Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

De plaats van de zeekoe in de evolutie

No description
by

Bart Schipper

on 8 January 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of De plaats van de zeekoe in de evolutie

De plaats van de zeekoe in de evolutie
door Gala Kuzmicheva en Bart Schipper
Oligoceen
Mioceen
pleistoceen

Plioceen
eoceen
holoceen

Prorastomidae
Prorastomus
Prorastomus is de meest primitieve zeekoe. Er zijn slechts enkele skeletfragmenten van gevonden. Hieraan is te zien dat dit dier nog niet gespecialiseerd was voor een leven in het water. Zijn voeding bestond uit zacht plantenmateriaal. Dit haalde hij grotendeels op het land
Protosirenidae
Gebruik de pijltjes om van onderwerp naar onderwerp te gaan. Klik op elementen om ze uit te vergroten of gebruik het muiswieltje om te zoomen
Protosiren
Protosiren is de eerste zeekoe die gespecialiseerde waterkenmerken ging vertonen. Hij voedde zich met zeegrassen en waterplanten. Zijn gewrichten waren zwak en daarom betrad hij zelden het land
Halitherinae
Eotheroides
De tanden van Eotheroides zijn relatief ongespecialiseerd ten opzichte van de andere soorten zeekoeien. Dit komt waarschijnlijk omdat dit één van de eerste water gespecialiseerde zeekoeien was. De tanden waren dus nog niet helemaal aangepast.
Sirenavus
Over Sirenavus is vrijwel geen informatie bekend.
Prototherium
Dit dier staat vooral bekend om het grote aantal fossiele skeletten dat ervan is gevonden. Het meest bekende fossiel is gevonden op de berg Duel in Veneto. Dit fossiel is helemaal compleet. Prototheria leefden in een subtropisch klimaat en werden ongeveer 2,5 meter.
Eosiren
Halitherium
Halitherium was een zeekoe die voornamelijk voorkwam in Europa. Opmerkelijk is dat je aan het skelet nog goed kan zien dat z'n vinnen geëvolueerd zijn uit poten. Ook heeft hij achter residuën zitten van poten, deze zijn echter niet zichtbaar,
Caribosiren
De fossiele resten van dit dier zijn gevonden samen met die van Halitherium en metaxytherium, hun nakomer.
Ze leefden in het Caribisch gebied. Terwijl andere soorten zich verder specialiseerden in water, vond bij deze het omgekeerde plaats. Ze zijn uitgestorven omdat een deel van de planten die ze aten uitstierf.
Metaxytherium
Metaxytherium is een zeekoe die leefde in Afrika, Azië, Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Hij leefde vooral aan de kust en in rivieren. Er zijn bewijzen dat dit dier vaak ten prooi viel aan vroege haaien
Trichechus
Anomotherium
Over de Anomotherium is vrijwel geen informatie bekend.
Miosiren
De miosiren is een wat langwerpigere zeekoe. Opvallend is dat deze zeekoe niet alleen algen en zeeplanten eet, maar ook oesters, namelijk de soorten Pycnodonte callifera en Ostrea digitalina. Waarschijnlijk zaten deze oesters vast aan zeewier.
Potamosiren
Potamosiren leefde in Zuid-Amerika. Het is de eerste bekende zeekoe die in zoet water leefde. Wat ook bijzonder is aan Potamosiren, is dat hij zijn tanden helemaal kon vernieuwen.
Over Eosiren is vrijwel geen informatie bekend.
Ribodon
Het leefgebied van Ribodon was Zuid-Amerika, voornamelijk rond Venezuela en Argentinië. Het dier leefde voornamelijk aan de kust en bij overstroomde vlaktes, waar het planten van de bodem at.
Hydrodamilinae
Dusisiren
Dusisiren wordt beschouwd als tussensoort tussen Metaxytherium en Hydrodamalis. Zijn leefgebied lag rond de kust van Amerika en Mexico totaan Japan. Kenmerkend is zijn grootte en het (deels) ontbreken van tanden.
Sirenia
(zeekoeien)
Orde
Proboscidae
(Slurfdieren)
Hyracoidea
(Klipdasaschtigen)
Tubulidentata
(Buistandigen)
Macroscelidea
(Springspitsmuizen)
Afrosoricida
(Tenreks en Goudmollen)
Klasse
Mammalia
(zoogdieren)
Aves
(vogels)
Amphibia
(Amfibiën)
Reptilia
(Reptielen)
Chondrichthyes
(Vissen)
Stam
Periode
Chordata
(Chordadieren)

