Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

6.1 Rijk door handel overzee

No description
by

Saskia Groot

on 18 April 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 6.1 Rijk door handel overzee

6.1 Rijk door handel overzee
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

http://www.schooltv.nl/video/dossier-geschiedenis-de-gouden-eeuw-handel-is-macht/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22
Waardoor nam in de 17e eeuw de wereldwijde contacten toe?
Waarom speelde de Republiek hierin een hoofdrol?
Gespecialiseerde boeren
Veel boeren in de Republiek gaan zich
specialiseren
in veeteelt.
Waarom?
West- Nederland was laag veengebied. Bij het ontginnen en het afgraven van turf waren slootjes ontstaan (om o.a. water af te voeren). Hierdoor was de bodem gezakt, grote delen van het Westen waren hierdoor onder N.A.P. gezakt. De grond werd drasssig en daarom alleen nog geschikt voor grasland (voor koeien)
De Republiek legde zich (gedwongen) toe op zuivelproductie en het vetmesten van rundvee. Hier konden ze winst op maken (kapitlisme) (
commercialisering van de handel
)
Hoe kwamen we dan aan de noodzakelijke graanproducten?
Hollandse schippers voeren graan aan uit het Oostzeegebied. Deze vorm van handel werd
moedernegotie
genoemd.
Door de
moedernegotie
kon Amsterdam zich ontwikkelen tot het economisch centrum van de Republiek.
Stapelmarkt (1)
Rond 1600 werd het duidelijk dat Amsterdam de belangrijkste havenstad was geworden van West- Europa.
Een deel van het graan werd via Amsterdam doorgevoerd naar andere landen (bv Frankrijk, Italië, Portugal en zelfs Spanje).
Was in deze Zuid- Europese landen de oogst mislukt dan konden de Amsterdamse handelaren hier een flinke prijs voor krijgen. De Hollandse kooplieden werkten volgens het principe van het
(handels-) kapitalisme.
De
graanhandel
werd zo de belangrijkste handel voor de economie van de Republiek.

Holland profiteerde van de gunstige ligging, op het
kruispunt van handelsroutes
en omdat het lag aan mondingen van rivieren en aan de zee. De Hollanders maakten driehoekstochten. Schepen voeren naar Frankrijk om wijn op te halen, vandaar naar de Oostzee havens. Volgeladen keerden ze dan terug naar de Republiek.
Stapelmarkt (2)
Amsterdam dankte deze positie (van belangrijkste haven) vooral aan de
stapelmarkt
. Goederen uit de Oostzee gebieden (graan en hout) werden tijdelijk in Amsterdam gestapeld (opgeslagen), in afwachting van verder transport en een gunstigere prijs.

De functie van stapelmarkt was erg belangrijk omdat de aanvoer van producten onregelmatig kon zijn. Hiervoor werden in Amsterdam grote pakhuizen gebouwd.

De hoeveelheid aangevoerde en opgeslagen goederen steeg explosief, omdat er telkens nieuwe handelsmogelijkheden werden ontdekt en daarnaast waren de Hollanders echte kapitalisten. Ze dreven zelfs handel met de vijanden van de Republiek.
Het ontbreken van een feodale traditie
Naast de net opgesomde redenen had de gespecialiseerde landbouw nog andere oorzaken:

Het ontbreken van een feodale traditie

In de Republiek had de adel niet veel macht, weinig boeren in het Westen werkten op gronden die in handen waren van de adel. De boeren hadden dus de vrijheid te produceren wat ze wilden en ook de wijze waarop ze dat deden was de keuze van de boeren zelf (bv schaalvergroting)
De val van Antwerpen en de afsluiting van de Schelde
Door de verovering van Antwerpen (1585) door de Spanjaarden en het afsluiten van de Schelde door de Republiek (hierdoor kon er geen schip meer naar de belangrijkste havenstad van Europa) waren een grote economische stimulans voor de Hollandse en Zeeuwse steden.
Veel rijke Antwerpse handelaren vertrokken naar Amsterdam, hierdoor kon Amsterdam de rol van Antwerpen als handels- en havenstad overnemen.

Naast de handelaren trokken ook geschoolde arbeidskrachten mee naar Amsterdam, Amsterdam verwierf zodoende ook allerlei technische kennis en kunde.
De regenten van de Republiek waren erg blij met deze toestroom van mensen naar de Republiek, immers belastinginkomsten. Deze inkomsten had de Republiek nodig om oorlog te kunnen blijven voeren en natuurlijk hadden de regenten ook eigen belangen hierbij...................
Handelsbelangen en de noodzaak van inkomsten
De handelsbelangen van de regenten en de noodzaak om inkomsten te hebben voor de oorlogsvoering wogen zwaar mee in het beleid van de Republiek. Tijdens de 17e eeuw groeide de economie en in deze sterk groeiende economie waren arbeidskrachten nodig. Stadsbestuurders gaven daarom buitenlandse kooplieden goede faciliteiten, waaronder relatief vergaande religieuze vrijheden.

