Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

VWO4 Inleiding Maatschappijleer 1718

No description
by

AJ van Deutekom

on 15 September 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of VWO4 Inleiding Maatschappijleer 1718

We zien onszelf meestal als individu, uniek en onafhankelijk.

Ieder met een eigen karakter, eigen smaak, eigen talenten en meningen.
Maar we zijn helemaal niet zo heel uniek ...
Omdat mensen van elkaar afhankelijk zijn gaan ze met elkaar banden aan... ze vormen families, relaties, vriendschappen, zakelijke contacten enz. enz.

En die banden zijn natuurlijk niet helemaal toevallig, mensen zoeken naar de juiste anderen om banden mee aan te gaan... (hoe herken je die?)
Maar het is in het echt natuurlijk ingewikkelder mensen hebben niet allemaal maar één band met iemand of iets anders, maar maken onderdeel uit van een netwerk. In dat netwerk probeert iedereen zo goed mogelijk te voorzien in wat hij of zij allemaal nodig heeft.

Is het dan belangrijk dat zo een netwerk een beetje stabiel en overzichtelijk is?
Sociale cohesie
Als gezegd heeft iedereen bepaalde behoeften en die ze niet zelf kunnen inlossen, en dus ook banden met anderen en met organisaties/groepen enz.

Maar niet iedereen heeft even veel en even sterke banden. Sommige mensen zijn op allerlei manieren en heel sterk verbonden in het netwerk (de samenleving) (zoals persoon A) en sommige veel minder sterk (zoals persoon B).

Hoe sterk de banden zijn die iemand heeft en met wie hij/zij banden heeft is heel belangrijk volgens sociale wetenschappers.


Misschien is dat het best uit te leggen aan de hand van een stuk documentaire over gangs in Nederland.

Vragen bij de documentaire:

De jongens die jullie zagen hebben allemaal sociale banden. Sommige daarvan zijn heel zwak, andere zijn heel sterk.

Met welke personen/groepen hebben deze jongeren een uitgesproken zwakke band?
Leg uit!

Met welke personen/groepen hebben deze jongeren een uitgesproken sterke band?
Leg uit!

Van welke personen/groepen nemen deze jongeren het meest/makkelijkst gedrag en ideeën over? Waar zie je dat aan?
Dit heeft te maken met het begrip "normen".

Normen zijn regels die binnen groepen gelden over wat "normaal" gedrag is. Dat kunnen geschreven regels zijn; bijvoorbeeld wetten, maar ook ongeschreven regels; bijvoorbeeld ideeën over mode enz.

Iedere groep heeft zijn eigen normen, als je je er niet aan houdt zal de rest van de groep je waarschijnlijk duidelijk maken dat ze dat niet waarderen.
Noem eens een aantal normen die gelden voor de jongeren die deel uitmaken van de bloods.

Noteer bij iedere norm bij welke groep deze norm hoort en of de jongeren zich ook aan die norm houden of niet.
Sociale Ongelijkheid:
De plaats van iemand in het sociale netwerk bepaald of en in hoeverre deze persoon toegang heeft tot de voorzieningen die hij/zij nodig heeft.

Persoon A heeft in zijn/haar netwerk toegang tot allerlei belangrijke voorzieningen. Persoon B heeft veel minder toegang.
A
B
Identiteit:
In het netwerk dat ik als symbool gebruik lijkt iedereen een duidelijke en vaste plek te hebben. Dat is natuurlijk niet zo, banden met je onderhouden en je maakt steeds nieuwe banden.

Mensen willen natuurlijk invloed hebben op "bij wie ze horen", bij wie ze niet horen en misschien ook bij wie ze willen horen. Ze laten dus zien we ze zijn, maar ook wat anderen aan ze hebben. Op die manier kan je sturen wat jouw plaats in het netwerk is en wordt.
Iedere groep kampt met het probleem (is dat eigenlijk wel een probleem?) dat sommige mensen zich niet aan de normen houden.

Dat heeft er volgens sociale wetenschappers (onder andere) mee te maken dat niet iedereen even goede banden met iedere groep heeft.

