Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hoorcollege 3, Ethiek, Wetgeving & MILIEU

Hoorcollege 3 Blok 25 EWM, enige veterinair milieukundige aspecten....
by

Boyd Berends

on 1 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hoorcollege 3, Ethiek, Wetgeving & MILIEU

Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Doorvergiftiging
Kringlopen, duurzaamheid en de
veilige bewerking van bijproducten

Hoorcollege 3, vak "Ethiek, Wetgeving & Milieu"
Boyd Berends, IRAS-VPH
ozonlaag
broeikaseffect
zure regen
vermesting
biodiversiteit
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Broeikaseffect
Kooldioxide (CO2) ca 55% v/h totaal
agrarische sector hele kleine rol:
fossiele brandstoffen en ontbossing
Methaan(CH4) ca 15% v/h totaal
agrarische sector c.a. 40%:
pensfermentatie, rijstbouw etc.
Lachgas (N2O) ca 30% v/h totaal
agrarische sector c.a. 50% N2O :
stikstof bemesting e.d.
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Broeikaseffect: Uiteindelijke totale bijdrage van de landbouw en veeteelt is circa 10%
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Zure regen
Bron: L.P.M. Lamers, Nederlands Instituut voor Biologie, 2003
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Zure regen in Nederland (RIVM, 2000):


Zwaveldioxide (SO2)ca 13% v/h totaal
Agrarische sector hele kleine rol
Fossiele brandstoffen

Stikstofoxiden(NOx) ca 20% v/h totaal
Agrarische sector hele kleine rol
Fossiele brandstoffen

Ammoniak(um) (NHx) ca 67% v/h totaal
Agrarische sector circa 80%
Bemesting bodems
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Uiteindelijke totale bijdrage van de landbouw en veeteelt aan de 'zure regen' was anno 2000
circa 50%



(was in 1989 35%: rarara hoe zit dat?)
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Zure regen & Eutrofiëring (= vermesting = overmaat aan fosfaten en nitraten):

Negatieve invloed kwetsbare ecosytemen
(vooral aquatische en op zandgronden ed.)

Afname van de Biodiversiteit
(algenbloei & vergrassing bijv.)
Mondiale milieuproblemen en de agrarische sector
Bron: RIVM; Natuur en Milieu Planbureau, 2006
Doorvergiftiging in voedselketens
Xenobiotica (Xenos = vreemd)
pesticiden, PCB’s, PAKs (bewust geproduceerd)
dioxinen (onbewust geproduceerd)

Zware metalen
Doorvergiftiging in voedselketens
Doorgifte en doorvergiftiging
Beschikbaarheid (icm opnamesnelheid)
biologisch
fysisch/chemisch

Eliminatie
weefselaffiniteit
metaboliseerbaarheid
Doorvergiftiging in voedselketens
Bioconcentratie
Weefselconcentraties > concentraties in voedsel, water etc.

Bioconcentratie/magnificatie factor: BCF (BMF) = Cweefsels/Cvoedsel of Cwater
Doorvergiftiging in voedselketens
Doorvergiftiging
Weefselconcentraties > concentraties waarbij geen effect werd gezien (NOEC)

