Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Copy of Sport Bewegen en Gezondheid 1

No description
by

Joëlle Groothuis

on 2 January 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Copy of Sport Bewegen en Gezondheid 1

Sport Bewegen en Gezondheid 1
Geschiedenis
Fysiek
Maatschappelijk
Wat is sport?
Essentialistische benadering
Instrumentele benadering
eigenheid/wezen van sport
Sport als middel
Physical games/activities
Indeling volgens sportfamilie
Gezondheid vooral als intrinsiek motief
Game
non-physical games
agonaal
kwaliteit van het bewegen is niet bepalend voor het resultaat
vaardigheid
spel
Play
Vrijheid vooral als intrinsiek motief
dynamisch/veranderlijk
brede opvatting
brede doelgroepen
vrijwillige poging om onnodige obstakels te overwinnen
leuke manier om onnodig moeilijk te doen
regels
institutionalisering
pre-lusory goals = doel is nodig
lusory means = regels over wie wint
welke middelen zijn nodig
regels over welke bewegingstechnieken
regels over tijd / ruimte
lusory attitude
willen winnen/tegenstand bieden, ook al is het zinloos
Prestatiegerichte sport
Lifestyle sporten
Gezondheidsgerichte sporten
Schaken staat op de sportpagina
Dubbelkarakter van sport en bewegen
gezonde balans in de eigenheid/wezen van sport t.o.v. de instumentele functie.
men weet dat bewegen gezond is, maar tegelijkertijd is bewegen niet noodzakelijk in het leven -> men doet veel zittend werk
fase 1: 1880-1914
fase 2: 1918-1940
fase 3: 1945-heden
met de auto naar de sportschool
opkomst van de sport
ontwikkeling van de sport: vorming vs. prestatie
democratisering & differentiatie
autotelisch:
de beweging is zelf het doel
1880-1914
3 wortels van de Nederlands sport
traditionele volksvermaak, inheemse sport traditie

Engeland

Duitsland
paling trekken, kegelen, kolven, soort voetbal, swientje tikken, katknuppelen
niet doorlopend, incidenteel
niet geïnstitutionaliseerd
evenement karakter
ruw, grof, volks
geen vaste regels
kostschool: jongens die niks te doen hadden en anders lastig zouden worden, gingen sporten
turnen en gymnastiek
Na de tweede wereldoorlog
buitenlandse invloeden
Met name invloed van USA: basketbal, volleybal, softbal
(waarschijnlijk door de macht van het land)
In mindere mate Azië: vechtsport
Politiek en religie
Elite en arbeiders
Fair-play concept
Amateurisme = ideaal
Professionalisme = infernieur (ondergeschikt)
Organisatiewijze (clubs)
Terminologie (ontstaan sport termen): umpire, goal, match
sportpionier Pim Mulier (1865-1954)
1900 ->
dynamiek en prestatie niet van belang
arbeidersbeweging ontdekt sport


