Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

politiek+criminaliteit

No description
by

hajo schoonenberg

on 14 February 2019

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of politiek+criminaliteit

politiek en criminaliteit
aantekeningen en opdrachten
parlement -
kabinetsvorming
parlement en regering - 9m
sp-3m
tweede en eerste kamer
tweede kamer eerste kamer
1. vvd 33 vvd 13
2. pvda 9 pvda 8
3. pvv 20 pvv 9
4. sp 14 sp 9
5. cda 19 cda 12
6. d'66 19 d'66 10
7. cu 5 cu 3
8. groenL 14 groenL 4
9. sgp 3 sgp 2
10. pvdd 5 pvdd 2
11. 50+ 4
12 denk 3
13. fvd 2 50+ 2
osf 1
dubbel check (4m)
fb0- zesde klas
fbo H2
1. Noem drie kenmerken van de democratische rechtssstaat. 3p
2. Noem een sociaal grondrecht en leg uit wat het verschil is met een klassiek grondrecht. 2p
3. Wat is het verschil tussen directe democratie en parlementaire democratie? 2p
4. Het parlement is geen "dictatuur van de meerderheid"
Leg uit waarom een echte democratie iets anders is. 1p
fbo: 3.3

1. Wat zijn zwevende kiezers?
2. Geef twee redenen waarom het aantal zwevende
kiezers is toegenomen.
3a. Wat is een regeerakkoord?
b. Welke partijen hebben hebben het huidige regeerakkoord geschreven?
4. Leg uit hoe een kabinetscrisis kan ontstaan.
5. "Zo waarlijk helpe mij God almachtig" Wat hebben ministers met deze tekst te maken?
fbo 4.1 en 4.2
1. Wat hebben regeerakkoord en miljoenennota met elkaar te maken? Leg beide begrippen uit. 2p
2. Wat zijn Algemene Maatregelen van Bestuur? Wie neemt deze AMvB? 2p
3. Leg het begrip Staten-Generaal uit. 1p
4. Wat is het initiatiefrecht? 1p
5. Wat is een spoeddebat en wat heeft dat met de controlerende taak van de Tweede Kamer te maken? 2p
6. Lobbyen is een informeel middel om het proces van politieke besluitvorming te beïnvloeden. Leg dit zo goed mogelijk uit. 1p
dubbel check
rookbeleid
fbo 6.1: Het systeemmodel
1. Wanneer eindigt het proces van besluitvorming?
Gebruik het begrip feedback in je antwoord. 1p
2. Geef een omschrijving van de volgende begrippen:
a. Input 1p
b. Output 1p
3. Soms kom een groot probleem niet op de politieke agenda. Dit heeft te maken met 'ruimte'. leg uit. 1p
4. In de omzettingsfase van het systeemmodel van Easton kunnen we drie fasen onderscheiden. Noem ze en geef een korte omschrijving. 3p
5. Wat is de functie van poortwachters? 1p
pvda
vvd
50+
fbo 8.1
1. Geef van de volgende begrippen een definitie en een voorbeeld
a. polarisatie
b. politieke establishment
c. ontideologisering
d. pragmatische partijen
e. reactionair
f. het politieke midden.
2. Leg het begrippenpaar confessioneel en niet-confessioneel uit en voorzie het van voorbeelden

1. vr 3/2 intro
2. di 7 m+l h1
3. vr 10 GLU m+l h2 en h3
4. di 14 h4
5. di 28 h4 en h5 !!!! Ook het fragment thuis
bekijken. MAKEN EN LEREN GLU
6. vr 3/3 h6
7. di 7
8. vr 10 H7 en h8
9. di 14 H9
10. vr 17 h10
11. di 21 h11
12. vr 24 h12
13. di 28 h13
14. vr 31 h14
15. di 4/4 h15
1. wo 1/2 intro
2. vr 3 m+l h1
3. wo 8 m+l h2 en h3
4. vr 10 GLU h4
5. wo 15 h5
6. wo 1/3 h6
7. vr 3 h7 en h8
8. wo 8 h9
9. vr 10
10. wo 15 h10
11. vr 17 h11
12. wo 22 h12
13. vr 24 h13
14. wo 29 h14
15. vr 31 h15
16. wo 5/4

extra rondje
Duurt ongeveer 30 min. Extra opdrachten maak je achterin je schrift en laat je aan het begin van de les aan de docent zien. Gaat het aantal rondjes uit de hand lopen, dan heb je het spelletje blijkbaar niet begrepen.........

