Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Film maken met Adobe Premiere Elements

No description
by

Meneer Kolen

on 4 September 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Film maken met Adobe Premiere Elements

Adobe Premiere Elements
Premiere is een veelgebruikt programma om video mee te bewerken. Het is van Adobe en hoort thuis in de Creative Suite series. Premiere Elements is een simpelere variant van het zeer uitgebreide Premiere Pro.
Deze prezi vertelt je op welke manier je kunt importeren, editten en opslaan.
Importeren
Importeren betekent het inladen van je mediabestanden. Dit doe je zodat MovieMaker deze bestanden kan bewerken.
Editing
To edit is een Engelse werkterm voor bewerken. Het knippen en plakken van beeld en geluid vallen hieronder. Ook het instellen van overgangen en effecten hoort bij editing.
Renderen
Renderen is het voltooien van je bewerkt product. Je exporteert je project als één bestand, een film. De computer maakt dan van al jouw verschillende knip en plaksessies in beeld en geluid weer 1 bestand. Bovendien zet de computer dit bestand in het formaat dat je gekozen of nodig hebt. .MPEG .AVI of .MP4 zijn de meest gebruikte bestandsindelingen.
De nieuwe viking heeft van elk proces in premiere elements een korte tutorial gemaakt. Hieronder staan ze. Bij de verschillende filmpjes staat geschreven wat je ermee moet doen.
Film maken:
Les 1
Uitleg opdracht, filmtheorie en technieken.
Uitschrijven van 5 beelden achter elkaar in oefening storyboard en script.

Les 2
Uitschrijven eigen concept.
Beginnen aan script.

Les3
Script voltooien.
Filmen.

Les 4+5
Monteren in Adobe Premiere Elements

Les 6
Filmpje online zetten en presenteren.
Met een storyboard kun je je idee presenteren of pitchen voordat je het gaat maken. Dat voorkomt dat je uren gaat stoppen in de productie van je idee, zonder dat de opdrachtgever het heeft goedgekeurd.
Pre-Productie
Productie
Pre-Productie wil zeggen vóór je gaat produceren. Dus alle werkzaamheden voordat je echt een camera neerzet en laat draaien. Een opnameproces kent een pre-productie, een productie en een post-productie.

Bij de pre-productie horen de volgende onderdelen in deze volgorde:
Eerst werk je aan je Concept
Daarna maak je een Scenario
en/of een Storyboard
Als dat is goedgekeurd, kun je beginnen aan je Planning
Concept
In een concept neem je de randvoorwaarden van je video op. Je kunt op je concept terugvallen als je vragen hebt in een later stadium van je videoproductie. Als je bij het filmen of het maken van een scenario twijfels hebt over de inhoud of het type video, kun je aan de hand van je concept kijken welke optie het beste bij jouw productie past.
Het concept bestaat uit verschillende onderdelen, maar ze hebben allemaal met elkaar te maken en ze beïnvloeden elkaar ook. Je omschrijft in je concept de volgende onderdelen:
Het doel van je video
De doelgroep van je video
Het format van je video
Doel
Het is belangrijk je doelen goed te beschrijven. Een onduidelijk omschreven doelstelling, heeft vaak tot gevolg dat je ook een onduidelijke productie hebt.
De doelstelling omschrijf je simpel door voor een kijker te omschrijven wat jij wilt dat zijn of haar kennis, houding en gedrag is.
Het doel bepaalt voor een groot gedeelte welke inhoudelijke keuzes je maakt in je video.
Doelgroep
De doelgroep bepaalt voor een groot gedeelte op welke manier jij je inhoud weergeeft. Denk bijvoorbeeld aan verschillende zenders. Als BNN een programma maakt over reizen, zoals 3 op reis, kiezen zij voor een heel andere manier van filmen dan bijvoorbeeld Erica op reis van Omroep MAX. BNN richt zich op studenten, Omroep MAX richt zich op 55-plussers.
Voor wie wil jij een video maken en wat vinden die mensen leuk?
Waarin verschillen deze twee filmpjes in inhoud? En waarin in keuzes als muziek en dergelijke? Waarom hoor je bij Erica klassieke muziek en bij Nicolette heel andere muziek? Welke keuze maak jij?
Format
Het format is de wijze waarop je iets filmt. Maak je een reportage, doe je een interview, is het een documentaire? Wordt het juist een film om bij onderuit te zakken, of een actiethriller? Maak je een commercial? Ga je voor een artistiek concept?

Bij het bedenken van een format voor je video, ga je bepalen in welke stijl je gaat filmen en monteren. Elk format hoort weer bij een ander doel. Wil je mensen nieuwsgierig maken? Wil je ze verbluffen? Wil je ze vermaken of misschien wel informeren.

Welk format kies jij?

En elke keuze die je hierin maakt heeft weer andere vervolgopties. Zo zijn er verschillende manieren om een interview te doen. Zoals mensen van Powned bijvoorbeeld een politicus interviewen is qua inhoud en opzet heel anders dan wanneer Den Haag Vandaag diezelfde minister interviewt.
Scenario
Storyboard
Dit is een korte omschrijving van een storyboard, verfilmd door een niet al te professioneel team. Qua inhoud klopt hij wel. Kun jij dit beter?
Als je een Storyboard hebt gemaakt en je idee is duidelijk weergegeven en goedgekeurd, kun je je storyboard en/of je scenario gaan overzetten naar een planning.
Planning
Een scenario (in het Engels heet dat Script) is een geschreven weergave van je video. Je omschrijft er de volgende zaken in:
Elke scene krijgt een apart nummer en staat op volgorde van afspelen. (chronologische volgorde)
Welk Shot kies je? Medium, close-up, overview? Kikkerperspectief, vogelperspectief? Zitten er camerabewegingen zoals een pan, een tilt, of een zoom? Follow, trace of shoulderview? (Dit wordt later verder uitgelegd.)
Je beschrijft per scene het plot. Dat is een korte samenvatting van wat er in de scene gebeurt.
De locaties. Dus binnen of buiten. In een supermarkt, onder water of al vliegend door de lucht.
Welke props (attributen) je nodig hebt voor de scene. Denk hierbij aan een rijdende auto, een vallende piano of een geweer met soort, kleur en andere voorwaarden bijvoorbeeld.
Wat wordt er gezegd? Wie zegt wat, of wat zegt de voice-over en wanneer zegt iemand iets?
2. INT. '74 CHEVY (MOVING) - MORNING 2.

An old gas guzzling, dirty, white 1974 Chevy Nova BARRELS down
a homeless-ridden street in Hollywood. In the front seat are
two young fellas -- one white, one black -- both wearing cheap
black suits with thin black ties under long green dusters.
Their names are VINCENT VEGA (white) and JULES WINNFIELD
(black). Jules is behind the wheel.

JULES
-- okay now, tell me about the hash
bars?

VINCENT
What so you want to know?

JULES
Well, hash is legal there, right?

VINCENT
Yeah, it's legal, but is ain't a
hundred percent legal. I mean you
can't walk into a restaurant, roll
a joint, and start puffin' away.
You're only supposed to smoke in
your home or certain designated
places.

JULES
Those are hash bars?

VINCENT
Yeah, it breaks down like this:
it's legal to buy it, it's legal to
own it and, if you're the
proprietor of a hash bar, it's
legal to sell it. It's legal to
carry it, which doesn't really
matter 'cause -- get a load of this
-- if the cops stop you, it's
illegal for this to search you.
Searching you is a right that the
cops in Amsterdam don't have.

JULES
That did it, man -- I'm fuckin'
goin', that's all there is to it.

VINCENT
You'll dig it the most. But you
know what the funniest thing about
Europe is?

JULES
What?

VINCENT
It's the little differences. A
lotta the same shit we got here,
they got there, but there they're a
little different.

JULES
Examples?

VINCENT
Well, in Amsterdam, you can buy
beer in a movie theatre. And I
don't mean in a paper cup either.
They give you a glass of beer, like
in a bar. In Paris, you can buy
beer at MacDonald's. Also, you
know what they call a Quarter
Pounder with Cheese in Paris?