-> sociale daling voetbal

nationale identiteit
rol van sportmedia in opkomst
mobilisatie WOI
rond 1920 verkorting werkweek (48 uur)
betere infrastructuur: mobilisatie neemt toe
pedagogische- / vormingsdoelen
overgenomen door onderwijs & "gymnastiekleraren" in Nederland
sloot aanvankelijk aan op algemeen geldende normen en waarden van het publiek (CONFESSIONEEL)
Orde en tucht
Jonge mannen sterk maken, sport als middel
school en lichamelijke opvoeding en sport
Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852)
"Turnvater Jahn"
Turnen buitensport
Bedreiging: het volk werd te sterk -> verboden
Turnen binnensport
elite/arbeiders: klassengebonden sport
politiek/religie:
verzuilingsgebonden sport
Verzuiling
pedagogische visie:
- denk aan de rol van de verzuiling
- visie vertaalt naar gym(nastiek)
Wedstrijd georiënteerde visie
rol en positie van de gymleraren: opvoedend
Klassieke Spelen
Moderne Spelen
Zomer & Winter Spelen
Zomer & Winter Spelen afzonderlijk
belangrijk in de volgende situaties:
gemeenten
(wie komen in aanmerking voor subsidie?)
NOC*NSF
(welke bonden bij de sportkoepel?)
sportredacteur
(wat moet op de sportpagina?)
fysiotherapeut en huisarts
(wat verstaat men onder een sportblessure?)
Recht en Ethiek
morele normen: is vechten sport?
Vechten leidt normaal tot een strafzaak. Moeten we vechten in de sport toestaan?
Sporters kunnen lastig hard gestraft worden door het openbaar ministerie, omdat sport zelfstandig is:
eigen regels
eigen normen
eigen sancties
eigen tuchtrecht
definitie van sport uit het boek:
Sport is een vaardigheidsspel gericht op het bereiken van een bepaald doel, waarbij fysieke kwaliteiten van mensen worden getest in wedstrijdvorm en waarbij gespeeld wordt volgens regels, binnen institutionele kaders.
Daarom worden de physical games als de harde kern van sport gezien.
training en ervaring
-> geen kansspelen
lichamelijke activiteit dominant
kleine kanttekening: cognitief=met verstand, en dat is nodig bij tactiek en inzicht
competitie: agonaal
onderscheid game en play
constituerende regels: regels zijn bepalend, zo wordt de sport uniek.
machts- en gezagsstructuur
(delegatie van besluitvorming en bevoegdheden)
taakstructuur
(functieverdeling)
middelenstructuur
(beschikbaar stellen van middelen aan participanten)
Categorisering van de harde kern van sport
resultaat
vs.
vorm
actieve
vs.
passieve
beoefening
topsport
vs.
breedtesport
refereed
(eindstand bepalend)
judged
(hoe? bepalend)
hybride
(hoe? én eindstand bepalend)
actief=zelf doen
passief=kijken/luisteren/lezen
dagtaak en werk
sommige krijgen er geld voor
aanjaagfunctie (=voorbeeldwerking)
vrijetijdsbesteding
aanvoerfunctie (=basis voor topsport)
ander doel dan geld verdienen/werken
Sport is het belangrijkste sociale verband van onze huidige samenleving
Waarom sport?
intrinsieke
en
extrinsieke
motieven
interne doel van sport
individueel motief
schoonheid
gezondheid
welzijn
sociale contacten
status
geld
sociaal motief (DESTEP)
gezondheid maatschappij
pedagogisch
socialiserend (normen en waarden overdragen)
sociaal-integratief
(integratie)
politiek
economisch
redenen om in de sportwereld te willen werken
776 v.Chr. - 394 n.Chr. in Olympia
elite: voetbal, tennis, polo, cricket, atletiek
deugden: zelfbeheersing, gehoorzaamheid, doorzettingsvermogen, moed, loyalteit
sociale daling
militaire (in NL) deugden: teamgeest, opofferingsgezindheid, zelfbeheersing, besluitvaadigheid
Engeland is economisch en politiek sterk en heeft daardoor een voorbeeldfunctie
handboogschieten was eerst een volkssport, nu meer een elitesport
1863: invoering gym in het onderwijs
Engelse sporten door hoge standen, klassenverschillen onderstreept
vooral door de lage klasse
voorstanders van de Duitse sporten zetten vraagtekens bij de pedagogische ontwikkeling door de Engelse sporten.
Ontstaan van 'de' pedagogisch verantwoorde sport: korfbal. Door Nico Broekhuysen.
Nederland
Engeland
Duitsland
Nederland
Pim Mulier is een Nederlander die de Engelse sporten in Nederland geïntroduceerd heeft.
Ontstaan overkoepelende sportbonden die (inter)nationale wedstrijden mogelijk maken
atletiek
rugby
cricket
Elfstedentocht
Nijmeegse Vierdaagse
verschillende bonden
vader van de Nederlandse sport
TWEEDE
WERELDOORLOG
EERSTE WERELDOORLOG
INTERBELLUM
sporten in kostscholen en kazernes tegen de verveling
Muscular Christians: atletische christelijke intellectuelen
hogere militairen geven sport door aan lagere Engelse standen en klassen, dus de democratisering is eerder in Engeland dan in Nederland
alleen elite
Engelse sporten door de jeugd van de hogere klassen. Zo konden zij zich onderscheiden van lagere klassen. Lagere klassen deden vooral de meer traditionele Hollandse sporten.
Christendom & Sport
Augustinus (354-430)
Geluk op aarde heeft eigenlijk geen betekenis, het gaat om het leven na de dood: in de hemel
Alles gaat om de geest, niet om het sterfelijke lichaam
Onbedekte lichaamsdelen. Dat kan echt niet, het heeft een onzedelijke uitstraling: geassocieerd met seksualiteit.
Angst voor afname van kerkelijke praktijken en rituelen
Sport is een concurrent en is een bedreiging voor het christendom
Sporten vooral voor mannen
Men vond sport wel bij de mannelijke waarden passen, maar niet bij die van de vrouw
Langzaam toch opkomst van de vrouw, omdat het gezond is. Vrouwen die sporten hadden een betere conditie. Vooral vrouwen van hogere klassen.
Sommige sporten werden toegestaan: golf, tennis, roeien, turnen, wandelen, schoonrijden (schaatsen) en hockey. Er werd nadrukkelijk gelet op de kleding van de vrouwen, zo werd er lange tijd een witte hoed gedragen.
Angst voor het verliezen van vrouwelijkheid en daarmee voor het afnemen van kansen op de huwelijksmarkt
Oervoetbal
sport voor elite
In Engeland was het al voor iedereen
Jurryt van de Vooren, studie gedaan naar voetbal
geen competitie
het gaat om plezier en kameraadschap
Eind 19e eeuw toenemende centrale macht van de voetbalbond -> competities -> volksvoetbal

Democratisering van de sport!

De elite gaan andere sporten beoefenen, zodat ze zich kunnen blijven onderscheiden.

