Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

MTV 1.2

No description
by

Marlies van den Berg

on 24 January 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of MTV 1.2

Periode 1.2
Week 48
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen
Week 48
Week ?
Week 51
Week50
Week 49
Week 49
Gedragsproblematiek
Mensen met psychische problemen
Psychogeriatrische problemen
Verslavingsproblemen
Psychogeriatrische problemen
Allochtone Nederlanders
Asielzoekers
Eetstoornissen
Week 45
Mensen met een beperking
Week 2
Mensen met een verstandelijke beperking
Week 2
Mensen met een zintuigelijke beperking
Mensen met een meervoudige beperking
Week 3
Slachtoffers van huiselijk geweld
Week 3
Kindermishandeling
Week 4
Mensen met een justitiële maatregel
Pervasieve ontwikkelingsstoornis
=
informatieverwerkingsstoornis
Autisme
PDD-NOS
Kenmerken:
ernstige relatiestoornis of sociale stoornis
een taal-/spraakstoornis
weerstand tegen veranderingen
opvallend dwangmatig en stereotiep gedrag
Kenmerken:
beperking in de ontwikkeling van sociale vaardigheden en/of
beperking in verbale en non-verbale communicatievaardigheden
stereotiep gedrag
voldoet niet aan criteria voor autisme (of aanverwante stoornis)
Autisme spectrum stoornissen
Kenmerken:
ernstige relatiestoornis of sociale stoornis
weerstand tegen veranderingen
opvallend dwangmatig en stereotiep gedrag
intense en meer dan normale interesse in bepaalde dingen

Geen vertraagde taalontwikkeling
normale tot hoge intelligentie
Asperger
RETT
Heller
Kenmerken:
'knik' in ontwikkeling na twee jaar
verlies van vaardigheden op sociaal gebied
verlies van vaardigheden op communicatief gebied
stereotiep gedrag en bewegingspatroon
Kenmerken:
zeldzame neurologische aandoening
hoofdzakelijk bij meisjes
aanvankelijk normale ontwikkeling gevolgd door regressie
ernstige verstandelijke beperking
kleine schedelomvang
verlies van sociale betrokkenheid
ontwikkeling van stereotiepe handbewegingen
ernstige taalbeperking
slechte coördinatie
Contacttherapie

TEACCH-programma

Son Rise-programma
Behandelingsmethoden pervasieve
ontwikkelingsstoornissen
Gedragsstoornis
of
gedragsprobleem?
Onstaan vanuit aanleg (dus aanwezig vanaf geboorte)
Wordt nog wel gevoed door de omgeving
stoornis
Ontstaat vooral door invloed van de omgeving
Wordt in stand gehouden door 'systeem' (omgeving)
Intern of extern
problematiek
Intern of extern?
intern:
Intern: richt zich naar binnen toe
Extern: richt zich naar buiten toe
(angst, faalangst, verlegenheid)
(agressie, stelen, brandstichten)
Welke gedragsstoornissen kennen jullie?
Wat gaan we doen?
-Warming-up opdracht

-Verschil stoornis/problematiek
-CD, ODD, ADHD (ADD)

-Video 'Neurofeedback bij ADHD'
-Faalangst

-pervasieve ontwikkelingsstoornissen
-Autisme
-PDD-NOS
Antisociale gedragsstoornis
Antisociaal gedrag (CD)
Een zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon, waarbij de grondrechten van anderen geweld wordt aangedaan of belangrijkste bij de leeftijd horende sociale normen en regels worden overtreden.
Zie voor gedragingen blz. 355
Een herhalend en aandringend patroon van gedrag dat niet in overeenstemming is met leeftijdsgebonden gedragsnormen, of dat de basisrechten van anderen schaadt.
Oppositioneel opstandig gedrag (ODD)
Zie voor gedragingen blz. 358
Attention deficit hyperactive disorder
(ADHD)
Concentratieproblemen ( aandachtstekort)

Hyperactiviteit

Impulsiviteit

- Gaat ADHD over als je volwassen wordt?
- ADHD-ers worden als lastig en storend ge-zien
- Samenspel tussen binnenkomende en uitgaande prikkels
Zie voor gedragingen blz. 361
Minstens drie van van de genoemde criteria!
Warming-up
1. Kom je wel eens in aanraking met mensen die gedragsproblemen hebben?
2. Wanneer vind jij gedrag problematisch?
3. Hoe stel je je op als mensen agressief naar jou zijn?
Minstens zes van van de genoemde criteria!
Welk gedrag hoort bij de stoornis?
Wat gebeurt er met de stoornis als het kind/ de jongere volwassen wordt?
Welke beperkingen zien jullie voor de sociaal-affectieve ontwikkeling van jongeren met deze beperking?
Beantwoord de vragen voor alledrie de stoornissen:
(Antisociaal gedrag, oppositioneel opstandig gedrag, ADHD)
Faalangst
positief v.s. negatief
sociale faalangst
cognitieve faalangst
motorische faalangst
omgang met anderen
vooral in 'testsituaties'
tijdens 'bewegingen'
Waardoor ontstaat faalangst?
http://deltion.learn4life.nl/cms-xid/FFBD95BC-F8D8-4231-9B40-BF53E90A8DF9
Indeling van psychische problemen
angst en dwangstoornissen
psychotische problemen (schizofrenie)
stemmingsstoornissen (depressiviteit, manie)
verslavingsproblemen en stoornissen in de impulscontrole
somatoforme stoornissen (mutisme, abasie, maagzweer)
persoonlijkheidsstoornissen (borderline antisociale pers. st.)
organische stoornissen (dementie)
gedragsproblemen
De Diagnose is opgebouwd uit
vijf aspecten
1. Hoofdiagnose


2. Bijzondere eigenschappen


3. Eventueel aanwezige lichamelijke factoren


4. (extra) psychosociale stressfactoren


5. Hoogste 'behaalde' sociaal-maatschappelijke niveau
(bv: schizofrenie, ook de ernst van de stoornis)


(bepaalde persoonlijkheidstrekken, bv: verstandelijke beperk. of narcisme)

(bv: astma, diabetes, hersenletsel)


(bv: echtscheiding, overlijden echtgenoot, werkeloos worden)


(het hoogste niveau waarop de betrokkene gedurende het laatste jaar sociaal-maatschappelijk heeft gefunctioneerd)
Angststoornissen
Dwangstoornissen
Schizofrenie
Depressiviteit
Borderline
Wat gaan we doen?
- Psychische problemen?

