Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Fonetiek, Fonologie & Semantiek

Nederlands
by

Arnoud Kuijpers

on 24 March 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Fonetiek, Fonologie & Semantiek

Fonetiek & Fonologie
Fonetiek → uitspraak
Fonetisch alfabet → over hele wereld hetzelfde

Fonetiek – Fonologie
Fonetiek: ‘Hoe wordt de klank gevormd?’
Fonologie: ‘Hoe zit de klank in je hoofd?’ → klankleer

Fonetiek → raakvlakken met natuurkunde en anatomie
Fonologie → raakvlakken met psychologie en sociologie
Fonetiek
Inleiding
Wat is fonetiek?
Uitspraak van taal
Fonetisch alfabet
IPA 1886
1888 bruikbaar voor alle talen --> Latijnse alfabet
Klinkers
Medeklinkers
Fonetisch alfabet
Tweeklanken/Diftongen
Een vrouw probeert te zeggen: ‘Het regende gisteren erg hard’, maar zegt: ‘Het regelde gisteren erg hard’.

Houdt de fonetiek of de fonologie zich bezig met dit soort zaken?
Klanken maken
Fonologie
Factoren
Coronalen
Factoren
Stembanden: trillen/niet trillen
Plaats van articulatie
Wijze van articulatie
Plaats van articulatie
Wijze van articulatie
Wat heb je eraan?
Goed andere talen leren
Accenten
Coronalen
S en T → maak je beide met voorkant van je tong
Dit soort klanken worden coronalen genoemd in de fonologie
Kost weinig energie → kleinst mogelijke vorm van articulatie
Daardoor steeds meer coronalen in spreektaal
Stembanden
Uitspraak en versprekingen
Insertie: een vlaas boemen
Deletie: spuitjes en spek
Substitutie: broemen brengen
Transpositie: vees of vlis
Permutatie: een grauwe flap
Overnemen van kenmerken
Regressieve assimilatie: inpakken - impakken
Progressieve assimilatie: opvallend - opfallend
Egressieve luchtstroom
Ejectieve & implosieve klanken
Nasale klanken: [m], [n], [ŋ]
Orale klanken
A. neusholte (nasus = neus)
B. mondholte (ora = mond)
C. keelholte (farynx)
D. slokdarm (oesofagus)
E. luchtpijp (trachea)
a. lip (labium)
b. tanden (dentes)
c. tandkas (alveolus)
d. harde gehemelte (palatum)
e. zachte gehemelte (velum)
f. huig (uvula)
g. strotklep (epiglottis)
h. strottehoofd (larynx)
i. stemspleet (glottis)
k. tongpunt (apex = punt)
l. tongrug (dorsum = rug)
Bilabialen > onderlip tegen de bovenlip [m], [b] en [p]

Labiodentalen > onderlip tegen de boventanden [f] en [v]

Dentaal > tong tegen de tanden [d] en [t]
• - Onze spraak is 1 reeks van aan elkaar geplakte klanken- Precieze klanken kunnen maar ¼ seconde in hun oorspronkelijke vorm worden behouden- Gemiddelde (volwassen) Nederlander kent zo’n 50.000 woorden- Klanken onderscheiden en produceren > articulatorische fonetiekInterdentalen > think, niet in het Nederlands

Alveolairen > tong tegen de tandkassen [s], [z] en [n]

Velaren > achterste gedeelte van de tong tegen het zachte . gehemelte [k, g, x, , ŋ]

Palatalen > tong beweegt naar het harde gehemelte [ť, ď, š, ž].

Glottalen > stembanden enige hindernis voor de luchtstroom [h]
Obstruenten
plosieven (plofklanken) > korte blokkade
fricatieven (wrijfklanken) > gedeeltelijke blokkade
Sonoranten
nasalen > lucht door neusholte
approximanten (halfvokalen)
liquidae > weinig belemmering
vokalen
Open stembanden > stemloos
[p,t,k,f,s,x]
Gesloten stembanden > stemhebbend
nasalen, vokalen en sommige medeklinkers [b,d,g,z]
Alle klanken en uitspraakmogelijkheden in tekens uitdrukken
Woorden tussen [..]
Niet officieel erkend voor alle talen
Fonemen
kleine betekenisonderscheidende klanken.
boom - boon
bak - pak
woord Taalkunde

voeten taal kunde

syllaben taal kun de

fonemen /t/ /a/ /l/ /k/ /œ/ /n/ /d/ /Ə/
Boomstructuren


Onset rhyme
Str oom

onset coda
oo m
Syllabe

Stroom
- Onze spraak is 1 reeks van aan elkaar geplakte klanken
- Precieze klanken kunnen maar ¼ seconde in hun oorspronkelijke vorm worden behouden
- Gemiddelde (volwassen) Nederlander kent zo’n 50.000 woorden
- Klanken onderscheiden en produceren > articulatorische fonetiek
Feiten
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2672/Wetenschap-Gezondheid/article/detail/3409917/2013/03/16/Hoeveel-Nederlandse-woorden-kent-u-eigenlijk-Doe-de-test.dhtml
Opdrachten
1.Zijn de /m/ en de /n/ fonemen in het Nederlands? Geef een voorbeeld.
2.Zijn de /n/ en de /ng/ fonemen in het Nederlands? Geef een voorbeeld.
3.Zijn de /b/ en de /d/ fonemen in het Nederland? Geef een voorbeeld.

