Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Samenvatting 2008 CE VWO NL, Geschonden beroepseer

Hoe maak je een samenvatting? In welke alinea's vind je welk deel van de opdracht. Stap voor stap!
by

Wam Vermeer

on 12 January 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Samenvatting 2008 CE VWO NL, Geschonden beroepseer

8. In het moderne management gaat het echter niet langer om het werk zelf, maar om afgeleiden daarvan: geld, macht en aanzien. Niet langer is goed onderwijs of goede zorg werkelijk het hoogste goed dat moet worden gerealiseerd.
Het management is gericht op expansie, markt veroveren, nieuwbouw, strategisch handelen, imago, aanboren van nieuwe doelgroepen, enzovoort. En dat is allemaal heel erg belangrijk en moeilijk, zodat men zichzelf met een gerust geweten kan belonen met marktconforme salarissen en voorzieningen. Samenvatting 2008-1 Geschonden beroepseer 2 Dat we het werk op een andere
manier beleven dan vroegere generaties
heeft in de eerste plaats te maken met
een verandering in mentaliteit die zich
voor het eerst in de jaren zestig heeft
voorgedaan en die ertoe heeft geleid dat
arbeid en werk tegenwoordig op een
andere manier gewaardeerd worden. De
doorsnee moderne werknemer ontleent
zijn identiteit en zelfrespect al lang niet
meer primair aan zijn beroep. Arbeid is
een onderdeel geworden van een project
van zelfontplooiing, waarin het gevoel
en welzijn van het individu en zijn
subjectieve voorkeuren centraal staan.
Zo beschouwd vormt die ouderwetse
koppeling van arbeid en eer haast een
teken van een bekrompen burgerlijke
instelling, waarin men zich gedwee aan
autoriteiten onderwerpt en veiligheid
en zekerheid zoekt in opgelegde regels
en plichten. Het denken in termen van
burgerlijke eer werd door de generatie
van de jaren zestig meedogenloos ontmaskerd
als een heimelijk onderdrukkingsmechanisme. 1 Een vriend van me vertelde eens
over zijn vader, die vrijwel zijn hele
leven in dienst was geweest van de
Nederlandse Spoorwegen. Na diens
overlijden kwam hij bij het opruimen
een doosje tegen met zes knopen die
hoorden bij het uniform dat zijn vader
gedurende zijn werkzame leven had
gedragen. Ofschoon zijn vader al ruim
tien jaar met pensioen was, had hij deze
knopen zorgvuldig bewaard en goed
onderhouden, net als de rest van zijn
uniform. Uit deze blinkende knopen
sprak het verhaal van een man die zijn
leven lang met trots zijn ambt had
vervuld. Iedereen kent wel dit soort
verhalen. Meestal zijn ze afkomstig van
mensen uit een vorige generatie. De
gepensioneerde huisarts, de oude leraar
en de bejaarde verpleegster, ze praten
niet zelden over hun beroep op een
manier die uit de tijd lijkt te zijn
geraakt. Ze kijken met zelfrespect en
voldoening terug op een arbeidzaam
leven. 3 Arbeid moet dus vooral ‘leuk’ zijn
en een moderne werknemer komt niet
in de eerste plaats op voor het belang
van de organisatie maar wel voor het
eigen belang. Als het werk elders
‘leuker’ of beter betaald is, ruilt men,
geheel conform een flexibele levensstijl,
met gemak de ene baan in voor een
andere, al dan niet op contractbasis.
Deze toegenomen mobiliteit leidde