JULES
They don't call it a Quarter
Pounder with Cheese?

VINCENT
No, they got the metric system
there, they wouldn't know what the
fuck a Quarter Pounder is.

JULES
What'd they call it?

VINCENT
Royale with Cheese.

JULES
(repeating)
Royale with Cheese. What'd they
call a Big Mac?

VINCENT
Big Mac's a Big Mac, but they call
it Le Big Mac.

JULES
What do they call a Whopper?

VINCENT
I dunno, I didn't go into a Burger
King. But you know what they put
on french fries in Holland instead
of ketchup?

JULES
What?

VINCENT
Mayonnaise.

JULES
Goddamn!

VINCENT
I seen 'em do it. And I don't mean
a little bit on the side of the
plate, they fuckin' drown 'em in
it.

JULES
Uuccch!
Een storyboard is een visuele weergave van je idee. Je tekent het uit. Het storyboard hier links is dan ook geen storyboard van een douche scene, maar van een kijkje in de studio. Wie weet waarom?
In de planning neem je alle zaken op die je van plan bent in de productie en post-productiefase. Denk daarbij aan de volgende zaken:
Data en tijden van filmopnames.
welke afspraken en deadlines heb je?
Contactgegevens van iedereen die met de film te maken heeft.
Je scenario en of storyboard
Welke materialen heb je nodig? (bijvoorbeeld een rolkar met rails voor een bewegende camera of een steiger voor een opname van bovenaf.
Maak een montageplanning, misschien krijg je het niet af in de lestijd.
Denk bij het maken van een planning ook logisch na. Je zult rekening moeten houden met een uitloop voor je opnames. Opnames duren in de regel altijd langer dan je verwacht. Er zijn gewoonweg te veel zaken die je opname kunnen verpesten.
Soms moet een scene twee tot driemaal over voordat iedereen weet wat hij of zij precies moet doen. En dan moet het de vierde keer ook nog maar eens goed gedaan worden door iedereen!
Wil je een video perfect monteren met beeld en geluid, hou dan rekening met een dag monteren en bewerken voor een minuut perfect beeld en geluid.
Een planning hoeft niet chronologisch de video te volgen. Als je meerdere malen terugkomt op een locatie tijdens de film, ga je niet na het opnemen van één scene weg om daarna weer alles op te moeten bouwen.
Zo lang je met een goede planning werkt en de scenes duidelijk een nummer geeft, kun je veel tijd besparen in je opnames. Nou weet je ook meteen waarvoor dat krijtbordje is met die klapbalk bovenop.
De scene in de auto van Pulp Fiction komt ook meerdere keren terug met dezelfde auto. Deze hebben ze allemaal achter elkaar opgenomen.
Als je alle voorbereiding achter de rug hebt, sta je natuurlijk te springen om alles echt uit te werken. Je kunt gaan filmen. Om een goede kwaliteit opnames te maken moet je goed nadenken over de volgende drie zaken:
Beeld
Geluid
Licht
Beeld
Geluid
Licht
Beginnen bij het begin
Film Maken Theorie gaat zoals de titel doet vermoeden over de theorie
achter het film maken. Aan het einde van deze cursus heb je voldoende
inhoudelijke kennis om zelf na te denken over hoe je ideeën en boodschappen
het beste kunt visualiseren doormiddel van video-content.

Deze theoretische cursus duurt 2 weken en dient als voorbereiding op de
cursus Film Maken met Adobe Premiere Elements. Aan het einde van
deze cursus, volgt er een theorietoets en lever je in groepsverband een
verslag in welke als basis dient voor je video. In deze reader staat bij de
theorie een aantal vragen welke overgenomen dienen te worden en
verwerkt in je verslag terug komen.

Voor je gaat beginnen met het maken van beeld, moet je eerst je opties doornemen.
Welk Shot kies je? Medium, close-up, overview? Kikkerperspectief, vogelperspectief? Zitten er camerabewegingen zoals een pan, een tilt, of een zoom? Follow, trace of shoulderview? Ik leg hieronder eerst uit welke opties je hebt.
Beeldgrootte
Afwisselen in beeldgrootte houdt de kijkers aandacht beter vast. Het zorgt er ook voor dat de film in zijn geheel niet eentonig wordt. Er zijn acht type beeldgroottes:
Extreme Long Shot: Dat is een panoramaview, zonder ergens op te focussen.
Long Shot: Totaalbeeld waarin duidelijk een personage in de setting staat.
Medium Long Shot: gefilmd vanaf iets onder de voeten tot iets boven het hoofd.
Knee Shot: het beeld bevat de persoon vanaf zijn knieën.
Medium Shot: Het beeld bevat de persoon vanaf de heupen.
Medium Close Up: Beeld van iemand vanaf de borst naar boven.
Close Up: Beeld van iemands hoofd en schouders.
Extreme Close Up: Een detailopname.
Een Extreme Long Shot gebruikt men in films voornamelijk om de kijker vertrouwd te maken met de omgeving waarin de scene zich afspeelt. Vaak zie je deze shots dan ook in het begin van een scene. Een Medium shot zie je vaak bij interviews. Het is ook uitermate geschikt voor het weergeven van acties. Een Close Up wordt veel gebruikt als men emoties in beeld wil brengen. Vaak eindigt een scene met een Close Up.
Camerabeweging
Een camerabeweging kan op veel verschillende manieren. Het is ook een bepalende factor voor jouw eindresultaat. Een camerabeweging kun je op verschillende manieren inzetten. Deze shots moeten het vaakst over gedaan worden. Filmen met een bewegende camera is heel moeilijk, maar de moeite waard. Ik zal hieronder met wat voorbeelden duidelijk maken welke bewegingen er zijn:

Pan: In de filmwereld zegt met een Pan, maar eigenlijk heet dat een panorama shot. De camera blijft op hetzelfde punt en beweegt van links naar rechts of andersom. Je filmt dus over een horizontale lijn.

Tilt: Je camera blijft op hetzelfde punt en beweegt van onder naar boven of andersom. Je filmt dus over een verticale lijn.

Zoom: Eigenlijk geen beweging, maar wel een veelgebruikte beeldbeweging. De camera blijft op hetzelfde punt en je zoomt in of uit met de zoom-knop.

Lift: Je camera beweegt in zijn geheel van onder naar boven. Op professionele filmsets hebben ze daar een kraan voor waar iemand met camera en al op zit. Kleinere producties maken deze beweging veelal met een Jib. Een soort van lang handvat met tegengewicht waarop de camera vastzit.