30 min: twee bladzijden sleutelbegrippen overschrijven.
cu
sgp-pownned
gvd
Confessionalisme
(op basis van een geloofsovertuiging)
In Nederland: christen democratie: CDA, SGP en CU
kenmerken:
* bijbel als uitgangspunt: naastenliefde en harmonie
* organische staatsopvatting
* rentmeesterschap
* Gespreide verantwoordelijkheid (susidiariteitsbeginsel)
maatschappelijk middenveld. verenigingen, gezin
liberalisme
Individuele mogelijkheden van het individu
zijn heel belangrijk. Dus zoveel mogelijk individuele kansen en vrijheid.
* economische vrijheid (vrije markt)
* politieke vrijheid (staatsmacht=wil van het volk)
* rechtsstaat ( juridische gelijkheid= iedereen moet zich aan de wet houden)
*rationeel individualisme (iedereen heeft een gezond verstand en eigenbelang)
socialisme
Zwakke groepen in de samenleving beschermen. Overheid 'moet' dat doen. GL, SP, PvdA,
* sociaaleconomische gelijkheid (kims ladder)
* tegenstelling kapitaal-arbeid
* verzorgingsstaat.(Overheid moet zorgen voor sociale wetgeving)

stromingen
h11 volkert
h1 pvdd
Raad van State
weekers
fietsersbond
wilders blz 58
met dank aan nienke 4v4
16/12/14
h14: stromingen
Fabian (4v4) di.16/12/'14
ss
met dank aan Nienke 4v4 16-12-'14
h4: bordschema (12m)

proces wilders
fbo 5.3 massamedia
politieke functies van de media
1a. Bij welke functie hoort een spotprent?
b. Wat wordt er bedoeld met redactioneel commentaar en waarom past deze ook bij dezelfde functie als een spotprent?
2. Wat wordt er bedoeld met de waakhondfunctie en geef een voorbeeld.
3. Zaterdag komt er een aparte bijlage over overgewicht in de Trouw. Waarom past dit bij de onderzoeksfunctie?
4. In het boek staan 5 functies. Welke twee functies is nog niets over gevraagd?
5. Wat is de taak van een spindoctor?


POLITIEKE TOP IN TWENTE (BLZ 56-57)

Wie zijn de toppers?
Noteer in je boek de namen en de partij waarvan ze lijstrekker zijn.

Wilders- Rutte- Roemer- Krol-Buma-Kuzu-Segers-Thieme-Asscher-Pechtold-Roos-Klaver-Van der Staaij-Monasch.

Vragen
1. Wie komen er waarschijnlijk niet in de Tweede Kamer? Leg uit.
2. Wie zou je welke vraag willen stellen?
3. Welke partij wordt het grootste?
4. Op welke partij zou jij stemmern?
4v1
di6-vr2
pww: do 6/4 - vr 14/4
4v2
wo6-vr4
4h5
wo7-ma2
1. wo 1/2 intro
2. ma 6 m+l h1
3. wo 8 m+l h2
4. ma 13 h3
5. wo 15 h4
6. ma 27 h5
7. wo 1/3 h6
8. ma 6 h7 en h8
9. wo 8 GLU
10. ma 13 H9 PRESENTATIE (50W)
11. wo 15 h10
12. ma 20 h11
13. wo 22 h12
14. ma 27 h13
15. wo 29 h14
16. ma 3/4 h15
17. wo 5
h3: mensenrechten (14min)
h5: macht en onmacht (15m)
foto bordschema
Henk en Ingrid (20m)
Extra lesstof over populisme
pww: do 6/4 - vr 14/4
FBO H7 EN H8