‘Normen’ ->max toelaatbare concentraties in voedsel/water, bodem etc. -> NOEC/BCFvoedsel etc.
Doorvergiftiging in voedselketens
Overdracht chemische stoffen: organen en producten
bloedbaan
OVERDRACHT
o.a. vetrijke weefsels
Melk-klier
ovarium
Uitscheidingsorganen
gal
DIER
melk
eieren
feces
urine
(adem)
Doorvergiftiging in voedselketens (dioxinen in moedermelk)
Vroeger: Inname baby: piek 70pg TEQ/kg/dag; volwassenen in NL circa 1,2 pg TEQ/kg/dag (TDI=2); borstvoeding 20% van de lichaamslast op 70 jr oud. Nu in NL < 10 pg TEQ/g melkvet
Belasting met milieucontaminanten van grazend vee in Nederland (modelberekeningen BB)
40,1
4,1
6,1
38,7
1,8
3,6
6,7
46,0
grond
15,1
74,8
20,4
15,4
2,3
49,0
45,2
36,8
krachtvoer
40,1
20,5
73,1
43,8
95,8
47,2
47,5
16,3
ruwvoer
4,6
0,5
0,5
2,1
0,1
0,2
0,6
0,8
water
PAK
HCB
Zn
Pb
Hg
Cu
Cd
As
Procentuele aandeel in de totale belasting met contaminanten door opname via water, ruwvoer, krachtvoer en gronddeeltjes
Verwachte gezondheidsschade vee na begrazen (ondergelopen) uiterwaarden
0,17
0,15
0,04
0,04
0,54
0,53
0,50
0,48
95-perc
0,11
0,09
0,03
0,03
0,47
0,47
0,40
0,38
75-perc
0,08
0,06
0,02
0,02
0,43
0,43
0,33
0,31
Mediaan
0,05
0,05
0,01
0,01
0,39
0,39
0,28
0,26
25-perc.
0,06
0,03
0,02
0,01
0,39
0,33
0,34
0,20
Modus
0,04
0,04
0,01
0,01
0,06
0,06
0,09
0,09
sd
0,09
0,07
0,02
0,02
0,43
0,43
0,34
0,32
Gemiddeld
0,49
0,38
0,06
0,06
0,70
0,65
0,69
0,69
Maximum
0,01
0,01
0,004
0,004
0,26
0,28
0,09
0,08
Minimum
na
voor
na
voor
na
voor
na
voor
PAK
HCB
Cu
Cd
Dierveiligheidsindex (Totale opname/totale TDI):
Voedselveiligheidsindex voor en na vijf jaar continue begrazing uiterwaarden
0,062
0,054
0,033
0,033
0,29
0,28
1,49
1,42
95-perc
0,039
0,032
0,019
0,019
0,24
0,24
1,00
0,94
75-perc
0,027
0,023
0,012
0,012
0,22
0,22
0,72
0,68
Mediaan
0,018
0,016
0,008
0,007
0,19
0,19
0,50
0,47
25-perc
0,010
0,023
0,012
0,007
0,15
0,17
0,54
0,65
Modus
0,017
0,015
0,009
0,009
0,04
0,04
0,37
0,36
sd
0,030
0,026
0,015
0,014
0,22
0,22
0,78
0,74
Gemiddeld
0,175
0,157
0,064
0,069
0,38
0,37
2,87
2,70
Maximum
0,003
0,003
0,002
0,002
0,12
0,11
0,10
0,10
Minimum
na
voor
na
voor
na
voor
na
voor
PAK
HCB
Cu
Cd
Voedselveiligheidsindex van nieren (mg/kg prod.)
Mest- volks- en diergezondheidsrisico’s
Nitraat in grondwater: Nitraatrichtlijn geeft 50 mg/L als richtwaarde. Problemen vooral in zandgebieden
Mest- volks- en diergezondheidsrisico’s
Bemoeilijkte Veeteelt:

Hoog kaliumgehalte belemmert Mg opname (kopziekte)

Hoog kopergehalte kan leiden tot koperstapelingsziekte (schapen)
Grote en kleine kringlopen. Bijvoorbeeld Salmonella, Cryptosporidiën, E. coli (EHEC), Vancomycine resistente Enterococci, ESBL.........

Uitstoot diergeneesmiddelen: Vooral antibiotica, coccidiostatica, anti-parasitica, anti-helminthica....
Veiligheid mest
Kringlopen, ecologie, duurzaamheid
bijproducten
Kringlopen, ecosystemen & duurzame landbouw
Ecosystemen: Functioneel geheel van een levensgemeenschap en haar omgeving (Tainsley, 1935) .......
Basis = Autotrofe component
Verbruikers 1e orde
Verbruikers 2e orde
Ontbinders
Kringlopen, ecosystemen & duurzame landbouw
‘Sluitend’ ecosysteem: kringlopen

Energie + anorganische componenten  --> organische stof (verschillende zgn trofische niveau’s) 
dood en afbraak  anorganische componenten + Energie 

Maar: nooit sluitend qua energie..
Kringlopen in ecosystemen
Kringlopen, ecosystemen & duurzame landbouw
Landbouw-’ecosysteem’: Anorganische stoffen & (zonne) energie vastleggen en geschikt maken voor consumptie/ gebruik door de mens.