4.Maak een boomstructuur van het woord toetsenbord.

5.Schrijf de volgende woorden in het fonetisch alfabet: e-mail, voetbal, actie
6.Wat zijn de klankkenmerken van de volgende klanken: [m], [d] & [f]
7.Welke letter/klank wordt hiernaast afgebeeld?

8.Vanaf wanneer kunnen baby’s zelfstandige naamwoorden produceren?
9.Noem een voorbeeld van een labiale klank.
10.Noem drie van de zes spraakorganen?
11.Waarom is het leren van de eerste vijftig woorden bij baby’s moeilijk en gaat het daarna erg snel?

12.Welke van deze woorden zijn geassimileerd?
Woordenboek, irrealis,inloopkast, impuls, litteken

13.Wat zijn vaak de eerste woordjes van een kind en waarom?
14.Herkent/leerteenkindeerderzelfstandignaamwoordenofwerkwoorden?Waarom?
Antwoorden
1. Ja, Boon-Boom
2. Ja, ton-tong
3. Ja, dom-bom

4. Toetsenbord

toetsen bord
(s) (w)

toets en bord
(s) (w)

5. [imel], [vutbal], [aksi]
6. [m] > nasaal, bilabiaal, sonorant, stemhebbend
[d] > oraal, dentaak, obstruent (plofklank), stemhebbend
[f] > oraal, labiodentaal, obstruent (wrijfklank), stemloos
7. De [m]
8. Na 10 maanden
9. [m], [b], [p], [f], [v]
10. Tong, mondholte, neusholte, keelholte, lippen, kaak
11. Ze moeten eerst nog een systeem aanbrengen in de klankenbrij
12. ...
13. Papa en mama, dat zijn bilabiale klanken en die zijn het makkelijkste te vormen
14. Zelfstandige naamwoorden, die zijn aan te wijzen en bewegingen en dus werkwoorden zijn vluchtig
1.
2.
1. Antwoorden
1. Encyclopedie
2. Huiswerk
3. A
4. Vakantie
5. Saucijzenbroodje
6. A
7. Overvalcommando
8. Chocolade
9. C
10. Schaar
11. Aswolk in IJsland
12. C
14. Parteretrap
16. Koningin
17. A en B
18. Articulatie
19. B
20. Coronalen
21. B
22. Permutatie
23. C
24. Regressieve assimilatie
Einde
Opdracht
1. Schrijf je naam in IPA (fonetisch schrift)
2. Spreek achtereenvolgens de klanken [z] en [s], [f] en [v], [p] en [b], [t] en [d] uit, terwijl je je vingers op je strottenhoofd legt. Wat valt je op?
3. Spreek een zin fluisterend uit en voel aan je strottenhoofd wat er gebeurt. Wat kun je hieruit concluderen over de stand van je stembanden tijdens het luisteren?
4. Zijn de medeklinkers van de spellinghulp 't Kofschip stemhebbend of stemloos?
http://woordentest.ugent.be/instructions.html
Opdracht
1. Maak een boomstructuur van de volgende woorden:
- paarden, - toetsenbord, - vakantie, bloemetjesgordijn
2. Noem naast stm-, rk- en pz- nog drie klankcombinaties die in Nederlandse woorden niet voor kunnen komen.
Semantiek
Morfemen
Woorden en hun relaties
Zinnen
Morfologie is in het algemeen de leer van de woordstructuur en de woordvorming. De morfologie houdt zich bezig met morfemen, de kleinste betekenisdragende eenheden in een woord.

In zowel de fonologie, de grammatica, de historische taalkunde als de speelt morfologie een zeer belangrijke rol.
Morfemen
Semantiek is de studie naar de betekenis van woorden.
Het is lastig om te achterhalen hoe we die betekenis onthouden. Problemen die zich voor kunnen doen zijn:

•Woorden die niet naar bestaande objecten verwijzen.
Voorbeeld: ‘draak’.
•Woorden die naar hetzelfde object verwijzen, maar niet dezelfde betekenis hebben.
Voorbeeld: ‘De koningin van Nederland’ en ‘Beatrix’.
Betekenis van woorden
Maxime van kwaliteit