- Dwangstoornis
- Angststoornis
- Video 'dwangstoornis'
- Video 'angstoornis'

-Schizofrenie
-Depressie
-Borderline

- Presentatie.
Acrofobie hoogtevrees

Agorafobie pleinvrees, angst voor drukke openbare ruimtes

Arachnofobie (spinnenangst) arachnofobie, angst voor spinnen

Atychifobie (faalangst) mislukken of mislukkingen

hippopotomonstrosesquipedaliofobie, angst voor lange woorden
voorbeelden van fobieën
<embed id=VideoPlayback src=http://video.google.com/googleplayer.swf?docid=823021056556259884&hl=nl&fs=true style=width:400px;height:326px allowFullScreen=true allowScriptAccess=always type=application/x-shockwave-flash> </embed>
Anststoornissen:

-paniekstoornis

-fobie

-posttraumatische stressstoornis
Paniekstoornis

-Paniekaanvallen (vaak zonder
aanleiding)

-Lichamelijke verschijnselen

(-vrees om dood te gaan)
Fobie:

Een duidelijke en aanhoudende vrees voor een voorwerp of situatie waar men feitelijk niet bang voor hoeft te zijn.
Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

Een terugkerende angst bij mensen die
iets traumatisch hebben meegemaakt.

vb:
ernstige ongelukken, oorlogen, overval
Dwangstoornissen:

- Dwanggedachte (obsessie)

- Dwanghandeling (compulsie)
Schizofrenie

-Hallucinaties en wanen
-Emotionele vervlakking
-Afname (behoefte) sociaal contact
-Afname interesses
-Onsamenhangende spraak en gedachten
-Chaotisch gedrag
Depressiviteit

oa:
-gevoelens van somberheid en hopeloosheid
-verminderde belangstelling in alledaagse bezigheden
-verandering eetlust
-moeite met inslapen/doorslapen
-rusteloosheid, geïrriteerdheid
-cognitieve problemen
-negatief zelfbeeld
Borderline
(persoonlijkheidsstoornis)

-stemmingswisselingen
-impulsiviteit
-moeite met contacten
-zelfbeschadigd gedrag
-laag zelfbeeld
Alzheimer
Parkinson
Huntington
Creutzfeldt-Jacob
Korzakov
Dementie
Oorzaken dementie
-meerdere CVA's (Multi infarct dementie)
-vergiftiging
-chromosomale fout

(herseninfarct/bloeding)
(drugs, alcohol, medicijnen)
(bij frontaalkwamdementie)
Kenmerken dementie
-geheugensstoornissen
-taalstoornissen
-problemen in de praktische vaardigheden
-problemen in de visuele herkenning
-stoornissen in de uitvoerende functies
blz. 412
-problemen met plannen
-moeite met nieuwe situaties
-meer tijd nodig voor dagelijkse bezigheden
-sneller geïrriteerd of gespannen
voorfase
-terugval naar vroeger
-desoriëntatie (plaats en tijd)
-verstoord dag-nacht ritme
-apraxie (normale handelingen niet uit
kunnen voeren)
-verliest interesse in de omgeving
-lichte karakterverandering
-cognitieve functies aangetast
-afasie
-soms 'verzamelwoede'
matige dementie
lichte dementie
ernstige dementie
-problemen beginnen op te vallen
-belangrijke zaken vergeten
-desoriëntatie (vooral in tijd)
-desoriëntatie (plaats, tijd, personen)
-apathie
-moeilijker te motiveren
-gevoelsleven stompt af
-decorumverlies
-soms psychotische vormen (wanen, hallucinaties)
-uithuisplaatsing
Wat gaan we doen?
Dementie & oorzaken
Ziekten


Fasen in dementie

Video 'Validation'
Presentatie
Psychogeriatrie:
Dementie:
Psychische problemen die zich bij ouderen
voordoen.
Verzamelnaam voor verschillende hersen-
aandoeningen die met elkaar gemeen hebben
dat de veranderingen in de hersenen ertoe
leiden dat er een versnelde of abnormale
achteruitgang van de cognitieve functies optreedt.
http://player.omroep.nl/?aflID=10823428
Verslaving:
een toestand waarin een persoon fysiek
en/of mentaal sterk afhankelijk is van:

- een verslavend middel

- lustbevredigend gedrag
Roesverwekkers:
-alcohol


-heroïne
Kalmerende middelen:
-slaapmiddelen

-pijnstillers

-marihuana

-tabak
Stimulerende middelen:
-cocaïne


-XTC
Hallucinogene middelen:
-LSD

-paddo's

-lijm
Gedragsverslavingen
-gokken
-games
-eten
-hardlopen
-seks
-chatten
-brandstichten
Wat gaan we doen?

-Wat is verslaving?
-Oorzaken en gevolgen

-Video alcoholverslaving

-Behandeling

-presentatie
sterk verslavend?
A
B
C
Heroïne
Alcohol
Crack
Cocaïne
Amfetamine
XTC
Hasj
marihuana
Fase van verslaving:

1. Experimenteerfase

2. fase van sociaal of geïntegreerd gebruik

3. Gebruik wordt belangrijker

4. Verslaving
Gebruik uit nieuwsgierigheid
Gebruik als onderdeel van je leven
Gebruik om spanning te verdrijven
Gebruik beheerst het hele leven
oorzaak
gevolg
-Reactie op probleem

-Biologische, psychologische
of genetische gevoeligheid

-Uit de hand gelopen sociaal
gewaardeerde gewoonte
-Sociaal isolement


-Neerwaartste spiraal


-Ernstige gezondheidrisico's
behandeling:

-detoxificatie (afkicken/ontgifting)
-gecombineerde behandeling
-camouflage en ontkenning
-dubbel-diagnosebehandeling
-ambulant, semimuraal, intermuraal
Allochtoon
Autochtoon
Definities:

Autochtoon, oorspronkelijke bewoner
van een land


Allochtoon, iemand die zelf (eerste
generatie) of van wie tenminste één
ouder (tweede generatie) in het
buitenland geboren is.
Blz. 438
Definities:

Westerse allochtonen

Niet-westerse allochtonen
Demografische volksontwikkeling


2010 1.900.000
2020 2.400.000
2030 2.800.000
2040 3.100.000
2050 3.400.000
jaar Totaal niet westerse-allochtonen
Cultuur
F-culturen
G-culturen
Eerbied voor ouderdom
gedetailleerde gedragsregels
geringe individuele vrijheid
angst voor schaamte
veel lijfstraffen

nadruk op hiërarchie
volgzaam, afwachtend
groepsgericht, sterke familieband
dienst en wederdienst
duidelijke rolverdeling tussen mannen en vrouwen
emotioneel
indirecte communicatie
veel gebaren
bevelshuishouding
verheerlijking van de jeugd
globale gedragsregels
grote mate van individuele vrijheid
angst voor schuld
veel onderhandeling/discussie/uitleg
nadruk op gelijkheid
mondig, zelfstandig

individu-gericht
vrijwilligerswerk
geen scheiding tussen taken mannen en vrouwen
rationeel
directe communicatie
weinig gebaren
onderhandelingscultuur (o.a. bij opvoeden)
Afrika, Azië
N-amerika, NW-europa, Australië
Knelpunten
tussen de F- en de G-cultuur
Familie
Eer
Rollen
Gastvrijheid en visite
Tijd en planning
Persoonlijk of zakelijk
Slecht-nieuwsgesprek
Sociaal wenselijk gedrag
en antwoorden
(in)directe en
relationele communicatie
opdracht
1. Waarom wordt er wel eens onderscheid gemaakt tussen westerse en niet-westerse allochtonen?

2. Waar wonen de meeste allochtonen: op het platteland of in de stad, in het westen of het oosten van het land?

3. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de hogere werkloosheid onder allochtonen?

4.Is het zo dat allochtonen gemiddeld een lager opleidingsniveau hebben dan autochtone Nederlanders

5. Welke problemen hebben allochtone ouderen vaak?

6. Wat zou je kunnen doen om allochtone ouderen te ondersteunen?
Thema 21
blz. 437 t/m 456
Wat gaan we doen?
Allochtonen/autochtonen
Demografische ontwikkeling
F-cultuur/G-cultuur

Vreemdelingen, asielzoekers en vluchtelingen
Asielprocedure
Inburgering

Presentatie
Vreemdeling
Asielzoeker
Vluchteling
Iemand die niet de Nederlandse Nationaliteit heeft
Een vreemdeling die zijn land heeft verlaten en bij de nederlandse overheid een asielaanvraag indient.
Een asielzoeker die terecht bang is voor vervolging in zijn land en een asielvergunning krijgt.
Vreest vervolging vanwege:
-etniciteit
-godsdienst
-nationaliteit
-sociale groepering
-politieke overtuiging
-schokkende ervaring(en)
top 10 asielaanvragen 2005
1 Irak (1600)
2 Somalië (1300)
3 Afghanistan (900)
4 Iran (600)
5 Burundi (400)
6 Colombia (300)
7 Soedan (300)
8 Servië & Montenegro (300)
9 China (300)
10 Turkije (300)
Asielprocedure
IND (immigratie- en naturalisatiedienst)
Uitzonderingen
Ama´s




VVO uitzondering





Spoedprocedure
Alleenstaande minderjarige asielzoekers
Minderjarige asielzoekers mogen niet worden uitgezet als ze in het land van herkomst niet goed kunnen worden opgevangen (ouders, familie ed.)
Wanneer de vluchteling in het buitenland is gaan wonen;
Als blijkt dat de gegevens op basis waarvan een vvb of vvo is verleend, vals of onjuist waren;
De vreemdeling is veroordeeld vanwege een strafbaar feit waarop drie jaar of meer gevangenisstraf staat;
De vreemdeling een gevaar is voor de nationale veiligheid.
Bij een 48-uurs procedure kan een vreemdeling vragen om een spoedprocedure om (voorlopige)uitzetting te voorkomen.
Wat gaan we doen?
-Vreemdelingen, asielzoekers en vluchtelingen


-Asielprocedure


-Inburgering



-Presentatie
Wanneer ben je Nederlander?
Wat zou je bij een inburgeringscursus aan moeten bieden?
Zou je mensen moeten verplichten om in te burgeren?
Wet inburgering (2007)
-Voor iedereen tussen de 16 en de 65 jaar die;
-wonen in Nederland;
-of voor langere tijd werken in Nederland

-Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen inburgering.
-Je krijgt 5 jaar om je examens te halen.

http://teleblik.nl/media/5411227
-Nederlands kan spreken, lezen en schrijven

-Nederlands kan verstaan (en begrijpen wat er gezegd wordt)

-Weet hoe we in Nederland met elkaar samenleven.
Je bent ingeburgerd als je:
Achtergronden & uitingsvormen
Meest voorkomende
eetstoornissen
Gevolgen & behandeling
Pica
Rumineren
Obesitas
Binge-eating disorder
Orthorexia nervosa
Anorexia nervosa
Boulimia
I De hoeveelheid voedsel

II De hoeveelheid voedsel in één keer

III Wat iemand eet

IV De wijze waarop het voedsel het lichaam verlaat
(te veel, te weinig helemaal niets)
(eetbuien)
(braken, rumineren, door het gebruik van laxeermiddelen)
I Eetgedrag door externe prikkels

II Lijngericht eetgedrag

III Emotioneel eetgedrag
(eetgedrag wordt bepaald door externe prikkels als de aanwezigheid en
geur van eten)
(eetgedrag komt voort uit de sterke wens tot gewichtsverandering)
(eetgedrag wordt met name bepaald door emoties als verdriet,
eenzaamheid, onzekerheid, teleurstelling)
-Neiging om niet-eetbare dingen op te eten

-Kinderen (zand, bladeren, gras, textiel)

-Mensen met een verstandelijke beperking (eigen uitwerpselen en bijvoorbeeld sigarettenpeuken)

-Kan leiden tot gezondheidsklachten
-Bewust ophalen van al doorgeslikt voedsel

-Slokdarm en het tandglazuur worden ernstig aangetast

-Vooral bij mensen met een verstandelijke beperking
-Voortdurende eetbuien

-Grote overeenkomsten met boulimia nervosa

-Deze stoornis kan leiden tot obesitas
-Aandoening waarbij er zoveel vet in het lichaam opgestapeld wordt dat de gezondheid erdoor in gevaar komt

-Chronisch

-Dieetprogramma’s of een beetje meer bewegen helpt niet of nauwelijks
-Enorm gericht is op gezond voedsel (obsessie)

-Het vermijden van alle voedsel dat maar enigszins ongezond kan zijn

-Kan leiden tot obsessieve gedrag

-Kan te maken hebben met een bepaalde kwetsbaarheid van de persoonlijkheid,
met opvoedingsfactoren, traumatische ervaringen en met de angst om de grip op de omgeving kwijt te raken.
-Een gestoord eetgedrag

-Een niet reëel beeld van het eigen lichaam

-Een extreem verlangen om mager te zijn en/of een enorme angst om dik te worden

-Vooral bij vrouwen voor in de leeftijd van 15 tot en met 30 jaar (90-95% is vrouw)

-Steeds jonger, steeds meer mannen
Oorzaken:
-Voor een deel erfelijk bepaald

-Angststoornissen en stemmingsstoornissen bij de ouders

-Vroeggeboorte en geboortegewicht spelen een rol

-Omgevingsfactoren en traumatische ervaringen

-Druk van de omgeving
Lichamelijke gevolgen:
• ernstig energieverlies;
• osteoporose (botontkalking);
• huidproblemen;
• gebitsproblemen;
• obstipatie (verstopping);
• hartritmestoornissen;
• nier- en leverbeschadiging.