Hoe sterker de banden van iemand met een bepaalde groep, hoe groter de kans dat hij/zij zich aan de normen van die groep houdt.

Opdracht:

Lees het artikel en noteer:

wat de norm is die besproken wordt
wat de betrokken groepen zijn die genoemd worden
welke groepen wel en welke groepen niet bijdragen tot het naleven van de besproken norm
leg uit waarom de band met sommige groepen wel zorgt dat mensen de norm naleven
leg uit waarom de band met andere groepen er juist niet voor zorgt dat mensen de norm naleven
de onderzoekers zeggen dat ze leerlingen kunnen indelen in groepen die een sterke band met hun ouders en leraren hebben en leerlingen die dat juist niet hebben. Hoe zouden ze dat hebben kunnen meten?

Toegang tot allerlei voorzieningen is belangrijk omdat alle mensen bepaalde behoeften hebben waarvoor die voorzieningen nodig zijn.

Het is echter duidelijk dat niet iedereen even makkelijk van alles in de samenleving gebruik kan maken. Er zijn verschillen tussen mensen, of misschien wel tussen groepen mensen.

Die verschillen noemen we
sociale ongelijkheid
.
Denk hierbij aan verschillen in:
- Welvaart
- Macht/invloed
- Status
- Opleiding/kennis
- Gezondheid
- Privileges

Belangrijk daarbij is de vraag "hoe komt dat verschil?" Ligt dat aan de mensen zelf, omdat sommige mensen slimmer, sterker, beter zijn dan anderen en harder werken. Of ligt dat aan de samenleving? Kan het zijn dat iemands plaats in het netwerk bepaald welke kansen hij/zij heeft?
Kijk eens naar de tabel hiernaast, door de crisis is de werkgelegenheid voor iedereen gedaald, maar zijn de groepen die genoemd worden op een gelijke manier getroffen of niet?
Ga je ervan uit dat verschillen tussen mensen vooral door die mensen zelf veroorzaakt worden, dan vindt je het waarschijnlijk belangrijk dat mensen
eigen verantwoordelijkheid
krijgen om iets goeds (of slechts) van hun leven te maken.

Wat zou de overheid dan moeten doen t.a.v. de verschillen tussen mensen?
Wanneer je ervan uit gaat dat het juist hun plek in het netwerk is dat de kansen van mensen bepaald, dan vindt je het waarschijnlijk logisch dat die mensen geholpen moeten worden een meer
gelijkwaardige
positie te bereiken.

Wat moet de overheid dan doen?
Begrippen als "eigen verantwoordelijkheid" en "gelijkwaardigheid" uitgangspunten of principes die bepalen wat mensen nastrevenswaardig vinden in de samenleving. Dit noemen we
waarden
.

Waarden zijn:
- Abstract
- Niet gericht op eigenbelang
- Voor lange termijn
Waarden en normen hebben veel met elkaar te maken. Waarden zijn de abstracte ideeën over hoe wij willen dat de samenleving eruit ziet, normen zijn de praktische afspraken over hoe we dat gaan invullen.

Waarden botsen met elkaar, mensen die eigen verantwoordelijkheid belangrijk vinden nemen andere beslissingen dan mensen die gelijkwaardigheid belangrijk vinden, beslissingen die niet samen kunnen.
We bekijken een stuk van deze documentaire:

De documentaire heet "age 7 in America". Een aantal kinderen van zeven jaar oud wordt gevolgd in hun dagelijks leven. De bedoeling is om dezelfde kinderen om de zeven jaar op te zoeken om te kijken hoe zij zich ontwikkelen. Dit was de eerste aflevering.

