Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Leerlijn natuur en techniek

De leerlijn natuur en techniek volgens tule.slo, kerndoel 42.
by

Malou Leunissen

on 19 October 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Leerlijn natuur en techniek

De leerlijn van natuur en techniek Deze prezi laat zien hoe leerlingen zich ontwikkelen op het gebied van natuur en techniek vanaf groep 1/2 tot en met groep 8 van de basisschool. Leerlijn natuur en techniek Groep 1/2 Groep 5 en 6 Leerlingen zitten over het algemeen 8 jaar op een basisschool. in die tijd moeten zij veel leren, wat zij precies moeten leren heeft de overheid vastgelegd in kerndoelen. Als de leerlingen al deze stappen maken, hebben zij in 8 jaar tijd kerndoel 42 gehaald. Kerndoel 42
De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur. Groep 3 en 4 Groep 7 en 8 Licht:
Leerlingen ervaren het verschil tussen licht en donker. Geluid:
Leerlingen kunnen het verschil onderscheiden tussen harde en zachte en hoge en lage geluiden. Kracht:
Leerlingen ervaren de kracht van water.
Oftewel drijven en zinken. Magnetisme:
Leerlingen ervaren dat voorwerpen wel of niet magnetisch zijn. Temperatuur:
Leerlingen ervaren warm en
koud subjectief. Licht:
Leerlingen onderscheiden donker en schaduw. Geluid:
Leerlingen kunnen geluid ordenen van hoog naar laag of van hard naar zacht.
Verder kunnen leerlingen klanken onderscheiden van instrumenten zoals tokkelen, blazen of aanslaan. Kracht:
Leerlingen ervaren de kracht van magnetisme. Magnetisme:
Leerlingen onderscheiden voorwerpen die wel of niet magnetisch zijn. Temperatuur:
Leerlingen ervaren temperatuurverandering. Licht:
Leerlingen leren dat licht afkomstig is van een bron. Verder weten zij ook dat licht wordt doorgelaten of teruggekaatst. Geluid:
Leerlingen weten dat geluid voortkomt uit een bron.
Zij weten ook dat de bouw en materiaal van de bron de aard van het geluid bepalen. Kracht:
Leerlingen weten dat lucht kracht uitoefent. (Wind, geluid, pneumatiek en luchtband). Magnetisme:
Leerlingen weten dat magnetisme een eigenschap van materialen is. Verder weten zij dat magnetische voorwerpen een noord en zuidpool hebben. Temperatuur:
Leerlingen weten dat warmte afkomstig is van een bron. Ze weten dat temperatuur wordt uitgedrukt in Celsius. Water bevriest bij minder dan 0 C, en kookt bij 100 C. Ze weten ook dat alle materialen stollen, smelten, verdampen of condenseren. Elektriciteit:
Leerlingen weten dat stroom rond gaat in een gesloten circuit. Licht:
Leerlingen leren dat licht zich in een rechte lijn voortbrengt, zich opsplitst in kleuren en dat licht wordt onderbroken. Geluid:
Leerlingen weten dat geluid zich voort plant door materialen heen. Kracht:
Leerlingen weten dat statische elektriciteit kracht uit oefent. Magnetisme:
Leerlingen weten dat elektrische stroom een magneetveld opwekt. De leerlingen weten ook dat een bewegende magneet stroom opwekt. Bijvoorbeeld bij een dynamo. Temperatuur:
Leerlingen weten dat sommige materialen goede warmtegeleiders zijn en dat andere materialen goed isoleren. Elektriciteit:
Leerlingen weten dat sommige materialen stroom geleiden en andere materialen niet. Verder weten zij ook dat elektriciteit gevaarlijk kan zijn. Kerndoel 40
Kinderen herkennen organismen: planten, dieren, mensen en schimmels. Deze organismen hebben verschillen functionele onderdelen. En kinderen weten dat planten veranderen met de seizoenen.

Kinderen weten dat mensen en dieren voeding nodig hebben en ruimte om in te leven. Ze weten ook dat mensen, dieren en planten zich voortplanten.

Mensen, dieren en planten moeten worden verzorgd, de omgeving levert organismen voedsel en leefruimte. Kerndoel 41
Kinderen leren de bouw van hun ledematen. Ze herkennen hun gezicht, gehoor, reuk, tast en smaak.

Kinderen merken verschillen en overeenkomsten tussen mensen.

Kinderen kennen de onderdelen van een plant: bloem, stengel, blad en wortel. Verder weten ze dat zaden ontkiemen. Kerndoel 43
Kinderen zien veranderingen in het dagelijkse weer: wind, regen, zon, wolken, hagel, mist, sneeuw en temperatuur. Kerndoel 44
Kinderen kennen verschillende materialen zoals metaal, glas, plastic, verf, hout en papier. Daarbij kennen ze ook een schaar, zaag, hamer, schroevendraaier.



Ze kunnen de stevigheid, stabiliteit en evenwicht benoemen. En ze weten dat lijm, bouten, moeren, schroeven en passend verbingen zijn. Een touw met opwindas en scharnieren kunnen nog bewegen.