Tweede helft 19e eeuw: Begin Industriële revolutie
Men had tijd om te sporten
8 uur per dag werken
stimulatie door de overheid: tegen lanterfanteren
fabrikanten hadden belang bij gezonde werknemers
Eerste helft 20e eeuw:
Democratisering van de sport
Ontstaan sportsysteem met verenigingen, bonden en nationale competitiestelsels, mogelijk door: integratie, transport & communicatie, economische ontwikkelingen & schaalvergroting van media en cultuur
1912 Nederlands Olympisch Comité
tot de eerste wereldoorlog 5x O.S. en dat was toen een onderdeel van de Wereldtentoonstelling
eerste sportkrant n.a.v. eerste moderne O.S.
1928 Radio voetbal
Katholicisme
Protestantisme
Liberalisme
Socialisme
Zuilen in Nederland
Door de Verlichting in de 18e eeuw kwam er steeds meer 'wetenschappelijk' denken (rationalisme). Hierdoor nam het geloof in de samenleving af (secularisatie).
Oprichting katholieke sportverenigingen en
-bonden
Willem II in Tilburg
Katholieke Gymnastiek- en Atletiekbond later Nederlandse Katholieke Sportfederatie
Verzuiling in sport bleef relatief beperkt
Sport had een normatief- pedagogische rol, het moest een schoolvak zijn. Maar men was absoluut tegen topsport.
plicht om te sporten in kerkelijk goedgekeurde sportverenigingen
Volksvoetbal
competitie gericht:
harder, tactisch, samenspel
voetbal wordt populairder
eentonig werk -> creativiteit in voetbal
voetbal in kazernes tegen wangedrag
opkomst betaald voetbal
verkorting van de werktijden
verhoging lonen
leerplicht
emancipatie van de arbeidersklasse
mobilisatie WOI
Verzet tegen topsport vermindert
organisatie professionaliseerden
wedstrijdsport meer in beeld, meer media en communicatie
meer faciliteiten voor topsporters
meer competitie
door Olympische Spelen van Amsterdam
Elite gaan op andere sporten, zoals cricket, hockey en tennis.
Socialisme in Nederland
socialistische vakbonden ontstaan
Denk aan vertegenwoordigers als Karl Marx
Arbeiders Olympiade
door socialisten voor arbeiders
geen verering van sporters
sporten voor wereldvrede
symbool: rode vlag
speciaal lied van socialisme
grote internationale sportbond ISAS
internationaal belang
geen nationalisme zoals in WOI
voorstander Arbeiders Olympiade
internationale solidariteit
1925, 1931, 1937
Sport zou kunnen bijdragen aan de culturele en sociale verheffing van de arbeidersklasse
nationale competitie ging door, internationale niet
Elfstedentocht
1941 en 1942
Opleving van de sport
vooral bokssport en de paardensport
waarschijnlijk vanwege de afleiding van de oorlog
sport en politiek gescheiden
Ledendaling
te werk gesteld worden
onderduiken
31 mei 1942
verbod voor joden om te sporten
Invloed bezetter
Verzet tegen bezetter
beste tafeltenniser boycotte in 1941 het
NK tafeltennis
niet heel veel verzet
sport en politiek kunnen naast elkaar bestaan, omdat ze neutraal tegenover elkaar staan.
Duitsland positief tegenover sport: karaktervorming en weerbaarheid van jonge mensen
Nederland-Duitsland interlands boksen
Voetbal
geen joodse voetballers en scheidsrechters
verder ging het gewoon door
Ontzuiling (+- 1960) & Secularisatie (scheiding van geloof en maatschappij)
Democratiseringstendensen: meer zeggenschap voor iedereen, gelijkheid
Professionalisering: ontwikkelen van kennis, vaardigheden & attitude (competenties)
Differentiatieproces in de sport
Groei van sport
zaterdag geen verplichte werkdag -> meer vrije tijd
middelen om contributie te betalen, sportattributen aan te schaffen en te reizen naar sportlocaties
groei welvaart
ontspanning
gezondheid
integratie
identiteitsvorming
nationale identiteit
rol van overheid
geld naar sport
provinciale sportraden
onderdeel ministerie
sportbeleid
Amerikaanse sporten
soldaten die hier achter bleven na de tweede wereldoorlog
basketbal, volleybal, softbal, joggen, fitness, aerobics, skateboarden, mountainbiken
voetbal, snelst groeiende vrouwensport
paardensport, tennis, golf, skiën
toename ongeorganiseerde sport
sport voor iedereen en ieder met zijn eigen reden.
Steeds meer sporten om de lol.
Differentiatie in de sport
Stijging inkomens
opkomst passieve sportbeoefening
vastgesteld basis inkomen voor topsporters
NOC en NSF gaan samen
Frankrijk
Pierre de Coubertin (1863-1927)
herinvoering Olympische Spelen
bevestiging van de sociale verschillen in de samenleving
Christendom
positiever tegenover sport
harmonisch maken van het bestaan
menselijke eigenschappen: zelfbeheersing, sportiviteit, toewijding, plichtsbetrachting, verantwoordelijkheidsbesef, gemeenschapsgevoel, volharding
NSA
onderzoek, adies, projectcoördinatie en management voor de breedtesport
NKS + NCSU + NCS
2005
Nederlandse Sport Alliantie
Ontzuiling
+- 1960
geloof en sport gescheiden
vanaf 1961 sportbonden voor gehandicaptensport
Gehandicaptensport
Nederlands Invaliden Sportbond (NIS) 1961
Nederlandse Sportbond voor Geestelijk Gehandicapten (NSG) 1973
Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten (NEBAS) 1992
Gehandicaptensport Nederland 2001
sinds 1980, vakbond voor werknemers in de sport
CAO sport 1970
Doping
1989
Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken
-> Dopingautoriteit Nederland
Koude Oorlog
periode van spanningen tussen Amerika (west) en de Sovjet-Unie (oost)
Sport als machtsvertoon
superieur worden mbv. sport
1980, oprichting belangenorganisatie voor sporten die niet in het programma van de Olympische Spelen zijn opgenomen: International World Games Association. Korfbal was hier een onderdeel van.
tot +- 1975
Commercialisering
& Mediatisering
amateurisme -> professionalisering
KNVB, onder druk van NBVB (concurrent die betaald voetbal al had geïntroduceerd), begint met betaald voetbal
recettes (inkomsten uit kaartverkoop), sponsoring, gokinkomsten, merchandising en media-inkomsten
niveaustijging, NL presteert goed in Champions League, wint EK 1988, sinds 1952 voetbal op tv
Door media is sport populairder geworden
Opkomst Fitness
fitnesscultuur door
slankheidsideaal -> sociale druk
steeds meer zittend werk
door welvaart stijging -> opkomst obesitas
slank, fit en gezond zijn fitnessmotieven
religieuze oorsprong:
De Spelen werden opgedragen aan oppergod Zeus
Zonder vrouwen en slaven
Olympia
verering Kronos (de tijd) en Gaia (Moeder Aarde)
5 dagen Spelen
wagenrennen
paardenrace
vijfkamp: discuswerpen, verspringen zonder aanloop, speerwerpen, 200m hardlopen en worstelen
hardlopen
boksen
worstelen
pankration: judo, worstelen en boksen
Olijftakkrans, palmtak en een heldenontvangst
gymnasion
heidense karakter en geest is superieur aan het lichaam
Frankrijk had voldoende kennis maar te weinig lichaamsbeweging
geïnspireerd door opgravingen
oprichting IOC 1894
door Pierre de coubertin
Pim Mulier zag niks in de Olympische Spelen
Principes eerste Moderne Spelen:
meedoen is belangrijker dan winnen
verbroedering
plezier
voorbeeldfunctie in omgang met elkaar
waardigheid
fair play
Internationaal Olympisch Comité
Lausanne, Zwitserland
huidige voorzitter IOC: Jacques Rogge
vanaf 1960 Paralympische Spelen
1913 Olympische Vlag
Motto: Citius, Altius, Fortius
Sneller, Hoger, Sterker
1920 Olympische Eed
1928 Olympisch Vuur
het eeuwige verlangen van de mens naar eenheid
Openingsceremonie en sluitingsceremonie
Pauze
Olympische Spelen gaan verder
Interbellum
Zomer & Winter Spelen
Koude Oorlog
Pauze
Zomer & Winter Spelen
vanaf 1988
Weinig bemoeienis politiek
in 1906 eerste en laatste Interim Spelen
1896 Athene
Griekenland
atletiek
gewichtheffen
schermen
schietsport
tennis
turnen
wielrennen
worstelen
zwemmen
geen vrouwen
ter plaatse inschrijven
in strijd met de wetten van de natuur
niks geregeld voor de sporters
qua faciliteiten en onderdak
1900 Parijs
Frankrijk
Nederland niet aanwezig
Onderdeel van de Wereldtentoonstelling
te weinig financiële middelen om het zelf te organiseren
Matige kwaliteit
Door mensen die geen verstand hebben van de Olympische Spelen
vrouwen in tennis en golf
1904 Saint Louis
USA
Antropologische Dagen
de Spelen voor ethische minderheden
(oa. indianen en pygmeeën)
Voor het eerst medailles
Nederland niet aanwezig
Nederland wint met roeien
Overmacht USA
1e USA 239 medailles
2e DU 19 medailles
1908 Londen
Engeland
6 maanden, langste Spelen ooit
Voor het eerst ook wintersportonderdelen
Start marathon oostterras van Windsor Castle, vanwege zieke jongen uit koninklijke familie.
-> officiële marathon afstand: 42km en 195m
118 atleten uit Nederland
1912 Stockholm
Zweden
IOC en de Spelen officieel losgemaakt van de Wereldtentoonstellingen