Beschrijf in maximaal een A4tje:
Opsturen naar dtk@wiringherlant.nl


Vindt jij dat er tussen deze kinderen sprake is van grote of kleine (sociale) ongelijkheid en waar je dit aan kan zien. (Hebben alle kinderen vergelijkbare mogelijkheden om in hun belangen te voorzien of zijn er grote verschillen?) Wat zijn hier de oorzaken van?
Als jij een “Age 7 in Nederland” zou moeten maken en dus kinderen moest zoeken met heel verschillende achtergronden die samen een beeld geven van hoe opgroeien in Nederland "is", welke “groepen” kinderen zouden er dan in moeten zitten? (noem er acht…)
Zullen de verschillen tussen de kinderen in Nederland groter of kleiner zijn dan de verschillen tussen de kinderen die jij zojuist gezien hebt?
Vermoedt je dat de ongelijkheid uit de documentaire tijdelijk is (dus niets zegt over de toekomst van de kinderen) of structureel (dus dat de huidige verschillen ook in de toekomst zullen blijven bestaan). Leg uit.
Kan je aan de hand van de documentaire iets zeggen over de sociale banden van deze kinderen? Met wie hebben ze wel banden? Met wie niet? Hoe sterk zijn die banden?
Wat betekent dit voor de normen die zij wel of niet naleven?
Maatschappijleer:

Vijf onderwerpen:
Uitgebreide inleiding
Parlementaire Democratie
Rechtsstaat
Verzorgingsstaat
Pluriforme Samenleving


PTA
SE
toetsen/essays/po's

Actualiteitsopdracht
Het netwerk waar we deel van uitmaken bestaat uit veel meer mensen dan we kunnen kennen, maar toch is het belangrijk om op de juiste plek in dat netwerk terecht te komen, de mensen te vinden die bij jou passen.

Hoe doe je dat?
JIJ
JIJ
Je gaat in je leven om met heel veel verschillende mensen, die je moeilijk individueel kan kennen.
JIJ
Het is makkelijker om ze samen te voegen in categorieën, of groepen; mensen met grofweg dezelfde eigenschappen dus. Dan weet je waar je aan toe bent.
JIJ
En hoe verder een groep mensen van je af staat (hoe minder je met ze te maken hebt, hoe vager je beeld van ze wordt, je gaat steeds meer generaliseren.
JIJ
Overigens worden mensen zelf ook graag in zo'n hokje gestopt, want je wil natuurlijk ook dat mensen herkennen wie "jij bent".
Stereotypen
Karl Marx is bekend als de grondlegger van het communisme.
In een tijd waarin de economische verschillen tussen de fabriekseigenaren en hun werknemers enorm groot waren, dacht hij na over gelijkheid en ongelijkheid.

Hij ging er vanuit dat iedereen beslissingen nam op basis van wat hen zélf het best uitkwam, hun eigen
belang
dus.

De belangen van de mensen met het meeste
invloed
zullen dus altijd voorrang krijgen boven die van mensen met minder invloed. Als die belangen niet samen gaan (belangen kunnen net als waarden botsen), dan hebben de mensen met minder invloed pech....

Tenzij....?


Een belang is iets waar je zelf direct voor- of nadeel bij hebt.

In tegenstelling tot een waarde is het dus:

Iets op korte termijn
Iets van jezelf of jouw groep
Heeft het vaak met geld/tijd/macht te maken
Iets concreets
Invloed is jouw vermogen om het gedrag van anderen te veranderen. (Dus om mensen iets te laten doen dat ze uit zichzelf niet gedaan zouden hebben).
Je kan mensen dwingen iets te doen, dan oefen je macht uit.
Maar soms volgen mensen iemand omdat ze overtuigd zijn dat deze persoon goede, terechte, nodige, beslissingen zal nemen. Dan wordt die persoon gezag toegekend.
OPDRACHT
Macht of gezag:

1. De FIFA laat zich door oud-voetballers adviseren over nieuwe spelregels rondom buitenspel
2. Een leraar stuurt leerlingen er bij iedere piep direct uit
3. De overheid stuurt een politiemissie naar Kunduz
4. De politie ontruimt een kraakpand
5. De burgemeester van Kerkrade verbiedt de bekerfinale voor jeugdteams
6. Een leraar bij wie het automatisch stiller is dan bij de andere leraren.
In het begrip identiteit worden sociale cohesie en sociale ongelijkheid samengebracht. Er wordt mee aangegeven wie bij de "wij" groep hoort en wie bij de "zij" groep hoort (sociale cohesie), maar ook dat/waarom "wij" béter zijn dan "zij" (en dus andere rechten zouden moeten hebben (sociale ongelijkheid)).
Door middel van identiteit (laten zien wie je bent) geeft een groep dus eigenlijk aan wat ze "belangrijk" en "goed" vinden (hun waarden dus) en hoe iemand zich zou moeten gedragen (welke normen gelden).
Waarden en normen hebben dus met elkaar te maken. Een waarde is een idee, iets dat je belangrijk kan vinden, maar niet kan doen, zoals vrijheid (hoe "doe" je vrijheid?).

