Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Rechtsstaat en democratie

No description
by

Jeroen Hoogervorst

on 15 October 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Rechtsstaat en democratie

De Tachtigjarige Oorlog
1500
1550
1600
1650
1700
1750
1800
1850
1900
1950
2000
De politieke ontwikkeling van Nederland
1581 Placcaet van Verlatinghe
1579 Unie van Utrecht
Regeringen zijn er voor de burgers en regeringen die de rechten van de burgers vertrappen moeten verdwijnen
Vorst heeft goddelijke macht
Vorst kan niet worden afgezet
Tip
Na het afzetten van Filips II gingen
de opstandige gewesten verder als een
onafhankelijke staat
De Nederlandse Opstand
Privileges
Godsdienst
De Nederlandse
Opstand
1566 Beeldenstorm
1648 Vrede van Munster
In de Middeleeuwen hadden de graven en hertogen aan de lage adel, de steden en gewesten privileges gegeven . Dan kzij die voorrechten hadden ze allemaal hun eigen recht en bestuur
De privileges waren de rechten die in de Middeleeuwen door graven en hertogen hadden gegeven aan de lagere adel, steden en gewesten.
Dankzij die rechten hadden ze allemaal hun eigen recht en bestuur


Filips II wilde het bestuur centraliseren wat de zelfstandigheid van de gewesten en de steden beperkte.
Privileges
Filips II wilde het katholieke geloof beschermen en het protestantisme uitroeien.
Het harde optreden tegen de calvinisten in de Nederlanden viel niet goed bij de Nederlandse elite die nog grotendeels katholiek was maar streefden naar godsdienstige tolerantie
Het militaire bondgenootschap
tegen Filips II bestaande uit de
opstandige noordelijke gewesten
sprak af dat de overheid niemand
tot het geloof mocht dwingen

' gewetensvrijheid'
In de Unie zou een ieder in zijn godsdienst vrij mogen blijven en zal niemand omwille van zijn godsdienst worden vervolgd

Calvinisme werd de officiele godsdienst
Alleen leden van de calvinistische of gereformeerde kerk mochten voor de overheid werken

Katholieken
Lutheranen
Calvinisten of
gereformeerden
Getolereerd
Verboden
Gedoogd
Toegestaan
Remonstranten
Joden
Religieuze tolerantie in de Nederlanden
Niet

Macht regenten erg groot



Wel

Weinig censuur
Vrijheid vrouwen
Geen lijfstraffen personeel
Vrijheid boeren
Republiek democratisch?
Het bestuur van de Republiek
Rechtsstaat
en democratie
De democratische revolutie (1781-1813)
Tweede stadhouderloze periode (1702-1747)
machtsperiode stadhouders Willem IV en V
Pamflet "Aan het volk..'
Bataafse republiek (1795-1806)
1798
1801
1806
1810
periode Napoleon
1781
Eerste Nederlandse grondwet
1805
1813
Deelvraag 1
Hoe werkte het bestuurssysteem van de Republiek?
Deelvraag 2
Welke veranderingen vonden plaats in het Nederlandse bestuur tussen 1781-1813?
In 1702 stierf stadhouder Willem III kinderloos.
De Staten-Generaal besloot geen nieuwe stadhouder aan te stellen. De Tweede stadhouderloze periode was een feit.
26 september 1781
Joan Derk van de Kapellen tot den Pol
verspreidde een pamflet in de Nederlandse steden waarin de Nederlandse burgers werden opgeroepen zich te bewapenen en de gevestigde machthebbers af te zetten. Het volk moest zijn eigen regeerders kiezen.
Het begin van een
democratische verzetsbeweging
Verlichting
Nederlandse democraten geinspireerd door de ideeen van de
Een nieuwe kijk op de samenleving
Verlichting
Vorst heeft alle macht.....
De vorst is aangesteld door God. De gevestigde orde is namelijk ingesteld door God. God grijpt ook voortdurend in. Hij geeft de ene mens een hoge plaats en de andere een lage. Hij stuurt ziekten, rampen, oorlogen........