Xenoturbellida
(Wormachtigen)

etc.
Rijk
Animalia
(Dieren)

etc.
Eukaryoten
Domein
Dugonginae
Crenatosiren
Deze soort is ontstaan in de buurt van de rivier Suwannee in Florida. Ze lijken heel erg op Halitherium, maar verschillen genoeg om een nieuwe soort te zijn. Het beest wordt gekenmerkt door een diepe nasale kloof.
Bharatisiren
Toen de overblijfselen van dit dier gevonden werden, dacht men erst dat het van een metaxytherium was, later werdt echter uitgevonden dat het een nieuwe soort was. Bharatisiren leefde in India.
Diopl
Over Diopl is vrijwel geen informatie bekend.
Xenosiren
Xenosiren leefde rond Mexico en het Caribische gebied. Er is slechts één fossiel van gevonden, dat nu bewaard wordt in Kambul
Rytiodus
Rytiodus kon wel 6m worden, bijna 2x zo groot als andere primitieve zeekoeien. Hij had een glad lichaam. Voor heet hij vinnen. Zijn achterpoten zijn helemaal verdwenen. Aan de achterzijde bevind zich een verticaal geplaatste vissenstaart waarmee hij zich voortbewoog. Ook had het dier slagtander om zeeplanten los te wroeten.
Korytosiren
Over Korytosiren is vrijwel geen informatie bekend.
In deze periode kun je erg goed zien dat de zeekoe van een landdier is geëvolueerd. De tanden zijn nog niet gespecialiseerd in zeeplanten en sommige zeekoeien komen zelfs nog het land op. Ook kan je aan (de restanten van) hun voor en achterpoten zien dat hun voorouder ooit op het land heeft gelopen. Opvallend is dat van sommige oudere zeekoeiensoorten een stuk meer fossielen zijn gevonden dan van nieuwere soorten.
Rond deze periode beginnen de soorten uiteen te lopen richting de nu nog bestaande soorten. De rudimentaire organen zijn grotendeels verdweren en de dieren zijn veel gespecialiseerder voor in het water
Hydrodamalis
Hydrodamalis, ook wel steller's zeekoe genoemd, is ontstaan in de ijstijd. Zijn fossiel werdt voor het eerst gevonden in Siberië. Hij werdt wel 8 tot 10 meter en woog zo'n 4 ton. Hij had ook een dikke schorsachtige huid. Waarschijnlijk heeft hij zijn huid en grootte te danken aan het koude klimaat waarin hij leefde. Na zijn jeugd verloor hij zijn tanden en daarom at hij algen en wieren. Tijdens het eten stak hij zijn kop 4 tot 5 minuten boven water om te ademen. Deze soort is in 1768 uitgestorven.
Inleiding
Zeekoeien zijn een kleine orde van plantenetende zeezoogdieren. Ze worden tot de Afrotheria gerekend en zijn daarbinnen het nauwste verwant aan de slurfdieren. Naast de walvissen en de zeeroofdieren zijn de zeekoeien de derde grotere groep zeezoogdieren. Anders dan zeeroofdieren hebben ze geen geschikte ledematen om zich op het land voort te bewegen. De orde van Sirenia omvat binnen twee (nog) levende families Doejongs en de Lamantijnen, vier nog levende soorten.

De levende soorten bereiken een lichaamslengte van 2,5 tot 4 meter, hoewel de Stellerzeekoe, die in de 18e eeuw is uitgeroeid, 7,5 meter lang kon worden. Bij de nog levende soorten varieert het gewicht van 250 tot 1500 kg. De voorpoten zijn in vinnen veranderd, de achterpoten zijn geëvolueerd tot een staart. De vorm daarvan is het duidelijkst zichtbare onderscheidingskenmerk tussen de twee nog levende families: doejongs hebben een gevorkte staart en de lamantijnen een spatelvormige.
De stompe snuit is duidelijk van de kop afgescheiden en omgeven door harde snorharen. De neusgaten liggen aan de bovenkant van de snuit. Vergeleken met de romp is de kop vrij groot, maar de hersenen, met een gewicht 250 tot 350 gram, zijn onder de zoogdieren de kleinste in verhouding tot de lichaamsgrootte.

De huid is zeer dik en gerimpeld. Bij de nog levende zeekoeien, die in tropische wateren te vinden zijn, is de opperhuid zeer dun, maar de Stellerzeekoe had als aanpassing aan het koude poolwater een veel dikkere opperhuid. De vacht is beperkt tot enkele borstels bij de mondopening en afzonderlijke haren op de romp, maar embryo's hebben nog een volledig haarkleed, en ook bij pasgeboren jongen zijn nog duidelijk meer haren aanwezig dan bij volwassen dieren.

Het voedsel van zeekoeien is plantaardig en bestaat uit zeegras, algen en andere waterplanten, en ook de voor hen bereikbare bladeren van bomen. Lamantijnen hebben per dag zo'n 90 kg voedsel nodig en zijn per dag gemiddeld zes tot acht uur lang met eten bezig. Ook krijgen zij met hun plantaardige voedsel kleine ongewervelden binnen, die de dieren van eiwit voorzien.
Over de leefwijze en over het sociale gedrag van zeekoeien is maar weinig bekend. Ze leven vaak alleen of in kleine familiegroepen; af en toe worden ook grotere groepen van honderden dieren gevormd. Er bestaan nauwelijks sociale relaties, op de moeder-kindrelatie na, die ongeveer twee jaar duurt. Zeekoeien kunnen zowel overdag als 's nachts actief zijn. De communicatie verloopt via geluid en drukveranderingen.