Normen zijn de afspraken van welk gedrag bij dat idee horen.

Waarde: Norm:

Vrijheid
Je mag niet zonder eerlijk proces opgesloten worden.
Dat idee komt van deze man:
Emile Durkheim.

Hij "ontdekte" dat het aantal zelfmoorden steeg naar mate een samenleving moderniseerde.

Zijn conclusie was dat eigenlijk iedere groep als norm heeft dat zelfmoord afgekeurd wordt, maar dat er in moderne samenlevingen steeds meer mensen waren die niet voldoende verbonden waren in een groep om die norm ook daadwerkelijk na te leven, waardoor het aantal suïcides volgens hem steeg.

Dat onderbouwde hij door te kijken naar mensen met "zwakke" banden, zoals
- alleenstaanden
- werkelozen
- atheïsten
...
...

Voorstellen....
Moeten mensen zich aanpassen aan wat de meerderheid in een land "normaal" vindt (zoals hier in Rusland, dat homoseksualiteit slecht is), of moeten mensen altijd zichzelf kunnen zijn?

Aanpassen Zichzelf zijn
Invloed
:

De mogelijkheid om het gedrag of de mening van anderen te veranderen
(of de kans daarop).

Maatschappijleer gaat over het maken van keuzes...

en dus over de invloed die jij kunt uitoefenen, of die op jou wordt uitgeoefend.
Eerste portfolio-opdracht:

Verzin zelf een experiment waarmee jullie kunnen testen of mensen zich door groepsdruk laten beïnvloeden en dat op school uit te voeren is. Het moet natuurlijk respectvol en veilig blijven...

Voer het experiment daarna ook daadwerkelijk uit en leg in je portfolio vast of het experiment succesvol was of niet, waarom wel of niet. Voeg foto's bij!

In je portfolio komt:
- Het plan met onderbouwing
- Verslaglegging van uitvoering
- Conclusies inclusief kritiek

Invloed heeft (vaak/meestal) te maken met afhankelijkheid.

Mensen die ons iets kunnen geven dat wij nodig hebben/willen kunnen ons beïnvloeden, juist omdat we afhankelijk van ze zijn.

Waarvoor ben je van anderen afhankelijk?
...
...
...
Hoe sterker de banden van iemand met een bepaalde groep, hoe groter de kans dat hij/zij zich aan de normen van die groep houdt.

..............................................................................................................................

Jongeren met een sterkere band met ouders en/of leerkrachten zullen gemiddeld minder vaak spijbelen dan jongeren met een zwakke band met ouders en/of leerkrachten

...............................................................................................................................

Jongeren waarvan de ouders gescheiden zijn zullen gemiddeld vaker spijbelen dan kinderen waarvan de ouders samen zijn.
Hoe sterker de banden van iemand met een bepaalde groep, hoe groter de kans dat hij/zij zich aan de normen van die groep houdt.

..............................................................................................................................