geen onderdeel van de wereldtentoonstelling
Zweden schrapt boksen
vanaf nu wil IOC uitsluitend zelf programma bepalen
tot 1948, kunst ook onderdeel Olympische Spelen
Portugees overleed door hitte bij marathon
Interbellum
NU
1920 Antwerpen
België
mochten niet komen:
Duitland
Oostenrijk
Hongarije
Turkije
bleef zelf weg:
Rusland
trilogie: NL heeft tot nu 3 achter een volgende jaren brons bij voetbal
Eerste keer veel medailles voor Nederland (11)
1924 Parijs
Frankrijk
Duitsland uitgesloten
Eerste Olympisch Dorp
Nederland wel bij de zomeronderdelen, maar afwezig bij de winteronderdelen
hardrijden op de schaats
ijshockey
bobslee
Noords skiën
kunstrijden
1928 Amsterdam
Nederland
Baron Van Tuyll van Serooskerken sticht NOC en is bevriend met Pierre de Coubertin
geen Olympisch Dorp
Inzamelingsactie onder burgers
Olympische Vlam
Griekse ploeg als eerst bij de opening
Vrouwen in atletiek en turnen
19 medailles NL
1932 Los Angeles
USA
Sankt Moritz, Zwitserland
NL voor het eerst op winterspelen
Chamonix, Frankrijk
China op de Olympische Spelen
Edward Eagan, zowel goud op de zomer- als op de winterspelen
Lake Placid, USA
1936 Berlijn
Duitsland
Garmisch-Partenkirchen, Duitsland
Nationaalsocialisme
Laten zien hoe sterk het Germaanse ras was
veel joden deden uit protest niet mee aan de "nazi"-Spelen
17 medailles voor NL
propagandistische doeleinden
Hitler al aan de macht sinds 1933
uitsluitingen en boycots op basis van:
winnaars en verliezers WOII
kapitalistisch Westen vs communistisch Oosten
apartheidsregimes en verzet Zuid-Afrika en Rhodesië (=Namibië)
strijd om status van Taiwan
rol Israël in het Midden-Oosten vs Arabische wereld
Politiek uit zich steeds meer in de Olympische Spelen
1948Londen
Engeland
Sankt Moritz, Zwitserland
Duitsland en Japan uitgesloten, Rusland vrijwillig afwezig
4x goud Fanny Blankers-Koen op sprinten
Zwitserland was in de oorlog neutraal, IOC wilde hiermee laten zien dat ze politiek neutraal zijn
1952 Helsinki
Finland
Oslo, Noorwegen
herintreding Duitsland en Japan. Sovjet-Unie voor het eerst op de Olympische Spelen
5 medailles voor NL
3 medailles voor NL
1956 Melbourne
Australië
Cortina d'Ampezzo, Italië
1960 Rome
Italië
Squaw Valley, USA
1964 Tokio
Japan
Innsbruck, Oostenrijk
1968 Mexico-stad
Mexico
Grenoble, Frankrijk
1972 München
Duitsland
Sapporo, Japan
1976 Montreal
Canada
Innsbruck, Oostenrijk
1984 Los Angeles
USA
Sarajevo, Joegoslavië
NL boycot deze Spelen wegens Russische inval in Hongarije
Boycot Egypte, Irak en Libanon wegens deelname Israël
Boycot Engeland en Frankrijk wegens mogelijk deelname van Egypte (Suezkanaal genationaliseeerd)
Boycot China wegens deelname Taiwan
geen medailles
Cassius Clay -> Mohammed Ali, beste bokser aller tijden
verzet apartheid
3 medailles
2 medailles
1e keer in Azië
uitsluiting Zuid-Afrika wegens apartheidssysteem
enorme wederopbouw en economische groei
18 medailles
1e keer Goud voor Nederland op winterspelen, door Sjoukje Dijkstra
1e keer Latijns-Amerika
Black Power-gebaar
USA oorlog met Vietnam
rassentegenstellingen en -protesten in de USA
moord Martin Luther King
hongersnood in Biafra
opstand in Tsjecho-Slowakije
studentenopstanden in Mexico
honderden demonstranten doodgeschoten door Mexicaanse veiligheidsdiensten
grootste bloedbad ooit
eerste keer betrapt op doping
9 NL-deelnemers, 9 medailles
economische en politieke status van West-Duitsland showen
Rhodesië (=Namibië) mocht niet, onder grote druk van Afrikaanse landen
Zwarte September:
Palestijnse beweging pleegt aanslag op Israëlische atleten
verzwegen medailles van de NL'ers die niet naar huis gingen
4x goud voor NL
1e keer in Communistische stad
1980 Moskou
Sovjet-Unie
Sarajevo, Joegoslavië
enorm verlies, stad bijna failliet
bleef zitten met gigantische schulden
niet aanwezig:
Zuid-Afrika
Rhodesië (=Namibië)
Taiwan
5 medailles
6 medailles
Veel Westerse landen boycotten deze Spelen vanwege inval in Afghanistan door de Sovjet-Unie
65 landen bleven weg
2x brons
Nederland alleen niet naar de openingsceremonie
Eric Heiden leverde een nooit meer overtroffen prestatie door alle afstanden bij het langebaanschaatsen te winnen
Reactie op boycot 1980: Oostbloklanden boycoten deze Olympische Spelen
smoes: USA zou de veiligheid niet kunnen waarborgen
"Veiligheidsspelen" worden georganiseerd door de Oostbloklanden
zakenleven investeert in de sport (commercie)
200 miljoen dollar winst!
eerste marathon voor vrouwen
geen medailles
Commercie steeds belangrijkere rol
Olympische Spelen kregen een grote commerciële waarde
Veel sponsoren
aanzien, prestige, economische verkeer, toerisme, bijstelling van het imago: "Citymarketing"
Overheden investeren
1988 Seoel
Zuid-Korea
Calgary, Canada
2de keer Azië
opnieuw iemand betrapt op doping
Cuba, Ethiopië en Nicaragua boycotten deze Spelen uit solidariteit naar het communistische Noord-Korea
9 medailles
3x goud door Yvonne van Gennip
1992 Barcelona
Spanje
1994 Lillehammer
Noorwegen
Albertville, Frankrijk
Sovjet-Unie valt uiteen
Zuid-Afrika mag weer meedoen
Voor het eerst ook professionele sporters
Dream Team-1 met Michael 'Air' Jordan
Bart Veldkamp
Rintje Ritsma zorgt voor 3 van de 4 medailles
1996 Atlanta
USA
Coca-Cola Games
véél reclame
Voor het eerst mountainbike -> NL wint goud
17 medailles
1998 Nagano
Japan
Bjørn Dæhlie maakt zijn persoonlijke medaille-aantal tot 9 en is daarmee de succesvolste Winterspelen-sporter
2000 Sydney
Australië
succesvolste jaar voor Nederland
2002 Salt Lake City
USA
Deze plek wegens omkoping van IOC-bestuursleden
2004 Athene
Griekenland
25ste Moderne Olympische Spelen
wereldwijde fakkeltocht met de vlam
Nederland 22 medailles
2006 Turijn
Italië
Nederland goed vertegenwoordigd met Ireen Wüst, Bob de Jong en Marianne Timmer
2008 Peking
China
3de keer Azië
Michael Phelps 8x goud -> meest succesvolle Olympiër aller tijden
De beruchte foute wissel van Sven Kramer
discussie over het mensenrechtenbeleid van China
2010 Vancouver
Canada
2012 Londen
Engeland
De drie achtereenvolgende vluchtelementen van Epke Zonderland
duurzaam maken
doping vormt bedreiging
veiligheid is erg belangrijk, want er zijn veel mensen bij elkaar dus een makkelijk doelwit voor aanslagen
3de keer in Londen
2016 voor het eerst in Zuid-Amerika
Versporting van de sport
socioloog Bart Crum
"Het gewicht van sporten en sportief bewegen in de samenleving is de afgelopen decennia enorm toegenomen."
gegroeid in kwantiteit
de vermaatschappelijking van de sport
zowel actief als passief
Ontsporting van de sport
socioloog Bart Crum
minder focus op presteren en competitie -> meer focus op waarden en motieven als schoonheid, plezier, gezondheid, avontuur en recreatie
7 categorieën in de sport volgens Bart Crum
Topsport
Wedstrijdsport
Recreatiesport
Fitnesssport
Avontuursport
lust/pret/pleziersport
cosmetische sport
presteren
status
inkomen
internationaal georiënteerd, krachtige
media coverage
, grote bedragen en excessen (zoals doping en omkoping)
presteren
spanning
sociaal contact
gezelligheid
gezondheid
ontspanning
sociaal contact
'in eigen beheer'
gezondheid
schoonheid
individueel
spanning
avontuur
dingen beleven
plezier
'S-sport': sun, sea, sand, snow, seks, speed en satisfaction
"vakantie"
uiterlijk
verfraaiing van het lichaam
eventueel categorie 8
show- en vermaaksport
mengeling van acteren en worstelen
dominant wedstrijdkarakter
Sportdeelname Nederland
AVO-norm (75%)
minimaal één keer per jaar sporten
RSO-norm (61%)
minimaal 12 keer per jaar sporten (één keer per maand)
volgens deze normen is er een stijging van de Nederlandse sportdeelname (physical games en physical activities)
andere norm (38%)
minimaal één keer per week sporten
basisschool
RSO-norm: 83%
55 tot 79 jaar
andere norm: 25%
geslacht
18-34 jaar, meer mannen
35-64 jaar, meer vrouwen
waarschijnlijk heeft dit met opvoeding en verzorging van kinderen te maken
motieven
wel sporten
jongeren: plezier
volwassenen: gezondheid
ouderen: plezier, gezondheid, conditie en gezelligheid
niet sporten
jongeren: voldoende lichaamsbeweging, kosten, belangstelling voor andere dingen
volwassenen: tijdgebrek, niet als gewoonte meegekregen, kosten
ouderen: gezondheid (angst voor blessures en/of voelen zich te oud)
populariteit
2010
1. fitness
2. zwemsport
3. hardlopen
4. bowling
5. fietsen (racefiets/mountainbike/toeren)
6. veldvoetbal
7. wandelen/nordic walking
8. tennis
9. biljart
10. aerobics/steps/spinning
sociale klasse
sociale lagen/groepen hebben gelijke opleiding, beroep, inkomen en vermogen

