Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

4 HAVO Ecologie

No description
by

Martijn Bovenberg

on 9 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 4 HAVO Ecologie

4 HAVO Biologie voor jou
Hoofdstuk 6: Ecologie

Basisstof 1
Een zoetwatergebied
Een ecosysteem is een min of meer begrensde eenheid, waarin een wisselwerking tussen de verschillende factoren optreedt. Bijvoorbeld een sloot of een plas.
Kantelpunt
Kantelpunt
Kantelpunt
Basisstof 2
In de ecologie worden relaties tussen organismen en hun milieu op verschillende organisatieniveaus bestudeerd.
Je kunt vanaf verschillende niveaus naar organismen in een bepaald gebied kijken.
Een watervlo leeft in wisselwerking met de omringende biotische en abiotische factoren
Een populatie is moeilijker te herkennen, in een sloot zitten overal watervlooien! Toch is het een hechte groep met onderling verband: voorplanting, concurrentie om voedsel, soms gezamelijke verdediging of om gezamelijk een prooi vangen.
Heeft emergente eigenschappen(eigenschappen wel op populatieniveau maar niet op individueel niveau (dichtheid, geslachsverhouding, geboortecijfer etc)
Het totaal van de populaties (meerdere watervlo populaties in een meer bijvoorbeeld) in een bepaald duidelijk begrensd gebied, een meer vormt een ecosysteem, met nieuwe emergente eigenschappen, zoals biodiversiteit en complexiteit.
Alle ecosystemen samen is de biosfeer (systeem aarde)
Basisstof 3
Tolerantie: het vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te verdragen.
Verspreidingsgebied (areaal): het gebeid waar de soort voorkomt
Tolerantiegrens: een uiterste waarde waarbij individuen van de soort kunnen overleven
Beperkende factor: als een abiotische factor de tolerantiegrens overschreid
Guppy's
5
38
optimumkromme
Het klimaat: combinatie van verschillende abiotische factoren zoals temp, licht, wind en water.

Voor waterorganismen spelen andere abiotische factoren een rol dan voor landorganismen. Bijvoorbeeld, O2 gehalte, zoutgehalte, licht en stroming.
Groot gebied met hetzelfde klimaat noem je een macrokimaat. Bijvoorbeeld een regenwoud.

Binnen dit macroklimaat zijn wel plekken met totaal verschillende temp, licht, wind en neerslag.

Deze verschillen zijn er zelfs binnen een ecosysteem. Elk plekje in een ecosysteem heeft zijn eigen microklimaat
Temperatuur
Licht
Daglengte
Lucht
Water
Oppervlaktewater (rivieren, sloten, meren etc) heeft veel schommelingen in abiotische factoren, in ze is dat vrij constant.
Landplanten
Waterplanten
Waterdieren en landdieren
Bodemgesteldheid
Basisstof 4
Populatie: verzameling individuen van 1 soort in een bepaald gebied.
Er kan competitie of coöperatie optreden
Competitie om bijvoorbeeld: voedsel, partner, ruimte of licht
De best aangepaste hebben de grootste overlevingskans (natuurlijke selectie)
Verdediging territorium, meestal alleen zang
Coöperatie
Verspreidingsdichtheid
is het gemiddelde aantal individuen per oppervlakte eenheid (op het land) of per volume eenheid (in het water).
Wat zou er gevaarlijk zijn aan een te hoge dichtheid? en wat is gevaarlijk an een te lage dichtheid?
Verspreidingspatroon
Er zijn veel factoren van invloed op de populatiedichtheid. Bij sommige factoren is de invloed afhankelijk van de dichtheid. Dichtheidsafhankelijke factoren zoals predatie of ziekte. Deze beïnvloeden de populatie door negatieve terugkoppeling.
Er is een evenwichtswaarde waar de populatie rond kan blijven schommelen, het biologisch evenwicht.
Dichtheidsonafhankelijke factoren worden vaak veroorzaakt door het klimaat (strenge winter, bosbrand)
Geboortecijfer hoog (wat kan je over de soort zeggen?)
Geboortecijfer laag (wat kan je over de soort zeggen?)
Sterftecijfer hoog bij ouderen (bij de mens)
Sterftecijfer hoog bij jongeren (bij de kikker)

Ook immigratie en emigratie beïnvloeden de populatiedichtheid.
Exoten
pupulatiegroei
Basisstof 5
Symbiose = langdurig samenleven van individuen van verschillende soorten

Nijlkrokodil
Eet normaal beesten
Staat vogel toe in zijn mond rond te lopen
Krokodilvogel
Verwijdert parasieten uit mond krokodil
Verwijdert en eet voedselresten
Eet parasieten (o.a. bloedzuigers)

Mutualisme

Heremietkreeft
Wordt beschermd door stekende tentakels zeeanemoon
Zeeanemoon
Krijgt voedselresten van kreeft

Mutualisme

Mutualisme

Buffel
Laat de vogel eten
Ossenpikker
Eet teken en andere parasieten van de huid
Waarschuwt de buffel voor gevaar




Mutualisme

Buffel
Laat de vogel eten
Ossenpikker
Eet teken en andere parasieten van de huid
Waarschuwt de buffel voor gevaar




Mutualisme

Korstmossen, bestaan uit:

1) Algen
Maken organische stoffen (suikers) m.b.v. fotosynthese
2) Schimmel
Zorgt voor water en mineralen
Komt via alg aan organische stoffen




Schimmel
Levert voedingsstoffen (mineralen)
Boom
Maakt m.b.v. voedingsstoffen organische stoffen (suikers)

mycorrhiza met berk

vliegenzwam

holsteelboleet

mycorrhiza met larix

Mutualisme: mycorrhiza

Commensalisme

Clownvis
Schuilplek tussen zeeanemoon
Heeft slijmlaag tegen netelcellen anemoon
Zeeanemoon
Geen voordeel, geen nadeel

Zuigvis
Reist mee met haai

Haai
- Geen voordeel of nadeel

Commensalisme

Parasitisme

Vogellijm of maretak onttrekt water en voedingsstoffen aan de gastheer

Plantaardige parasieten

Biotoop = uniform gebied, geschikt voor bepaalde organismen bijv. naaldbos


Habitat= de werkelijke ruimte bijv. de waterkant


Niche (nis)= functionele plaats in een biotoop/ecosysteem bij. Voedsel, holen graver, roofdier etc.

Autotroof Heterotroof Heterotroof Heterotroof

Autotroof = kunnen zelf hun organische stoffen maken (fotosynthese)
Heterotroof = andere organismen nodig om aan organische stoffen te komen

Consument
3e orde

Consument
2e orde

Consument
1e orde

Producent

Voedselketen

Consument
3e orde

Consument
2e orde

Consument
1e orde

Producent

Voedselnet

ANORGANISCHE STOFFEN

AFVALETERS

CONSUMENTEN
3E ORDE

CONSUMENTEN
1E ORDE

CONSUMENTEN
2E ORDE

REDUCENTEN

PRODUCENTEN

KRINGLOOP VAN STOFFEN

Basisstof 6
Emergente eigenschap van ecosystemen zijn bijvoorbeeld: energiestromen en stofstromen.
Basisstof 7
Filmpje beagle biodiversiteit
Veranderingen in ecosystemen
Full transcript