Kinderen weten dat wind en water energiebronnen zijn, maar dat ze ook handmatig dingen kunnen laten bewegen.



Kleuters weten dat ze producten gebruiken zoals een tafel, stoel, pop, vlieger, takelwagen enz. Ze kunnen de kleur, vorm en materiaal benoemen. En als laatste stap kunnen kleuters de relatie vorm en functie leggen. Bv. een ronde of rechthoekige broodtrommel. Kerndoel 45

Kinderen herkennen constructies in bv een bed, toren of paasmandje. Ze weten dat je dingen kan vervoeren met een hijskraan, poppenwagen of helikopter en ze weten dat je bijvoorbeeld brood ook zelf kunt maken. Dit leren ze tevens door pictogrammen.



Kinderen spelen met blokken, lego, constructor of K'nex. Daarnaast gebruiken ze ook kosteloos materiaal. Om hiermee te werken gebruiken ze een schaar, prikpen, bakvorm of oventje.



Kinderen kunnen stapelen, evenwicht bewaren, stevigheid creeeren. Ze zorgen ervoor dat blokken in elkaar passen net als K'nex. Dit doen ze ook door lijm of tape te gebruiken bij papier.



Verder herkennen kleuters deze voorbeelden: scharnier (deur/schaar), hefboom (wip), opwinden (jojo). Ze herkennen ook dat ze kracht kunnen uitoefenen met hun eigen lichaam net als wind en water, gas en hout. Kerndoel 42 Kerndoel 42 Kerndoel 40
Kinderen herkennen delen van planten, maar ook kenmerken als vorm, kleur en geur. Ze kunnen dieren ook indelen op kenmerken zoals zoogdieren, vogels ect.

Mensen, planten en dieren hebben voedsel, water en de juiste omgeving nodig. Planten en dieren passen zich ook aan aan de seizoenen.
Daarnaast weten kinderen dat mensen en dieren planten en/of dieren eten. Kerndoel 41

Kinderen zien dat ze hun hart, longen, spieren, botten en zintuigen kunnen zien van buitenaf. Kinderen gaan ook steeds meer naar dieren kijken en kunnen de verschillen in uiterlijk en bewegingen tussen mens en zoogdier benoemen.



Kinderen leren de vormen van plantenzaden en de manieren van verspreiding. En ze leren de opbouw en uit het uitlopen van bollen en knollen.



Verder leren ze het verschil tussen eierleggende en levendbarende dieren. Kerndoel 43

Kinderen meten de windrichting, temperatuur, hoeveelheid regen en mate van bewolking. Ze leren de drie soorten neerslag.



Verder leren kinderen de verschillen in ruimte. Bv het weer aan zee en in het binnenland. En ze leren de verschillen in de tijd, seizoen veranderingen. Kerndoel 44

Kinderen leren meer materialen zoals stoffen, leer, drukinkt en elektriciteitsdraad kennen. Daarbij leren ze ook meer materialen zoals een naaimachine, boormachine, lasapparaat en citruspers.



Qua constructies leren zij verschillende profielen en de driehoek constructie kennen. Verbindingen leren zij pin/gat, genaaid en nietje kennen. Daarbij leren ze de snaar, tandwiel, hefboom en ketting. Voor deze apparaten zou je elektriciteit als energiebron kunnen zien of hout.



Kinderen leren meer producten kennen zoals het klimrek, schooltas, skelter, appelsap, maar ze leren ook meer kleuren, materialen, vormen en substanties. Kerndoel 42 Kerndoel 40
Kinderen leren planten en dieren in te delen in soorten. Bij planten delen ze dan dus in onder deze groepen: wieren, mossen, paardenstaarten, varens en zaadplanten. Kinderen kunnen eigenschappen en kenmerken van organismen koppelen aan de omgeving waar zij in staan.

Kinderen leren dat soortkenmerken worden door gegevan aan nakomelingen, dat sommige delen van het lichaam een beschermende functie hebben, sommige diersoorten gedaanten kunnen verwisselen, onderdelen van een plant kunnen uitgroeien tot nieuwe individuen en dat de vorm van verspreiding bij planten samenhangt met de omgeving.

Kinderen leren over biotopen en de aanwezigheid van planten en dieren daarin. Kerndoel 41

Kinderen leren over ademhaling, bloedsomloop, bouw van het skelet en de functie daarvan. Ze leren over verschillen tussen mensen in het functioneren van hun zintuigen. En over de verschillen in bouw tussen mens en zoogdier.



Kinderen leren over de functie van de wortel, stengel en blad van een plant. En kinderen leren over stekken van delen van een plant.



Kinderen leren dat sommige dieren een gedaanteverwisseling ondergaan tijdens de ontwikkeling. Kerndoel 43

Kinderen leren per seizoen over de windrichting, windkracht, hoeveelheid neerslag, bewolking en temperatuur. Ook leren ze over verschillende soorten wolken.