Travel: De naam zegt het al. De camera reist mee met het voorwerp. Meestal staat de camera dan op een bewegend platform.
Vaak worden verschillende bewegingen gecombineerd zoals we in het volgende filmpje zien.
180 graden regel
Als je iets filmt, moet je zorgen dat je altijd aan één kant van de actielijn blijft. Dat voorkomt onduidelijkheid en desoriëntatie bij de kijker. In dit filmpje wordt de regel vaak geschonden wat voor de kijker een onrustige beleving is.
Hieronder een kort overzicht van alle cameratechnieken:
Resolutie en Focus
Uiteraard vormt de resolutie van je gefilmd materiaal een groot verschil in kwaliteit. De nieuwe samsungs en iPhones filmen op HD-kwaliteit. Oudere camera's filmden met een filmrolletje. De kwaliteit van je telefoon is dus waarschijnlijk goed genoeg voor dit project. Soms is de kwaliteit van een opname zelfs onderdeel van de ervaring zoals bij veel nieuwe horrorfilms.
Camerahoek
Je hebt grofweg drie posities waarin de camera kan staan waarbij de hoek het beeld bepaalt.
Kikvorsperspectief: De camera staat lager dan de actie of onder ooghoogte. Veel gebruikte camerapositie om iemand machtiger te doen lijken.
Ooghoogte: De camera staat op dezelfde hoogte als waar de hoofdpersoon met de ogen is. Op deze manier beleef je het verhaal makkelijk vanuit de belevingswereld van de hoofdpersoon.
Vogelperspectief: De camera zit hoger dan ooghoogte, boven de actie. Veel gebruikt om de setting duidelijk te maken, maar ook om een persoon klein en nietig te doen lijken.
Daarnaast is het nog van belang waar de figuur in beeld heen kijkt. Kijkt hij naar de lens van de camera, dan komt dat persoonlijk en sterk over. Zoals een president van America in zijn speeches bij de oneliners eerst een camera opzoekt en dan de zin zegt.
Bij een interview kijkt er juist niemand in de camera. De interviewer staat vlak langs de camera, waardoor de persoon die antwoorden geeft, ook vlak langs de camera afkijkt.
Focus bepaalt of je iets scherp in beeld hebt. Grote camera's hebben een lens waarmee je alles zelf scherp moet stellen. Je telefoon heeft dat waarschijnlijk niet. Als je iets scherp in beeld hebt, heet dat iets 'in focus' hebben.
Geluid bepaalt grotendeels de sfeer van een scene. Als je een horrorfilm te eng vindt, zet dan het geluid maar eens uit. Dan wordt de film een stuk beter te kijken. Hetzelfde geldt voor actiefilms.
De meeste mensen kennen geen klassieke muziek bij naam, maar kunnen sommige nummers wel makkelijk mee neuriën. Dat komt doordat deze muziek in bijna elke grote Hollywoodproductie klassieke muziek wordt gebruikt om een sfeer neer te zetten. Muziek met zang is daarvoor minder geschikt, omdat mensen worden 'afgeleid' door woorden. Op opera en operette na is klassieke muziek vaak instrumentaal en bevat daarom weinig afleiding.
Maak voor jouw eigen film ook gebruik van muziek. Speel met het volume van de muziek zoals de groten dat ook doen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de muziek die bij Rocky is gemonteerd. De muziek varieert in volume. Zo legt de muziek, of de afwezigheid daarvan, de aandacht op verschillende onderdelen. Het werkt ook opzwepend en het maakt van deze 50+ fragmenten één samenhangende scene.
Bij de post-productie wordt beschreven hoe je kunt monteren met muziek.
Dat geluid in een film of televisieprogramma bestaat uit veel verschillende soorten. Elk geluid is te sturen in je montage. Zelfs achtergrondgeluid wordt bij professionele opnames helemaal weggefilterd en vervangen door een gekozen geluidsbron, zoals een opname. Als er weer een nieuwe film uitkomt van Amerikaanse makelij, verschijnen er ook weer allerlei berichten op forums over filmfoutjes. Zo was er in de film Avatar bijvoorbeeld junglegeluid te horen waarin duidelijk vogels en beesten te horen waren van aardse afkomst. Ook films die zich wel op aarde afspelen hebben vaak achtergrond geluid dat niet bij de setting past.
Geluid in films zijn onder te verdelen in de volgende categoriën:
Omgevingsgeluid zoals verkeer, of bos, of mensenmassa's.
Muziek die een bepaalde sfeer neerzet.
De menselijke stem bijvoorbeeld opgelezen tekst, of een dialoog.
Geluidseffecten zoals brekend glas, klapperende ramen etc.
In geluid zit ook logica. Je kijkers verwachten dat ze iemands stem heel luid en duidelijk horen wanneer die gene close-up in beeld is. Daarnaast is het weer onlogisch als iemand die ver weg aan het schreeuwen is, fluisterend te horen is. Denk dus goed na welke geluiden je toepast en of het realistisch is. Vogel- en junglegeluid in een stadsscene past bijvoorbeeld niet. Ook verkeersgeluid midden in de natuur klopt niet. Bij een intieme scene wil je natuurlijk ook niet de voetstappen van de cameraman horen.
Bij professionele opnames loopt er ook altijd iemand met een richtmicrofoon mee. Dat is die hengel met die grote wollige microfoon erop. De haren van die hoes, genaamd poes, houden de wind tegen, zodat je geen extra geluid krijgt als de wind in de microfoon blaast. De meeste interviewers houden hun microfoon vast, zodat er geen mensen tegelijk kunnen praten, maar nieuwslezers hebben een knoopcelmicrofoon aan hun jasje of blouse hangen.
Licht kan iets benadrukken door de aan- of afwezigheid ervan. Licht wordt in professionele films bijna compleet gestuurd. De belangrijkste regel daarbij is dat je geen lichtsoorten mag mengen. Dus geen TL-licht bij daglicht zetten en geen kunstlicht bij TL-licht. Daarom werken de meeste sets met grote platen wit piepschuim die het licht weerkaatsen en tegelijk wat omgevingsgeluid dempen. Daarnaast worden afhankelijk van de sterkte van het aanwezige licht ook vaak aluminium platen ingezet om te weinig licht natuurlijk te compenseren. En dan kan het op film ineens lijken alsof alle karakters in het volle zonlicht lopen, terwijl de lucht bovenin duidelijk bewolkt is.

Je kunt het weerkaatsen van licht zelf ook makkelijk testen. Als je met je telefoon een foto maakt van jezelf waarbij je een wit A4'tje onder je gezicht houdt, zul je zien dat je gezicht beter belicht wordt. Het verschil wordt helemaal duidelijk als je voor het contrast een zwarte map of trui of iets anders donkers onder je gezicht houdt.
De positie van de camera is ook belangrijk. Als je een persoon filmt of fotografeert waarbij een sterke lichtbron zoals de zon achter hem of haar staat, wordt de persoon onderbelicht. De grafische cel van je camera wordt dan overbelicht, waardoor je onderwerp onderbelicht wordt. probeer dus altijd de zon of felle lampen boven, naast of achter de camera te hebben.

Wanneer je met professionele apparatuur werkt, moet je ook altijd eerst de witbalans instellen. Dat doe je bij elke camera anders, dus lees de gebruiksaanwijzing goed. Je telefoon doet dat automatisch, maar heeft dan ook een mindere kwaliteit beeld met minder mogelijkheden. Als je de witbalans niet vooraf goed instelt bij elke nieuwe scene, loop je het risico dat je beeld een verkeerde balans krijgt van licht. Mensen hebben dan bijvoorbeeld een heel rood hoofd en huid, of blauw wordt heel fel weergegeven.
Als je licht gaat opstellen voor je film, bijvoorbeeld omdat je een product moet filmen dat professioneel belicht moet worden, let dan goed op het volgende:
Je hebt drie verschillende soorten belichting. Key light is de hoofdbelichting. Fill light is belichting die de negatieve effecten van het key light, zoals te sterke schaduws, opheft. Back light wordt achterop het onderwerp geschenen, waardoor het als het ware loskomt van de voorgrond en meer een 3D-product lijkt in plaats van een plat product op een plat scherm.
Sla je werk altijd als project op, als je op school werkt.
Werk alleen op je eigen USB-stick.
Loop je achter? Je kunt deze prezi thuis bekijken en de tutorials op je eigen tempo volgen.
Post-Productie
Alles wat je doet moet de gefilmde beelden hoort bij de postproductie. Dat is inclusief verrijking met geluid wat je wel of niet zelf opgenomen hebt. We beginnen met wat termen die je vaak tegen zult komen bij de post-productie.
Bibliotheek
In het Engels Library. Hierin zet je al je bestanden om mee te werken. Dan kun je er makkelijker bij. Zet sowieso alle bestanden waarmee je wilt werken bij elkaar op je USB-stick zodat je altijd alles bij elkaar hebt.
Project
Voor je alles opslaat als gemonteerd eindproduct, of film, werk je in een project en heet dit ook een project. Sla je project altijd op in je USB-stick bij de mediabestanden, zodat het project je gemaakte materiaal altijd op dezelfde plek kan vinden.
Jullie gaan in de volgende periode bij het vak Viral Marketing een film(pje) produceren. In de komende weken gaan we daarom leren monteren met Adobe Premiere Elements.

