Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Ecologie: Deel 3 - Leefgemeenschappen

Afbeeldingen: Biology (Campbell) 9th edition & het internet. Origineel: David Knuffke. Bewerkt door: Pascal van de Nieuwegiessen.
by

Pascal van de Nieuwegiessen

on 18 February 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Ecologie: Deel 3 - Leefgemeenschappen

Interacties in leefgemeenschappen Organisme Populatie Leefgemeenschap Ecosysteem Bioom Biosfeer Waar zijn we? Ecologie is de studie van interacties van organismen met elkaar en met het milieu.

Ecologische processen vinden op Aarde op verschillende organisatieniveaus plaats.

Elk organisatieniveau ontstaat uit de processen in het onderliggende niveau. Grote vragen: Je kunt: Hoe zijn leefgemeenschappen gestructureerd?

Hoe leiden interacties tussen soorten in een leefgemeenschap tot de kenmerken van deze leefgemeenschap? de verschillende interacties in leefgemeenschappen beschrijven en met elkaar vergelijken. Je kunt van elke interactie meerdere voorbeelden geven.

de relatie tussen diversiteit en stabiliteit van een leefgemeenscahp verklaren.

de interacties in een leefgemeenschap die bijdragen aan de trofische structuur beschrijven.

uitleggen waarom de biodiversiteit maximaal is als er sprake is van lichte verstoring.

de processen van primaire en secundaire successie uitleggen.

de effecten van biogeografische factoren op de structuur van een leefgemeenschap uitleggen. Competitie Predatie Herbivorie Symbiose Facilitatie Leefgemeenschappen karakteriseren Diversiteit Trofische structuur Effecten op diversiteit Verstoring Biogeografische factoren Een strijd tussen individuen om gedeelde hulpbronnen.

Een -/- interactie De ene soort (de predator) doodt en eet de andere soort (de prooi).

Een +/- interactie.

Predatie leidt tot vele adaptaties. Alle populaties in een afgegrensd gebied.

Eigenschappen ontstaan uit interacties tussen populaties. De ene soort (de herbivoor) eet delen van een producent (plant of alg).

Een +/- interactie

En zijn veel adaptaties in producenten geëvolueerd om herbivorie te onderdrukken. Het samenleven van twee levensvormen.

Drie belangrijke symbiotische interacties. Soorten hebben positieve effecten op andere soorten in de leefgemeenschap zonder dat ze een symbiotische relatie heben.

Een +/+ of 0/+ interactie. Tussen soorten (interspecifiek) of binnen een soort (conspecifiek). Niche: Alle interacties van een organisme met het milieu. Competitie beperkt de niche van een organisme.

Fundamentele niche: maximaal mogelijke niche.
Gerealiseerde niche: werkelijke niche. Het verwijderen van Balanus zeepokken toont het verschil tussen de fundamentele en gerealiseerde niche van Chthamalus zeepokken. Effecten van competitie Wederzijdse uitsluiting Niche diferentiatie Als twee soorten een overlappende niche hebben, dan zal de ene soort de andere soort verdrijven. Wederzijdse uitsluiting exclusie van Asterionella door Synedra (2 soorten kiezelwier) voor silica in een laboratorium cultuur. Competitie dwingt soorten met een overlappende niche zich aan te passen aan niet-overlappende niches. Niche differentiatie bij Anolis soorten. Niche shift Populaties in competitie tonen meer verschillen in adaptieve eigenschappen dan populaties die niet in competitie zijn. Niche shift in de bekhoogte van twee Geospiza soorten. Effecten van predatie Kleuring Mimicry van ... Cryptisch: Camouflage of een andere kleuring die de predator verwijdert. Aposematisch: Schrikkleur, waarschuwt de predator. Müller: Verschillende gevaarlijke (bijvoorbeeld giftige) soorten lijken op elkaar. Bates: Een onschuldige soort die een gevaarlijke soort nabootst. Effect van het aantal trichomen (haren) op herbivorie van erwtenplanten. Mutualisme Parasitisme Commensalisme een +/+ interactie een +/- interactie een +/0 interactie Zee-egel/krab Anemoonvis/anemoon Wesp/bromvlieg larve Broedparasitisme Mug/zoogdier Afrikaanse buffel/zilverreiger Nestelende vogel/boom Beide winnen! De meest algemene symbiose Is commensalisme een "mythe"? Wesp/rups Korstmossen zijn klassieke facillitatoren. Juncus is een facillitator in Noord-Amerikaanse zoutwatermoerassen. Bevers zijn "ecosystem engineers", ze creëren volledig nieuwe leefgemeenschappen door hun rol in een ecosysteem. De variatie in soorten in een leefgemeenschap.

Gecorreleerd aan de stabiliteit vsan een leefgemeenschap (diverser = stabieler).

Uitgedrukt in:
Soortenrijkdom: het aantal verschillende soorten.
Relatieve voorkomen: het aandeel van elke soort in het totaal in een leefgemeenschap. Twee hypothetische leefgemeenschappen. Welke is meer divers en waarom? De voedselrelaties in een leefgemeenschap. Wie eet wie? Voedselketen Voedselweb Een reeks levende wezens die elkaar opeten. Vele, onderling verbonden, trofische relaties in een leefgemeenschap Keystone soorten Soorten met een grote invloed op de structuur van een leefgemeenschap. Onderzoeksresultaten die suggereren dat de Pisaster zeester een keystone soort is. Onderzoeksresultaten die suggereren dat de zeeotter een keystone soort is. Trofische limieten Waarom is het aantal trofische niveaus beperkt? "Energie Hypothese":
De hoeveelheid beschikbare energie beperkt het aantal niveaus. "Dynamische Stabiliteit Hypothese":
Hoe langer een voedselketen, hoe minder stabiel. Minder energie betekent minder trofische niveaus. Hoe worden voedselketens gereguleerd? "Bottom-Up" Model:
Factoren die het aantal producenten reguleren reguleren uiteindelijk ook de hogere trofische niveaus. "Top-Down" Model:
Gedrag van predatoren reguleert de lagere trofische niveaus. Het herstel van een leefgemeenschap in Finland werd grotendeels gerealiseerd door "top-down" regulatie (het toevoegen van een vierde trofisch niveau en het verwijderen van een deel van het derde niveau). Elke gebeurtenis die de structuur van een leefgemeenschap veranderd door organismen te verwijderen of door de beschikbaarheid van hulpbronnen te wijzigen. De "Intermediate Disturbance Hypothesis": De diversiteit zal maximaal zijn in ecosystemen die licht worden verstoord. Voorbeeld:
De diversiteit van invertebraten in een Australisch wetland is het hoogst als dit gebied een lichte vorm van overstroming meemaakt. Activiteiten van de mens verhogen de verstoring in veel leefgemeenschappen.

Voorbeeld:
Een leefgemeenschap in de Golf van Mexico (boven).

Dezelfde leefgemeenschap na trawlvisserij (onder) Successie De opeenvolging van leefgemeenschappen na een verstoring. Primair Secondair Successie in een onbewoond gebied Successie in eerder bewoond gebied. Primair successie in Glacier Bay, Alaska Secundaire successie na een bosbrand. Pionier ecosysteem Climax ecosysteem Grootte gebied Evapotranspiratie Hoe groter het ecosysteem, hoe meer soorten er zijn.

Waarom? Hoe hoger de evaporatie en transpiratie, hoe meer soorten er zijn.

Waarom? Een bladluis.
Full transcript