'God wikt en beschikt'
Tot de 18e eeuw
Vanaf de 18e eeuw
Volgens verlichte denkers:

Mens is maker eigen geluk
Maatschappij is maakbaar
Mens van nature vrij en gelijk
En dus:
Volkssoevereiniteit
Regeerders hadden macht niet gekregen van God maar van het volk
Amerikaanse revolutie (1776-1781)
Van grotere invloed op de
democratische revolutie in de Republiek
Onvrede over bestuur regenten en stadhouder
(cc) photo by medhead on Flickr
De Verlichting
De
Amerikaanse revolutie
Democratische opvattingen bleken in de praktijk te werken
want
de verloren Vierde Engelse Zeeoorlog
In 1780
Het pamflet
en de
zorgden voor de opstand van de
Patriotten
De patriotten bezetten een aantal steden via burgermilities

De arrestatie van de vrouw van stadhouder Willem V bij Goejanverwellesluis betekent de ommekeer
Zij roept de hulp in van haar broer,
de koning van Pruisen die orde op zaken stelt.
De meeste patriotten vluchten naar Frankrijk
1789
De Franse revolutie
Willem IV
Willem V
Kenmerken Nederlands bestuur tot 1775
Grote economische en politieke macht regenten
Concentratie macht bij steeds minder mensen
Macht stadhouder vergroot
Functie erfelijk
Benoemen bestuurders (regenten)
1795
Franse inval in de Republiek
1795
Franse legers veroveren de Republiek met in hun kielzog de patriotten
De Bataafse Republiek wordt gesticht
Rechten van mens en burger worden vastgelegd
Standsverschillen afgeschaft/gelijkheid voor de wet
Volledige godsdienstvrijheid
Spark
(cc) image by nuonsolarteam on Flickr
In 1798 krijgt Nederland zijn
allereerste grondwet
Hiermee wordt Nederland zowel
een rechtsstaat als
een eenheidsstaat
1801
Einde democratie door Napoleon
1805
Nederland een dictatuur
1806
Einde Bataafse Republiek
Nederland een koninkrijk o.l.v. Lodewijk Napoleon
1813

Nederland wordt bevrijd
door Britse en Russische troepen
Het koninkrijk der Nederlanden (1813-)
Deelvraag 3
Hoe werkte het Nederlandse bestuUrssysteem tussen 1813-1848 en hoe ontstond de liberale politieke stroming?
Het koninkrijk der Nederlanden
1848
In 1813 werd Nederland door toedoen van de
overwinnaars van Napoleon een koninkrijk.
Belgie en Luxemburg werden toegevoegd. Een grote staat in het noorden moest mogelijke nieuwe Franse agressie tegenhouden
Nederland wordt een
Constitutionele monarchie
Een koninkrijk met een grondwet
Koning Willem I
Ondanks de grondwet heeft de koning veel macht
Hij beslist over de
Kolonien
Defensie
Buitenlandse politiek
Financien
Koning
Eerste
Kamer
Regering
Tweede
Kamer
Leden gekozen door de
Provinciale Staten
Leden benoemd door de koning
ministers verantwoording schuldig aan de koning
ministers
1839
Afscheiding Belgie
Na 1840 groeit het verzet tegen
de grote macht van de koning bij de rijke ontwikkelde middenklasse. Er ontstond een politieke stroming onder invloed van de Franse revolutie:
de liberalen
Liberale idealen:
Economische vrijheid
Politieke vrijheid
Grondwet met daarin vastgelegd dat iedereen gelijk was
Het verzet van de liberalen
geleid door:
Johan Rudolf Thorbecke(1798-1872)
Thorbecke wilde een grotere rol van de burgerij in het politieke bestuur.
Nederland kende rond 1840 te veel economische problemen die niet konden worden opgelost met een bestuur waarin familieconnecties belangrijker waren dan capaciteiten.
Tegenstanders van de liberalen wilden de grote macht van de koning behouden. Het gewone volk behoorde daartoe. Hieruit zou een conservatieve politieke stroming ontstaan
1845-1848 slechte periode Europa
Hongersnood, epidemieen en strenge winters
Opstanden in diverse Europese hoofdsteden
Parijs, Berlijn, Wenen, Brussel en Milaan
In veel Europese landen werden door vorsten concessies gedaan aan liberalen
Ook in Nederland deed de koning, ondanks afwezigheid opstanden, concessies aan de liberalen.
Hij gaf opdracht aan Thorbecke een nieuwe grondwet te schrijven
' Ik ben in 24 uur van conservatief liberaal geworden'
Grondwet 1848
Tweede Kamer direct gekozen door de burgers
Macht ligt bij parlement en vooral bij Tweede Kamer
Ministeriele verantwoordelijkheid (aan het parlement)