Ze bewegen zich altijd drijvend of zwemmend voort. Volwassen zeekoeien komen meestal elke een tot vijf minuten aan de oppervlakte om adem te halen en langere duik kan tot twintig minuten duren.

Behalve de mens hebben zeekoeien maar weinig natuurlijke vijanden. Op zee vallen grotere haaien en de orka wel eens zeekoeien aan, in rivieren de krokodillen en in Zuid-Amerika de jaguar.

Plaats van de zeekoe in de taxonomie
De doejongs (Dugongidae) vormen een familie van zeekoeien uit de Grote en de Indische oceanen. De oudste bekende fossielen stammen uit het Eoceen (± 45 mil. jaar geleden). Tegenwoordig leeft er nog slechts één soort, de doejong (Dugong dugon), uit deze familie. Een andere soort, de Stellerzeekoe (Hydrodamalis gigas) uit de koude Beringzee, stierf uit rond 1768.

De doejong wordt gemiddeld 2,5 tot 4 meter lang en 250 tot 300 kilogram zwaar. Het dier heeft een afgeplatte, gevorkte staart. Het mannetje is groter dan het vrouwtje en heeft kleine slagtanden. De neusgaten van het dier kunnen door middel van kleppen gesloten worden.

Zoals gezegd werd, eet de doejong plantaardig voedsel in vorm van bladeren en wortels van waterplanten. Om te eten duikt hij tot een diepte van twaalf meter. Hij blijft meestal ongeveer een minuut onder water, maar als het nodig is, kan het tot acht minuten onder water blijven.

Er wordt vermoed dat ontmoetingen tussen deze dieren en zeemannen de oorzaak zijn van verhalen over sirenes en zeemeerminnen.

De Doejong
De lamantijnen leven nu vooral in de wateren van Noord- en Centraal-Amerika, de Caribische Zee en de Westkust van Afrika. Bij de lamantijnen zijn de snijtanden vrij klein en het dier heeft helemaal geen hoektanden, wat vooral door hun dieet komt: het zijn herbivoren en besteden de meeste tijd aan “grazen”. De staart van de lamantijn is spatelvormig, in tegenstelling tot de doejong. Hij moet tenminste elke 20 minuten een keer boven komen om adem te halen. Als het dier wil slapen kan dat alleen tussen twee ademhalingen in.
Tegenwoordig leven er drie verschillende soorten:

De Amazonelamantijn

Deze lamantijn woont in de wateren van de Amazone, Brazilië, Colombia, Ecuador, Guyana en Peru. De amazonelamantijn is de kleinste van de drie lamantijnensoorten: ze kunnen tot 3 meter lang en 450 kg zwaar worden. De huid is glad, met witte en roze vlekken op de borst en buik. Het dier heeft geen nagels op de zwemvinnen. Het is een van de weinige zeezoogdieren die in zoetwater leven.


De Lamantijn
De West-Afrikaanse Lamantijn

De West-Afrikaanse lamantijn kan gevonden worden in de kustgebieden van West-Afrika van Angola in het zuiden tot Mauritanië in het noorden. Behalve in de oceaan zijn ze soms ook in rivieren en meren in het binnenland te vinden. Een belangrijk factor is de temperatuur: deze dieren zijn zelden in water kouder dan 18 graden te vinden. Het dier heeft een dunne vacht over het gehele lichaam en kan 4,5 meter lang en zo'n 360 kg zwaar worden.



De Caribische Lamantijn

De Caribische lamantijn leeft in de ondiepe kustgebieden van het Caribisch gebied. Door grote veranderingen in de zoutheid van het water trekken de dieren soms naar ondiepe rivieren. Het dier kan alleen in tropische en subtropische gebieden overleven door een dunne laag lichaamsvet. Het beschikt over een dunne vacht over het gehele lichaam. De gemiddelde Caribische lamantijn is ongeveer 2,5 tot 4,5 meter groot en tussen de 200 en 600 kg zwaar. Er zijn echter ook exemplaren van 1500 kg gezien. De vrouwtjes zijn over het algemeen groter dan de mannetjes.
Het Heden
De verschillen tussen de 2 levende soorten
Rond deze tijd zijn bijna alle soorten zeekoeien uitgestorven, alleen de soorten die we nu nog hebben en steller's zeekoe zijn over. Deze soorten zijn zeer gespecialiseerd in hun leefgebied en vertonen amper kenmerken meer van leven op het land.
Stamboom van alle zeekoeien sinds hun ontstaan
Bronnen:
http://etb-whales.blogspot.nl/2012/03/origin-of-sirenians.html
http://tolweb.org/Sirenia/15984
http://nl.wikipedia.org/wiki/Prorastomus
http://www.hans-rothauscher.de/dugong/dugong.htm
http://ocean.si.edu/blog/discovery-multispecies-communities-seacows
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeekoeien
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lamantijnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Doejongs
http://en.wikipedia.org/wiki/[iedere soort op de stamboom]
http://taxonomicon.taxonomy.nl/TaxonTree.aspx?id=109808
http://it.wikipedia.org/wiki/Prototherium
http://link.springer.com/article/10.1007/BF03043869#page-2
http://www.sirenian.org/sirenianevolution.html
Full transcript