1. Wat heeft het regeerakkoord met wetsvoorstellen te maken?
Uitvoerig uitleggen.
2. Geef twee verschillende redenen waarom de Tweede Kamer
meer macht heeft dan de Eerste Kamer.
3. Welke grote oppositiepartij heeft in de eerste kamer, in
verhouding, heel veel zetels? Leg je antwoord uit.
4. Noem een departement zonder staatssecretaris en geef een
verklaring.
5. Welke twee belangrijke taken hebben ambtenaren binnen het
departement.
6. In welk jaar krijgen we weer een nieuwe Eerste Kamer en
waarom is dit op een ander tijdstip dan de Tweede Kamer?

FBO H7 EN H8

1. Wat heeft het regeerakkoord met wetsvoorstellen te maken?
Uitvoerig uitleggen.
2. Geef twee verschillende redenen waarom de Tweede Kamer
meer macht heeft dan de Eerste Kamer.
3. Welke grote oppositiepartij heeft in de eerste kamer, in
verhouding, heel veel zetels? Leg je antwoord uit.
4. Noem een departement zonder staatssecretaris en geef een
verklaring.
5. Welke twee belangrijke taken hebben ambtenaren binnen het
departement.
6. In welk jaar krijgen we weer een nieuwe Eerste Kamer en
waarom is dit op een ander tijdstip dan de Tweede Kamer?

fbo h9
1. Leg uit wat het verschil is tussen een persoonlijk probleem en
een politiek probleem.
2. Wat wordt er bedoeld met politieke agenda en wat heeft dat te
maken met prioriteren? In welke fase gebeurt dit?
3. Wat gebeurt er in fase 4? Na fase 4 komt "soms" weer fase 1.
Leg uit hoe dat kan.
4. In welke fase is het regeerakkoord belangrijk? leg je antwoord
uit.

fbo h12
1. Burgers kunnen vaak niet direct meebeslissen over politieke
oplossingen. Wat is de oplossing?
2. Wat betekenen decentralisatie en deregulering en waar zijn ze
een oplossing voor?
3. Waarom zijn kamerleden inhoudelijk vaak slechter voorbereid
op een discussie dan het kabinet? Wat is een mogelijke
oplossing?
4. Voor welk probleem zijn meer lessen maatschappijleer een
mogelijke oplossing?

fbo h12
1a. Leg uit wat deregulering en decentralisatie
betekenen en geef bij beide begrippen een voorbeeld.
b. Voor welk nadeel van ons politiek systeem zijn dit
mogelijk oplossingen?
2. Op welke twee manieren kan de overheid haar
geldgebrek oplossen?
3. Verklaar de informatievoorsprong van een minister
ten aanzien van kamerleden van de Tweede Kamer.
Geef twee redenen.
4. Welk bezwaar van ons politieke systeem
geeft een mogelijke verklaring voor de geringe
opkomst bij verkiezingen? Leg je antwoord uit.
5. Voor welke twee bezwaren kan een referendum een
oplossing zijn? Leg je antwoord zorgvuldig uit.

fbo h12
1a. Leg uit wat deregulering en decentralisatie
betekenen en geef bij beide begrippen een voorbeeld.
b. Voor welk nadeel van ons politiek systeem zijn dit
mogelijk oplossingen?
2. Op welke twee manieren kan de overheid haar
geldgebrek oplossen?
3. Verklaar de informatievoorsprong van een minister
ten aanzien van kamerleden van de Tweede Kamer.
Geef twee redenen.
4. Welk bezwaar van ons politieke systeem
geeft een mogelijke verklaring voor de geringe
opkomst bij verkiezingen? Leg je antwoord uit.
5. Voor welke twee bezwaren kan een referendum een
oplossing zijn? Leg je antwoord zorgvuldig uit.

