Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Onderwijs normale ontwikkeling 2014-2015

Onderwijs 2012/2013
by

Marike Serra

on 10 June 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Onderwijs normale ontwikkeling 2014-2015

Cursusjaar 2014-2015
Module Normale Onwikkeling
Cursus Ontwikkeling van het kind
Leerdoelen
Programma
Wat gebeurt er in deze periode?
Ontwikkeling tussen 0-6 jaar
Ontwikkeling tussen 6-12 jaar
Ontwikkeling in de adolescentie
Inzicht de normale, ‘gezonde’ ontwikkeling van kinderen en adolescenten:
Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingsthema’s en ontwikkelingsstappen in de verschillende ontwikkelingsfases:
Beter kunnen beoordelen wanneer je spreekt over een afwijkende ontwikkeling.

27 november : inleiding + uitleg over module Normale Ontwikkeling (9-10 uur)
zelfstudie (10-12 uur)
4 december : ontwikkeling 0-6 jaar + bespreken opdrachten
11 december : zelfstudie:
18 december : ontwikkeling 6-12 jaar + bespreken opdrachten
8 januari : ontwikkeling 12-18 jaar + bespreken opdrachten + toets (??)

OPDRACHT 1
OPDRACHT 3
Interview een adolescent (bijvoorbeeld iemand uit je omgeving) over een thema dat volgens jou past bij de ontwikkeling die een adolescent doormaakt. Bereid het interview voor aan de hand van de volgende punten.
1. Kies een onderwerp, motiveer waarom je dit hebt gekozen en bedenk op welke vraag je een antwoord wilt krijgen.
2. Bedenk een aantal vragen over dit onderwerp die aansluiten bij de belevingswereld van de adolescent (hou rekening met leeftijd, ontwikkelingsniveau en achtergrond).
Werk het interview uit en relateer de antwoorden aan de theorie/literatuur. Welke antwoorden verwachtte je en welke niet? Wat is je opgevallen? Hoe verklaar je de reacties/antwoorden?
OPDRACHT 2
Neem als basis voor deze opdracht een kind (tussen 5-12 jaar) uit je eigen klinische praktijk. Maak een DVD opname van een consult en selecteer hieruit maximaal 10 min.
1. Geef een korte beschrijving van de ontwikkeling van het kind op de volgende gebieden: Cognitieve ontwikkeling/leren & sociaal-emotionele ontwikkeling. Betrek bij elk onderdeel minstens twee deelgebieden (bijvoorbeeld bij sociaal-emotionele ontwikkeling: omgaan met emoties en vrienden)
2. Beschrijf waarom je de ontwikkeling wel of niet leeftijdsadequaat vindt en relateer dat aan theorie en literatuur.
Maximaal 2 A4
Sociale ontwikkeling
Hechting
Spelontwikkeling
Sociale ontwikkeling
Taal
Zindelijkheid
Geboorte
6 jaar
Angsten
Hechting
Gehechtheid: belangrijke mijlpalen
0-6 weken: voorkeur menselijke stimuli
>6 weken: glimlachen bij gezichtachtige stimuli
4-5 maand: onderscheid bekende en onbekende gezichten, voorkeur bekende
>6 maand: duidelijke hechting aan een of meer personen, kan blijken uit:
6-7 maand: angst voor vreemden
8-9 maand: separatieangst
Problemen bij hechting
te veel, te langdurige separatie
te weinig consistent en voorspelbaar opvoedingsmilieu
te weinig sensitieve en responsieve omgeving
Tussen 0-2 jaar..
Theorie: John Bowlby
Onderzoek: Mary Ainsworth
Synchroniciteit tussen ouder en kind
Psychologische en fysiologische behoeften kunnen uiten