Maxime van kwantiteit

Maxime van relevantie

Maxime van wijze
De maximes van Grice
1. "Henks broer komt vandaag langs."
2. "Henk heeft een broer."
Logica
1.
2.
Onderzoekers hebben een theorie bedacht, de prototypetheorie. Deze theorie houdt in dat we voor elke categorie woorden één woord als een voorbeeld pakken om de categorie uit te leggen.
De prototypetheorie
Woorden kunnen op verschillende manieren relaties met elkaar hebben:
•Synoniem: Twee woorden met dezelfde betekenis.
•Antoniem: Twee woorden met een tegengestelde betekenis.
•Homoniem: Twee woorden die je hetzelfde schrijft,
maar totaal iets anders betekenen.
•Hyperoniem: Een woord dat de betekenis van een ander woord omvat. Bijvoorbeeld: Zoogdier (omvat: varken)
•Hyponiem: Een woord waarvan de betekenis volledig wordt gedekt door een ander woord. Bijvoorbeeld: Varken (wordt omvat door: zoogdier).
Woordrelaties
Er zijn meerdere soorten morfemen, dit zijn de belangrijkste:
Vrije morfemen:Morfemen die zelf als een woord een betekenis hebben. Bijvoorbeeld: Appel, boom
Gebonden morfemen: Morfemen die alleen als onderdeel van een woord betekenis hebben. Gebonden morfemen voegen vaak een extra betekenis aan het woord toe bijvoorbeeld: leeuwin
- in geeft aan dat de leeuw vrouwelijk is.
Bijvoorbeeld: be-, ont-, -baar, -ing, -en, -ig, -je. Dit wordt opgebouwd uit voor- en achtervoegsels (pre- en suffixen)
- interfix, een s, n, en, tussen samenstellingen, deze koppelt de twee woorden.
Confix, een morfeem dat op zichzelf een betekenis heeft zoals, bio- in biobrandstof

Morfemen kunnen op verschillende manieren gecombineerd worden tot woorden:
een combinatie van vrije morfemen.

bijvoorbeeld: appelboom
een combinatie van gebonden en vrije morfemen: appeltje, boompje
Vrije morfemen Gebonden morfemen
woord fiets n.v.t.
combinatie fietstas fietsje
1. Geef drie voorbeelden van twee vrije morfemen die samen een nieuw woord vormen (zoals appel-boom)
2. Geef drie voorbeelden van twee vrije en twee gebonden morfemen die samen een nieuw woord vormen (zoals appel-boom-pje-s)
3. Combineer zo veel mogelijk vrije morfemen met het woord 'lees'.
4. Combineer zo veel mogelijk gebonden morfemen met het woord 'lees'.
5. Hieronder zie je vijf woorden die in 2012 zijn ontstaan. Verdeel de woorden in morfemen:
- facebookrellen
- gangnamstijl
- cupcakemama
- onderwaterhypotheek
- weglooppoliticus
Opdracht
Semantiek is de studie naar de betekenis van woorden.
Het is lastig om te achterhalen hoe we die betekenis onthouden. Problemen die zich voor kunnen doen zijn:

•Woorden die niet naar bestaande objecten verwijzen.
Voorbeeld: ‘draak’.
•Woorden die naar hetzelfde object verwijzen, maar niet dezelfde betekenis hebben.
Voorbeeld: ‘De koningin van Nederland’ en ‘Beatrix’.
Betekenis van woorden
Onderzoekers hebben een theorie bedacht, de prototypetheorie. Deze theorie houdt in dat we voor elke categorie woorden één woord als een voorbeeld pakken om de categorie uit te leggen.
De prototypetheorie
Woorden kunnen op verschillende manieren relaties met elkaar hebben:
•Synoniem: Twee woorden met dezelfde betekenis.
•Antoniem: Twee woorden met een tegengestelde betekenis.
•Homoniem: Twee woorden die je hetzelfde schrijft,
maar totaal iets anders betekenen.
•Hyperoniem: Een woord dat de betekenis van een ander woord omvat. Bijvoorbeeld: Zoogdier (omvat: varken)
•Hyponiem: Een woord waarvan de betekenis volledig wordt gedekt door een ander woord. Bijvoorbeeld: Varken (wordt omvat door: zoogdier).
Woordrelaties
1. Waarom is een pinguïn geen goede prototype van een vogel?
2. Waarom is een citroen geen goed prototype van fruit?
3. Geef nog drie voorbeelden van synoniemen.
4. Een synoniem voor 'politieagent' is 'smeris'. Wat is het verschil in gebruik tussen deze twee vormen?
5. Geef nog drie voorbeelden van antoniemen.
6. Wat is het verschil tussen de antoniemen 'dichtbij' - 'ver', en 'gezellig' - 'ongezellig'
7. Geef nog drie voorbeelden van homoniemen.
8. Geef nog drie voorbeelden van hyperoniemen met hun hyponiemen.
Opdracht
Maxime van kwaliteit

Maxime van kwantiteit

Maxime van relevantie

Maxime van wijze
De maximes van Grice
1. "Henks broer komt vandaag langs."
2. "Henk heeft een broer."
Logica
1.
2.
Lees de volgende zin: 'Twee pijlen wijzen naar rechts'.
1. Welke afbeelding (1 of 2) vind jij het best passen bij deze zin?
2. Leg uit dat de zin ook bij afbeelding 1 kan horen.

Noteer de presupposities bij de zinnen.
1. De koning van Spanje houdt een toespraak vandaag
2. Hij besefte dat ze gelijk had.
3. Ze is gestopt met dansen.
Opdracht
Hen
(hèn)
Bad
Kaas
Aap
Huis
Full transcript