertheorieën duidelijk naar voren komen. Dit kan een filmpje, tekst, afbeelding, foto’s etc zijn.

Zoek een filmpje van een complete les. Omschrijf hoe er in de les is omgegaan met de volgende begrippen:
Contact
Start van de les
Instructievorm(en)
Zelfwerken
Afronding van de les
Welke leertheorie wordt aangehangen?

Welke zaken had jij anders aangepakt?
www.nu.nl

College 5
Pabo 1 HHS Periode 1A
Doelen bijeenkomst 5
Ik weet dat het begrip “leren” kennis en vaardigheden inhoud.
Ik weet wat de twee hoofdstromen (behaviorisme en het constructivisme) in het denken over leren inhouden.
Ik weet wat de verschillende vormen van sturing in het onderwijs inhouden.
Ik weet wat de verschillende vormen van zelfkennis betekenen.
Ik weet wat zelfsturing betekent en wat de basisbehoeften zijn.
Ik weet hoe de leerkracht het realiseert om regisseur van onderwijsleerproces te zijn.
Ik weet wat de SLB competenties zijn.
Ik weet wat mijn persoonlijke kwaliteiten zijn, die van betekenis zijn voor je rol als leerkracht.

Oefenen

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 6
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 4 en 5 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 12: Kinderen verschillen van elkaar op 4 gebieden. Wat zijn deze gebieden en kun je al een voorbeeld geven uit je eigen stageklas per gebied?

MAKEN 13: Zet de leeftijden en fases van ontwikkeling naast elkaar van de Piaget, Kohlberg en Erikson.

MAKEN 14: Denk na over of jij je identificeert met de Haagse? En met je stageschool?

MAKEN 15: Wat voor soort cultuur heeft jouw stageschool? Stel hierover vragen aan je mentrix om erachter te komen.

Opdracht in de bijeenkomst
Differentieren
Hoofdstuk 1 Theorie
Wat is leren?

Welke woorden en begrippen vind jij belangrijk als het over leren gaat?


De opbrengst van kennis

Kennis
Vaardigheden
Sociale vaardigheden
Lichamelijke vaardigheden
Gereedschap hanteren
Taalvaardigheden

Kennis volgens Perkins

Perkins stelt voor, dat wat je weet pas kennis te noemen, als je er de volgende vier vragen over kunt beantwoorden:
Wat is het doel van deze kennis, waartoe dient het?
Kun je het in een paar kenmerken typeren?
Geef eigen voorbeelden van wat het wel en niet is
Wat is het nut ervan, waarom is het goed om te weten?
Vier begrippen van leren

Bij leren hoor je vaak de volgende begrippen:
Onthouden
Begrijpen
Toepassen
Competentiegericht leren
Gericht op vakkundig handelen in het werk.

Constructivisme

Ieder mens construeert zijn eigen unieke kennis.
Het is gericht op het actief verwerven van kennis.
Rijke leeromgeving
Samenwerking
Kenmerk: eerst het geheel dan het deel (thematisch werken)

Twee leertheorieen

Behaviorisme
constructivisme

Betekenisvolle vs.
Zinvolle kennis

Betekenisvolle kennis
Zinvolle kennis

Behaviorisme
Constructivisme


hart

hoofd

IJsberg van McClelland

(IJsberg komt niet terug in de toets)

‘Skinner Box’

‘Het experiment van Pavlov’

Behaviorisme

Conditioneren
Inslijpen van bepaalde gewoontes
Straffen en belonen

Spreekuur over de begrippen hoofdstuk 1, 2 en 3.
Reflectiespel

Geef in groepjes om de beurt antwoord op de vragen en brainstorm bij welke SLB competentie de eigenschap te pas zou komen.

Lesvoorbereidingsformulier Kennismakingsactiviteit

Vul het formulier in en houdt rekening met de punten van
Een goede start
Welke Instructievorm
Welke zelfwerk-vorm
Eventuele Samenwerkingsvorm
Goede afsluiting


www.nu.nl


OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 5
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 2 en 3 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 9: Bereid je voor op een discussie over de verschillende manieren van sturen: leerkrachtgestuurd, gedeeld of leerlinggestuurd onderwijs. Beschrijf argumenten voor elke vorm van onderwijs en bedenk een voorbeeld bij elke vorm van onderwijs uit eigen ervaring.

