Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Passend Onderwijs

No description
by

Jos van der Woude

on 17 September 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Passend Onderwijs

Passend Onderwijs
Wat is passend onderwijs?
Passend onderwijs is het stelsel van voorzieningen dat het voor elke leerling mogelijk gaat maken optimaal onderwijs te genieten met alle ondersteuning die
daarbij geboden kan worden

Scholen gaan samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden.
In het samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt hoe extra ondersteuning aan leerlingen wordt gegeven.
Alle scholen hebben een eigen ondersteuningsprofiel
Dit beschrijft welke ondersteuning de school kan bieden aan leerling en welke expertise daarvoor nodig is.


Hier staat in:
wat bieden alle scholen in SWV aan ondersteuning
hoe ondersteuning wordt geregeld
indicatie voor speciaal onderwijs
Het profiel wordt opgesteld door leraren,
schoolleiding en bestuur.

Leraren en ouders hebben adviesrecht: inspraak op het profiel via de medezeggenschapsraad van de school
Tijdpad invoering passend onderwijs
Samen met ouders moeten scholen naar passend onderwijs zoeken voor kinderen met een handicap of stoornis
Landelijke indicatie cluster 3 & 4 vervalt
Rugzakjes worden afgeschaft
Meer informatie?
www.passendonderwijs.nl
www.ecpo.nl
Wat doet een samenwerkingsverband? (SWV)
daarnaast..
Per school een ander ondersteuningsprofiel. (bijvoorbeeld focus op hoogbegaafdheid of dyslexie)
Afspreken hoe extra zorg aan leerlingen wordt georganiseerd
Verdelen van het beschikbare geld
Indiceren SVO, cluster 3 en 4
Landelijke indicatie cluster 3 & 4 wordt afgeschaft
valt buiten stelsel passend onderwijs
Situatie vóór passend onderwijs
Met rugzakje deelnemen aan regulier onderwijs
In de huidige situatie wordt onderscheid gemaakt tussen lichte ondersteuning en zware ondersteuning. Sinds de invoering van de leerlinggebonden financiering in 2003 kunnen leerlingen die zware ondersteuning nodig hebben met een leerlinggebonden financiering (lgf) – het zogenaamde ‘rugzakje’ – deelnemen aan het regulier onderwijs. De plaatsing in het (voortgezet) speciaal onderwijs of het krijgen van een rugzak is geregeld via landelijke vastgestelde voorwaarden – de ‘landelijke indicatiesystematiek’.
Lichte ondersteuning
In de huidige situatie werken scholen voor voortgezet onderwijs samen in 83 samenwerkingsverbanden. Hierin neemt ten minste 1 school voor praktijkonderwijs deel en 3 scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs. Op dit moment zijn scholen voor havo en vwo niet verplicht om aan te sluiten bij een samenwerkingsverband, maar in de praktijk is dit – op een uitzondering na – wel het geval.
Zware ondersteuning
De scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs zijn verdeeld in 4 clusters:

cluster 1: leerlingen met een visuele beperking

cluster 2: leerlingen met een auditieve beperking en leerlingen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden

cluster 3: leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking en langdurig zieken

cluster 4: leerlingen met een psychiatrische en/of een gedragsstoornis

Regionale expertisecentra
De scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs werken, met uitzondering van cluster 1, samen in 34 regionale expertisecentra. Elk regionaal expertisecentrum heeft een commissie voor de indicatiestelling die volgens landelijk vastgestelde indicatiecriteria toetst of leerlingen toelaatbaar zijn tot het (v)so. Een positieve indicatie geeft ook de mogelijkheid tot inschrijving bij een reguliere school met een leerlinggebonden budget (rugzakje). Voor elke leerling met een indicatie volgt een hogere bekostiging, in de vorm van de hogere bekostiging van het (v)so of in de vorm van het rugzakje voor regulier onderwijs.