Kinderen leren over soorten klimaat in Europa. En de verschillende soorten flora en fauna in die klimaten. Kerndoel 45
Kinderen leren over de constructies van bijvoorbeeld een huis of brug. Ze leren dat boten, auto's voor knuffels en helikopters ook vormen van trasport zijn, en ze leren over de productie van kerstkransjes.

Kinderen werken met kapla, k'nex en lego education. Verder gebruiken ze kranten, stroken papier, satéstokjes, lollystokjes, meel, boter, wattenstaafjes en piepschuim. Ze leren omgaan met een nietapparaat, mixer en deegvormpjes.

Kinderen leren verder over driehoeksconstructies en profielen. Als materiaal gaan kinderen ook nietjes gebruiken, en een katrol met touw. Ze leren dat elektriciteit een energiebron is. Kerndoel 44
Kinderen leren meer materialen kennen zoals beton en polyester. Ze herkennen meer gereedschappen zoals graafmachines, schuurpapier, vijl en soldeerbout.
Daarbij leren ze dat soldeertin en een dop met schroefdraad ook verbindingen zijn.

Kinderen leren wat een sturingsmechanisme is. En dat olie, gas en de zon ook energiebronnen zijn.

Kinderen leren meer ongebruikelijke producten kennen zoals piramides, bruggen, molens, gebouwen, fietsen en auto's. Ze letten op de vormgeving en de functie daarvan bij producten zoalonderzeeërrzeeer, rollerskates en een fiets. Kerndoel 45
Kinderen leren over de constructies van bijvoorbeeld een middeleeuwse stad, kasteel of vlieger. Ze leren dat brandweerauto's en fietszitjes ook vormen van trasport zijn, en ze leren over de productie van tandpasta.

Kinderen leren dat wegwijzers en handleidingen van bouwpakketten ook vormen van comunicatie zijn.
Kinderen zijn nog steeds met lego education materiaal bezig. Verder leren ze met karton, triplex, lampjes, koperdraad en elastiek werken. Ze kunnen omgaan met een hamer en een figuurzaag.
Kinderen leren door bijvoorbeeld te werken met lego education, houtlijm en spijkers. Ze leren ook over tandwielen, ketting en snaren.

Verder leren ze dat batterijen en zonnecellen ook energiebronnen zijn. Kerndoel 40
Kinderen weten dat eigenschappen geërfd worden. En dat bloemsoorten passen bij de manieren van bestuiven.

Kinderen leren dat voedsel en water nodig zijn om energie op te bouwen en te herstellen. Ook leren kinderen dat leven in sociaal verband de levenskansen verhoogd van mensen en sommige dieren.

Kinderen weten dat micro-organismen zorgen voor gisting, bederf en vertering van dode (delen van) organismen. Ze weten dat planten, dieren, schimmels en bacterien spelen een rol in de voedselkringlopen. Kinderen weten ook dat omgevingsfactoren belangrijk zijn voor het voorkomen van organismen. Organismen vormen samen een levensgemeenschap. En als laatste weten leerlingen dat mensen gewassen en huisdieren beheren voor een bepaald doel. Kerndoel 41
Kinderen weten de werking en functie van de zintuigen, de bloedsomloop, ademhaling en voortplanting.



Kinderen weten dat er verschillen tussen mens en zoogdier zijn in het functioneren van ademhaling en voortbewegen.



Verder weten ze dat er verschillende manieren van voortplanting zijn bij planten en dieren. Bloemvormen passen bij de manier van bestuiven, en kinderen kunnen de functie van andere plantdelen benoemen. Kerndoel 43
Kinderen kunnen het verband tussen weer en seizoen, en zonnestand en temperatuur benoemen

Verder bereiden de kinderen hun kennis uit over de volgende klimaten: poolklimaat, tropisch klimaat, woestijnklimaat, hooggebergteklimaat. Kerndoel 44

Kinderen leren meer over grondstoffen in zijn algemeenheid. Robotica: computergestuurde machines en decoupeerzagen. Daarnaast verdiepen leerlingen zich in hydraulica en pneumatiek.

Producten als TV, computer, gsm en Ipod gaan een grotere rol spelen, met de handleidingen die daarbij horen. Kinderen leren over de vormgeving van bijvoorbeeld gerecycled papier en skateboards. En zien het verband tussen vorm en functie van bijvoorbeeld een vliegtuig of hagelslag. Kerndoel 45
Kinderen leren over de constructies van onder andere piramides en robotten. Kinderen zien dat een reuzenrad ook een vorm van transport is. En ze leren over de productie van zeep en haargel.



Kinderen leren dat een stoplicht of alarm ook een vorm communicatie is. Net als een etiket of vertrektijdentabel.



Daarnaast zijn Kapla en lego nog steeds goede constructiematerialen. Net als balkjes, stokjes en planken. Daarbij gebruiken ze een handboor, priem en schroevendraaiers als materialen.



Kinderen gebruiken schroeven en leren over magnetisme.
Full transcript