Deze cursus bestaat uit de theorie achter film maken, de eerste stappen in het film maken en uiteindelijk verschillende tutorials waarmee we leren monteren.

Het belangrijkste is dat je gefilmd materiaal hebt. Daarvoor mag je je telefoon gebruiken. Zet vervolgens zelf de gefilmde beelden op een USB-stick om te gebruiken tijdens de les.
Zodra je je beelden op de USB-stick hebt gezet, maak je thuis een back-up van je mapje in Google Drive, Dropbox of Skydrive. Op die manier kun je nooit je beelden kwijtraken.
Jullie krijgen van jullie docent de opdracht van wat je moet filmen voor deze korte introductie van Premiere Elements. Het filmen doe je in je eigen tijd. Voor deze cursus is de pre-productie niet zo belangrijk omdat het nu voornamelijk draait om de post-productie. Tijdens de cursus Viral Marketing gaan we meer in op de pre-productie en de productiefase.
1. Geef je videoproject je eigen voor- en achternaam met daarachter DOB.
2. Werk altijd vanuit dezelfde map, geef deze de naam APE DOB
3. Importeer minimaal 5 filmpjes, 1 afbeelding en 1 audiofragment.
4. Kijk hier aandachtig naar en doe hetzelfde met jouw eigen materiaal.
5. Kies voor timeline, aangezien we meer met het materiaal gaan doen.
6. Deze kun je overslaan voor nu aangezien we met timeline werken.
7. Voer je materiaal in en zet je clips naast elkaar zoals in het filmpje.
8. Pas de timeline aan naar een voor jou prettige werkomgeving volgens de stappen in het filmpje.
9. Bepaal welke lengte je clips moeten hebben en pas de clips aan met behulp van het preview-window.
10. Deze kun je voor nu overslaan omdat we met de timeline werken.
11. Probeer ook een clip aan te passen in lengte met de timeline.
12. Pas bij je eerste clip de snelheid van je fragment aan. Maak hem langzamer.
13. Maak een freezeframe van 2 seconden halverwege de eerste clip. Maak daarna de rest van de clip weer sneller dan normaal.
14. Kijk hoe je de clips kunt splitsen. Misschien moet je dit ook doen voordat je stap 13 kunt doen.
15. breng minimaal 3 overgangen aan in je totale filmproject.
16. Pas minimaal 2 effecten toe aan je totale filmproject. Zorg er wel voor dat het filmpje duidelijk zichtbaar blijft.
17. Je kunt beter een aantal keren renderen tijdens het monteren.
18. Gebruik je afbeelding om pan en zoom toe te passen.
19. Haal geluid weg en vervang deze door je audiobestand zoals een MP3-tje.
20. Pas waar nodig het volume aan.
21. Voeg je muziek toe aan je clip.
22. Kijk hoe je gesproken tekst kunt toevoegen. Hier hoef je nu niets mee te doen.
23. Deze stap kun je overslaan voor nu.
24. Deze stap kun je overslaan voor nu.
25. voeg de tekst toe van je gekozen clip. Zorg er voor dat de songtekst gelijk loopt aan het nummer.
26. Zorg dat je aan je tekst minimaal 2 effecten heeft gedurende je filmpje.
27. kies een lettertype dat past bij jouw gekozen clip. Als je wilt mag je nog meer veranderen met jouw tekst
28. Zet bij je aftiteling je naam, je klas en plaats het logo van De Rooi Pannen.
29. Hier leer je hoe je je film op DVD brandt. Hier leer je ook je film op te delen in hoofdstukken. Dit hoef je nu niet te doen.
30. hier leer je je film opdelen in hoofdstukken. heel handig maar nu niet nodig.
31. Upload je film naar youtube!
32. hier leer je je film opslaan
Film Maken Theorie gaat zoals de titel doet vermoeden over de theorie
achter het film maken. Aan het einde van deze cursus heb je voldoende
inhoudelijke kennis om zelf na te denken over hoe je ideeën en boodschappen
het beste kunt visualiseren doormiddel van video-content.

Deze theoretische cursus duurt 2 weken en dient als voorbereiding op de
cursus Film Maken met Adobe Premiere Elements. Aan het einde van
deze cursus, volgt er een theorietoets en lever je in groepsverband een
verslag in welke als basis dient voor je video. In deze reader staat bij de
theorie een aantal vragen welke overgenomen dienen te worden en
verwerkt in je verslag terug komen.

Film maken
Theorie

Film Maken Theorie gaat zoals de titel doet vermoeden over de theorie achter het film maken. Aan het einde van deze cursus heb je voldoende inhoudelijke kennis om zelf na te denken over hoe je ideeën en boodschappen het beste kunt visualiseren doormiddel van video-content.

Deze theoretische cursus duurt 2 weken en dient als voorbereiding op de cursus Film Maken met Adobe Premiere Elements. Aan het einde van deze cursus, volgt er een theorietoets en lever je in groepsverband een verslag in welke als basis dient voor je video. In deze reader staat bij de theorie een aantal vragen welke overgenomen dienen te worden en verwerkt in je verslag terug komen.

De geschiedenis van Video!
Videocamera's kwamen in de jaren 80 van de vorige eeuw bij particulieren terecht. Hiervoor werden er 8mm films gemaakt die meestal niet langer dan 3 minuten duurden. De camera's zijn sindsdien kwalitatief steeds beter geworden en er wordt op grote schaal gefilmd; YouTube is daar een gevolg van.

Film 1895
De eerste filmbeelden werden gemaakt door een aantal fotocamera's naast elkaar op te stellen en voor iedere camera een draad te spannen vanaf de afdrukknop naar een stokje op de grond. Door met een paard de draadjes kapot te lopen werden er een aantal foto’s van het lopende paard gemaakt. Wanneer deze foto’s achter elkaar bekeken werden kon men een paard zien lopen. Voor de wetenschap was dit experiment ook interessant omdat men toen voor het eerst kon zien dat een paard met al zijn benen los komt van de grond als hij in galop loopt, met het blote oog was dit niet te zien.

