Voorkeur voor of gerichtheid op sociale stimuli
Kunnen waarnemen van contingenties (oorzaak-gevolg)
Vermogen zelf emoties te uiten en af te stemmen op gedrag ander
Joint attention
Non-verbale vaardigheden gericht op het 'delen van aandacht'
gaze monitoring
wijzen: om aandacht van de ander te richten
tonen van voorwerpen
Social referencing
Vermogen om gedrag af te stemmen op emotionele reactie van de ouder m.b.t. iets of iemand in de omgeving
Behalve hechting ook nog...
12-18 maanden
4 maand
5 jaar
0-12 maanden
door Marike Serra/Marieke Schuppert
Op jonge leeftijd is de variatie in ontwikkeling en ontwikkelingssnelheid groot. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ontwikkeling op het gebied van taal, maar zeker ook voor de sociale ontwikkeling. Schrijf een kort essay (max. 2 A4) over verschillen in sociale ontwikkeling bij kinderen tussen 0-4 jaar. Beantwoordt (in ieder geval) de volgende vragen:
1. Geef twee voorbeelden van verschillen in sociale ontwikkeling tussen jonge kinderen.
2. Hoe verklaar je deze verschillen? Welke theorieën zijn daarover of welke factoren spelen een rol bij deze variatie en op welke manier zorgen ze voor variatie?
Theory of Mind
Taalontwikkeling
Combinatie van aangeboren,
biologisch gefundeerde eigenschap
(het kunnen aanleren van taal)
en
omgevingsstimulatie in een kritieke periode
Theorie
chaos of rechte lijn?
Globale ontwikkeling
Voortalig (prelinguaal): <12 maanden
0-6 weken: huilen
6 wk- 4 mnd: vocaliseren egocentrisch
4-8 mnd: brabbelen
8-12 mnd: brabbelen sociaal
Vroege taal (vroeglinguaal): 12-30 maand
14 maand: eenwoordszin
30 maand: tweewoordszin
1
2
extra aandacht nodig wanneer een kind bij 18 maanden nog geen betekenisvolle woordjes gebruikt of met 30 maanden nog geen tweewoordzinnen maakt
let op
Differentiatiefase: 30 mnd-5 jaar
toename zinslengte (meerwoordzinnen)
toename woordenschat (400 bij 2,5 tot 2000 bij 5)
uitbreiding van begrippen (o.a. kleuren)
toename grammaticale complexiteit
gebruik van lidwoorden
3
Spel
Leren uiten en herkennen van emoties
Angsten
2-3 jaar 'koppigheidsfase'
driftbuien (afname na 4 jaar)
ambivalentie in relatie met ouders
4-5 jaar
nieuwsgierigheid (waarom-vragen)
ontplooien van initiatief en creativiteit: fantasiespel
Autonomie
0-2 jaar: angst als fysiologische reactie, niet objectgebonden
3-6 maanden: schrikreacties
6-7 maanden: angst voor vreemden
8-9 maanden: separatieangst
3-5 jaar:groot deel van de kinderen heeft angsten op deze leeftijd, bij 20% is dat echt een probleem:
specifieke angsten (dieren, apparaten, donker)
angst voor verlies of straf
angst voor verlies van lichaamsintegriteit (>3,5 jaar)
6-12 jaar: complexere angsten waarbij anticipatie op mogelijk onheil een rol speelt
gewetensangst (angst bij overtreden van regels)
angst om niet te voldoen aan omgevingseisen
angst voor de dood (>8 jaar)
Zindelijkheid
Rijping en leerprocessen/training
2 jaar: 43% j en 61% m zindelijk voor urine overdag
3 jaar: 87% j en 92% m zindelijk voor urine overdag, 50% zindelijk voor ontlasting
5 jaar: 97% j en 94% m zindelijke voor urine overdag, 98% zindelijk voor ontlasting