Knelpunten huidige systeem
Lichte en zware ondersteuning zijn naast elkaar georganiseerd en kinderen vallen tussen wal en schip
In het huidige systeem krijgen kinderen een indicatie voor lichte of zware ondersteuning. Daarvoor lopen verschillende procedures naast elkaar. Vervolgens moeten ouders zelf nog op zoek naar een geschikte school en dat is niet eenvoudig. Jaarlijks zitten hierdoor zo’n 2.500 leerplichtige kinderen ten minste 4 weken thuis.
Het systeem is complex en bureaucratisch
Op dit moment zijn in elke gemeente 5 tot 14 samenwerkingsverbanden actief. Elk samenwerkingsverband heeft een eigen indicatiesystematiek. Hierdoor moeten ouders verschillende procedures doorlopen als hun kind eerst lichte ondersteuning en daarna zwaardere ondersteuning nodig heeft. Daarnaast is het aanvragen van een indicatie voor zowel scholen als ouders erg arbeidsintensief en zijn de doorlooptijden lang.
Sterke groei van het aantal leerlingen (v)so en met een rugzak en druk op de duurste voorzieningen
Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs of met een rugzak is sinds 2003 – tegen de verwachting in – sterk toegenomen: in het (v)so is het aantal leerlingen gestegen van circa 55.000 naar 69.000. Het aantal leerlingen met een rugzak is gestegen van 11.000 naar 39.000. Uit onderzoek blijkt dat er meerdere oorzaken zijn om de groei te verklaren. Enkele verklaringen zijn: stoornissen worden eerder herkend door betere diagnostiek. Ook de definities van sommige stoornissen zijn verruimd. Daarnaast stelt de samenleving hogere eisen aan jongeren en zijn mensen beter bekend met bestaande regelingen. Volgens het CPB heeft de groei van leerlingen die speciaal onderwijs volgen te maken met de inrichting van het huidige systeem. Dit is zo ingericht dat scholen en leerlingen weinig belang hebben bij het kiezen van een goedkope(re) voorziening.

De ondersteuning op school is onvoldoende afgestemd op het brede (jeugd)zorgdomein
De voorzieningen voor extra ondersteuning in het onderwijs en het bredere (jeugd)zorgdomein zijn niet goed op elkaar afgestemd. Leraren, zorgcoördinatoren en hulpverleners in de zorg werken wel steeds meer samen, maar de systemen zijn naast elkaar georganiseerd.
De kwaliteit van het onderwijs is vaak onvoldoende en veel leraren hebben onvoldoende ervaring met leerlingen die een specifieke onderwijsbehoefte hebben
Ongeveer een kwart van de scholen voor speciaal onderwijs staat onder verscherpt toezicht van de inspectie. Door de snelle groei die het speciaal onderwijs heeft doorgemaakt, is de kwaliteit onder druk komen te staan. In het regulier onderwijs vinden leraren het vaak moeilijk om met leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte om te gaan en het onderwijs af te stemmen op verschillen in de klas. Vaak worden oplossingen buiten de klas gezocht.
Beelden passend onderwijs
Voorbeelden uit de klas
Klassenmanagement:
http://www.leraar24.nl/video/1504

Opbrengstgericht werken:
http://www.leraar24.nl/video/1735

Goochelen met aandacht:
http://www.leraar24.nl/video/1525/

Rapport ECPO 2011
Een tweede verklaring voor de relatief grote omvang van het speciaal onderwijs in Nederland
verwijst naar een dynamiek tussen: grote en groeiende verschillen tussen leerlingen;
het onvermogen van leraren in het reguliere onderwijs om effectief met die verschillen om
te gaan (push); en de aanwezigheid van een legitiem alternatief (pull). Die dynamiek ziet er
op het micro-niveau van de klas ongeveer als volgt uit:

Als de variëteit aan prestaties van leerlingen binnen de klas groter is dan wat de leraar kan
behappen, komt de leerling die de meeste aandacht vraagt op de nominatie voor doorverwijzing
naar het speciaal onderwijs. Het doorverwijzen van deze leerling is aantrekkelijk omdat het de
leraar en de school in het reguliere onderwijs een homogenere en beter presterende klas oplevert.
Waarna logischerwijs een andere leerling binnen de klas relatief de meeste aandacht vraagt.

En zo voorts. Zie:
http://www.ecpo.nl/nl/p4e3ab11e2dd70/publicaties-ecpo.html
Rapport ECPO 2011
Hoewel ouders desgevraagd consequent aangeven de kwaliteit van een school het zwaarst te
laten wegen in hun keuze, blijken daadwerkelijke keuzes van ouders het best te voorspellen
op basis van de positie van een school in de lokale hiërarchie.

Kort gezegd: hoe hoger de begaafdheid van leerlingen, hoe hoger het opleidingsniveau van ouders,
hoe groter het aandeel blanke leerlingen, en hoe kleiner het aandeel leerlingen met leer- en met
name gedragsproblemen, hoe hoger de positie van de school in de lokale hiërarchie van scholen.

Scholen hebben een groot belang om hun positie in de lokale hiërarchie te behouden en te
verbeteren.