ertoe dat de identificatie met het eigen
bedrijf verminderde. 4 Ook de democratisering en de
rationalisering van arbeid en bestuur
hebben vanaf de jaren zestig een grote
invloed gehad op arbeidsbeleving. Niet
langer mochten in bedrijven en organisaties
overgeleverde tradities en elites
de dienst uitmaken, beslissingen
dienden te worden genomen op basis
van argumenten in een machtsvrije
discussie. Een aanzienlijk deel van de
democratisering van arbeid en bestuur
is later weer teruggedraaid, maar de
rationalisering, of wat tegenwoordig
ook wel ‘professionalisering’ van
organisaties wordt genoemd, schrijdt
nog altijd voort. Of het nu gaat om de
overheid of het bedrijfsleven, er moet
worden bestuurd op basis van meetbare
resultaten. 5 Dit rationaliteitsdenken leidde in de
jaren negentig tot een reorganisatiegolf,
uitmondend in kleine en grotere fusies
van bedrijven en organisaties.
800025- 1-001b 6 lees verder ►►►
Schaalvergroting werd een doel op zich.
Tegen de achtergrond van falende Oost-
Europese economieën, geschoeid op
oude marxistische ideeën, bouwde men
waar mogelijk neoliberale concurrentieprincipes
in, omdat een ‘struggle for
life’ werd opgevat als een vitaliserend
principe in alle dienstensectoren. 10. Ondertussen lopen er talloze werknemers rond met diepe frustraties over het feit dat hun beroep hun is ontnomen. Het werken onder steeds nieuwe bureaucratische richtlijnen, opgelegd door mensen die niet weten wat hun vak in de praktijk inhoudt, is een directe ontkenning van hun beroepseer.
In beroepen als arts en leraar speelt de ervaring waarin mensen zich bepaalde praktijken hebben eigen gemaakt, een cruciale rol. Hun beroep, dat met aandacht voor individuele mensen te maken heeft en een hoogstpersoon-lijke invulling kent, wordt vandaag de dag procesmatig ontleed en vertaald in productie-eenheden. 11. Niet alleen wordt op deze manier de innerlijke zin van hun beroep geweld aangedaan, uiteindelijk is dit geweld een morele misdaad die de wereld van zijn bezieling berooft en de verhouding tussen mensen bederft. Hier dringt zich de vergelijking op tussen communisme en (neo)liberaalkapitalisme, twee zeer verschillende maatschappelijke systemen die wat betreft het ontmense-lijkende karakter meer verwantschap vertonen dan menigeen erkent. Beide zijn vormen van economisch gefundeerde rationalisaties die de cultuur en maatschappij waarin ze wortelen, ondermijnd hebben of zullen ondermijnen. De vraag is, hoe we als samenleving deze bedroevende toestand weer ongedaan kunnen maken. 3. Arbeid moet dus vooral ‘leuk’ zijn
en een moderne werknemer komt niet
in de eerste plaats op voor het belang
van de organisatie maar wel voor het
eigen belang. Als het werk elders
‘leuker’ of beter betaald is, ruilt men,
geheel conform een flexibele levensstijl,
met gemak de ene baan in voor een
andere, al dan niet op contractbasis.
Deze toegenomen mobiliteit leidde
ertoe dat de identificatie met het eigen
bedrijf verminderde. 5. Dit rationaliteitsdenken leidde in de jaren negentig tot een reorganisatiegolf, uitmondend in kleine en grotere fusies van bedrijven en organisaties. ►►►