MAKEN 10: Maak een grafiek van jezelf waarin je jezelf scoort tussen 0 en 10 op de volgende onderdelen: basisbehoeften, zelfkennis, communicatieve zelfsturing, reflectief vermogen

MAKEN 11: Leg de volgende begrippen kort uit (met behulp van het boek en de powerpoint):
Directe instructie
Leergemeenschap (Palmer)
Onderzoek van Stevens: controle & relatie
Onderwijzen of opvoeden (5 principes)
Kennis en intuïtie
Identiteit
Competenties
Vier regiegebieden
Sleutels goede leerkracht
Groepen van 3:
Benoem je ervaringen met de verschillende vormen van sturing (eigen les/ stage). Noem een voorbeeld van alle drie.
Wat is jullie mening?

Vergelijk de grafieken met elkaar en geef aan waarom je wat hebt gekozen. Bedenk een vraag die past bij de basisbehoefte.

Leg om de beurt de begrippen in de tabel. Luister goed en corrigeer elkaar als je iets hoort dat niet klopt. Vul je eigen tabel eventueel aan.

We bespreken de resultaten klassikaal.
Communicatieve zelfsturing

De leraar bij … sturing

De leerkracht is authentiek
De leerkracht laat leerlingen in hun waarde
De leerkracht laat de waarde van een onderwerp of thema zien
De leerkracht weet te verbinden: leerlingen aan elkaar, leerlingen aan leerkracht, leerlingen aan een onderwerp.




De leraar bij … sturing

De inhoud kennen
Weten wat kinderen kunnen en moeten leren
Methoden kennen en kunnen hanteren
Beginsituatie van kinderen goed inschatten
Goed kunnen uitleggen
Adequate oefenvormen kennen
Toetsresultaten goed interpreteren
Orde kunnen houden




De leraar bij … sturing

Een omgeving inrichten waar leerlingen optimaal kunnen leren
Zorgen voor een sociaal-emotioneel veilige omgeving
Materialen ter beschikking stellen
Keuzes voorbewerken en de vorm van werksuggesties, leerroutes en onderzoeksvragen
De leerlingen coachen voor, tijdens en na het leerproces, door reflectie en feedback
Met de leerlingen de voortgang van het leren bespreken
Uitleg geven als de leerling erom vraagt
Je deskundigheid beschikbaar stellen
Leerlingen met elkaar in contact brengen
Leerlingen in contact brengen met interessante inhouden


Leerlinggestuurd onderwijs

Sturing

Leerkracht gestuurd onderwijs
Leerlinggestuurd onderwijs
Gedeelde sturing

Keuze voor sturing op basis van zelfkennis van de leerkracht en kennis van de situatie.
Neuropsychologie

Wat gebeurd er in de hersenen als je leert?
Zijn de hersenen net als een computer?
Wat is aangeboren en wat aangeleerd?
Zijn de hersenen kwetsbaar?
Is taal noodzakelijk voor leren?
Op welke drie manieren leren we?
Kan je succesvol zijn op school zonder taalvaardigheid?
Moet je rekening houden met emoties?


Zelfstandigheid ontwikkelen

Maria Montessori: ‘Leer mij het zelf te doen.’

Sturen

Zelfsturing ontwikkelen

Hoe ontwikkel je zelfsturing? Wat zijn de kenmerken in zo’n omgeving?






http://www.natuurlijkleren.net/

Natuurlijk leren
De andere basisschool
Sommige vormen van competentiegericht onderwijs
PGO


Verbinden

Overlegmomenten
Samenwerkend leren
Onderwijsleergesprek
Leergemeenschap

Gedeeld gestuurd onderwijs

Vakmanschap

Directe instructie

Leerkrachtgestuurd onderwijs

Basisbehoeften (Stevens)

Relatie
Competentie
Autonomie

Opdracht:
Voelt je buurman zich verbonden met klasgenoten/ de school?
Heeft je buurman het gevoel dat hij succesvol zal zijn?
Heeft je buurman het gevoel dat hij ook iets zelf mag bepalen?
Voelt je buurman zich gemotiveerd?



