Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Argumentatieleer: Soorten argumenten

No description
by

Koen Van Cauwenberge

on 25 February 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Argumentatieleer: Soorten argumenten

Argumentatieleer (1.) Juiste argumentatie 1.) Feitargument: Iets is waar want het is een feit. Kritisch: Wat is de bron daarvoor? 2.) Gezagsargument: ja, want die zegt dat en dat is een autoriteit Kritisch: Is dat wel een autoriteit? 3.) Oorzaak en gevolg: ja, want als ... dan ... Kritisch: Is er wel een oorzakelijk verband? 4.) Analogie: twee situaties vergelijken Kritisch: Zijn die situaties wel gelijkaardig? 5.) Een voorbeeld geven: Geloofwaardig want al gebeurd Kritisch: Mag je dat daarom veralgemenen? 6.) Cijfers en statistieken als bewijs Kritisch: Zijn die cijfers wel representatief? (2.) Onjuiste argumentatie: Drogredenen Aannemen dat een stelling waar is, omdat niet is bewezen dat zij onwaar is. Of omgekeerd: er wordt aangenomen dat een stelling onwaar is, omdat niet is bewezen dat zij waar is.
"Ik heb hem nooit met een vrouw op stap gezien, dus hij heeft geen vriendin."
Onjuiste logica: als iemand een vriendin heeft, dan gaat hij er mee op stap en dan zie ik dat.
"Je kunt niet bewijzen dat God niet bestaat, dus God bestaat."
"Je kunt niet bewijzen dat God bestaat, dus God bestaat niet." Argumentum ad ignorantiam (argument van de onwetendheid) bv. "Als je niet voor ons bent dan ben je tegen ons." Vals dilemma Een conclusie op grond van iets dat niet gezegd wordt, dus een stellingname die wordt afgeleid uit zwijgen.
"Mijn vader heeft nooit gezegd dat hij tegen de dienstplicht was. Die steunde dus de oorlog." Argumentum ex silentio (wie zwijgt stemt toe) Een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die logisch gezien niet uit de argumenten of premisse volgt.
"Bij 25% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken en bij 80% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt i.p.v. koffie."
De onjuiste logica komt voort uit het feit dat de verkeerde getallen vergeleken worden. Het is zaak het percentage alcoholdrinkers dat in een ongeval terecht komt te vergelijken met het percentage van de koffiedrinkers dat in een ongeval terecht komt. Non sequitur (het volgt er niet uit) "Kinderen die veel tv kijken, zijn vaak gewelddadiger. De tv maakt kinderen gewelddadig."
Deze redenering is onjuist, omdat het omgekeerde ook waar zou kunnen zijn; kinderen die gewelddadig zijn, zouden ook gewoon meer van tv kunnen houden. Retrorsum causa et effectus (omkering oorzaak en gevolg) Er wordt een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Feit B treedt op na feit A en feit B wordt daarom gepresenteerd als gevolg van feit A.
"De zon komt altijd op nadat de haan gekraaid heeft, dus de zon komt op dóórdat de haan kraait." Post hoc ergo propter hoc (na dit, dus bestaat er oorzakelijk verband met dit) "Het is de afgelopen vijf jaar erg warm geweest, dus het klimaat verandert."
De denkfout is hier dat er een algemene regel wordt afgeleid uit slechts enkele gevallen. Secundum quid: Overhaaste generalisatie Persoonlijke aanval op de tegenstander om zijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken en zodoende ook zijn standpunt. Op de man spelen en niet op de bal.
"Wat weet een dronkenlap zoals Dardenne van politiek?" Ad hominem (op de persoon) Verwijt van schijnheiligheid, je ontzegt de ander recht van spreken vanwege zijn eigen gedrag of uitspraken in het verleden. Dit is een specifieke vorm van de persoonlijke aanval.
"Waarom verwijt je mij dat ik steel? Dat heb je zelf vroeger ook gedaan..."
Onjuiste premisse: alles wat je zelf doet of gedaan hebt moet je altijd goedkeuren. Tu quoque (jij net zo) Bij deze drogreden gebruikt iemand de (veronderstelde) autoriteit van een externe persoon of instantie als argument voor de juistheid van een bewering. Op zichzelf is het autoriteitsargument geen drogreden. Het steunt echter op een onderliggende, verborgen aanname, namelijk dat spreker en toehoorders de betreffende autoriteit ook als zodanig erkennen. Klopt die verborgen aanname niet, dan is logischerwijs ook het autoriteitsargument niet correct. In dat geval is sprake van een drogreden.