Sociaalaffectieve gevolgen:
• sociaal isolement;
• conflicten met de omgeving (ouders, vrienden, partner);
• afvlakken van emoties;
• studieproblemen;
• arbeidsongeschiktheid.
Gevolgen anorexia
Lichamelijke gevolgen
• afhankelijkheid van geneesmiddelen, laxeermiddelen;
• irritatie en blijvende schade aan de keel, slokdarm en maag;
• sterke aantasting van het glazuur van de tanden;
• vochtophoping (oedeem) met name in het gezicht.



Bij de sociale gevolgen zie je evenals bij anorexia dat een groot gedeelte van hen langzaam maar zeker in een sociaal isolement komt. Schaamte en gevoelens van waardeloosheid spelen hierbij een belangrijke rol.
Gevolgen boulimia
• onbekwaam om de drang tot eten te controleren

• onbekwaam om tijdens het eten grenzen te stellen aan de hoeveelheid en/of de snelheid
van eten (snel en onbeheerst eten)

• eetbuien waarbij het gaat om overdreven grote hoeveelheden voedsel

• vertonen van compensatiegedrag vrijwel direct na een eetbui bestaande uit bijvoorbeeld
braken, laxeren en intensief bewegen

• aanwezigheid van een negatief zelfbeeld,
-Voor een deel erfelijk bepaald

-Angststoornissen en stemmingsstoornissen bij de ouders

-Het volgen van een dieet met het doel af te vallen

-Omgevingsfactoren en traumatische ervaringen

-hoge verwachtingen en problemen van de ouders
Oorzaken:
Signalen met betrekking tot eetgedrag:
• weinig eten, vaak ‘geen trek hebben’, willen eten op afwijkende tijden of juist op vaste tijden;

• uitsluitend caloriearm voedsel willen nuttigen;
• maaltijden overslaan;
• voortdurend bezig zijn met eten, lijnen en calorieën tellen;
• stiekem weggooien van eten;
• na het eten naar het toilet gaan om te braken;
• stiekem hamsteren van voedsel en snoep (bijvoorbeeld op de eigen kamer);

• vermijden van sociale situaties waarbij gegeten wordt;
• niet willen eten waar anderen bij zijn, of juist eetgedrag aanpassen;
• letten op calorieën, verpakkingen lezen, kieskeurig zijn;
• graag willen helpen met eten koken;
• smoezen en trucs gebruiken om niet te hoeven eten;
• de indruk geven dat ze gezond eten;
• stiekeme eetbuien (lege koektrommel, koelkast en dergelijke).
Signalen met betrekking tot sociaal gedrag:
• afkeer van ‘dik’ zijn;
• rusteloos of hyperactief gedrag, overmatig sporten;
• faalangst en gebrek aan zelfvertrouwen;
• overdreven prestatiegericht en perfectionistisch gedrag;
• sterke stemmingswisselingen en regelmatig terugkerende prikkelbaarheid;

• gastvrouw spelen, zorgen voor anderen;
• ontwijken van feestjes/traktaties;
• afspraken afzeggen;
• vaak naar het toilet gaan (braken, laxeren);
• zwart-wit denken;
• ruzie, spanningen;
• dwanghandelingen;

• ontkenning van problemen, wil geen hulp.

Signalen met betrekking tot lichamelijke kenmerken:
• gewichtsverlies;
• menstruatie blijft weg;
• haaruitval, keelpijn, heesheid, slecht gebit;
• koud hebben (blauwe handen en voeten).
Signalen bij een eetstoornis
1. Signaleer vroegtijdig

2. Neem de eetstoornis serieus

3. Stel gerust en kijk 'achter' de eetstoornis

4. Doe leuke activiteiten en vermijd om zelf therapeut te spelen.

5. Vermijd machtspelletjes
Tips voor in de praktijk
Wat gaan we doen?
-Achtergronden & uitingsvormen

-Meest voorkomende eetstoornissen

-Video

-Gevolgen

#opdracht

-Behandeling
Geschiedenis
Het barmhartigheids model
Het medische model
Het ontwikkelingsmodel
Het integratiemodel
Het zorg op maat model
(1850-1945)
(1945- 1960)
(1960- 1970)
(1970- 1990)
(Sinds 1990)
-Gehandicapten leefden apart.

-De samenleving moest tegen deze mensen 'beschermt' worden.
-Meer kennis over het lichaam

-Gehandicapten werden als patiënt gezien
-Gedrag wordt belangrijker

-Meer nadruk op gelijkheid

-'Normalisatiegedachte'
-Gehandicapten hoeven zich niet meer aan de maatschappij aan te passen

-Ouders krijgen een belangrijkere rol
-Individuele benadering

-Recht op eigen keuzes

-Kijken naar wat iemand wel kan.
"Idioot, imbeciel, debiel"
"Zwakzinnig"
"Zwakzinnig"
"Geestelijk gehandicapt"
"Mensen met een verstandelijke beperking"
Stoornis
Defect of ontbreken van orgaan of orgaanfuncties
Handicap
(Participatieprobleem) Belemmering in het sociaal-maatschappelijke functioneren door een stoornis.