Streven/ideaal:
Zonne-energie efficiënt vastleggen in autotrofe componenten (planten) efficiënte oogst & efficiënt gebruik afvallen,
efficiënt gebruik door directe consumptie, of bij productie vdo

Thans toch veel meer ‘aftappen’ ........
Paradox moderne landbouw/veeteelt:

Hoe hoger de productie van bijvoorbeeld granen in kg/ha, hoe minder (zonne-) energetisch efficiënt

In aride en bergachtige gebieden is veeteelt ecologisch efficiënter dan gewasteelt.

In de intensieve veehouderij in NL is het gebruik van hoogwaardige granen bij pluimvee nog het minst inefficiënt .....

Geit, kip varken etc. in de derde wereld net zo ‘slecht’????
Kringlopen, ecosystemen & duurzame landbouw
Circa 1,5 miljoen ton/jaar in NL :

Slachtbijproducten (75%)
Vis-bijproducten (18%)
Kadavers (7%)

Nadelige ecologische effecten

Gevaren volks- en diergezondheid
Dierlijke bijproducten
Verwerking:
Destructie (70%)
Petfood (15%)
Pelsdieren (5%)
Export (7%)
Techn. & farmaceutische prod. (3%)
Categorie 1 en 2: naar Rendac (verplicht)
Dierlijke bijproducten
Ecologische aspecten bijproducten
Beperken schade door ecol. doelstellingen:
Preventie
Hergebruik
Energiewinning door (mede) verbranding
Stort
Dierlijke bijproducten
Ecologische doelstellingen
Preventie: minder dieren en/of minder ‘afval’

Minder dieren: overheidsbeleid niet zo goed gelukt

Minder afval: consument werkt niet erg mee
Dierlijke bijproducten
Ecologische doelstellingen
Hergebruik met behoud van :
Natieve structuur: insuline, heparine, hartkleppen
Macromoleculiare structuur: gelatines
Klein-moleculaire structuur: aminozuren (diermeel)
Atomaire structuur: meststoffen (fermentatie e.d.)

(categorie 3)
Dierlijke bijproducten
Ecologische doelstellingen
Terugwinning van de energie: productie biogas en/of (mede)verbranding
Categorie 2&3  fermentatie
Categorie 1  verbranding
Dierlijke bijproducten
Biogas uit slachtafval is haalbaar, 4/2007, Meat & Meal
              
GRONINGEN - Slachtafval is te gebruiken voor het produceren van biogas van goede kwaliteit. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van 5 grote pluimveeverwerkers in Nederland, waarvan de resultaten woensdag zijn bekendgemaakt. Tijdens het onderzoek werd bekeken of het mogelijk is een unieke bacteriepopulatie in te zetten om bijproducten van de slacht als vet, bloed en veren om te zetten in biogas.
Aan/afwezigheid schadelijke agentia
Prionen
Virussen
Bacterien
Parasieten
Microbiele toxines
Metabolieten
Residuen en contaminanten
Bijproducten – volks- en diergezondheidsrisico’s
Bepalende factoren bij eliminatie
Overlevingsmechanismen
Grootte/natieve structuur agens
Bijproducten – volks- en diergezondheidsrisico’s
Methoden van eliminatie
Hitte
Chemisch, w.o. aanzuren
Fermentatie met lactobacilli
Doorstralen
GMP & HACCP ! (o.a. preventie van proliferatie sporen of nacontaminatie door…… )
Bijproducten – volks- en diergezondheidsrisico’s
Stapeling in voedselketens en doorvergiftiging
Voorbeelden
Algenbloei
STAPELING IN DE VOEDSELKETEN
Een beter milieu begint bij jezelf!
1,5 miljoen ton =
83.000 trucks v 20 ton =
bumper-aan-bumper file
van 1666 km = afstand
Amsterdam-Rome
vlees
CFK's
Chloorfluorkoolwaterstoffen; Bevatten geen waterstof (H).
Halonen
Broom- (soms ook chloor-) en fluorhoudende koolwaterstoffen.
HCFK's
Chloorfluorkoolwaterstoffen die, naast chloor- en fluoratomen nog één of meer waterstof (H) atomen bevatten.
HFK's
Fluorkoolwaterstoffen die naast fluoratomen nog één of meer waterstof (H) atomen bevatten.
PFK's
Perfluorkoolwaterstoffen. Deze zijn meestal volledig gefluorideerd en bevatten dus geen enkel waterstofatoom.
Full transcript