fbo h11
1. Leg uit wat er met progressief bedoeld wordt en
geef een voorbeeld.
2. Noem twee fundamentele kenmerken van
democratie. en pas ze toe op het verhaal van de
Majapuda's.
3. Noem twee wezenlijke verschillen tussen non-
coöperatie en burgerlijke ongehoorzaamheid.
4. Wat wordt er bedoeld met lobbyen en geef een
voorbeeld.
Europa
1. Bekijk de twee filmpjes aandachtig en maak de
volgende vragen.
a. Welke vier instellingen worden er genoemd en geef
een korte omschrijving van elke instelling.
b. Welk instelling lijkt het meeste op ons kabinet/
regering? Leg je antwoord uit.
c. Ons parlement heeft meer macht dan het Europese
parlement. Geef twee duidelijke voorbeelden ( gebruik
het bordschema).
2. Nederland en de wereld (blz 124-129)
a. Waarom zijn decentralisatie en autonomie moeilijk te verenigen met de EU?
b. Hoeveel landen van de EU horen bij de eurozone en wat houdt dat in?
c. Waarom wordt het verdrag van Lissabon in 2007 wel de Europese Grondwet
genoemd?
d. Leg het verschil uit tussen supranationaal en intergouvernementeel.
e. Noem twee partijen die de EU relatief vaak een bedreiging vinden voor de
Nederlandse identiteit. Leg het begrip identiteit zo goed mogelijk uit.
f. Hoeveel staten zijn aangesloten bij de VN?
g. Wat zijn resoluties? Noem een nadeel.
h. Welke landen zijn de vijf permanente leden van de veiligheidsraad en wat is
hun macht?
3. OK, GOOGLE. Zoek de volgende begrippen op. Schrijf je antwoord zo op dat de
ander het snapt.
a. Guterres
b. Het nieuwste lid van de EU
c. Land dat graag lid wil worden
d. Het kleinste EU-land
e. Politieke partijen die voor een Nexit zijn.
f. Nederlands referendum over de Europese Grondwet . 200woorden



fbo h14
1. Noem een kenmerk van het communisme. Op
welke hoofdstroming lijkt deze het meeste?
2. Wat wordt er met rentmeesterschap bedoeld?
3. Wat zou een fascist van onze parlementaire
democratie vinden? Leg je antwoord uit.
4. Welke stroming benadrukt het belang van de
rechtsstaat zeer nadrukkelijk? Waarom past
dit bij deze stroming?
5. Leg uit wat pragmatisme is en geef een zelf
verzonnen voorbeeld.
fbo h14
1. Noem een kenmerk van het communisme. Op
welke hoofdstroming lijkt deze het meeste?
2. Wat wordt er met rentmeesterschap bedoeld?
3. Wat zou een fascist van onze parlementaire
democratie vinden? Leg je antwoord uit.
4. Welke stroming benadrukt het belang van de
rechtsstaat zeer nadrukkelijk? Waarom past
dit bij deze stroming?
5. Leg uit wat pragmatisme is en geef een zelf
verzonnen voorbeeld.
6v2
di4-do4-vr4
1. wo 6
2. do 7 maken en leren 1.1 en 1.2
3. ma11 h2 m+l 1.3 en 1.4
4. wo 13
5. do 14 h3 m+l 3.1
6. ma 18
7. wo 20 m+l 3.3
8. do 21 h4 m+l 4.1
9. ma 25 m+l 4.2 en 4.3
10. wo 27 m+l 4.4
11. do 28 h5
12. ma 2/10 m+l 5.2
13. wo 4 m+l 5.3
14. do 5 h6 m+l 6.1
15. ma 9 m+l 6.2 en 6.3
16. wo 11 havo 2 opdracht
17. do 12 h8
18. di 31
19. do 2/11 8.1 en 8.2
20. vr 3
21. di 7 h9 maken en leren