Koning is onschendbaar

Censuskiesrecht

Klassieke grondrechten voor de burgers
Deelvraag 4
Wat werd in 1848 in de grondwet gewijzigd en welke rol speelde Thorbecke daarbij?
Hoe heeft het Nederlandse bestuurssysteem zich ontwikkeld tussen 1581 -1848?
Centrale vraag: Hoe heeft het Nederlandse bestuurssysteem zich in de loop der tijd ontwikkeld?
Hoe heeft het Nederlandse bestuurssysteem zich ontwikkeld tussen 1848-1919?
Hoe werkte het parlementaire stelsel tussen 1848-1919?
Veranderingen in het parlement door grondwetswijziging 1848
Voor 1848
Na 1848
Besluiten autoritair
genomen
Persoonlijke of
groepsbelangen
Belangen stad/regio
Debat van belang
Algemeen belang voorop
Besluit zonder 'last of ruggespraak'
Republiek/ periode 1813-1848
Parlementair stelsel
Tweede Kamer
liberalen
Eenzame liberaal
Protestanten
Katholieken
conservatief
Geen scherpe tegenstellingen
Geen politieke partijen
Individuele debatten
D1
D2
D3
D4
Districtenstelsel
kiesdistrict
1 kamerlid
1870
Industrialisatie
1870
Industriele samenleving
Industrialisatie
rol
gewone
man
groter
Als consument van de nieuwe massaproducten
Als producent in de opkomende industrie
Als ouder van schoolgaande kinderen
Er kwamen politici die opkwamen
voor de mensen zonder stemrecht
Er ontstonden politieke partijen
De politieke tegenstellingen werden scherper
Belang onderwijs neemt toe
Antirevolutionairen
Tegen
de
Franse revolutie
omdat het verzet tegen de gevestigde orde was
Tegen de Verlichting
omdat
daarin de mens
centraal stond en niet
God
Protestantse
politieke stroming
Bijbel richtsnoer politiek handelen
Schoolstrijd
Massamobilisatie
in de maatschappij
ARP
Liberalen bevorderden openbaar
onderwijs door overheidssteun te geven
Christenen richtten hun eigen
scholen op maar kregen daarvoor geen overheidssteun
eigen krant
eigen kerk
eigen universiteit
De staat moest Gods wil volgen
Soevereiniteit in eigen kring
Confessionalisme
Katholieken
Rerum
Novarum
Massamobilisatie
eigen krant
eigen vakbonden
eigen organisaties
eigen politieke partij
Liberalisme
Socialisme
subsidiariteitsbeginsel
RKSP
Beperkte staatsbemoeienis
Alleen maatschappelijke
organisaties helpen wanneer echt nodig
behoud arbeiders voor katholicisme
Ondanks verschillen katholieken en protestanten
meer nadruk op overeenkomsten en zelfs samenwerking
Schoolstrijd en religie
als bindende factor
Sociale kwestie
Sociale kwestie
Industrialisatie
Slechte arbeidsomstandigheden
Geen overheidsingrijpen (liberalisme)
werkloosheid
ziekte
Sociale
kwestie
Marxisme
Socialisme
in
Nederland
klassenstrijd arbeiders -bezittende klasse
omverwerping kapitalisme
en machtsovername proeltariaat
Oprichting
SDB
Pieter Jelles Troelstra
Oprichting
SDAP
Anarchisme
2
4
5
1881
Ferdinand Domela
Nieuwenhuis
De SDB
radicaliseert richting anarchisme
1894
Tegen parlementaire democratie
Tegen regels
Maatschappij ontwrichten door stakingen en revolutie
Reformisme
Sociaal-democraten
Geloof bleef in klassenstrijd
Meedoen met parlementaire
democratie voor betere
omstandigheden arbeiders
Gevolg:

Lidmaatschap politieke partij voorwaarde lidmaatschap Tweede Kamer

Partijbeginselen

Partijprogramma
1900 vier verschillende politieke stromingen:
liberalen
protestanten
katholieken
sociaal-democraten
Vanaf einde 19e eeuw kiesrechtuitbreidingen

Nationale eenheid niet verzwakt door partijvorming

Verdeeldheid over schoolstrijd nam af
Akkoord is de geschiedenis ingegaan als de

Pacificatie van 1917

De vrede en rust was hersteld
1917
1917
Grondwetswijziging

Openbaar en bijzonder onderwijs volledig financieel gelijkgesteld

Stemrecht alle meerderjarige mannen
(1919 vrouwenkiesrecht)

Districtenstelsel werd vervangen door een stelsel van evenredige vertegenwoordiging
Grondwetswijziging
1919
1945
1940
WOII
Bedreigingen
voor de democratie
SDAP wordt gewantrouwd en wordt tot 1939 buiten de regering gehouden
Overal ontstaan massale steunbetuigingen voor regering en koningin
Revolutiepoging mislukt omdat meerderheid bevolking poging niet steunt
In Rusland (1917) en Duitsland (1918) breken opstanden en revoluties uit

SDAP leider Troelstra denkt dat ook in Nederland de tijd rijp is voor een revolutie
1918 Troelstra’s vergissing
Communisme
Economische crisis 1929-1939
bedreiging democratie
Nationaal socialisme
Veel werklozen stemden op de CPN
Ideologie:
Verering Stalin
Grote bewondering voor Sovjet Unie
Communistische dictatuur enige uitweg uit crisis
Totalitaire partijen in Nederland
links
Aanhang: winkeliers, boeren en andere leden uit de middenklasse die zich bedreigd voelen
Hitler en Mussolini als grote voorbeeld
Totalitaire partijen in Nederland
rechts
Democratische partijen
bleven meerderheid houden
Verzuiling
Democratie
Totalitaire
ideologieen
Einde democratie en rechtsstaat
1940-1945
Duitse bezetting
Wederopbouw en
verzorgingsstaat
CPN was populair doordat veel communisten in het verzet hadden gezeten en door de rol van de Russen in de strijd tegen de nazi’s
Na de Tweede Wereldoorlog was kritiek op parlementaire democratie verdwenen
En de CPN bleef achter de Sovjet Unie staan terwijl veel Nederlanders door de Koude Oorlog de Russen als een bedreiging zagen
Populariteit echter van korte duur
Arbeiders kregen het al snel beter door groeiende welvaart en de opbouw van de verzorgingsstaat.
SDAP en de links-liberale partijen vormen samen de Partij van de Arbeid
Nederlandse Volksbeweging opgericht

Nieuwe politieke partij voor alle vooruitstrevende Nederlanders, dwars door alle zuilen heen
Tijdens de bezetting was het gevoel van eensgezindheid gegroeid