"Graancirkels zijn echt van buitenaardse wezens, want dat staat op internet."
Onjuiste premisse: informatie die op internet staat is altijd waar. Ad verecundiam (autoriteitsdrogreden) Bij deze drogreden wordt uitsluitend het feit dat iets in het verleden zus of zo gedaan is als argument aangevoerd om het op die wijze te doen. De verborgen aanname is, dat alles wat in het verleden goed gewerkt heeft, ook nu nog goed zal werken. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. De drogreden gaat eraan voorbij dat er intussen betere methoden kunnen bestaan.
"Ik zie niet in waarom ik e-mail nodig zou hebben. Onze familie heeft een lange traditie van brieven schrijven."
"Wikipedia? Nergens voor nodig, we hebben hier sinds jaar en dag de Winkler Prins." Beroep op traditie Hiervan is sprake wanneer men de juistheid van een stelling tracht te bewijzen door aan te voeren dat er een meerderheid voor te vinden is. Zie ook populisme.
"De spelling is 'stropop' en niet 'stro-pop', want 'stropop' levert de meeste treffers op Google."
"De monarchie is een goede zaak, want de meerderheid is er voorstander van."
Onjuiste premisse: de meerderheid heeft altijd gelijk. Ad populum (met het oog op het volk) Deze drogreden wordt gebruikt om een reputatie uit het verleden op te rakelen of die in het nu er zogenaamd mee te onderbouwen. Niet het grote aantal mensen die dat vinden, maar de tijdsduur is van belang.
"Dit geneesmiddel werd al gebruikt in het oude Egypte/China/India".
Onjuiste premisse 1: zo'n oud middel moet wel probaat zijn - anders werd het niet al zolang gebruikt!
Onjuiste premisse 2: de mensen in die oude culturen hadden evenveel of zelfs meer geneeskundige kennis dan wij en daar valt het middeltje uiteraard ook onder. Zowel de medische kennis als het middeltje in kwestie kunnen echter intussen sterk achterhaald zijn. Bovendien is vrijwel niet met zekerheid na te gaan hoe goed de middelen vroeger werkten doordat dat niet zo uitgebreid is gedocumenteerd. Argumentum ad antiquitatem (met een beroep op het verleden) "Hitler was ook een vegetariër".
Onjuiste premisse: Alles wat iemand zegt dat in verband kan worden gebracht met een slecht persoon moet vanzelfsprekend verkeerd zijn (bij Jeremy Bentham is dit de hobgoblin fallacy (naar de hobgoblin, een kwaadaardige geest uit de Angelsaksische folklore). Reductio ad Hitlerum Van deze drogreden is sprake wanneer de bewering wordt aangevoerd als argument voor zichzelf.
"Ik ben de baas omdat ik het hier voor het zeggen heb."
"Natuurlijk had ik er een reden voor, want anders had ik het niet gedaan."
"God bestaat, want het staat in de bijbel. Wat in de bijbel staat is waar, omdat het Gods woord is."
"Ik heb dat niet gestolen, want ik ben geen dief." Cirkelredenering (petitio principii) Argumentatie waarbij niet de zaak zelf als slecht wordt betiteld, maar de overtreffende variant die algemeen bekend staat als slecht, als logisch gevolg wordt aangedragen. Daarmee wordt de zaak alsnog als slecht betiteld, zonder dat het logisch gevolg wordt bewezen.
"Alle alcoholisten zijn ooit met limonade begonnen."
"Als we homo's laten trouwen, laten we dieren later vast ook trouwen." Hellend vlak-redenering Een standpunt van de tegenstander (impliciet) verdraaien of er een zelfbedachte karikatuur van op te trekken, waardoor het gemakkelijker aan te vallen is, of op voorhand al in de ogen van velen bespottelijk lijkt.
“De luchtvervuiling is erg.” “Ja en straks smelten de poolkappen ook nog zeker. Iedereen weet toch dat die klimaatverandering een verzinsel is.” Stropopredenering (drogreden van de stroman) Je vergelijkt twee zaken met elkaar die niet met elkaar te vergelijken zijn.
“De transport van varkens is zoals dat van joden in de Tweede Wereldoorlog.” Appels met citroenen vergelijken
Full transcript