Schaalvergroting werd een doel op zich. Tegen de achtergrond van falende Oost-Europese economieën, geschoeid op oude marxistische ideeën, bouwde men waar mogelijk neoliberale concurrentieprincipes in, omdat een ‘struggle for life’ werd opgevat als een vitaliserend principe in alle dienstensectoren. 9. De leraar stelt in de ogen van anderen tegenwoordig pas wat voor als hij het tot goed betaalde midden-manager weet te schoppen van het door fusies tot immense proporties opgeblazen scholenconglomeraat. Bij klachten over dit soort organisaties blijft het management zelf volmondig de noodzaak tot verandering onderstrepen: natuurlijk zijn we er nog niet, er moet inderdaad nog veel gebeuren – en daar gaat het management wel eens even voor zorgen. Immers, door reorganisatie bevestigt de manager zijn macht en zonder verandering wordt het managementapparaat zelf overbodig. Klachten onderstrepen slechts de noodzaak van ingrijpen, want het laatste wat erkend wordt, betreft het feit dat dit apparaat zelf het grootste probleem is. Veelal schuift het management de schuld van bedrijfsfouten af op de mensen van de ‘werkvloer’: de leraren, maar ook de artsen, verplegers, conducteurs en agenten, die allen nog een ‘mentaliteitsslag’ moeten maken. Ze worden daartoe uiteraard ‘gecoacht’ en begeleid, zodat ze het proces van het nieuwe leren, het nieuwe zorgen, het nieuwe vervoeren of het nieuwe bekeuren kunnen uitvoeren. 2. Dat we het werk op een andere manier beleven dan vroegere generaties heeft in de eerste plaats te maken met een verandering in mentaliteit die zich voor het eerst in de jaren zestig heeft voorgedaan en die ertoe heeft geleid dat arbeid en werk tegenwoordig op een andere manier gewaardeerd worden. De doorsnee moderne werknemer ontleent zijn identiteit en zelfrespect al lang niet meer primair aan zijn beroep. Arbeid is een onderdeel geworden van een project van zelfontplooiing, waarin het gevoel en welzijn van het individu en zijn subjectieve voorkeuren centraal staan. Zo beschouwd vormt die ouderwetse koppeling van arbeid en eer haast een teken van een bekrompen burgerlijke instelling, waarin men zich gedwee aan autoriteiten onderwerpt en veiligheid en zekerheid zoekt in opgelegde regels en plichten. Het denken in termen van burgerlijke eer werd door de generatie van de jaren zestig meedogenloos ontmaskerd als een heimelijk onderdrukkingsmechanisme. 4. Ook de democratisering en de rationalisering van arbeid en bestuur hebben vanaf de jaren zestig een grote invloed gehad op arbeidsbeleving. Niet langer mochten in bedrijven en organisaties overgeleverde tradities en elites de dienst uitmaken, beslissingen
dienden te worden genomen op basis van argumenten in een machtsvrije discussie. Een aanzienlijk deel van de democratisering van arbeid en bestuur is later weer teruggedraaid, maar de rationalisering, of wat tegenwoordig ook wel ‘professionalisering’ van organisaties wordt genoemd, schrijdt nog altijd voort. Of het nu gaat om de overheid of het bedrijfsleven, er moet worden bestuurd op basis van meetbare resultaten. 7. Waar putte de vader van mijn vriend ook al weer zijn voldoening uit? Uit het feit dat hij zijn ambt op een goede manier vervulde, als lid van een organisatie die een dienst leverde waarde werknemers trots op waren. Hij wilde niet zozeer carrière maken, maar was gewoon in hart en ziel betrokken bij zijn werk. Om zich als individu te kunnen manifesteren in de wereld moet iemand gerespecteerd worden. Dat gebeurt, als het goed is, in de sfeer van gezin, vrienden, buurt of vereniging, maar vooral ook door de werkgever. Al volgens de negentiende-eeuwse filosoof Hegel biedt arbeid het individu bij uitstek de mogelijkheid zijn individualiteit te ontwikkelen en te manifesteren. Op die manier kan iemand namelijk op basis van zijn eigen keuzes, inspanningen en talenten een positie verwerven. Zijn eergevoel betreft daarbij niet louter het feit dat hij zorg draagt voor zijn eigen levensonderhoud, maar ook de wijze waarop hij zijn beroep uitoefent. Als arbeidzaam burger wordt men gerespecteerd omdat men iets bijzonders kan, en dat was met de vader van mijn vriend het geval. 6. Inmiddels groeit de onvrede en neemt het protest tegen deze moderne, neokapitalistische bedrijfscultuur toe.
De kritiek richt zich bijvoorbeeld tegen de uitwassen van het moderne management. Sectoren als gezondheidszorg en onderwijs worden gekenmerkt door een almaar uitdijend management dat niet alleen een steeds groter deel van het budget voor zichzelf opeist, maar ook in toenemende mate een stempel drukt op de manier waarop het werk in deze sectoren gestalte krijgt. Hoe staat het wel niet met de forse beloningen die bestuurders zichzelf toekennen in relatie tot de effectiviteit voor de organisatie? Geschonden beroepseer