Dat wat iemand als nadelig ervaart als gevolg van zijn beperking.
Vermindering van mogelijkheden ten aanzien van gedrag of activiteiten
Beperking
Soorten beperkingen
Lichamelijk
Verstandelijk
Meervoudig
Ingedeeld naar de aard, verloop en oorzaak van de ziekte/stoornis
mensen met een motorische beperking
mensen met een neurologische beperking
mensen met een orgaanbeperking
mensen met een zintuigelijke beperking
Een aangeboren of in de prille jeugd verworven beperktheid van de geestelijke functies en/of de ontwikkelingsmogelijkheden daarvan, zich uitend op cognitief, sociaal-affectief en motorisch gebied

Wordt gekarakteriseerd door een intellect dat aantoonbaar lager is dan het gemiddelde. En er is sprake van beperkingen in 2 of meer van de volgende vaardigheden: Communicatie, zelfverzorging, wonen, sociale vaardigheden, deelname samenleving, werk...
Een combinatie van twee of meer beperkingen die elkaar versterken en de mogelijkheden van compensatie verminderen.

http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/67064
Hulpvraag
De door de cliënt of door de omgeving van de cliënt geuite zorgbehoefte.
Wat gaan we doen:
-Planning van de periode

-Mensen met een beperking (geschiedenis)
Terminologie & soorten beperkingen

-Hulpvraag & opdracht

-Acceptatie van een beperking
thema 9
Blz. 207 t/m 226
Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
Sociale redzaamheid, sociale contacten
Wonen
Werken
Vrijetijdsbesteding
Verliesverwerking
1. Fase van onzekerheid


2. Shockfase


3. Ontkenningsfase


4. Fase van loskomen van emoties


5. Aanvaarding


6. Acceptatie
Treedt niet altijd op. Bij lang uitblijven van een diagnose. Komt vaak voor bij ouders van een kind met een beperking (omdat de ontwikkeling achter blijft).
De klap kan zo groot zijn dat iemand in een psychische shock raakt. Het gevoel voor werkelijkheid is dan weg. Deze fase kan ook een opluchting zijn.
In eerste instantie ontkennen de meeste mensen vaak verschikkelijk nieuws.
Deze fase is een soort 'afweermechanisme' om met heftige emoties om te gaan.
In deze fase is er vooral verdriet en woede over de beperking. Deze emoties wisselen elkaar af.
Men legt zich neer bij wat hen overkomen is (maar niet van harte).
Het verlies heeft een plaats gekregen in het leven. Men geniet van de resterende mogelijkheden in plaats van te rouwen om de beperkingen.
Indeling op het verloop van de aandoening
tijdelijke aandoening
progressief verloop
recidiverend verloop
chronisch verloop
Niveau-aanduiding
Ontwikkeling
Syndroom van Down
Begeleiding
Verstandelijke beperking:
Een aangeboren of in de prille jeugd verworven beperktheid van de geestelijke functies en/of ontwikkelingsmogelijkheden daarvan, die zich uit op cognitief, sociaal-affectief en motorisch gebied.
Wat gaan we doen?
Definitie en niveau-aanduidingen
Ontwikkeling


Syndroom van Down
Begeleiding

zintuigelijke beperking
meervoudige beperking
erfelijke/genetische factoren, zoals chromosoomafwijkingen;

aanlegstoornissen die leiden tot beschadiging van de hersenen;

stoornissen tijdens de zwangerschap, zoals infectieziekten bij de moeder;

stoornissen tijdens de geboorte zoals zuurstoftekort;

stoornissen direct na de geboorte, zoals een hersenbloeding;

stoornissen in de eerste levensjaren, zoals hersenvliesontsteking, verstikking.
Oorzaken:
Op basis van intelligentie
Op basis van ervaringsfase
Licht verstandelijke beperking


Matig verstandelijke beperking


Ernstige verstandelijke beperking
(IQ 50-70


(IQ 20-50)


(IQ < 20
1. Lichaamsgebonden ervaringsfase


2. Associatieve ervaringsfase


3. Structurerende ervaringsfase


4. Vormgevende ervaringsfase
Alle eerste ervaringen worden via het lichamelijke gedaan (in nabijheid).

Ervaringen opdoen door verbanden te leggen.


Verbanden kunnen beoordelen en doorzien.


Iets persoonlijks of unieks toevoegen aan een ervaring (+ inhoud kunnen geven aan een relatie).
Lichamelijke ontwikkeling
Volgt (in principe) dezelfde lijn als kinderen zonder verstandelijke beperking.
In veel gevallen wel vertraagd.
Een aantal leert een deel van de lichamelijke ontwikkeling niet.
Er is een verhoogde kans op lichamelijke en zintuigelijke stoornissen.
Cognitieve ontwikkeling
Het 'denken' is meestal erg concreet.
Waarneming gebeurt vrij selectief.
De aandacht, interesse en concentratie om te onthouden is minder dan bij mensen zonder verstandelijke beperking.
Taal (en spraak) ontwikkeling is vaak vertraagd.
Sociaal-affectieve ontwikkeling
Veel verschil onderling
Verplaatsen in anderen is lastiger.
Egocentrisch
sterker gevoelig voor omgevingsfactoren dan andere mensen.
Oorzaken
Kenmerken
Gedragskenmerken:
eigenwijs;
vriendelijk;
aanhankelijk;
gemakzuchtig.
Lichamelijke kenmerken:
oogafwijkingen;
gehoorafwijkingen;
hartafwijkingen;
neurologische afwijkingen;
afwijkingen in keel en neus;
huidafwijkingen;
afwijkingen in het imuniteitssysteem
Chromasomale afwijking.
Normaal is: 46 chromosomen.
Bij het Syndroom van Down is er sprake van 47 chromosomen.
het 21e chromosoompaar bestaat niet uit 2 chromosomen maar uit 3 (Trisomie 21).
Participatie in de samenleving
Situatieve begeleidingsstijl
Bepalende factoren:
de cliënt
de omgeving
jij als begleider
Mensen met een zintuigelijke beperking
Mensen met een meervoudige beperking
Verstandelijk en zintuigelijk
Verstandelijk en neurologisch
Neurologisch en zintuigelijk
Meervoudige beperking
Het hebben van twee of meer afzonderlijke beperkingen die:

ieder voor zich ernstig, omvangrijk en langdurig zijn;
elkaars wederzijds beïnvloeden op een ingewikkelde manier;
de compensatiemogelijkheden verminderen.
Visuele beperkingen komen bij meer dan 10% van de mensen met een verstandelijke beperking voor.
Voor auditieve beperking is dat ongeveer 5%.

Er is sprake van een verminderde exploratiedrang bij mensen met een verstandelijke beperking. De visuele of auditieve handicap verergert dit.
De sociale-affectieve (en emotionele) ontwikkeling loopt achter.
Beïnvloed de ontwikkeling negatief.
Zonder de bewegingsruimte is er weinig te ervaren en dus weinig te leren. Daardoor blijft de cognitieve ontwikkeling ook beperkt (geen nieuwe ervaringen, dus geen leerproces).
Ook op volwassen leeftijd is de bewegingsruimte soms beperkt doordat de neurologische beperking zich vaak op motorisch vlak uit.
Daarmee wordt deze groep ook vaak beperkt in hun sociale omgeving.
Binnen deze groep is er een behoorlijke beperkte mobiliteit.
Een neurologische beperking gecombineerd met een zintuigelijke stoornis kan erg afhankelijk en onzeker maken.
Begeleiding
Aangeboren
erfelijke factoren (aanlegfouten, fouten in de celdeling)
stoornissen tijdens de zwangerschap

Verworven
Hersenbeschadiging als gevolg van bijvoorbeeld zuurstofgebrek
Lawaai
Ouderdom
Infectieziekte (rode hond, bof , mazelen, polio, kinkhoest, hersenvliesontsteking).