Transfer

Hoofdstuk 1 ‘Over leren’

5 leeftijdscategorieen?
Onthouden, begrijpen, toepassen
Neurobiologie en neuropsychologie
Betekenisvol en zinvol
Data, informatie, kennis, vaardigheden
Behaviorisme, constructivisme
Competentiegericht leren
Ontwikkelingspsychologie


Voor zelfregulering is zelfkennis nodig

Zelfsturing ontwikkelen
Zelfkennis
Cognitief
Emotioneel
Existentieel
Zelfkennis

Overzicht en contact.

Gedeeld gestuurd onderwijs

Traditionele vernieuwingsscholen
Jenaplan
Dalton
Montessori
EGO
OGO

Als jij als leraar een week je klaslokaal zou verlaten,
terwijl de leerlingen er nog steeds zijn,
kan er dan sprake zijn van onderwijs?

Verantwoordelijkheid

Welke verantwoordelijkheid kunnen leerlingen aan en welke hebben zij nodig?
Wie is ‘in control’?
De mens raakt opgesloten in angst en verdriet als hij voortdurend onderworpen is aan regelsystemen waar hij geen invloed op heeft.
In samenspraak met de omgeving besluiten maken die goed voor je zijn en die je omgeving niet schaden, door middel van reflectie vooraf op de consequentie van die keuze.

Hoofdstuk 2 Theorie
Juf Chantal



Op welke manier geeft Juf Chantal vorm aan de vier regiegebieden?
Pedagogisch klimaat
Aanleren van vaardigheden van de lln
Betekenisvolle situaties
Reflectie op leren


Bij welke theorie sluit de leergemeenschap het beste aan?

Constructivisme
Behaviorisme
Dit heeft hier niks mee te maken

‘Ik wil het zelf doen’
Dit is een voorbeeld van behoefte aan:

Relatie
Competentie
Autonomie

De soort sturing kies je aan de hand van:

Situatie en opvattingen
Klas en school
Je ideeen en mogelijkheden


‘Ik doe de Pabo omdat ik graag iets wil betekenen in het leven van kinderen’
Deze uitspraak is een voorbeeld van:

Emotionele zelfkennis
Normgerichte zelfkennis
Existentiele zelfkennis

De SBL-competenties

Bekwaamheid >lerarencompetentie/ competentiematrix
http://www.lerarenweb.nl/bekwaamheid/matrix.swf
Instrumenten > checlist PO
http://www.lerarenweb.nl/lerarenweb-instrumenten.html


Succesvol leerkracht zijn

Zes sleutels tot een succesvolle leerkacht:
gevoel voor humor
een positieve houding
Hoge en tegelijkertijd realistische verwachtingen van leerlingen
Consistentie en continuiteit
Eerlijkheid en redelijkheid
flexibiliteit
Bron: www.educators.about.com

De leerkracht als regisseur

De leerkracht is de regisseur van het leren.

De regisseur kent het stuk door en door, doet voor, inspireert en staat voortdurend in contact met zijn spelers.

Wat is vooral belangrijk bij gedeelde sturing:

De leerkracht moet zichzelf zijn
De leerkracht moet de leerling loslaten
De leerkracht moet veel keuzes maken

Vier regiegbieden
(R. Fogarty)

Klimaat
Vaardigheden
Betekenisvolle situaties
Reflectie (metacognitie)


Even testen
Hoofdstuk 3 Theorie De Leerkracht

http://www.joostbroekhuizen.webs.com/testsamenwerking.pdf
College 5
Pabo 1 HHS Periode 1A
Doelen bijeenkomst 5
• Ik weet dat het van belang is om de verschillen en overeenkomsten tussen mijn leerlingen te kennen om zo onderwijs op maat te kunnen geven.
• Ik ken de in dit boek behandelde theorie over de verschillen tussen leerlingen in vorderingen, in ontwikkeling, in schoolleeftijd en de verschillen in de sociaal-culturele achtergrond.
• Ik heb kennis en begrip van de onderwijssociologie en microsociologie.
• Ik ken de vier verschillende type scholen en welke invloed dit heeft op het werk van de leerkracht.
• Ik heb kennis van de school als organisatie, de besturing en wat het beleid inhoudt en welke invloed dit heeft op het werk van de leerkracht.
• Ik heb kennis over schoolklimaten en culturen en welke invloed dit heeft op het werk van de leerkracht.