h1: 1,5,7,9,11,14,18,25,26,29,33
h2: 1,5,8,11,14 16,22, vwo2
h3: 1,4,5,6,9,11,15,18,22 ,26,27,28,34
h4: 4,5,7,9,10,11,16,18,22,24,26,29,30
32,33,35
h5: 2,3,11,18,20,26,29,33,36,39, vwo1
h6: 1,3,8,10,11,13,18,20,21,24, havo2
h8: 1,3,8,12,13,16,17,18,22,24,26,27,33
35,36
h9: 3,4,8,10,14,15,20,21,23,27,29,31,32
oud
4v3
di3-do6
1. di 6/3 intro
2. do 8 maken en leren h1
3. di 13 m+l h2 en h3
4. do 15 h4
5. di 20 h5 GLU
6. do 22 h6
7. di 27 h7
8. do 28 h8

9. di 3/4 h9
10. do 5 h10
11. di 10 h11
12. do 12 h12
13. di 17 h13
14. do 19 h14
15. di 24 h15 LAPTOP MEENEMEN
16. do 26 GLU

17. di 15/5 h15 nakijken, behalve 2, LAPTOP meenemen, twee opgavenbladen bespreken (links, rechts)
18. do 17 Laatste les politiek. Sleutelbegrippen.
19. di 22 LAPTOP EN DOPJES. Intro criminaliteit.
20. do 24 maken en leren h1 behalve het videofragment.
21. di 29 LAPTOP m+l h2
22. do 31 m+l h3 GLU?
23. di 5/6 LAPTOP h4 Opdrachten blz. 16 niet maken.
24. do 7 h5+h6
25. di 12 LAPTOP h7
26. do 14 h8
27. di 19 LAPTOP h9 Denk ook aan het fragment (8m)
28. do 21 h10 + h11 leren, leren, leren
29. di 26 laatste lesdag. h12 evaluatie
29 lessen: 22 uur
huiswerk: 16 uur
studielast: 60 uur
toets 90 minuten
toetsvoorbereiding: 20 uur
4v2
wo4-do8
1. wo 7/3 intro
2. do 8 maken en leren h1
3. wo 14 m+l h2 en h3
4. do 18 h4
5. wo 21 h5
6. do 22
7. wo 28 h6
8. do 29 h7
9. wo 4/4 h8

10. do 5 h9
11. wo 11 h10
12. do 12 h11
13. wo 18 h12
14. do 19 h13
15. wo 25 h14
16. do 26 h15 laatste les politiek

17. wo 16/5
18. do 17 intro
19. wo 23 m+l h1
20. do 24 h2 fragment moet nog
21. wo 30 h3
22. do 31 h4
GLU Opdrachten op blz 16 niet maken.
23. wo 6/6 h5+ h6
GLU (sportdag)
24. do 7 h7
25. wo 13 h8
26. do 14 h9
27. wo 20 h10 drie keer een uitspraak en uitleg+ h11 leren, leren, lerren.
28. do 21 laatste les h12
studielast: 60
lessen: 20.5
huiswerk 15
toets 1.5
leren toets 23 uur !!!
extra:mensenrechten (7m)
Dijkgraaf (3m)
bekende geseling
ophanging in Iran
herinvoering doodstraf?

1. Bekijk "Bekende geseling"
a. Wat heeft deze geseling met Pasen te maken?
b. Welke invalshoeken (schilderij) herken je? Leg uit.
2. Bekijk "Ophanging in Iran"
a. Welke dia (van de 11) maakte de meeste indruk?
b. Hoe kun je het doodvonnis het beste voltrekken?
3. Lees artikel A van het bronnenblad.
a. Vind jij dat Frank recht heeft op euthanasie? Leg uit.
b. Waarom heeft de arts geen euthanasie toegepast?
4. In artikel B worden veelplegers hard gestraft. Waarom
kan dat in Nederland niet?
5. Artikel C. Is het geven van verschillende straffen aan
iemand met een baan en een werkloze, lassenjustitie?
6. Artikel D. Welke vorm van executie vind jij het beste?
Waarom?
6. Bekijk de argumenten voor en tegen de doodstraf.
Welk tegenargument vind jij het zwakst en welke het
sterkst?
110 woorden
13-5-'15
politiek
zwarte piet AH (5m)
cda
extra-politiek
criminaliteit
h6: bindingstheorie (24min)
De zitting (8m)