Ongeveer 25% van de doven heeft ook een visuele beperking.
Auditieve beperking (horen)
Visuele beperking (zien)
Aangeboren
erfelijke factoren
stoornissen tijdens de zwangerschap (infecties als rode hond, zuurstoftekort, overmatig alcohol en/of drugsgebruik).

Verworven
Ongevallen
Hersenvliesontsteking
tumoren
diabetes mellitus (suikerziekte)

Er wordt onderscheid gemaakt in verlies van:
gezichtsscherpte
gezichtsveld.
Denk hierbij aan:
Verstandelijke en zintuiglijke beperking.
Verstandelijke en neurologische beperking.
Neurologische en zintuiglijke beperking.
Wat zijn de gevolgen van een meervoudige beperking op de ontwikkeling van een kind?
Stimuleren en zelfvertrouwen geven.
Observeren en geduldig zijn.
Een zo helder mogelijke geordende methodiek (kleine stapjes) met concrete evaluatie momenten.
Een zo concreet mogelijke benadering van ontwikkelingsdoelen.
Vlaskamp methode:
Cliënt wijst letters of pictogrammen aan en de begeleider helpt bij het aanwijzen door de pols; elleboog of schouder te ondersteunen.
De begeleider leest wat er aangewezen wordt.
Faciliterende communicatie:
Waar moet je rekening mee houden in de begeleiding van mensen met een meervoudige beperking?
Huiselijk geweld
Aanpak huiselijk geweld
Seksueel misbruik
Vrouwenmishandeling
Eer gerelateerd geweld
Mishandeling ouderen
Geweld in de huiselijke sfeer, onder te verdelen in:
lichamelijk geweld (fysiek, slaan, schoppen e.d.)
psychisch geweld (schelden kleineren, stalken)
seksueel geweld (misbruik/inimidatie)
verwaarlozing (bv onthouden van voeding of verzorging)
Huiselijk geweld
Risicofactoren?
Wat zijn de
Münchhausen by proxy syndroom
Tekenen bij het kind:

Het kind heeft een ziekte die maar niet overgaat of die telkens terugkomt. Er is geen verklaring voor de ziekte te vinden.
Als de ouder afwezig is, heeft het kind geen symptomen.
Een of meer van de klachten worden niet minder door de behandeling of zijn bijzonder hardnekkig, raadselachtig en niet te verklaren.
Een broertje of zusje van het kind heeft vroeger net zulke verschijnselen gehad.
Tekenen bij de verzorger van het kind:

Negen van de tien keer is dit de moeder.

Ze is aardig, vriendelijk en liefdevol.
Ze is heel zorgzaam voor het kind en heel aandachtig voor de medische zorg die het kind krijgt.
Ze heeft veel kennis van medische zaken of is zelfs bijzonder geboeid door medische details. Ze voelt zich thuis in ziekenhuizen en heeft ook interesse in de problemen van andere patiënten.
Ze wil het kind niet alleen laten.
Ze heeft zelf constant aandacht nodig.
Ze blijft merkwaardig rustig als ze ernstig nieuws krijgt over de ziekte van het kind.
Ze werkt zelf in de gezondheidszorg of heeft daarvoor gestudeerd.
Ze heeft zelf raadselachtige ziektes.

De vader is vaak afwezig en bemoeit zich niet met de zorg voor het kind.
Chat Austin is in 2004 twaalf jaar oud. Hij heeft vijfenvijftig operaties gehad, waarvan vijftig vóór zijn achtste levensjaar, heeft meer dan honderd keer in ambulances gelegen, zat elke week bij de dokter en heeft zelfs een keer in een traumahelikopter gelegen. Hij zou aan een zeldzame ziekte aan zijn darmen lijden en kon geen vast voedsel verteren en dus alleen maar sondevoeding krijgen. Heeft talloze bacteriële infecties gehad, die veroorzaakt bleken te zijn door zijn moeder.

Chats ouders werden uit de ouderlijke macht ontzet en Chat is door zijn oom en tante geadopteerd en is lichamelijk niet meer ziek geweest. In 2000 bleek dat moeder Kimberly in 1993 een broertje van Chat vermoord heeft door insuline in te spuiten, terwijl het kind geen suikerziekte had. Hetzelfde heeft zij bij nog een andere zoon proberen te doen. Dit kind heeft het overleefd maar is verstandelijk gehandicapt geraakt.
Casus
1. preventie
primaire preventie
secundaire preventie
tertiaire preventie
2. crisisinterventie
3. hulpverlening aan slachtoffers en daders
4. nazorg
Een laag zelfbeeld en weinig vertrouwen.
Lage sociaal-economische status.
Niet goed kunnen communiceren.
Te snel een relatie aangaan.
Opgroeien in een gezin waar sprake is van verwaarlozing; mishandeling of gebrek aan aandacht.
Risicofactoren
Laag opgeleid;

Weinig of geen inkomen;

Weinig zelfredzaam.
Maatschappelijke positie
Licht en incidenteel geweld.



Herhaaldelijk en ernstig geweld.



Zeer ernstig geweld.
Vrouwenmishandeling onderverdelen in categoriën
(slaan; schoppen; waarbij letsel varieert van schrammen en striemen en blauwe plekken)
(hoofd tegen de muur slaan; even de keel dichtknijpen; hard schoppen en slaan)
(bedreiging met vuurwapens; slaan met voorwerpen; steken; brandwonden toebrengen; dwingen tot seksuele handelingen)
1 op de 5 vrouwen is wel eens slachtoffer geweest van vrouwenmishandeling.

Circa 80% van de TBS-patiënten was in hun jeugd slachtoffer van mishandeling en/of seksueel geweld.

61% heeft last van een matige tot zware depressie.