Jongeren met een sterkere band met andere leerlingen zullen gemiddeld even vaak spijbelen als leerlingen met een zwakkere band met andere leerlingen.
Hoe je met verschillen in de samenleving om gaat heeft vooral te maken met hoe je naar die samenleving kijkt. Zie je de samenleving vooral als een verzameling individuen die proberen er het beste van te maken voor zichzelf en dus altijd in concurrentie met elkaar zijn? Of zie je mensen meer als onderdeel van een gemeenschap die er gezamenlijk voor moet zorgen dat het met een ieder goed gaat?
Hoe zou je bijvoorbeeld kunnen onderzoeken of mensen van nature
sociaal
zijn (en dus om elkaar geven en elkaar willen helpen) of juist
individualistisch
(dus vooral keuzes maken om er zelf beter van te worden)?
Je kunt dus denken dat mensen van nature sociaal zijn, elkaar willen helpen en vinden dat andere mensen het verdienen geholpen te worden.
Of dat mensen van nature individualistisch zijn, uit zullen zijn op eigenbelang en steeds met elkaar in concurrentie zijn.
In dit geval ontstaat grote ongelijkheid doordat de samenleving blijkbaar niet helemaal klopt en het foute in mensen naar boven haalt.
De oplossing is dan dus om de samenleving te veranderen op zo een manier dat mensen wel weer aangemoedigd worden elkaar te steunen.
In dit geval is grote ongelijkheid eigenlijk helemaal geen probleem. Mensen horen immers voor zichzelf te zorgen en degene die dit het best doet verdient daarvoor ook de grootste beloningen.
Als voor jezelf opkomen en met anderen concurreren juist heel normaal is dan heb je juist heel veel vrijheid en zelfstandigheid nodig, want als je dan mensen gaat helpen zullen ze er niet beter van worden, maar alleen van profiteren.
Naast de vraag of mensen uit zichzelf sociaal of individualistisch zijn, is ook de vraag of mensen van nature gelijkwaardig (anders, maar even goed) of ongelijkwaardig (anders, de één heeft meer capaciteiten dan de ander) zijn van belang.
Sociaal
Gelijkwaardig
Individualistisch
Ongelijkwaardig
Mensbeeld

Waarden

Normen

Problemen

Oplossingen

http://www.vox.com/2016/6/6/11852640/cartoon-poor-neighborhoods
Waar gaat deze foto over?
Wel aanvallen
Niet aanvallen
Wie is deze man?
Verplicht Wilhelmus leren

Niet verplicht Wilhelmus leren

Waar gaat deze tekening over?
Klimaat is belangrijker
dan economie
Economie is belangrijker dan klimaat
Een menselijke samenleving lijkt in veel opzichten op bijvoorbeeld een bijen kolonie. Het is een
netwerk
, waarin
gecommuniceerd
wordt,
regels
gelden en
taken
verdeeld worden.
Het verschil is dat bijen alleen interacteren met andere bijen uit dezelfde kolonie, terwijl mensen banden aangaan met mensen die zij helemaal niet kennen en met ideeën die zij zelf verzonnen hebben.
- landen
- geld
- bedrijven
Op welke manier oefent Noord Korea invloed uit op de rest van de wereld?

Wat willen zij bereiken met deze invloed?

Wat zijn "onze" opties om de invloed van Noord Korea te verkleinen?
Wie wij als individu zijn wordt dus (mede) bepaald door wie invloed op ons uit kan oefenen, en dus door van wie we afhankelijk zijn.
Een groep mensen die onderling afhankelijk zijn en met elkaar banden hebben noemen we een samenleving.

Wat is dan dus de kleinste samenleving?
A
B
A
B
Sociaal kapitaal helpt iemand vooruit, wist heer Bommel al. Toch zijn er ook nadelen.


In de strips van Marten Toonder is het bezoeken van de Kleine Club een van de eerste dingen die heer Olivier B. Bommel steeds weer doet als de problemen hem boven het hoofd dreigen te groeien. Daar treft hij de andere notabelen van Rommeldam, en hij vertrouwt erop dat de leden van de Kleine Club het aan hun stand verplicht achten hem met raad en daad bij te staan. Dit soort old boys networks functioneert niet alleen door de gezelligheid, het samen weten te waarderen van een goed glas wijn. Ze kunnen ook als een krachtig selectiemechanisme werken bij stijging en daling op de sociale ladder. Met sociaal kapitaal wordt geduid op zulke sociale netwerken, en de normen en het vertrouwen die mensen op basis hiervan ontwikkelen. Sociaal kapitaal kan als middel fungeren om maatschappelijke ambities te verwezenlijken en als hulpbron bij het zoeken naar oplossingen voor gezamenlijk ervaren problemen.