verdeelt in 3 lagen
laag
midden
hoog
laag sport minder dan midden en hoog
elitesporten groeien (tennis, golf, hockey e skiën)
volkssporten krimpen (voetbal, gymnastiek, zwemmen en schaatsen)
Maarten van Bottenburg
1. Elitesporten: heel sport leven lang
sporten die vanaf hun bestaan, maar ook in hun verdere ontwikkeling werden beoefend door de elite in de samenleving: de mensen die belangrijke posities innemen in het economische, culturele en politieke leven.
2. Elitesporten: alléén bij het ontstaan
Na verloop van tijd treedt sociale daling op.
3. Altijd door midden en lage klasse
Middenklasse was daarbij belangrijk: leraren en onderwijzers.
4. Altijd door lage sociale klasse
bijvoorbeeld: darts, snooker, etc.
Fitness
vooral hoger sociale groepen
in de ontstaansfase waren het vooral de hogere employés die tijdens hun werk onvoldoende bewogen en voor hen was representatie en er goed uitzien van belang
voor iedereen, vooral vrouwen tussen 20 en 45 jaar
20ste eeuw
nu
etniciteit
autochtonen sporten meer dan allochtonen
juistheid van de vergelijking? allochtonen horen in het algemeen tot lagere sociale klasse
tussen jongeren kleiner verschil dan tussen ouderen
weinig wandelen en fietsen
in- en uitsluiting in de sport, doordat je je ergens wel of niet thuis voelt. Verenigingen hebben vaak een gesloten karakter en een eigen cultuur.
sportpatroon van allochtonen in verband met de sportpatronen van het land van herkomst
NNGB-norm
5x 30min per week matig intensief sporten
Fitnorm
3x 20 min per week zwaar intensief sporten
Combinorm
Fitnorm en/of NNGB-norm
Sport: een fysieke activiteit, gekoppeld aan
game
(wedstrijd/competitie), met een intrinsiek doel, regels en institutionalisering. De harde ken van sport wordt gevormd door fysieke beweegactiviteiten in wedstrijdvorm
verplaatsend bewegen vs. niet-verplaatsend bewegen
Physical movements
Sportief bewegen
lichamelijk van aard bewegen, met lichamelijke doelen, of middelen (beweging als niet-beoogde neveneffect)
Gezondheid
vermindert de kans op:
kanker
hart- en vaatziekten
diabetes type 2
obesitas
hoge bloeddruk
ziekten aan bewegingsapparaat
psychische aandoeningen
gezondheid is ook belangrijk voor de economie
steeds meer sedentaire leefstijl: gedrag met laag energieverbruik
BRAVO-factoren
bewegen
roken
alcohol
voeding
ontspanning
Jongeren
Volwassenen
Ouderen
Sociale kenmerken
22% Beweegnorm
32% Fitnorm
46% Combinorm
voldoen niet aan maximale norm sedentair gedrag van max. 2 uur per dag zittende/liggende activiteiten
school, werk en vrije tijd
meer sportende jongeren van sportende ouderen
71% Combinorm
werk, huishoudelijk werk en andere activiteiten
werkende voldoen vaker aan de Beweeg- en Fitnorm, behalve bij zittend werk
Wet maatschappelijke ondersteuning: bevorderen beweeggedrag onder ouderen
58% Combinorm
te veel sedentair gedrag
hoger opgeleide mensen voldoen vaker aan de Fitnorm dan laag opgeleide mensen.
met sociaaldemografische, sociaaleconomische en gezondheidsfactoren meegerekend, is er geen verschil tussen allochtone en autochtone Nederlanders
Training
oefenproces
verbeteren
"Sporttraining is de fysieke, psychische, technische/tactische, intellectuele en mentale voorbereiding van de sporter met behulp van lichamelijke oefening."
Sportprestatievermogen
persoonlijke psychische eigenschappen
aanleg/constitutie gezondheid
techniek tactiek
conditionele factoren
grondmotorische eigenschappen
basis:
uithoudingsvermogen
snelheid
kracht
voorwaardescheppende factoren:
lenigheid/flexibiliteit
coördinatie
Trainingsleer
aëroob uithoudingsvermogen
snelheid
kracht
anaëroob/snelheids-
uithoudingsvermogen
kracht uithoudings-vermogen
snelkracht/explosieve kracht
gezondheid, aanleg
mentaal
technisch/tactisch
conditioneel
trainingsdoelen:
Verstoren, aanpassen, (super)compensatie
glycogeen en zuurstof
voorraad wordt opgemaakt, lichaam gaat na de training herstellen en wat extra maken
training onvoldoende zwaar -> teruggang van niveau
hersteltijd is verschillend
gebruikte trainingsmethode
getraindheid sporter
vermoeidheid sporter
leeftijd sporter
herstelsnelheid sporter
Trainingswetten
Zwaarder en/of langer worden van trainingen dan het oorspronkelijke uitgangsniveau
Overload
Overtraining
verhoging belasting: geleidelijk, trapsgewijs, sprongsgewijs
geleidelijk bij beginnende sporters en bij jeugd
trapsgewijs bij gevorderde sporters
sprongsgewijs bij sporters die geen progressie meer boeken bij trapsgewijze verhoging
Bij te vroeg beginnen is het lichaam nog niet voldoende hersteld en dan is het uitgangsniveau onder het oorspronkelijke uitgangsniveau. Doortrainen geeft een steeds lager uitgangsniveau.
verminderde meeropbrengst
Elke kleine prestatieverbetering kost, naarmate men beter is getraind, een steeds grotere tijd-, en energie-investering
relatief geringer trainingsresultaat = het principe van de verminderde meeropbrengst
Continue belasting
een vermogen dat door een training vergroot is, moet onderhouden worden anders zakt het terug naar een lager niveau
getraind persoon gaat langzamer in niveau naar beneden dan ongetraind persoon.
Specificiteit
eigen effect van een training
algemene oefeningen
brede basis
specifieke oefeningen
sporteigen karakter, verder uitbouwen van een eerder gelegd fundament
wedstrijd oefeningen
in wedstrijdsituatie, denk aan factoren als stress en het toepassen van specifieke technieken
Het moment van de belasting, de duur van et herstel en de omvang en intensiteit van de training, vormen een eenheid.
Trainingseffect wordt slechts verkregen als er een juiste verhouding wordt gevonden tussen deze componenten.
Wisseling van belasting en herstel moet systematisch worden toegepast.
Trainingen dienen slechts één specifiek doel na te streven.
Trainingen moeten van een bepaalde zwaarte zijn met betrekking tot omvang en intensiteit om een beoogd doel te bereiken.
Het moment van de optimale aanpassing (supercompensatie) ligt voor elke te gebruiken trainingsmethode verschillend.