De eerste echte filmcamera ontstond toen het foto-negatief zo ver ontwikkeld was dat het materiaal flexibel genoeg was om snel door een camera te gaan. Men moest toen nog wel een filmcamera ontwikkelen die de filmrol in stopmotion langs de lens konden laten gaan. Een film bestaat ongeveer uit 24 beelden in een seconde. Het celluloid (film negatief) moet daarom 24 keer per seconde een kort moment voor de lens stil staan om belicht te worden zodat het beeld vast wordt gelegd. Je zou kunnen zeggen dat een filmcamera 24 foto’s per seconde maakt waardoor er voor het menselijk oog een vloeiende beweging ervaren kan worden. Edison liet in 1893 de eerste film zien met zijn Kinetoscoop film projector. De gebroeders Lumière lieten in 1895 de eerste film aan een publiek zien; fabrieksarbeiders die de fabriek verlaten. Deze beelden zijn nog steeds bewaard.
De eerste films werden zonder geluid opgenomen, tijdens de vertoning van de film was er meestal een pianist en een verteller aanwezig die live het geluid bij de film verzorgde. Rond 1930 kwamen de eerste films met geluid in de bioscoop, wat een einde van de carrière van veel stomme (geluidsloze) filmacteurs inluidde omdat hun stem niet om aan te horen was. In de jaren 70 werd de 8 mm film camera (super 8) voor consumenten populair. Deze films waren zonder geluid maar het apparaat (600 gulden) en de film rollen waren voor de liefhebber betaalbaar.  De filmpjes hadden een lengte van 3 minuten, om langere films te maken moesten de filmpjes aan elkaar geplakt worden. Door de komst van de videocamera zijn de 8 mm camera’s volledig van de markt verdwenen.
Analoge video 1985
In 1982 kwam Sony met de eerste professionele analoge videocamera die 25 frames (beeldjes) per seconde maakte. Deze camera maakte gebruik van het Beta max formaat, andere formaten waren VCC (Philips) en VHS. Het VHS formaat werd uiteindelijk het standaard formaat. In 1985 kwam Sony met de Video8 camera die voor de consumentenmarkt was.
Digitale video 1996
Voor de consument werd dit de doorbraak van de homevideo. Was de 8mm en de video camera nog voor de liefhebber, de DV camera werd onderdeel van menig middenklasse huishouden. De video bandjes konden op de computer worden ingeladen en met bijvoorbeeld Adobe Premiere worden bewerkt. De eerste versies Adobe Premiere (1991) waren alleen op een Apple te gebruiker waardoor op de dag van vandaag nog veel video editors met een Apple computer werken. Pas vanaf 1995 kwam Adobe Premiere 5.0 zowel voor de Apple als Windows uit en was de meerwaarde van de Apple opgeheven. Het dure Avid video montage programma werd door de professionals gebruikt. (Edit Mr.K.; De opgenomen video stond nog steeds op een apart bandje dat met stekkers en kabels ingelezen moest worden in de software. Het was weliswaar digitaal, maar nog niet zoals wij tegenwoordig digitaal kennen met een SDkaart of wireless transfer.)
Tapeloze video 2005
Rond 2003 kwam Sony met een video camera waar direct op een geheugen kaart of harde schijf opgenomen kon worden. Deze video's kunnen direct op de computer worden ingeladen. Er wordt niet meer met tapes gewerkt wat het gebruikersgemak verbeterde. Camera's met een SD kaart hoeven niet eens meer op de computer te worden aangesloten, de kaart kan uit de video worden gehaald en in de computer worden gedaan. Mobiele telefoons werken ook met dit principe waardoor de hoeveelheid home video's sinds 2005 enorm gestegen is. Het is dan ook geen toeval dat YouTube in 2005 is ontstaan.
*Bron: www.postproduktie.nl
Toekomst
Dankzij de groeiende markt voor mobiel dataverkeer en de steeds beter wordende mobiele apparaten waarmee gefilmd kan worden, is het logisch dat video een steeds meer voorkomend communicatiemiddel wordt. Facebook laadt video's gedeeld door anderen direct in, weliswaar zonder geluid. Iets opzoeken gaat soms net zo goed via youtube als via google. Flyers voor festivals zijn grotendeels vervangen door aftermovies en intromovies. Dankzij de steeds makkelijkere manier om te filmen worden er steeds meer zaken gefilmd die anders nooit op video zouden verschijnen. Denk maar aan de pranks waarbij men enge dingen in de (koel)kast legt en wacht tot het kastje geopend wordt door een nietsvermoedend slachtoffer. Of de toename van consumentendrones... Wie heeft er allemaal een Go-Pro in deze klas? Wie kan FullHD filmen met zijn telefoon? Wie heeft er al een 4K-televisie?
Waar dit naartoe gaat in de nabije toekomst, mag je zelf omschrijven bij de opdrachten van deze week. Of heeft er al iemand een idee?
Resolutie
Tegenwoordig heeft bijna elke nieuwe telefoon een camera die FullHD opneemt met 30 beelden per seconde. De Iphone 5s neemt zelfs met 120 beelden per seconde op in de slowmotion functie. De Sony Xperia Z2 was de eerste telefoon die beschikte over een ULTRAHD 4K videocamera en staat garant voor super scherp beeld. Sony adviseerde de bezitters van die telefoon wel slechts korte video's te maken omdat anders het geheugen te snel vol zit. Wat wil dat FullHD en 4K nou eigenlijk zeggen?

Het woord pixel is een samentrekking van de eerste twee lettergrepen van het Engelse picture element en staat voor een enkele gekleurde punt (Eng.: dot) op het beeldscherm van de computer of in een digitaal beeld. Veel punten bij elkaar geven een beeld. Alles wat op het scherm te zien is bestaat uit een veelvoud van pixels zoals hier duidelijk te zien is in het Wikipedia-logo, tevens bron voor deze omschrijving.
Het aantal pixels op een scherm (uit of aan) is bepalend voor de resolutie van het beeldscherm. De meeste huidige beeldschermen hebben een resolutie van 1280 × 720 pixels (720p), 1920 × 1080 pixels (1080p, full HD) of meer. Hoe meer pixels beschikbaar zijn per oppervlakte-eenheid, hoe scherper het beeld is. 4K is ongeveer 4 keer scherper dan FullHD (4096 x 2160 pixels).
Vragen
– Als een videocamera een halve minuut slowmotion filmt met 120 beelden per seconde op 4K resolutie, hoeveel pixels heeft de videocamera dan opgeslagen op je geheugen?
– Hoeveel GB zou jij dan met jouw telefoon aan geheugen kwijt zijn? (Durf te googlen!)
– Waarom denk jij dat men in eerste instantie wilde gaan filmen?
– Op welke manier filmt men over 20 jaar? En over 50 jaar?
– Welke rol heeft video over 10 jaar? En over 20 jaar?
Filmen
Beginnen bij het Begin
Voor we gaan filmen en monteren, staan we eerst even stil bij wat dat nou eigenlijk inhoudt; filmen. Hoe ga je het beste aan de slag? Welke voorbereiding hoort daarbij, welke opties heb je tijdens het filmen en wat komt er allemaal kijken bij het monteren van gefilmd materiaal.

Bij het maken van een film van welk formaat dan ook bestaan er drie fases waarin je werkt. Alle drie zijn ze even belangrijk.

De eerste fase is de
pre-productie fase
waarin je goed gestructureerd gaat kijken naar wat je eigenlijk in beeld wilt, voor wie en hoe je daar toe komt.

De tweede fase is de
productiefase
. Tijdens deze fase ga je echt filmen. Je houdt rekening met beeld, geluid en ook licht.

De derde fase is voor de
post-productie
. Je gaat monteren en afwerken. Je maakt het product klaar voor gebruik.
Pre-Productie
Pre-Productie wil zeggen vóór je gaat produceren. Dus alle werkzaamheden voordat je echt een camera neerzet en laat draaien. Bij de pre-productie horen de volgende onderdelen in deze volgorde:
Eerst werk je aan je Concept
Daarna maak je een Scenario en/of een Storyboard
Als dat is goedgekeurd, kun je beginnen aan je Planning
Concept
In een concept neem je de randvoorwaarden van je video op. Je kunt op je concept terugvallen als je vragen hebt in een later stadium van je videoproductie. Als je bij het filmen of het maken van een scenario twijfels hebt over de inhoud of het type video, kun je aan de hand van je concept kijken welke optie het beste bij jouw productie past.

Het concept bestaat uit verschillende onderdelen, maar ze hebben allemaal met elkaar te maken en ze beïnvloeden elkaar ook. Je omschrijft in je concept de volgende onderdelen:
Het doel van je video
De doelgroep van je video
Het format van je video
De Synopsis
Doelomschrijving
Het is belangrijk je doelen goed te beschrijven. Een onduidelijk omschreven doelstelling, heeft vaak tot gevolg dat je ook een onduidelijke productie hebt. Uiteindelijk heeft iedere productie een doel. Soms is het doel gewoon simpelweg geld verdienen, kijk maar naar Hollywood, daar vindt elke film doorgang die op basis van een goed concept waarschijnlijk geld gaat opleveren. Het doel van Het Journaal is om mensen te informeren.

Het doel bepaalt voor een groot gedeelte welke inhoudelijke keuzes je maakt in je video. Zo kun je bijvoorbeeld als soap (GTST) het doel hebben om meer sponsorgelden binnen te slepen en dan drinkt je hele cast een jaar lang bijvoorbeeld Breakers tussendoor in beeld. Of rijden er telkens scooters van thuisbezorgd.nl door je beeld.
















Dat klinkt simpel, maar dat moet worden opgenomen in alle lagen van je productie. Tot in het script toe, dat twee hoofdrolspelers door een straat lopen, ingehaald worden door een scooter, hoe en wanneer die scooter parkeert, hoe die 'bezorger' zich gedraagt en of er wel of geen interactie plaats vindt met de rest van het script.