Oefenen

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 6
Neem je hele map met alle opdrachten deze les mee. Bereid een presentatie van 5 minuten voor, waarin je de belangrijkste punten van je leerproces bespreekt. Wat begrijp je het meeste, wat heeft je verbaasd en waar snap je (nog) niks van?
Opdracht in de bijeenkomst
Differentieren
Uitleg over de begrippen hoofdstuk 4 en 5.
Ideale school

Bedenk met een groepje van 3 hoe de ideale school eruit zou zien. Maak een plan met de volgende aspecten:

Hoe is de organisatie in je school: zijn er groepen? Hoeveel kinderen? Hoeveel leerkrachten? Wat voor soort leerkrachten?

Hoe zit het met de achtergronden van de kinderen op die school? Gemengd of juist niet?

Hoe gaat de school om met de verschillen tussen leerlingen?

Hoe ziet een dagprogramma van de kinderen eruit?

Hoe staat de school bekend?

Geef aan het eind van de les een korte presentatie over jouw ideale school.
Maak over de hoofdstukken individueel 6 meerkeuzevragen: verspreid over de hoofdstukken.
Maak een uitdagende vraag waarvan je denkt dat het echt gevraagd kan worden.


Wissel na 10 minuten de vragen uit in groepjes van 3 en beantwoord ze.

Geef elkaar feedback.

OPDRACHTEN VOOR BIJEENKOMST 5
LEZEN Lees voor de les begint Hoofdstuk 4 en 5 van het Theorie-gedeelte van het boek ‘Leren en Onderwijzen’.

MAKEN 12: Kinderen verschillen van elkaar op 4 gebieden. Wat zijn deze gebieden en kun je al een voorbeeld geven uit je eigen stageklas per gebied?

MAKEN 13: Zet de leeftijden en fases van ontwikkeling naast elkaar van de Piaget, Kohlberg en Erikson.

MAKEN 14: Denk na over of jij je identificeert met de Haagse? En met je stageschool?

MAKEN 15: Wat voor soort cultuur heeft jouw stageschool? Stel hierover vragen aan je mentrix om erachter te komen.

Hoofdstuk 4 De Leerling
Even testen
Hoofdstuk 5 Theorie De School
Let op:

Ondanks dat de fasen van ontwikkeling beschreven staan met daaraan gekoppeld leeftijden, ontwikkelen kinderen zich individueel.
Binnen elke fase kan een kind zich op specifieke gebieden zich bijzonder ontwikkelen. Zelfs fase overstijgende ontwikkeling kan zichtbaar zijn.
Voorbeeld: Cognitieve en lichamelijke ontwikkeling kan verschillend verlopen bij een kind.

Differentiatie moet!

Bij het vormgeven van differentiatie moet gekeken worden naar:
De manier van kijken naar het curriculum.
De manier van kijken naar de organisatie en groeperingsvormen.

3.Verschillen in de schoolleeftijd

Globale vierdeling in ontwikkelingsfasen met daarin het gedachtegoed verwerkt van Piaget, Kohlberg en Erikson
De kleuter (4-7)
Het schoolkind (7-11)
De puber (11-15)
De adolescent (15-18)
1902-1994

De menselijke ontwikkeling volgens Erikson in de traditie van de psycho – analyse.
Centrale thema is identiteitsontwikkeling
De vroege kinderjaren (1-3 jaar). Autonomie en twijfel
De kinderjaren (3-5 jaar). Initiatief en schuld
De schooljaren (6-12 jaar). Vlijt en minderwaardigheid
De adolescentie (13-20 jaar).identiteit versus rolverwarring


Kapitaal en leren:
Hier ligt een taak / uitdaging voor de leerkracht.
Hoe kan ik, ondanks de kennis over de belemmerende factoren voor ontwikkeling, een kind zich optimaal laten ontwikkelen.
Kleine veranderingen in de omstandigheden of het aanbod maken verschil.
Ook zijn er verschillende programma’s die effectief ingezet kunnen worden. ( Headstart voor jonge kinderen)
4. Verschillen in sociaal – culturele achtergrond.
We maken hierbij, in navolging van de Franse socioloog / filosoof Bourdieu onderscheid tussen:
Cultureel kapitaal.
Sociaal kapitaal.
Materieel kapitaal.