5-7 jaar ook 's nachts zindelijk
zelfherkenning, zelfbewustzijn
Mijlpalen
0-18 maanden: vooral oefenspel of spelen met dingen
repetitief
verwerven van kennis over de wereld via senso-motorische activiteit
alleen
vanaf 24 maanden: symbolisch of fantasiespel
vanaf 7 jaar pas: goed kunnen hanteren van spelregels
Wat is de relatie met taal?
> tot 6 maanden
vanaf 6 maanden
1,5-2 jaar
vanaf ongeveer 2 jaar
vanaf 6-7 jaar
www.kp-kinderopvang.nl
Portret van Simon, 4 jaar
Portret van Reina, 9 jaar
Portret van Fien, 12 jaar
Theory of Mind
Vermogen gevoelens, gedachten en wensen aan anderen (en aan jezelf) toe te schrijven en op basis daarvan gedrag te voorspellen en verklaren.

automatisch, als vanzelf
vaak impliciet
representaties in de vorm van een ‘theorie’?
Eenvoudige ToM
perceptie
basale emoties
beliefs
desires
actie/gedrag
zien, horen
honger, dorst
willen, wensen
denken, weten
Wellman, 1990
Belangrijkste ontwikkelingsstappen ToM
Mensen hebben psychologische eigenschappen (2 jaar)
Deze mental states zijn anders dan de fysieke werkelijkheid (3 jaar)
Mental states zijn gerelateerd aan de werkelijkheid (2-3 jaar) ‘desire-theorie’
Mental states kunnen een onjuiste representatie zijn (4-5 jaar) ‘belief-desire theorie’
De menselijke geest interpreteert actief de werkelijkheid (>6 jaar) ‘constructivistische theorie’
filmpje false belief test
Vanaf de geboorte al emoties kunnen uiten en reageren op emoties van anderen
Spontaan gebruik van emotie-woorden (vanaf 2 jaar)
Vragen naar redenen voor emoties (vanaf 2½-3 jaar)
Herkennen van emoties: situatiebeschrijvingen, gelaatsexpressies:
4 jaar: voor de basis emoties (zoals blij, verdrietig of boos) kunnen koppelen van emotie-label, ‘typische’ situatie en gelaatsexpressie
Wat gebeurt er in deze periode?
Dyslexie
Leren
Cognitieve
ontwikkeling
Sociale
ontwikkeling
6 jaar
12 jaar
Geweten
Leervoorwaarden
Leren lezen, schrijven en rekenen
Overgang naar groep 3
Concentratie
Sociale ontwikkeling: separatie van de ouders
Niet afhankelijk van voortdurende individuele aandacht
Handhaven in een groep
Aanwijzingen en instructies kunnen verdragen
groep 1 en 2: voorbereiding op lezen en schrijven
groep 3: start met leren lezen (met een methode)
Er bestaan 9 leesniveaus (AVI)
één zin per regel te lezen (AVI 1, groep 3)
doorlopende zinnetjes lezen (AVI4, groep 4)
zinnen van 9 woorden (AVI 7, groep 5)
Leren lezen
Feiten over
(leren) lezen
Overstap naar groep 3
Pre-operationeel denken (tot 6-7 jaar)
kind is nog niet in staat om diverse aspecten van een situatie op logische wijze met elkaar in verband te brengen
Concreet operationeel denken (vanaf 6-7 jaar)
overgang van pre-operationeel naar concreet-operationeel denken: toepassen van logische denkoperaties op direct concrete ervaringen. O.a. zichtbaar in:
Formeel operationeel denken (> 11 jaar)
toepassen van formele logische regels niet meer gebonden aan directe concrete situaties en gebeurtenissen, maar ook mogelijk bij abstracte, hypothetische situaties
Sociale relaties
Aangaan van sociale relaties buiten het gezin
Relatie met leeftijds/klasgenoten (peer group)
tot 6 jaar: gemengde peer groep
vanaf 8-9 jaar voorkeur eigen sekse
Jean Piaget:
stadia van cognitieve ontwikkeling
Conservatie (aantal, inhoud, gewicht)
Classificatie
Begrip van rangorde (ordenen van groot naar klein)
Egocentrisme
Animisme
Artificialisme
Realisme
Morele ontwikkeling (Kohlberg/Piaget)
Preconventioneel
goed/slecht gebaseerd op straf en beloning
focus op ‘resultaat’ in plaats van op achterliggende intentie
Conventioneel
goed/slecht wordt bepaald door groepsnorm: ‘wat hoort’
Postconventioneel
goed/slecht wordt bepaald door algemeen menselijke waarden
goed/slecht is relatief, eigen verantwoordelijkheid in keuze welke algemeen geldende norm je zwaarder laat wegen
Lawrence Kohlberg: morele ontwikkeling
conservatie van hoeveelheid
conservatie van aantal
Conformerend: gericht op erbij horen en niet opvallen
Competentiebeleving en zelfbeeld
Eigenwaarde & Competentiebeleving
Mastery of geleerde hulpeloosheid
Locus of control (intern/extern)
Motivatie (intrinsiek/extrinsiek)
Zelfbeeld
Wat is er mis met stadium-theorieen?
niet iedereen doorloopt
de stadia in dezelfde volgorde
Kennisstructuren bepalen
denken: los van inhoud

Assimilatie: inpassen ervaringen
in bestaande kennisstructuur

Accomodatie: aanpassen
kennisstructuur
o.b.v. ervaringen of
waarnemingen
???
beeld van jezelf 'als geheel'
Specifieker: wat kun je
op gebieden zoals leren,
vrienden & sport.

vanaf ca. 8 jaar kan een kind
hier zelf goed uitspraken over
doen (Harter).
Sociale cognitie
Toename in kennis over de wereld
perspectief nemen, verplaatsen in ander
begrip sociale regels
kennis over sociale relaties: vriendschappen
vriendschappen
Definitie
De definitie van dyslexie is: 'een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren van het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau'.