Of als je bij De Lama's een nieuw politiek gekleurd programmaonderdeel wilt toevoegen omdat je publieksgroep dat interessant vindt volgens marktonderzoek. Kun je bedenken wat voor veranderingen dat met zich meeneemt in een productiedag van De Lama's. Probeer ze eens op te sommen... Wat doet het voor de vier of vijf camera's die aanwezig zijn? Voor de regisseur? De gehele planning van de avond? Hoe weet je achteraf of je publiek het ook leuk heeft gevonden etc. Kortom, bij het stellen en veranderen van doelen raak je zo ongeveer elk element van de productie aan.

Kun je bedenken wat de doelomschrijving zou kunnen zijn voor een programma als Down met Johnny, of Over de Streep? Of een doelomschrijving van VI, of van....
Doelgroep
De doelgroep bepaalt voor een groot gedeelte op welke manier jij je inhoud weergeeft. Denk bijvoorbeeld aan verschillende zenders. Als BNN een programma maakt over reizen, zoals 3 op reis, kiezen zij voor een heel andere manier van filmen dan bijvoorbeeld Erica op reis van Omroep MAX. BNN richt zich op studenten, Omroep MAX richt zich op 55-plussers. Welke verschillen neemt dat met zich mee?
Je programma aantrekkelijk maken voor je doelgroep heeft te maken met voorkeuren.
Om door te gaan met het voorbeeld van de twee reisprogramma's hierboven:
Hoe snel is je montage?
Welke muziek gebruik je?
Hoe hard komt die muziek binnen?
Wie presenteert het programma?
Wat breng je in beeld?
Wat is de ratio spraak /beeld?
Hoe diep ga je inhoudelijk?
Format
Een format, wanneer we het hebben over video/film-formats, zijn sjablonen. Het programma Big Brother van EndeMol werd destijds als een geheel nieuw format gezien in het genre reality soaps. Nederlandse programmamakers doen enorm hun best telkens nieuwe formats te bedenken. Wij staan wereldwijd bekend als bakermat van nieuwe televisiesuccesen. John de Mol en Reinout Oerlemans verdienen vele malen meer aan het verkopen van hun formats aan het buitenland dan aan de inkomsten in ons kleine kikkerlandje. Hoe zou dat komen?

In andere grote televisielanden is men minder bezig met vernieuwing. In Amerika wachten ze bijvoorbeeld net zo lang met het verzinnen van een nieuw format totdat de kijkcijfers te laag zijn geworden. In Engeland veranderen formats heel langzaam, daar is de bevolking wat conservatiever.

Het format is ook de wijze waarop je iets filmt. Maak je een reportage, doe je een interview, is het een documentaire? Wordt het juist een film om bij onderuit te zakken, of een actiethriller? Maak je een commercial? Ga je voor een artistiek concept?

Bij het bedenken van een format voor je video, ga je bepalen in welke stijl je gaat filmen en monteren. Elk format hoort weer bij een ander doel. Wil je mensen nieuwsgierig maken? Wil je ze verbluffen? Wil je ze vermaken of misschien wel informeren.

Welk format kijk jij het meest? Muziekvideo's, Aftermovies, films, Series? En elke keuze die je hierin maakt heeft weer andere vervolgopties. Zo zijn er verschillende manieren om een interview te doen. Zoals mensen van Powned bijvoorbeeld een politicus interviewen is qua inhoud en opzet heel anders dan wanneer Den Haag Vandaag diezelfde minister interviewt.
Welke andere verschillen vallen je op tussen bijvoorbeeld Het Journaal en Pownews?
De Synopsis
Een Synopsis is een beknopte weergave van je concept. Het bestaat uit twee pagina's en dient als promotioneel middel om geldschieters te vinden. In de synopsis vat je de doel- en doelgroepomschrijving en het format samen, voorzien van een sfeerimpressie.
Die sfeerimpressie is bijvoorbeeld de poster van de film in ruwe vorm zoals hij in de bioscopen komt te hangen, of de DVD-hoes. Het dient in ieder geval om de potentieel geïnteresseerde geldschieter een goed en positief beeld te geven van jouw concept. Deze geldschieters zijn bijvoorbeeld grote productiemaatschappijen, bedrijven, zelfstandige televisiezenders en ook bijvoorbeeld de overheid.
Kun je een aantal programma's noemen die gesubsidieerd worden door de overheid? En zenders?
Hopelijk is de geldschieter tevreden over jouw synopsis en mag je hem je concept voorleggen. Dat is dan de uitgebreide versie vaak in verslagvorm. De dikte van dat verslag verschilt enorm per productie. Valt het concept in de smaak, dan ga je met je vrienden goed op stap die avond, misschien mag je wel verder gaan werken aan een scenario. Misschien mag je zelfs wel een pilot maken.

Scenario en Storyboard
Voor een videoproductie start, maakt een productieteam eerst een scenario en een storyboard.
Het scenario is een brede omschrijving van wat er tijdens een 'shot' gebeurt
en
het storyboard is de visuele weergave per shot
.

Scenario
Een scenario (in het Engels heet dat Script) is een geschreven weergave van je video. Je omschrijft er de volgende zaken in:
– Elke scene krijgt een apart nummer en staat op volgorde van afspelen. (chronologische volgorde)
– Welk Shot kies je? Medium, close-up, overview? Kikkerperspectief, vogelperspectief? Zitten er camerabewegingen zoals een pan, een tilt, of een zoom? Follow, trace of shoulderview? (Dit wordt later verder uitgelegd.)
– Je beschrijft per scene het plot. Dat is een korte samenvatting van wat er in de scene gebeurt.
– De locaties. Dus binnen of buiten. In een supermarkt, onder water of al vliegend door de lucht.
– Welke props (attributen) je nodig hebt voor de scene. Denk hierbij aan een rijdende auto, een vallende piano of een geweer met soort, kleur en andere voorwaarden bijvoorbeeld. Of een scooter van thuisbezorgd.nl die je GTST-sterren voor de voeten rijdt.
– Wat wordt er gezegd? Wie zegt wat, of wat zegt de voice-over en wanneer zegt iemand iets?
Hieronder een voorbeeld van een hele bekende film:
Wie het weet mag het zeggen en waardoor hij/zij het wist.
2. INT. '74 CHEVY (MOVING) - MORNING 2.

An old gas guzzling, dirty, white 1974 Chevy Nova BARRELS down
a homeless-ridden street in Hollywood. In the front seat are
two young fellas -- one white, one black -- both wearing cheap
black suits with thin black ties under long green dusters.
Their names are VINCENT VEGA (white) and JULES WINNFIELD
(black). Jules is behind the wheel.

JULES
-- okay now, tell me about the hash
bars?

VINCENT
What so you want to know?

JULES
Well, hash is legal there, right?

VINCENT
Yeah, it's legal, but is ain't a
hundred percent legal. I mean you
can't walk into a restaurant, roll
a joint, and start puffin' away.
You're only supposed to smoke in
your home or certain designated
places.

JULES
Those are hash bars?

VINCENT
Yeah, it breaks down like this:
it's legal to buy it, it's legal to
own it and, if you're the
proprietor of a hash bar, it's
legal to sell it. It's legal to
carry it, which doesn't really
matter 'cause -- get a load of this
-- if the cops stop you, it's
illegal for this to search you.
Searching you is a right that the
cops in Amsterdam don't have.

JULES
That did it, man -- I'm fuckin'
goin', that's all there is to it.

Regisseur: ? QT
Film:? PF
Scenarioschrijvers krijgen meestal betaald naar succes. Bekende scenarioschrijvers verdienen miljoenen in Amerika. Soms zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen succes. De schrijvers voor de serie Friends zagen hun salaris stijgen van 1500 dollar per aflevering naar het 100-voudige daarvan. De acteurs verdienden uiteindelijk een miljoen dollar per aflevering.
Storyboard
Een storyboard is een visuele weergave van je idee. Je tekent in frames wat voor camerahoek je wilt, welk perspectief, wie er in beeld zijn en wat er in beeld is. Je geeft beweging aan met pijlen en je zorgt voor een strakke look van je productie. Met je storyboard kun je gaan pitchen bij je opdrachtgever.