Er is hier sprake van het Mattheüs effect.
Meer kapitaal betekent meer kans op nog meer. De rijken worden rijker.

2 Verschil in ontwikkeling

1.Verschil in vorderingen.

Deze verschillen zijn goed zichtbaar in een groep kinderen die in dezelfde klas zitten.
De verschillen in vorderingen kunnen een gevolg zijn van het verschil in intelligentie.

Andere factoren:
Lichamelijke en psychische ontwikkeling
De sociale vaardigheden
De kwaliteit van het (voorafgaande) onderwijs
Motivatie van de kinderen
Thuissituatie van het kind
Verschillen tussen leerlingen

Er zijn verschillen in:
Biologisch opzicht.
Maatschappelijk opzicht.
Hun instelling ten aanzien van leren op school.
Interesses en voorkeuren.
De mate waarin zij zich kunnen concentreren.



Op welke manier zie je dit terug in het volgende filmpje

Concreet operationele fase

Het kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid
Het kunnen ordenen, tellen en rekenen.
Het figuratief denken
1896-1980

Jean Piaget
(Zwiterse psycholoog: 1896-1980)
Bij ieder mens zien we min of meer dezelfde ontwikkeling.

De fasen volgens Piaget:
De sensor - motorische fase.
De pre – operationele fase.
De concreet – operationele fase.
De formeel – operationele fase.
Cultureel kapitaal.
Hieronder verstaan we wat we weten en kunnen, om ons in de ons omringende cultuur te bewegen.
Differentiatie is dus geen optie, maar een noodzaak

Kennismaken met de leerlingen.

Hoe?
Door een grondig onderzoek naar de kinderen vooraf.
Door tijdens de activiteiten de kinderen te “lezen”. Een inschatting maken van de onderwijsbehoefte van ieder kind.
1927-1987

Kohlberg
(enigszins aansluitend op Piaget)
Drie stadia in de morele ontwikkeling

Preconventioneel (het gedrag is gericht op het vermijden van straf of het verkrijgen van een beloning)
Conventioneel (wetten en regels en oordeel leeftijdgenoten belangrijk)
Postconventioneel (achterliggende gedachte belangrijk)

Leerlingen leren en willen leren.

Overeenkomsten.
De grote overeenkomst tussen leerlingen is dat ze allemaal ingesteld zijn op leren.
Snelle ontwikkeling hersenen op jonge leeftijd
Tweeledig proces:

Buitenwereld
l
Kind
l
Buitenwereld
We gaan uit van de volgende (groepen) verschillen
Verschil in vorderingen.
Verschil in ontwikkeling.
Verschil in schoolleeftijd.
Verschil in sociaal-culturele achtergrond.





Als gevolg hiervan moet de leerkracht niet alleen keuzes maken, maar ook keuzes bieden

Ieder kind is uniek

Bestudeer de ontwikkeling van kinderen uitvoerig.

Het is de basis van jouw handelen naar de verschillende leeftijdsgroepen als leerkracht / stagiair.

Wat mag ik verwachten van deze leerlingen in de stage.

Advies:
Differentiatie types:
Lineair curriculum
met de klas als uitgangspunt.
Lineair curriculum
met het individu als uitgangspunt.
Concentrisch curriculum
met de klas als uitgangspunt.
Concentrisch curriculum
met het individu als uitgangspunt.

Materieel kapitaal.
Materieel kapitaal bestaat uit de spullen en het geld waarover iemand beschikt.
Sociaal kapitaal.
Het sociaal kapitaal bestaat uit het netwerk waarover iemand beschikt.
Vraag het de leerling zelf!

Onderwijsbehoeften
Om antwoord te kunnen geven moet je alle leerlingen goed kennen!

Iedere leerling heeft zijn eigen onderwijsbehoefte.