Tegen deze achtergrond is – op z’n minst – terughoudendheid van scholen te verwachten
bij het opnemen van (meer) zorgleerlingen binnen reguliere settingen. Gegeven die context is het waarschijnlijk aantrekkelijker voor schoolbesturen, scholen én leraren om speciale voorzieningen
te creëren die los staan van reguliere klassen en mogelijk ook van reguliere scholen.
Macro perspectief
Wet kwaliteit (v)so (2013: opbrengstgericht, doorstroomprofiel)
Passend Onderwijs (2014: zorgplicht, zorgbudget naar SWV)
Jeugdwet (2015: gemeente krijgt centrale regie)
Lerarenregister (nu al, vanaf 2017 ws. verplichte registratie)

Alle financiële open einde regelingen zijn eruit
Zoveel mogelijk gedecentraliseerd
Overal wordt eigen verantwoordelijkheid uitgangspunt
Invulling van het "wat" en het "hoe" wordt open gelaten
Micro perspectief (ECPO 2012)
Leraren hebben alleen een globale indruk van passend onderwijs: maatwerk en ‘dat doen we al’.
Leraren zien voor passend onderwijs geen noodzaak; als het dan toch moet: er zijn grenzen aan wat de school en de leraar aan kunnen.
Leraren ervaren zorgleerlingen als een belasting, in en buiten de les.
Leraren erkennen dat ze vaardigheden missen, maar ze benadrukken dat niet alleen vaardigheden maar ook klassengrootte en ondersteuning bepalen hoeveel zorgleerlingen ze aankunnen.
Leraren ervaren een permanente prestatie- en verantwoordingsdruk van de Inspectie, ouders en media. Deze prestatie-eisen ervaren leraren als strijdig met de nieuwe eis om zorgleerlingen binnenboord te houden. (Bron: ECPO 2012)
Al met al is de kans groot dat Passend onderwijs het al decennia lang nagestreefde doel van meer gedifferentieerd lesgeven in het reguliere onderwijs weer niet zal realiseren (Sietske Waslander in ECPO rapport 2011)
Meso perspectief (ECPO 2012)
Scholen moeten het in hun samenwerkingsverband eens gaan worden over de invulling van de zorgplicht (waar gaan de zorgleerlingen heen?) en de verdeling van het zorgbudget. Bij het eerste staat imago van scholen op het spel, bij het tweede geld. Scholen staan in concurrentieverhouding tot elkaar, hoe gaan zij over deze zaken overeenstemming bereiken?
We moeten dan ook niet verbaasd zijn als de komende tijd veel bestuurlijke drukte ontstaat op het regionale niveau van samenwerkingsverbanden.
Te verwachten ontwikkelingen zijn die van zorgspecialisatie van scholen (verdeling van soorten zorgleerlingen over scholen) en opvang boven de klas, niet in de klas. Dit past bij de voorkeur van het voortgezet onderwijs om te selecteren en te homogeniseren.
Regionale verantwoordelijkheid gaat leiden tot regionale verschillen in zorgaanbod. Ouders zullen dat ervaren als rechtsongelijkheid. Het is de vraag of de politiek regionale verschillen op de langere termijn zal respecteren.
Challenging the system
Passend onderwijs en Toezicht
Inspectie
Inspectie heeft apart toezichtkader ontwikkeld voor samenwerkingsverbanden in PO en VO (toezichtkader Passend Onderwijs, juli 2013):
naleving wettelijke voorschriften
risicogestuurd toezicht
onderwijs, zorgplicht en samenwerking
Toezicht door de besturen
Directeur swv geeft uitvoering aan beleid
Schoolbesturen houden samen toezicht op samenwerkingsverband
Onafhankelijke voorzitter bestuur swv
Permanente landelijke arbitragecommissie
Risicomodel Inspectie
Het aantal thuiszitters
De spreiding en doorstroom in het onderwijs
(eerder gegeven) inspectieoordelen
Signalen, bijvoorbeeld het aantal, de inhoud en de uitkomsten van beroep- en bezwaarprocedures die voorgelegd worden aan de commissie gelijke behandeling
Bestuurskracht, verdeling ondersteuningsmiddelen
De deskundigheid op het gebied van ondersteuning van de leraar
Te maken keuzes in het swv
Gaan de scholen zich specialiseren op bepaalde zorgprofielen?
Wordt het geld verdeeld naar rato van de lln aantallen of behoefte aan extra ondersteuning? Indien het laatste: hoe?
Krijgt het samenwerkingsverband een rol bij de professionalisering van docenten? En zo ja, wordt daar geld uit het budget van het swv voor gereserveerd?
De cijfers ...
Full transcript