1. Een vriend van me vertelde eens over zijn vader, die vrijwel zijn hele leven in dienst was geweest van de Nederlandse Spoorwegen. Na diens overlijden kwam hij bij het opruimen een doosje tegen met zes knopen die hoorden bij het uniform dat zijn vader gedurende zijn werkzame leven had gedragen. Ofschoon zijn vader al ruim tien jaar met pensioen was, had hij deze knopen zorgvuldig bewaard en goed onderhouden, net als de rest van zijn uniform. Uit deze blinkende knopen sprak het verhaal van een man die zijn leven lang met trots zijn ambt had vervuld. Iedereen kent wel dit soort verhalen. Meestal zijn ze afkomstig van mensen uit een vorige generatie. De gepensioneerde huisarts, de oude leraar en de bejaarde verpleegster, ze praten niet zelden over hun beroep op een manier die uit de tijd lijkt te zijn geraakt. Ze kijken met zelfrespect en voldoening terug op een arbeidzaam leven. 1e deel v/d opdracht Om te beginnen de opdracht: Waar vind je de inhoud van welk deel van de opdracht ?

Oftewel: in welke alinea's vind je die informatie ? De eerste twee punten hebben we dus gehad:

In de alinea's 2 t/m .. lees je over "Welke essentiële ontwikkelingen zich hebben zich voorgedaan in de beleving van werk ?"

In de alinea's .. t/m 5 vind je het antwoord op de vraag "Welke essentiële ontwikkelingen hebben zich voorgedaan in bedrijven en organisaties ?"

Dus nu zoeken we nog naar het laatste punt van de opdracht:

"Welke kwalijke gevolgen hebben deze ontwikkelingen met zich meegebracht?" ... over ontwikkelingen
in de beleving
van werk ... vervolg van 1e punt
van de opdracht:

... over de ontwikkelingen
in de beleving
van werk Hier vervolg van het 2e punt:

over ...
ontwikkelingen
in bedrijven en organisaties Dit lijkt nog steeds te gaan
over het 1e punt nl:

over ... ontwikkelingen
van beleving van arbeid Soort anekdote maar het gaat vanaf hier
over het 2e punt, namelijk:

over ... ontwikkelingen
in bedrijven en organisaties En hier begint de schrijver
over het derde deel van de opdracht:

... over de kwalijke gevolgen
van die ontwikkelingen vervolg van het 3e deel:
over kwalijke gevolgen ... nog steeds vervolg
van het 3e deel:
over kwalijke gevolgen
(van die ontwikkelingen) ... nog steeds over
het 3e deel:
over kwalijke gevolgen ook in deze laatste alinea
nog steeds over het 3e deel
van de opdracht:
nog steeds
over kwalijke gevolgen In deze alinea
terug naar het voorbeeld
uit de eerste alinea.
Niets mee doen
in de samenvatting dus. (Als je de cynische toon v/d schrijver hier niet aanvoelt
is de inhoud lastig te begrijpen) (cynische toon) inleiding Niets mee doen Tekst 2 Geschonden beroepseer (vr. 20 voor 20 ptn)

Maak een goedlopende samenvatting
in correct Nederlands
van de tekst ‘Geschonden beroepseer’
van maximaal 180 woorden.
Zorg ervoor dat deze samenvatting begrijpelijk is voor iemand die de oorspronkelijke tekst niet kent.

Uit de samenvatting moet duidelijk worden:
Welke essentiële ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in de beleving van werk;
Welke essentiële ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in bedrijven en organisaties;
Welke kwalijke gevolgen deze ontwikkelingen met zich hebben meegebracht. We gaan lezen met een pen ! S a m e n v a t t i n g VWO 2008 "Geschonden beroepseer" Stap-voor-Stap v a t t i n g S a m e n Maak een goedlopende samenvatting
in correct Nederlands
van de tekst " Geschonden beroepseer"
van maximaal 180 woorden. Zorg ervoor dat deze samenvatting begrijpelijk is
voor iemand die de oorspronkelijke tekst niet kent.

Uit de samenvatting moet duidelijk worden: 1e Welke essentiële ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in de beleving van werk;
2e Welke essentiële ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in bedrijven en organisaties 3e Welke kwalijke gevolgen deze ontwikkelingen met zich hebben meegebracht.
Full transcript