conclusie
Trainingsprincipes
Principe van geleidelijke, systematische opbouw
Microplanning (per week), mesoplanning (meerder weken), macroplanning (jaar of jaren).
Tapering-off
Vóór de wedstrijdperiode moet de omvang van de training aanzienlijk worden teruggenomen, zodat de sporter maximaal kan herstellen.
Principe van het veelvuldig herhalen
Bewegingen en handelingen moeten een automatisme worden. Dit kan alleen bij veel en vaak herhalen.
Aanleren van techniek
Vermoeidheid verstoord coördinatie vermogen. Dus aanleren van techniek zal vooral aan het begin van een training(speriode) moeten gebeuren.
Principe van veelzijdigheid
Een sporter moet vooral aan het begin van een trainingsperiode veelzijdig worden belast. Later kan dan de specifieke training worden toegepast.
Aanpassen van training aan de leeftijd
De belevingswaarde is vaak belangrijker voor een goed vervolg dan het ontwikkelen van eigenschappen en technieken die niet passen bij een bepaalde ontwikkelingsfase.
Principe van afwisseling in belasting
Afwisselend belasten voor de optimale aanpassing (supercompensatie). Omvang, intensiteit, rust.
Principe van de egalisatie
Wegwerken van zwakke punten en uitbouwen/vergroten van de sterke punten.
Energiebronnen
nodig voor contraheren van spieren
enzymen: gelijkmatige temperatuur (37-38 graden), gelijkmatige zuurgraad (pH).
ATP aanvullen
anaëroob
à-lactisch
CrP Cr + P + energie
enzym CPK
hoog vermogen
laag capaciteit
ATP ADP + P + energie
ADP + P + energie ATP
anaëroob
lactisch
ATP resynthese
C6H12O6 2 C3H6O3 + energie
enzym LDH
hoog vermogen
laag capaciteit
verzuring, buffer NaHCO3
aëroob
glucogeensplitsing
C6H12O6 + 6 O2 6 CO2 + 6 H2O + energie
enzym SDH
melkzuur -> glycogeen (lever), melkzuur -> energie (hartspier), enzymen + melkzuur -> ATP (spiercel). Duurt minimaal 24 uur!
laag vermogen
hoge capaciteit
aëroob
vetverbranding
C6H12O6 + 6 O2 6 CO2 + 6 H2O + energie
laag vermogen
hoge capaciteit
vetten C6H12O6
enzym SDH
energie voor 1x ATP resynthese
energie voor 3x ATP resynthese
mbv. citroenzuur cyclus
energie voor 37x ATP resynthese
aëroob
eiwitsplitsing
noodbrandstof als je te weinig hebt gegeten
eigen spieren afbreken
denatureren enzymen, beschadiging celwanden, coördinatie verstoord, pijn
6-15 sec.
45-60 sec.
1-1,5 uur
meerdere uren
grove berekening: vergroting snelheid^3 = energiebehoefte
2x zo snel -> 8x zoveel energie
de kritische verzuringsdrempel niet vóór, maar op de eindstreep overschrijden
Anaërobe drempel
VIAD: vermoedelijke individuele anaërobe drempel
energievoorziening bijna volledig door aërobe processen
iets onder de maximale zuurstofopname (VO2-max)
gemiddeld op 50% van het maximale vermogen bij ongetrainde sporters.
"Steady State"= evenwichtstoestand in energiegebruik en energieaanbod.
snel
Fast-twitch-spiervezels, type 2, FT-vezels
langzaam
Slow-twitch-spiervezels, type 1, ST-vezels
Verhouding is erfelijk bepaald
laag prikkelgevoelig
laag vermogen (snelheid en kracht)
hoog capaciteit
te trainen door duurtraining
hoog prikkelgevoelig
hoog vermogen (snelheid en kracht)
laag capaciteit
snelheidstraining, intensieve interval- en krachttraining
trainingseffect afhankelijk van:

leeftijd sporter
trainingsleeftijd
trainingsdoel
dosering
omvang
duur en aantal herhalingen
intensiteit
%Vmax
pauze
herhalingspauze, seriepauze
trainingfrequentie
interval waarmee een methode mag worden herhaald
Spieropbouw
spier - spierbundel - spiervezel (FT of ST)
spiervezel (ST of FT), myofibril, sarcomeren
sarcomeren - myofilamenten (actine en myosine)
actine is licht, myosine is donker -> gestreept spierweefsel
roeiende beweging van myosine, spier wordt korter.
ATP!
Motorische eenheid
electriciteitsweerstand (drempelwaarde), standaard rusttonus
hoe hoger actiepotentiaal, hoe meer motorunits worden geactiveerd
door krachttraining:
verhoging prikkelsterkte
verhoging prikkelfrequetie
verdikking van de spiervezel (door betere doorbloeding)
verbeterde spierstofwisseling
Type B, zeer hoge drempelwaarde, zeer krachtig/explosief
Type A, lagere drempelwaarde, minder snel, ook deels aëroob
Type C, tussenvorm, zijn functie wordt bepaald door training.
statisch vs dynamisch
vaste weerstand
kracht overwinnen (tegenkracht) of afremmen (meegevende kracht)
krachtuithoudingsvermogen
snelkracht
explosieve kracht
maximale kracht
Veiligheid
krachttraining zal nauwkeurig afgestemd moeten worden op de ontwikkelings psychologische en fysiologische fase waarin de sporter zich bevindt.
Krachttraining moet worden afgestemd op de trainingsfase waarin de sporter zich bevindt, dus op de trainingsleeftijd en trainingservaring.
Techniek moet uitvoerig worden ingeoefend vóór oefeningen kunnen en mogen worden belast.
Belasting moet worden afgestemd op de techniekbeheersing per oefening.
Er moet goed, degelijk materiaal worden gebruikt
Krachtoefeningen moeten altijd worden voorafgegaan door een goede, langdurige warming-up.
Alvorens met specifieke krachtontwikkeling kan worden begonnen, moet de sporter over een goed ontwikkeld steunapparaat rondom de heup en wervelkolom beschikken.
Meritocratische Sport
hartminuutvolume = slagvolume x frequentie
sportificatie:
-reglementering
-institutionalisering
-civilisering (beschaven)
weerbaarheid
persoonlijke ontwikkeling
persoonlijke ontwikkeling
Gentleman
Karvonen
Wat nodig?
-
Hfrust
-
Hfmax
of leeftijd