Lees eerst blz. 30 en 31 van het boek aandachtig door.
Lees de onderstaande opdrachten door.
1. Wat is een meervoudige kamer?
2. Hoeveel had de verdachte gedronken?
3. Wat is de aanklacht?
4. Leg de volgende begrippen uit en pas ze toe op het fragment.
a. voeging
b. slachtofferverklaring
c. griffier
5. In het boek wordt het verloop van de zitting in 8 stappen
omschreven. Welk onderdeel komt in het fragment niet voor?
6. Welk onderdeel uit het fragment staat niet bij de 8 stappen?
7. Waarom volgt het vonnis niet direct. Betrek in je antwoord het
begrip daderstrafrecht.

Start het fragment rechtsboven (8m) en maak de vragen
h9: de zitting (8m)
h1: 28m
h5: mind to crime (20m)
h2: aantekening
h11: waarom straffen (15m)
europa
fbo h14
1. Wat wordt er bedoeld met gespreide
verantwoordelijkheid en bij welk stroming past dit
begrip het beste?
2. Voor welke stroming is de rechtsstaat heel belangrijk
en leg uit waarom.
3. Welke stroming is in principe niet democratisch? Leg
uit.
4. Wat is volgens communisten het voordeel van een
klassenloze maatschappij?
5. Wat wordt er bedoeld met onrechtvaardige
genderverschillen. Welke stroming?
6. Welke 'stromingen' gaan niet uit van een ideologie?
Geef van beide een typering.
extra-criminaliteit
kabinet 4m
marokkanen (4m)
vervroegd vrijkomen
volkert (3m)
fbo h1
1. leg kort de berippen uit
a. banga
b. monogamie bij alleenstaande moeders
c. de overbeschermde
d. darknumber
2. Wat valt op als je kijkt naar de etnische achtergrond
bij groepsverkrachtingen. Zeg iets over daders en slachtoffers.
3. Hoe gedragen jongens en meisjes zich na een
groepsverkrachting, volgens Sies?
fvd:veiligheid (2m)
6v
h1: 1,5,7,9,11,14,18,25,26,29,33
h2: 1,5,8,11,14 16,22, vwo2
h3: 1,4,5,6,9,11,15,18,22 ,26,27,28,34
h4: 4,5,7,9,10,11,16,18,22,24,26,29,30
32,33,35
h5: 2,3,11,18,20,26,29,33,36,39, vwo1
h6: 1,3,8,10,11,13,18,20,21,24, havo2
h8: 1,3,8,12,13,16,17,18,22,24,26,27,33
35,36
h9: 3,4,8,10,14,15,20,21,23,27,29,31,32
di4-vr7-vr8
1. di4 h1
2. vr 7 maken t/m 25
3. vr 7
4. di 11 h2 maken en leren
5. vr 14 h3 m+l 3.1 en 3.2 (80m)
6. vr 14
7. di 18 m+l h3.3
8. vr 21 h4 m+l 4.1 en 4.2
9. vr 21
10. di 25 m+l 4.3 en 4.4
11. vr 28 h5
12. vr 28
13. di 2/10
14. vr 5 h6
15. vr 5
16. di 9
17. vr 12 h8
18. vr 12
19. di 30
20. vr 2/11 h9 maken en leren
21. vr 2
doel: gemiddeld een 6.5 voor de toetsen

1. 40 min. lesvoorbereiding (huiswerk)
2. schrift compleet
3. klassikaal luisteren
4. vragen stellen en antwoorden geven
5. werken in pw-stilte (7-14-21)

6. aanwezigheid
7. op tijd zijn
8. vooruit werken
9. 9 uur toetsvoorbereiding
Full transcript