Sommigen dachten dat een doorbraak van de oude verzuilde verhoudingen mogelijk was→
Keert verzuiling terug na WO II?
Willem Drees (PvdA) minister- president
KVP en PvdA grootste partijen,
vormen samen een coalitie:
Rooms- Rode coalitie
Verkiezingen 1948
Mislukken doorbraakgedachte
Opbouw verzorgingsstaat en groeiende welvaart zorgde voor grote tevredenheid over gevestigde democratische orde
Voor WO II weinig
staatsbemoeienis met de
economie en ontbreken
sociale zekerheid
Opbouw verzorgingsstaat
Crisis toonde negatieve
kanten kapitalisme
Na WOII
overtuiging dat
de overheid juist wel in de economie moest
ingrijpen
Sociale zekerheid
Jaren '60
sociaal-culturele veranderingsprocessen
In de jaren ’60 ging het beter dan ooit→
Stijgende lonen → werden allerlei nieuwe consumptieartikelen van gekocht
Jaren ’60; tijd van optimisme
Geloof/ ideologie wordt
minder belangrijk
Mensen niet meer
afhankelijk van zuil
Ontstaan
consumptiemaatschappij
Opbouw verzorgingsstaat
Groeiende welvaart
Gevolgen
massamedia
ontzuiling
Toenemende kritiek op bestaande verhoudingen door:
…..en vrouwen
Confessionele partijen krijgen steeds minder stemmen
Ontkerkelijking; steeds minder mensen gaan naar de kerk
Secularisering; het geloof wordt steeds minder belangrijk
Gevolgen:
1980
oprichting CDA
KVP, ARP en CHU vormen samen een nieuwe confessionele partij→





VVD groeit door toenemende
welvaart, individualisering
en ontzuiling



Burgers eisen steeds meer inspraak en
medezeggenschap
Ook binnen PvdA eisen jongeren meer inspraak:→ Nieuw Links
Richten zich op nieuwe thema’s als milieu en de armoede in ontwikkelingslanden
1968 oprichting PPR, afsplitsing KVP
Maar ook onrust in bestaande partijen:
Directe invloed burgers
op bestuur door:
Gekozen minister-president en burgemeester
Invoering referendum
Herinvoering districtenstelsel
Ontstaan nieuwe partijen
Beslissingen worden nog altijd genomen in de Tweede Kamer en de gemeenteraad
Geen nieuwe vormen van democratie ingevoerd
Politieke stromingen zijn nog altijd hetzelfde (confessioneel-socialistisch-liberaal)
Conclusie; wat is er over gebleven van ‘Het Huis van Thorbecke?'
Deelvraag 5
Deelvraag 6
Hoe ontstonden de confessionele stromingen?
Deelvraag 7
Hoe ontstond de socialistische politieke stroming?
Deelvraag 8
Hoe kwam het algemeen kiesrecht tot stand?
Hoe hebben de rechtsstaat en parlementaire democratie zich ontwikkeld tussen 1920-1980?
Deelvraag 9
Hoe hebben de rechtsstaat en democratie zich ontwikkeld tussen 1920-1945?

Deelvraag 10
Hoe hebben rechtsstaat en democratie zich ontwikkeld tussen 1945-1965?

Deelvraag 11
Hoe hebben rechtsstaat en democratie zich ontwikkeld tussen 1965-1980?

Vrouwenkiesrecht
1810
Nederland ingelijfd
als Franse provincie
Nieuwe politieke leiders: massabewegingen

Liberalen organiseren zich ook in politieke partijen

Drie verschillende partijen: geen succes
Veel ‘nieuwe’ kiezers voelden zich thuis bij de confessionelen

Socialisten voorstander algemeen kiesrecht
Land van minderheden, dus overleg noodzakelijk

Geleidelijk groeide het idee dat
algemeen kiesrecht
onvermijdelijk was
Full transcript