220-leeftijd=
Hfmax
Hfmin
=50% (
Hfmax
-
Hfrust
) +
Hfrust
zone 1= Hfmin tot 25%
zone 2= 25% tot 50%
zone 3= 50% tot 75% (=VIAD)
zone 4= 75% tot 100%

Hfdrempel
= 25% (
Hfmax
-
Hfmin
) +
Hfmin
Vmin=minimale loopsnelheid mét effect
VIAD
= vermoedelijke individuele anaërobe drempel
Reverstabiliteit
omkeerbaarheid: wat je hebt opgebouwd gaat verloren
progressieve belasting
of overreaching
niets -> iets
elite -> iedereen
meedoen is belangrijker dan winnen
Optimisme,
Meritocratische sportethiek, sportideologie (overheid is het hier niet mee eens, het moet verbroederend zijn),
kritiek uit Neo-Marx
orde & eenvormigheid
Leni Rietenstahl
De Spelen als politiek middel
'Controverses'
'Boycot Games'
"The munich massacre"
Wim Ruska
Criterium sport:
vaardigheid (trainbaar)
fysiekkarakter
bereiken van een doel
wedstrijdvorm
institutialisering
het is nog aan het ontstaan (tijd)
vrij, er zijn geen regels (essentie)
Niet tegen elkaar, maar met elkaar en toch individueel
snowboarden is nu een Olympische sport -> Versporting
zelfactualisatie=zelfontplooiing
buiten: connectie met de omgeving
Hedonisme: maximaal streven naar genot, minste inspanning
opkomst door ontzuiling en individualisering
"Samenwerking van verschillende spieren voor het tot stand brengen van een bepaalde beweging"
zenuwstelsel, spierstelsel en motoriek
Prestatie=vermogenxcoördinatie
inspanningsfysiologie
kinesiologie
anatomie / bewegingsapparaat
het meten van de invloed van lichamelijke inspanningen
kracht
snelheid
lenigheid
explosiviteit
onderste strek-keten
benen
hersenen
Symphony of movement(s)
wanneer, hoelang, welke combinatie
Temporeel Aspect
verandering van de mate activiteit, iedere spier eigen klank

Recrutering aantal motorunits -> weinig, veel, heel veel
Spatiëel Aspect
alle spieren samen/samenklank

intermusculaire coördinatie -> agonisten, antagonisten, synergisten
Centraal zenuwstelsel + Perifeer zenuwstelsel
hersenen + ruggenmerg
zenuwen naar en van het ruggenmerg
sensorische neuronen
motorische neuronen
afferente zenuw
efferente zenuw
Beweging controleren
huid
propriosepsis
ogen & oren
pijnsensoren
tastsensoren
druksensoren
spierspoeltjes
peessensoren
gewrichtssensoren
evenwichtssensoren
eigen beweging zien
eigen beweging horen
meer spiervezels samentrekken door één neuron
Actiepotentiaal
spierkracht=hoge vuurfrequentie van actiepotentialen= tetanische contracties
activatie: hoge frequentie leidt tot beweging
1 neuron voor (heel) veel spiervezels. Twee soorten spiervezels dus twee soorten motorunits
Inter musculaire coördinatie
samenwerking tussen verschillende spieren
Je moet de hele oefening doen om het te kunnen, enkel oefening om kracht, zonder coördinatie: zorgt niet voor verbetering!
Intra musculaire coördinatie
Rekrutering van aantal FT vezels
Hogere ontladingsfrequentie, hogere vuurfrequentie van actiepotentialen
synchronisch van motorunits, op hetzelfde moment contraheren
Archiniveau (ruggenmerg)
Paleoniveau (hersenstam - kleine hersenen)
Neoniveau (hersenschors = cortex)
reflex
gaat niet naar de hersenen
emoties
geautomatiseerde bewegingen
nieuw aan te leren bewegingen
bewegingen waar je nog over na moet denken
Leerfasen & Coördinatie
grove coördinatie
fijne coördinatie
stabilisatie
Leerfase 1 cognitieve fase: voordoen - nadoen, veel fouten, adequate feedback van belang, knowledge of performance en result, trial en error.
Leerfase 2 associatieve fase: procedureel leren, niet vlekkeloos, in staat eigen fouten op te sporen, varriatie in oefenstof, feedback knowledge of result.
Leerfase 3 autonome fase: aandacht vrij voor andere processen, nauwkeurigheid timing en snelheid nemen toe.
geen vermoeidheid bij het leren!
Wat ontbreekt:
Laatste hoofdstuk ETT
Spieranatomie
Artikelen
Full transcript