De joodse kooplieden kregen in Amsterdam de mogelijkheid om een eigen synagoge te bouwen, er ontstond een Portugees- Israëlitische gemeenschap in Amsterdam (1639)
Waarom was dit bijzonder?
katholieken mochten alleen schuilkerken bouwen.
joden mochten geen lid van een gilde worden, ze gingen in beroepen als geldhandelaar, slager, lompenhandelaar en in de diamantbewerking
Van concurrentie naar compagnie
Aan het einde van de 16e eeuw legde de Republiek wereldwijde handelscontacten en ging een rol spelen in de opkomende wereldeconomie en het opkomende handelskapitalisme.
Hollandse kooplieden gingen handeldrijven met het winstgevende Azië. In 1594 besloten ze een om een gezamenlijke handelsonderneming op te starten (compagnie) en zelf de specerijen uit Azië te halen.
De eerste reis naar Indië leverde een verlies op van 80.000 gulden, maar toch waren de opdrachtgevers tevreden, immers nu hadden ze het bewijs dat je rechtstreeks kon handelen met Indië, zonder tussenkomst van andere landen (Spanje en Portugal).
Van concurrentie naar compagnie
Veel kooplieden profiteerden van deze ontdekking. Aan het einde van 1601 waren er al 65 handelsschepen, vanuit allerlei steden, naar Indië gevaren. In al deze handelssteden waren compagnieën opgericht om het risico en de winsten te delen. De concurrentie was groot tussen deze compagnieën.
De inkoopprijzen in Indië waren sterk gestegen terwijl de verkoopprijzen waren gedaald. De raadspensionaris Van Oldenbarnevelt vond dit een ongunstige ontwikkeling. In
1602
wist hij een
samenwerkingsverband
te organiseren van alle
kooplieden uit Zeeland en Holland
, de
VOC
.
De VOC kwam aan
startkapitaal
door
aandelen
uit te geven, iedereen kon een aandeel kopen, aan het einde van elk jaar keerde de VOC een winstuitkering uit aan de aandeelhouders.
Desnoods met harde hand
De VOC kreeg van de Staten- Generaal het monopolie om handel te drijven met Azië en kreeg bovendien bevoegdheden in Azië. De kooplieden van de VOC mochten handelsovereenkomsten sluiten, soldaten inhuren, en ambtenaren in dienst nemen. Daarnaast mochten ze forten bouwen en geweld gebruiken om de belangen van de VOC te beschermen.

Jaloerse buurlanden
De welvaart in de Republiek riep de jaloezie op van Engeland en Frankrijk. Engeland werkte de Republiek tegen met een wet waarin stond dat alleen Britse handelsschepen mochten aanleggen in een Britse haven, of schepen met lading uit hun eigen moederland, hierdoor werden de Hollandse vrachtschepen ernstig tegengewerkt.

Ook Frankrijk nam maatregelen tegen de vrije economie, ze beschermden hun eigen markt met het mercantilisme. Dat hield in dat de import moest worden verminderd en de export juist moest worden gestimuleerd. Door hoge invoerrechten werd de import beperkt terwijl de export werd gestimuleerd met subsidies.
De Franse koning had geld nodig voor zijn oorlogen en de hofhouding.

Door al deze maatregelen die andere landen namen tegen de Republiek kwam er een einde aan de Gouden Eeuw
De positie van de Republiek werd bedreigd door de opkomst van Engeland en Frankrijk
http://www.schooltv.nl/video/rembrandt-van-rijn-hollands-grootste-meester/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22
http://www.schooltv.nl/video/de-oostzeehandel-belangrijke-handel-in-de-gouden-eeuw/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22
http://www.schooltv.nl/video/de-verenigde-oost-indische-compagnie-een-staat-in-een-staat/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22
http://www.schooltv.nl/video/het-einde-van-de-gouden-eeuw-ook-in-de-gouden-eeuw-werd-bezuinigd/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22
havo 2011 I vraag vraag 15
Twee gegevens:

1 In de Republiek speelde de adel in de politiek een ondergeschikte rol.
2 In de zeventiende eeuw was de Republiek de belangrijkste handelsnatie van Europa

2p Leg uit welk verband er tussen deze twee gegevens bestond.

havo 2010 I vraag 1

Tussen het ontstaan van de moedernegotie en de opkomst van de gecommercialiseerde landbouw in Holland bestond een verband.

3p Licht dit verband toe door:
− een omschrijving te geven van de moedernegotie en
− een omschrijving te geven van de gecommercialiseerde landbouw in Holland en
− het verband tussen beide te noemen.

Antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:

• De moedernegotie was de handel op het Oostzeegebied waarbij het graan voor de Hollandse steden werd ingevoerd 1

• Hollandse boeren schakelden over op zuivelproductie/vetweiderij/de verbouw van handelsgewassen voor de (stedelijke) markt 1

• Een verband tussen de moedernegotie en de gecommercialiseerde landbouw is, dat door de goedkope import uit het Oostzeegebied de verbouw van graan in Holland minder lonend werd waardoor boeren overschakelden op handelsgewassen/zuivelproductie/veehouderij / door de succesvolle overschakeling van de Hollandse boeren op de veehouderij/de commerciële landbouw de import van graan uit het Oostzeegebied nodig/mogelijk werd 1
Full transcript