De hardnekkigheid van de leesproblemen is een belangrijke aanwijzing voor dyslexie. Dit is pas aan te tonen als de leesproblemen zijn gesignaleerd en aangepakt met behulp van het onderwijsprotocol leesproblemen en dyslexie. Wordt hiermee geen vooruitgang geboekt, dan noemt men dit didactische resistentie.

Van didactische resistentie is sprake als er systematisch een half jaar lang, tenminste driemaal per week twintig minuten, extra instructie is gegeven voor het technisch leren lezen door een leerkracht of remedial teacher.
Marshmellow experiment: beheersen van je impulsen
Lichamelijke veranderingen
Cognitieve ontwikkeling
Sociale ontwikkeling
Lichamelijke veranderingen
Cognitieve ontwikkeling
Identiteit
Identiteit
Sociale ontwikkeling
Hormonale veranderingen
Groei en ontwikkeling van de hersenen
Portret van Hany en Lisa 15 jaar
ouders vs vrienden
je werkt 1 van opdrachten uit (kiezen welke)
je bekijkt voorafgaand aan de bijeenkomst de prezi
wat wordt er van je verwacht t.a.v. zelfstudie:
Formeel operationeel denken (> 11 jaar)
toepassen van formele logische regels niet meer gebonden aan directe concrete situaties en gebeurtenissen, maar ook mogelijk bij abstracte, hypothetische situaties
stadia van cognitieve ontwikkeling
puberteit= periode van lichamelijke veranderingen in de adolescentie, meestal 10-14 jaar

adolescentie = ontwikkelingsfase tussen 12-23 jaar
gevolgen voor gedrag
bezig zijn met je eigen lichaam
verandering seksuele interesse
snellere en sterkere stemmingswisselingen
bewuster van je uiterlijk
meer bezig met wat anderen van je vinden
meer bezig met hoe anderen zich gedragen
verschillen tussen
jongens en meisjes!
veranderingen in slaappatroon
later moe, moeite met opstaan
maar veel slaap nodig
Ontwikkeling van executieve functies: belangrijk voor uitvoeren van complex en doelgericht gedrag
hypothetisch & kritisch denken
filosoferen & discussieren
Toenemende mogelijkheden zich te verplaatsen in anderen
flexibiliteit, informatie filteren, geheugen, multitsken, feedback gebruiken, aandacht er bij houden
langzamerhand van jongens- of meisjesgroepen naar gemengde groepen
experimenteren met romatische relaties en seksualiteit
overactieve hersenen in emotioneel prikkeldende omstandigheden: goeligheid voor boze en blije gezichten
complexe (verbazing, schaamte) en tegenstrijdige emoties
sociale normen bepalen wel/niet uiten van gevoelens
Ouders
Vrienden
revolutie of subtiele verandering?
beinvloeden lange termijn keuzes: zoals school- en beroepskeuze, waarden en normen
beinvloeden korte termijn keuzen: zoals uiterlijk, hobbies of interesses
Ouders beinvloeden alcoholgebruik door oa.:
normen en waarden t.a.v. alcoholgebruik
eigen (voorbeeld) drinkgedrag

Vrienden hebben invloed op
beginnen en doorgaan met drinken
+
twee invloedsferen.....
....beide zijn en blijven van belang
bijv. alcohol
min of meer hetzelfde geldt voor roken!
Jongeren en social media
Vriendschappen:
Boezemvrienden & hartsvriendinnen
Vriendenclubs
Subcultuur
intensieve omgang met elkaar
delen smaak en voorkeuren, gemeenschappelijkheid is belangrijk
wij-gevoel
vormen ideeen en meningen
experimenteren met kleding en uiterlijk
informele leider
wisselende grootte, maar max. 7 leden
geven zekerheid en veiligheid
'samen' binnen een grotere peergroup
leren sociale vaardigheden
meisjes: geslotener en duurzamere vriendenclubs
jongens: meer open en sociaal felxibeler
meer gericht op wederkerighei, intimiteit en vertrouwen
minder persoonlijk en losser dan vriendenclub
je hoort er niet bij... je bent er een...
categorie i.p.v. verband
zichzelf kunnen plaatsen binnen een groep, referentiegroep
basis voor eigen imago: bepaalt je uiterlijk, je taal
reputatie en stereotype
draagt bij aan identititeitsgevoel
samen zijn i.p.v. samen doen belangrijker
gelijkwaardigheid en wederkerigheid: delen van geheimen en problemen
exclusieve relatie, afhankelijkheid en kwetsbaarheid
conflict en vriendschap kunnen naast elkaar bestaan
absolute, gepassioneerde en alles-of-niets neemt af in tweede helft adolescentie
Full transcript