Wat en hoe wil het kind leren?
http://www.onderwijsingrafieken.com/2013/09/onderwijsgrafiek-508-de-positieve.html#!/2013/09/onderwijsgrafiek-508-de-positieve.html

Vorm duo's en kijk elkaars werk na:
Per opdracht: wat heeft de ander anders gedaan? Wat heeft hij/ zij beter gedaan? Wat kon beter?
1. Schrijf dit bij de opdracht erbij.
2. Bespreek de feedback per opdracht.




3. Beantwoord de volgende vragen als je klaar bent:
Welke vormen van differentiatie zijn er?

Hoe komt het dat een kind uit de middenbouw/bovenbouw het heel belangrijk vindt dat elke klas even veel tijd krijgt om met de pingpongtafel op het schoolplein te spelen? Met welke theorie kan je deze vraag beantwoorden?

Welke soort culturen kan een basisschool hebben?



Visie van een school in Utrecht

Organisatiemodel van een school










Bron: http://www.debrummelbos-skod.nl/?id=8

Groepering/ sociale klasse

Bowen Paulle: gemengde schoolbevolking, 70% middleclass, 30% lagere sociale milieus:

Draagt ertoe bij dat ook kinderen uit lagere milieus de ervaring opdoen die zij nodig hebben om een tweede natuur te ontwikkelen





Upper class
Middle class
Labour class


Wij weten dat een school eerder zou moeten lijken op een jungle, een boerderij, een laboratorium, dan op een kantoorgebouw en toch lijken alle scholen op het laatste.

Guus Kuijer (1980)


Typen organisatie

De traditionele school

De regelschool

De collegiale school;

Nadelen van beide vormen worden opgelost in:
De integrale school;


Non conformisme

Een cultuur die ruimte biedt aan verschillen. De positieve waardering van andersdenkenden reduceert afstand.
Little boxes

Het verschil in kapitaal staat
niet alleen onderhandeling
maar ook identificatie in de weg.

Bij een te grote machtsafstand wordt er niet onderhandeld.

Sociologisch perspectief

Kennis ontstaat door onderhandeling, hierbij speelt macht een rol.
Je leert het meest als kennis haalbaar en bereikbaar is.

School en maatschappij/overheid

Onderwijs speelt een belangrijke rol in het economisch succes van individuen

Geef leerlingen de mogelijkheid
eigenaar te zijn van hun eigen leren.

Autoritaire organisatie

De schoolorganisatie heeft effect op het leergedrag van kinderen en heeft kenmerken van een autoritaire organisatie.

Leerlingen kunnen vaak niet zelf beschikken over:
Tijd, plaats, inhoud, sociale relaties.

Dit roept ongewenst gedrag op:
Vlucht
Strijd
Onderwerping



Welke autoritaire organisaties kennen we allemaal?
School en beleid

Besturen en leiden

Missie
Visie
Strategie


Om succesvol te zijn in de wereld,
heb je een tweede natuur nodig
die overeenkomt met de middle class.

Tweede natuur
(Bowen Paulle)

Niet het aangeboren, maar het ingeslepen gedrag. (manier van omgaan met je omgeving bijv: taalgebruik, manier van contact leggen, omgang met tijd etc.)
Je kunt identificatie versterken of verzwakken
Hoe?
Identificatie

De mate waarin de lln zichzelf en de maatschappij waarvan zij deel uitmaken herkennen in de school.

Wordt beinvloed door:
Succes dat je hebt
Feedback die je krijgt
Imago van een school of opleiding
Onderwijssociologie
microsociologie

http://nos.nl/video/224677-scholen-moeten-afspiegeling-zijn-van-maatschappij.html


De school en de maatschappij

De school is onderdeel van de maatschappij en speelt tegelijkertijd een rol in de vormgeving hiervan.
Identiteit vs imago

Identiteit: missie, visie en strategie

Imago: het beeld van de buitenwereld

Het is goed dat de lijst van zeer zwakke scholen op internet staat.

De school en de maatschappij

Onderwijssociologie

Microsociologie: hoe werken maatschappelijke verschijnselen en verhoudingen door in de klas?

Met elkaar en voor elkaar: Talent ontwikkel je samen!


Onderwijs voor hart hoofd en hand!



De veilige, brede basis voor een leven in balans.


Missie

Maatschappij
Organisatie
Gebouw
Full transcript