Er zijn nog wel meer illustraties te geven van de effecten van sociaal kapitaal. Zo hebben Joodse diamanthandelaren in Brooklyn en Antwerpen de kosten van hun transacties door de jaren heen laag weten te houden doordat zij onderling nauwe culturele, religieuze en familiebanden onderhielden. Het vertrouwen dat zij daardoor in elkaar stelden en de veilige omgeving die dat opleverde, drukten de kosten van complexe contracten, verzekeringen en rechtsbijstand aanzienlijk. Eventuele kortetermijnvoordelen, verkregen door oneerlijke praktijken, werden tenietgedaan door uitsluiting zodra je slechte naam in deze netwerken werd rondgepraat. Een ander voorbeeld zijn de onderwijsprestaties van uw kind. Die zijn niet alleen afhankelijk van zijn of haar talent en de inzet van leerkrachten. Wat ook een rol speelt, is het sociaal kapitaal waarover uw kroost en u beschikken: de relaties met medeleerlingen, de betrokkenheid van u en andere ouders bij de school, en de sociale contacten tussen ouders, leerlingen en docenten.
Bij alle positieve gestemdheid over het begrip sociaal kapitaal passen wel een paar kanttekeningen. Om te beginnen geldt voor sociaal kapitaal wat ook voor financieel kapitaal geldt: het is ongelijk verdeeld – tussen samenlevingen en gemeenschappen, tussen sociale milieus en individuen.

In de tweede plaats bestaan er verschillende typen van sociaal kapitaal. Bekend is het onderscheid van de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam tussen samenbindend sociaal kapitaal (bonding social capital) en overbruggend sociaal kapitaal (bridging social capital). Bij de eerste variant gaat het om sociale netwerken van mensen die op elkaar lijken: hier geldt het aloude soort zoekt soort. Typische voorbeelden zijn de old boys networks die al ter sprake kwamen, organisaties van plattelandsvrouwen en migrantenorganisaties. Ook bij oude volksbuurten, de harde kern van supportersclubs en zogenoemde zwartekousenkerken is traditioneel veel samenbindend sociaal kapitaal aanwezig. De hoeveelheid overbruggend sociaal kapitaal is er veel geringer. Overbruggend sociaal kapitaal heeft betrekking op sociale relaties tussen mensen die juist in allerlei opzichten van elkaar verschillen. Voorbeelden zijn de oude volkskerken, de Rotary-afdelingen en veel open internetcommunity’s, waar vogels van uiteenlopende pluimage elkaar treffen.

In de derde plaats zijn de effecten van sociaal kapitaal niet per definitie heilzaam. Samenbindend sociaal kapitaal kan leiden tot het stellen van buitensporige eisen aan de groepsleden, die hun vrijheid sterk beknotten, zoals bij sekten en extremistische politieke bewegingen. Het kan economische groei belemmeren doordat het aanzet tot lobbyen met slechts oog voor de belangen van de eigen groep, het kan verbonden zijn met allerlei vormen van vriendjespolitiek en mensen zeer tot hun nadeel afsnijden van maatschappelijke ontwikkelingen en informatiestromen. Verder kan het gepaard gaan met een schaduwwereld waarin gedragsregels gelden die op gespannen voet staan met die van de rest van de samenleving. Een klassiek voorbeeld is de maffia.

Over de hoeveelheid en het soort sociaal kapitaal waarover moderne westerse samenlevingen beschikken, wordt druk gedebatteerd in de sociale wetenschappen. Putnam is op dit punt uitgesproken pessimistisch. Al decennialang ziet hij in de Verenigde Staten het sociaal kapitaal in al zijn verschijningsvormen afnemen, uitgedrukt in de metafoor dat de Amerikanen steeds vaker alléén bowlen in plaats van in verenigingsverband. Voor ons land beschikken we alleen over goed vergelijkbare gegevens voor de afgelopen decennia. Die wijzen niet op een algemene sterke erosie van sociaal kapitaal. Wel op teruggang binnen bepaalde sectoren en op specifieke kenmerken.
Full transcript