Bij 84% is sprake van een posttraumatische stressstoornis.
Cijfers
Waarom duurt het vaak zo lang voordat vrouwen uit een “slechte” relatie stappen?
Wat is eergerelateerd geweld?
Mogelijke vormen van eergerelateerd geweld en eerwraak:
Zedendelicten.
Vrijheidsberoving;
Ontvoering;
Fysieke mishandeling;
Gedwongen uithuwelijking;
Levensdelicten (moord en doodslag)
Veel voorkomend in bepaalde regio’s, verspreid over de wereld:
Eergerelateerd geweld
Turkije
Egypte
Irak
Iran
Syrië
Israël
Pakistan
Afghanistan
Marokko
India
Mishandeling van ouderen
Het handelen of het nalaten van handelen waardoor een afhankelijke oudere schade oploopt op lichamelijk, psychisch en/of materieel gebied.
Een oudere is in een sociaal isolement geraakt
Iemand is in grote mate afhankelijk
De oudere zwijgt uit loyaliteit over vervelende gebeurtenissen (het kan om familie of mantelzorgers gaan).
Machtsmisbruik: de oudere wordt machtelozer en de andere partij wordt machtiger. Het omgekeerde komt ook voor: de oudere wordt steeds dwingender.
De oudere leeft in een cultuur waarin mishandeld wordt
De oudere en/of andere partij heeft grote problemen
In de volgende omstandigheden kan mishandeling van ouderen vaker voorkomen:
-Lichamelijke mishandeling

-Lichamelijke verwaarlozing

-Psychische mishandeling

-Psychische verwaarlozing

-Seksueel misbruik
Fysiek geweld tegen het kind
Onvoldoende toegemoet komen aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind
de ouder houdt er een tegenover het kind op na die het kind in angst en onzekerheid doet leven.
De ouder schiet doorlopend tekort in het geven van enige vorm van aandacht.
Alle seksuele aanrakingen van een volwassene bij een kind.
Vijf vormen van kindermishandeling
Risicofactoren
Risicofactoren bij het kind:
te vroeg geboren (hechtingsproblematiek);
huilbaby;
kind met een beperking;
druk kind
ongewenst kind;
stiefkind.
Risicofactoren bij de ouders:
verslavingsproblemen;
psychische problemen;
chronische aandoeningen;
nare jeugdervaringen;
gebrek aan pedagogisch besef;
Risicofactoren door leefomstandigheden;
financiële problemen;
slechte of te kleine huisvesting;
werkeloosheid;
sociaal isolement: weinig contacten;
Gevolgen kindermishandeling
-Sociale problemen

-Leerproblemen

-Psychische klachten

-Psychische klachten
O.a. gevoelens van schaamte en angst.
Negatieve invloed op de ontwikkeling (inclusief de cognitieve ontwikkeling)
Vaak problemen op emotioneel en cognitief gebied.
Groter risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen.
Preventieprojecten
Marietje Kesselsproject



Trainingen



Voorlichting
Voor kinderen van 10 tot 13 jaar. Gericht op het voorkomen van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van kinderen.
Vergelijkbare projecten gericht op weerbaarheid in machtssituaties en conflicten. Ook ondersteuningsprogrammas's bij de seksuele en relationele ontwikkeling.
Gericht op ouders, kinderen, gezinnen, professionals.
Meldcode en meldplicht bij vermoedens
fase 1: Het ontstaan van een vermoeden
Verzamelen aanwijzingen die het vermoeden onderbouwen.
Leg waarnemingen zo mogelijk voor aan het kind of de ouders.
fase 2: Overleg
Bespreek vermoeden met collega's.
Overleg met betrokken instellingen.
Win advies in bij het AMK.
Stel een plan van aanpak op.
fase 3: Nader onderzoek
Praat zo mogelijk met het kind.
Leg de zorgen voor aan de ouders.
Onderzoek het kind of laat het kind onderzoeken.
Bespreek de resultaten.
fase 4a: Het vermoeden (nog) niet bevestigd
ondersteun ouders zo nodig bij de aanpak van andere problemen.
bij twijfel: neem contact op met het AMK.
fase 4b: Het vermoeden wel bevestigd
Inventariseer de hulpverleningsmogelijkheden.
Spreek met de ouders over de aanpak van de gezinsproblemen.
Meld zo nodig bij het AMK.
fase 5: Evaluatie
Evalueer hoe het een en ander gegaan is.
Stel zo nodig afspraken bij.
fase 6: Nazorg
Blijf alert op het welzijn van het kind.
Roep zo nodig betrokkenen bij elkaar.
Zoek zo nodig opnieuw contact met het AMK
Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of geweldadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
Definitie
Lichamelijke aanwijzingen:
blauwe plekken;
brandwonden;
snij-, krab- en bijtwonden;
botbreuken;
groeiachterstand;
voedingsproblemen (bij baby's en peuter);
ernstige luieruitslag (bij baby's);
kind stinkt, heeft regelmatig smerige kleren aan;
oververmoeid;
vaak ziek, ziektes herstellen slecht;
niet zindelijk op de leeftijd dat het hoort.
Aanwijzingen in het gedrag:
weinig spontaan;
passief, lusteloos, weinig interesse in spel;
in zichzelf gekeerd;
labiel;
nerveus;
weinig zelfvertrouwen;
agressief, vernielzucht;
speelt weinig met andere kinderen, niet geliefd bij andere kinderen;
opvallende reactie bij lichamelijk contact met volwassenen;
overdreven aanhankelijkheid, meegaand tegenover volwassenen;
ontwijkt oogcontact;
onmogelijke verklaringen over verwondingen of pijn;
bang om geslagen te worden.
Situatie 1
Annica van 10 komt al een poos regelmatig te laat op school. Zij zegt dan dat zij te laat is omdat zij haar broertje van 4 nog te eten moest geven en naar school moest brengen
1. Is hier sprake van kindermishandeling?


Situatie 2
Roelof van 13 hangt regelmatig ’s avonds om 10.00 uur nog op straat rond met zijn vrienden. Hij rookt en zo nu en dan blowt hij. Als hij geen geld heeft, steelt hij wat hij nodig heeft uit de supermarkt. Roelof ziet er onverzorgd uit. Hij zegt dat hij niet thuis wil zijn omdat hij toch niets aan zijn ouders heeft. Ze schelden hem altijd uit en behandelen hem als een stuk vuil, zegt hij.

2. Van welke vorm van mishandeling kan hier sprake zijn?
3. Welke gevolgen kan die mishandeling voor Roelof hebben?.
4. Wat kun je als professional doen bij een vermoeden van kindermishandeling?

Situatie 3
Fatima van 15 heeft een relatie met een Nederlandse jongen. Haar vader is het er niet mee eens. Fatima mag niet meer alleen de straat op en zeker niet uitgaan. Als Fatima toch een keer ontsnapt aan de aandacht van haar vader en haar vriend ziet, laat haar vader haar alle hoeken van de kamer zien. Fatima is bont en blauw. Vader dreigt dat het nog erger wordt als ze niet luistert.