Als je een Storyboard hebt gemaakt en je idee is duidelijk weergegeven en goedgekeurd, kun je je storyboard en/of je scenario gaan overzetten naar een planning.

Hoe maak je nou zo'n Storyboard? Heel simpel door te tekenen op papier of als je handig bent met computers tekenen op de computer.

Hieronder een leeg storyboard. Als je googelt op blanco storyboard, vindt je talloze bruikbare storyboard. Een andere manier om storyboards te maken met de computer is via het programma op www.storyboardthat.com. Met wat slim gebruik van printscreens, werk je hier gratis in.
Een storyboard hoort in ieder geval drie standaard vlakken te hebben. Het grootste vak is bedoeld om je visuele weergave in te verwerken. Daarin teken je dus.

VIDEO
In het vak onder je visuele weergave omschrijf je met woorden wat je ziet gebeuren in die scene. (VIDEO=Ik Zie) Bijvoorbeeld:
camera maakt een tilt van kikkerperspectief naar over-the-shoulder-view en gaat over in een follow terwijl John McLane probeert zich een weg te vechten tussen de ninja's door. Van achter de grote kamerplant links komt een ninja met katana tevoorschijn en hakt meteen, achterin verschijnt tegelijkertijd een tweede ninja uit de muur welke direct met een dolk gooit. John duikt met zijn bovenlichaam achterover (camera volgt in shoulder-view) (Edit in Slo-Mo) om het zwaardblad te ontwijken, terwijl hij bijna horizontaal is met zijn bovenlichaam, scheert er een dolk voor zijn ogen langs, achter het zwaard aan. John vangt de tweede met zijn rechterhand en plant deze terwijl hij omhoogkomt in het hoofd van de eerste ninja. Ontneemt de katana van de vallende ninja en met een rechterdraai om zijn as splijt hij de aanstormende tweede ninja in tweeen om tussen de bloedfonteinen door naar de trap te lopen alsof er niets aan de hand is.
AUDIO
In het onderste vak omschrijf je alles wat men hoort. Bijvoorbeeld:
Voetstappen van John McLane op oude houten licht krakende vloer. Geritsel van kamerplant, grote bladeren. Swoosh van zwaardblad tegelijk met “Oh Crap!” van McLane. Etc etc tot en met het sproeien van bloed op de houten vloer.
Boven die drie vakken staat een aantal kleinere vakken. Daarin omschrijft de storyboard tekenaar welke scene en welk onderdeel dit stuk beeld visualiseert. Welke tijd het inneemt in de totale film en zeer belangrijk welke attributen er in deze scene voorkomen. Dat is belangrijk voor de planner, die het allemaal achter de schermen moet regelen. Als de tweede Ninja geen dolken heeft om mee te gooien, kan hij het moeilijk vervangen door een koffiebroodje. Als er dan zo'n 15 a 25 mensen inclusief dure apparatuur, duur uurloon en dure locaties op jou moeten wachten weet je plots waarom ze in Amerika zo vaak “Time is money!!” schreeuwen.
Planning
In de planning neem je alle zaken op die je van plan bent in de productie en post-productiefase. Denk daarbij aan de volgende zaken:
– Data en tijden van filmopnames.
– Welke afspraken en deadlines heb je? (Scene overdag, maar filmen na zonsondergang is niet handig...)
– Contactgegevens van iedereen die met de film te maken heeft.
– Je scenario en of storyboard
– Welke materialen heb je nodig? (bijvoorbeeld een rolkar met rails voor een bewegende camera of een steiger voor een opname van bovenaf. Die dolken van de ninja?)
– Maak een montageplanning, misschien krijg je het niet af in de lestijd.

Denk bij het maken van een planning ook logisch na. Je zult rekening moeten houden met een uitloop voor je opnames. Opnames duren in de regel altijd langer dan je verwacht. Er zijn gewoonweg te veel zaken die je opname kunnen verpesten. Zoals een voorbijganger die er niets mee te maken heeft. Of een geluidsman die niest
Soms moet een scene twee tot driemaal over voordat iedereen weet wat hij of zij precies moet doen. En dan moet het de vierde keer ook nog maar eens goed gedaan worden door iedereen! Plan bij elke scene dus een walkthrough.

Als je dat niet doet, gebeuren er dit soort dingen.

Wil je een video op MBO-niveau perfect monteren met beeld en geluid, hou dan rekening met een dag filmen, monteren en bewerken voor één minuut perfect beeld en geluid.

Chronologisch?
Een planning hoeft niet chronologisch de video te volgen. Als je meerdere malen terugkomt op een locatie tijdens de film, ga je niet na het opnemen van één scene weg om daarna bij terugkomst weer alles op te moeten bouwen.
De scene in de auto van Pulp Fiction komt ook meerdere keren terug met dezelfde auto. Deze hebben ze allemaal achter elkaar opgenomen.
Zo lang je met een goede planning werkt en de scenes duidelijk een nummer geeft, kun je veel tijd besparen in je opnames. Nou weet je ook meteen waarvoor dat krijtbordje is met die klapbalk bovenop.
Productie
Als je alle voorbereiding achter de rug hebt, sta je natuurlijk te springen om alles echt uit te werken. Je kunt gaan filmen. Om een goede kwaliteit opnames te maken moet je goed nadenken over de volgende drie zaken:
Beeld
Geluid
Licht
Beeld
Voor je gaat beginnen met het maken van beeld, moet je eerst je opties doornemen.
Welk Shot kies je? Medium, close-up, overview? Kikkerperspectief, vogelperspectief? Zitten er camerabewegingen zoals een pan, een tilt, of een zoom? Follow, trace of shoulderview? Ik leg hieronder eerst uit welke opties je hebt.
Beeldgrootte:
Afwisselen in beeldgrootte houdt de kijkers aandacht beter vast. Het zorgt er ook voor dat de film in zijn geheel niet eentonig wordt. Er zijn acht type beeldgroottes:
Extreme Long Shot
: Dat is een panoramaview, zonder ergens op te focussen.
Long Shot
: Totaalbeeld waarin duidelijk een personage in de setting staat.
Medium Long Shot
: gefilmd vanaf iets onder de voeten tot iets boven het hoofd.
Knee Shot
: het beeld bevat de persoon vanaf zijn knieën.
Medium Shot
: Het beeld bevat de persoon vanaf de heupen.
Medium Close Up
: Beeld van iemand vanaf de borst naar boven.
Close Up
: Beeld van iemands hoofd en schouders.
Extreme Close Up
: Een detailopname.
Een Extreme Long Shot gebruikt men in films voornamelijk om de kijker vertrouwd te maken met de omgeving waarin de scene zich afspeelt. Vaak zie je deze shots dan ook in het begin van een scene. Een Medium shot zie je vaak bij interviews. Het is ook uitermate geschikt voor het weergeven van acties. Een Close Up wordt veel gebruikt als men emoties in beeld wil brengen. Vaak eindigt een scene met een Close Up.
Camerahoek
Je hebt grofweg drie posities waarin de camera kan staan waarbij de hoek het beeld bepaalt.
Kikkerperspectief: De camera staat lager dan de actie of onder ooghoogte. Veel gebruikte camerapositie om iemand machtiger te doen lijken.
Ooghoogte: De camera staat op dezelfde hoogte als waar de hoofdpersoon met de ogen is. Op deze manier beleef je het verhaal makkelijk vanuit de belevingswereld van de hoofdpersoon.
Vogelperspectief: De camera zit hoger dan ooghoogte, boven de actie. Veel gebruikt om de setting duidelijk te maken, maar ook om een persoon klein en nietig te doen lijken.
Daarnaast is het nog van belang waar de figuur in beeld heen kijkt. Kijkt hij naar de lens van de camera, dan komt dat persoonlijk en sterk over. Zoals een president van America in zijn speeches bij de oneliners eerst een camera opzoekt en dan de zin zegt.
Bij een interview kijkt er juist niemand in de camera. De interviewer staat vlak langs de camera, waardoor de persoon die antwoorden geeft, ook vlak langs de camera afkijkt.

Camerabewegingen:
Een camerabeweging kan op veel verschillende manieren. Het is ook een bepalende factor voor jouw eindresultaat. Een camerabeweging kun je op verschillende manieren inzetten. Deze shots moeten het vaakst over gedaan worden. Filmen met een bewegende camera is heel moeilijk, maar de moeite waard. Ik zal hieronder met wat voorbeelden duidelijk maken welke bewegingen er zijn:
Pan: In de filmwereld zegt met een Pan, maar eigenlijk heet dat een panorama shot. De camera blijft op hetzelfde punt en beweegt van links naar rechts of andersom. Je filmt dus over een horizontale lijn.
Tilt: Je camera blijft op hetzelfde punt en beweegt van onder naar boven of andersom. Je filmt dus over een verticale lijn.
Zoom: Eigenlijk geen beweging, maar wel een veelgebruikte beeldbeweging. De camera blijft op hetzelfde punt en je zoomt in of uit met de zoom-knop.
Lift: Je camera beweegt in zijn geheel van onder naar boven. Op professionele filmsets hebben ze daar een kraan voor waar iemand met camera en al op zit. Kleinere producties maken deze beweging veelal met een Jib. Een soort van lang handvat met tegengewicht waarop de camera vastzit.
Travel: De naam zegt het al. De camera reist mee met het voorwerp. Meestal staat de camera dan op een bewegend platform (dollie). Soms “loopt” de camera mee.
Hier zie je wat cameratechnieken uitgelegd met een simpel voorbeeld.
En een aantal voorbeelden onder iets andere benamingen in grote producties.
Geluid
Geluid bepaalt grotendeels de sfeer van een scene. Als je een horrorfilm te eng vindt, zet dan het geluid maar eens uit. Dan wordt de film een stuk beter te kijken. Hetzelfde geldt voor actiefilms.

De meeste mensen kennen geen klassieke muziek bij naam, maar kunnen sommige nummers wel makkelijk mee neuriën. Dat komt doordat deze muziek in bijna elke grote Hollywoodproductie klassieke muziek wordt gebruikt om een sfeer neer te zetten. Muziek met zang is daarvoor minder geschikt, omdat mensen worden 'afgeleid' door woorden. Op opera en operette na is klassieke muziek vaak instrumentaal en bevat daarom weinig afleiding.

Maak voor jouw eigen film ook gebruik van muziek. Speel met het volume van de muziek zoals de groten dat ook doen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de muziek die bij Rocky is gemonteerd. De muziek varieert in volume. Zo legt de muziek, of de afwezigheid daarvan, de aandacht op verschillende onderdelen. Het werkt ook opzwepend en het maakt van deze 50+ fragmenten één samenhangende scene.
Bij de Post-Productie wordt omschreven hoe je kunt monteren met geluid.
In het volgende fragment wordt het verschil tussen verschillende geluiden voor de sfeer uitgelegd. Pas op, kijk niet voorbij minuut 4:30
Dat geluid in een film of televisieprogramma bestaat uit veel verschillende soorten. Elk geluid is te sturen in je montage. Zelfs achtergrondgeluid wordt bij professionele opnames helemaal weggefilterd en vervangen door een gekozen geluidsbron, zoals een opname. Als er weer een nieuwe film uitkomt van Amerikaanse makelij, verschijnen er ook weer allerlei berichten op forums over filmfoutjes. Zo was er in de film Avatar bijvoorbeeld junglegeluid te horen waarin duidelijk vogels en beesten te horen waren van aardse afkomst. Ook films die zich wel op aarde afspelen hebben vaak achtergrond geluid dat niet bij de setting past.
Geluid in films zijn onder te verdelen in de volgende categoriën:
– Omgevingsgeluid zoals verkeer, of bos, of mensenmassa's.
– Muziek die een bepaalde sfeer neerzet.
– De menselijke stem bijvoorbeeld opgelezen tekst, of een dialoog.
– Geluidseffecten zoals brekend glas, klapperende ramen etc.
In geluid zit ook logica. Je kijkers verwachten dat ze iemands stem heel luid en duidelijk horen wanneer die gene close-up in beeld is. Daarnaast is het weer onlogisch als iemand die ver weg aan het schreeuwen is, fluisterend te horen is. Denk dus goed na welke geluiden je toepast en of het realistisch is. Vogel- en junglegeluid in een stadsscene past bijvoorbeeld niet. Ook verkeersgeluid midden in de natuur klopt niet. Bij een intieme scene wil je natuurlijk ook niet de voetstappen van de cameraman horen.
Bij professionele opnames loopt er ook altijd iemand met een richtmicrofoon mee. Dat is die hengel met die grote wollige microfoon erop. De haren van die hoes, genaamd poes, houden de wind tegen, zodat je geen extra geluid krijgt als de wind in de microfoon blaast. De meeste interviewers houden hun microfoon vast, zodat er geen mensen tegelijk kunnen praten, maar nieuwslezers hebben een knoopcelmicrofoon aan hun jasje of blouse hangen.

Gelukkig staat Youtube voor met voorbeeldfilmpjes.
Licht
Licht kan iets benadrukken door de aan- of afwezigheid ervan. Licht wordt in professionele films bijna compleet gestuurd. De belangrijkste regel daarbij is dat je geen lichtsoorten mag mengen. Dus geen TL-licht bij daglicht zetten en geen kunstlicht bij TL-licht. Daarom werken de meeste sets met grote platen wit piepschuim die het licht weerkaatsen en tegelijk wat omgevingsgeluid dempen. Daarnaast worden afhankelijk van de sterkte van het aanwezige licht ook vaak aluminium platen ingezet om te weinig licht natuurlijk te compenseren. En dan kan het op film ineens lijken alsof alle karakters in het volle zonlicht lopen, terwijl de lucht bovenin duidelijk bewolkt is.

Je kunt het weerkaatsen van licht zelf ook makkelijk testen. Als je met je telefoon een foto maakt van jezelf waarbij je een wit A4'tje onder je gezicht houdt, zul je zien dat je gezicht beter belicht wordt. Het verschil wordt helemaal duidelijk als je voor het contrast een zwarte map of trui of iets anders donkers onder je gezicht houdt.

De positie van de camera is ook belangrijk. Als je een persoon filmt of fotografeert waarbij een sterke lichtbron zoals de zon achter hem of haar staat, wordt de persoon onderbelicht. De grafische cel van je camera wordt dan overbelicht, waardoor je onderwerp onderbelicht wordt. probeer dus altijd de zon of felle lampen boven, naast of achter de camera te hebben.
Zie hier een video over de basis van licht. Voor onze opdracht verwacht ik niet dat jullie met lampen op standaards gaan werken, maar logisch nadenken en zorgen dat je goed beeld hebt, is wel belangrijk.
Wanneer je met professionele apparatuur werkt, moet je ook altijd eerst de witbalans instellen. Dat doe je bij elke camera anders, dus lees de gebruiksaanwijzing goed. Je telefoon doet dat automatisch, maar heeft dan ook een mindere kwaliteit beeld met minder mogelijkheden. Als je de witbalans niet vooraf goed instelt bij elke nieuwe scene, loop je het risico dat je beeld een verkeerde balans krijgt van licht. Mensen hebben dan bijvoorbeeld een heel rood hoofd en huid, of blauw wordt heel fel weergegeven.

Als je licht gaat opstellen voor je film, bijvoorbeeld omdat je een product moet filmen dat professioneel belicht moet worden, let dan goed op het volgende:

Je hebt drie verschillende soorten belichting. Key light is de hoofdbelichting. Fill light is belichting die de negatieve effecten van het key light, zoals te sterke schaduw opheft. Back light wordt achterop het onderwerp geschenen, waardoor het als het ware loskomt van de voorgrond en meer een 3D-product lijkt in plaats van een plat product op een plat scherm.
Full transcript