5. Wat zou je hiermee kunnen doen als hulpverlener?
Opdracht
Jongeren
Volwassenen
Doelgroep:
Man
Allochtoon (oost-europa)
Matig intelligent
Psychische problematiek
verslaafd
straffen en maatregelen
Overtredingen
Misdrijven
berisping
geldboete
HALT (tot 18 jaar)
STOP (tot 12 jaar
vrijheidsstraf (Detentie/jeugdetentie)
taakstraf
vrijheidsbenemende maatregel (TBS/PIJ)
TBS
'ter beschikkingstelling met verpleging'
gedeeltelijk of volledig ontoerekeningsvatbaar
stoornis heeft bijgedragen aan strafbaar feit
de kans op herhaling is groot
behandeling duurt 2 jaar, is de 'patiënt' niet klaar om terug de maatschappij in te gaan dan wordt de behandeling verlengt.
PIJ
Jongere die een zeer ernstig misdrijf heeft gepleegd
en heeft daarnaast een psychische stoornis die hieraan heeft bijgedragen
'Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen'
Justitiële inrichtingen
1 - sector gevangeniswezen:
huis van bewaring
gevangenis
2 - sector jeugdinrichtingen:
opvanginrichting
behandelinrichting
3 - sector TBS:
TBS-klinieken
4 - sector tijdelijke bijzondere voorzieningen:
detentie- en uitzetcentra
OTS-maatregel
ondertoezichtstelling
Ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing wordt alleen toegepast als een jongere echt niet thuis kan blijven wonen
en plaatsing in een pleeggezin of internaat geen oplossing biedt
De jongere komt dan in een behandelinrichting terecht.
MTV
Wat ga je doen:

Kennismaken met een aantal doelgroepen
1 doelgroep nader bekijken
1 doelgroep presenteren
je sociale kaart vergroten
eisen:
S
chriftelijke doelgroepomschrijving, gemaakt per tweetal naar:
-Ontwikkelingsfase
-Lichamelijke en geestelijk welzijn.
-Materieel, sociaal en cultureel welzijn.
Presentatie van twee instellingen die binnen het werkveld van de doelgroep passen (per tweetal, per week) (15 min)
Presenteer in een tweetal de uitgekozen doelgroep. De volgende onderwerpen moeten aan bod komen: Wat voor soort instantie (ambulant; semi-residentieel of residentieel), waarom de doelgroep die jullie hebben hulp kan krijgen binnen deze instantie, wat voor hulp wordt er geboden bij deze instantie.
veel voorkomende combinaties:
visueel en verstandelijk beperkt
auditief en verstandelijk
visueel en auditief
verstandelijk en motorisch
lichamelijk en visueel
lichamelijk en auditief
Mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis hebben problemen met sociale contacten, communicatie en beeldend vermogen (fantasie).
Eerste gehoor (op Schiphol of Ter apel)
Kansarm (48-uurs procedure)
Nader gehoor (aanmeldcentrum)
Voornemen IND (schriftelijk)
Reactie van de vreemdeling op het voornemen
Beschikking over de toelating (definitieve besluit van de IND)
VVB /uitzetting
beroep tegen beschikking (niet afwachten in NL)
Kansrijk
Nader gehoor (behandelkantoor)
Voornemen IND (schriftelijk)
Reactie van de vreemdeling op het voornemen
Beschikking over de toelating (definitieve besluit van de IND)
VVB /uitzetting
beroep tegen beschikking (afwachten in NL)
kort verblijf
lang verblijf

Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
Vergunning tot verblijf voor bepaalde tijd (vvb)
Vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd (vvo)
Verblijf van vreemdelingen
Week 51
Blz 210
- Wat zijn psychosomatische klachten?
http://tvblik.nl/je-zal-het-maar-hebben/psychische-stoornissen
http://www.rkk.nl/kruispunt/archief/2006/detail_objectID609911.html
http://www.gezond24.nl/video/bekijk/je-zal-het-maar-hebben-2003.htm
DSM
DSM IV
Wereldwijd gehanteerde classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen

De meningen over de DSM lopen erg uiteen
Video: http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1336179
Begin met bijlage 2
Kijk bijlage 2 na
Ziekte van Alzheimer
Weefselverschrompeling/ verkleving

Ziekte van Parkinson
Door celverlies in de hersenen ontstaat er een tekort aan dopamine


Ziekte van Korsakov
Langdurig alcoholgebruik in combinatie met slechte voeding

Oorzaken van dementie

Dementie gaat vaak gepaard met probleemgedrag zoals;

Roepen (eerste en tweede fase om te communiceren, derde en vierde fase geen duidelijke functie)

Onrustig gedrag en dwalen (voortdurende drang tot bewegen)
Nachtelijke onrust (doelloos rondlopen en dwalen in de nacht)

Agressie (allerlei vormen, moeilijk te doorbreken)

Probleem gedrag bij dementie

Seksueel ontremd gedrag (wordt als ergste vorm van probleem gedrag ervaren)
Apathie (verlies van initiatief, lusteloosheid, onverschillige stemming en trekt zich terug uit het sociale leven.

Depressie (bij ongeveer 25 tot 35% wordt depressie vastgesteld)

Angststoornis (bijna de helft van alle mensen met dementie krijgt last van angststoornissen)

Psychose (geschat wordt dat 40% last heeft van psychotische verschijnselen. Wanen, hallucinaties hiervoor kan antipsychotica voorgeschreven worden)

Psychiatrische ziektebeelden bij dementie

Warme zorg (prikkelen van de zintuigen)

Realiteitsoriëntatietraining (ROT) (zo lang mogelijk in de realiteit proberen te houden)

Validation (bevestigen/meegaan in de belevingswereld)

Snoezelen

Reminiscentie (werken met herinneringen)

Benaderingswijzen van dementerende

http://www.gezond24.nl/tv-uitzending/RKK_1429513/Jong-dementerenden
http://www.nytimes.com/2012/02/26/health/dealing-with-dementia-among-aging-criminals.html?_r=2&smid=tw-nytimes&seid=auto&
http://www.nytimes.com/2012/02/26/health/dealing-with-dementia-among-aging-criminals.html?_r=3&smid=tw-nytimes&seid=auto&
http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/jeugddocumentaires/holland-doc-junior.html?playurn=urn:vpro:media:program:6609023&currentPage=1
Full transcript