Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

1516 SP H9 Groepsgedrag

No description
by

X. Sak

on 22 May 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 1516 SP H9 Groepsgedrag

Groepsgedrag
Functies van de groep
Invloed van de groep op het individu:
Invloed van de groep op het individu:
Instrumenteel
Hoe gedragen we ons?
Hoe presteren we in groepen?
Eigenbelang v.s. groepsbelang
Beslissen in groepen
Leiderschap
v.s.
psychologisch
Sommige zaken krijg je alleen in groepsverband voor elkaar.
Individuele doelen soms alleen te bereiken door
lid te worden van een groep.
Psychologische functie van groepen
1. Need to belong:
Vrees voor sociale afwijzing
Afgewezen?
Behoefte om ergens bij te horen
2. Sociale identiteit
Sociale identiteitstheorie:
Optimale distinctiviteitstheorie
Expectation States Theory:
Normen
Groepscohesie
Triplett (1898): mensen presteren beter wanneer ze de taak moeten uitvoeren in aanwezigheid van anderen, dan alleen.
Competitiedrang?
Waarom presteren mensen dan soms ook slechter in groepen?
Sociale facilitatietheorie
De aanwezigheid van anderen brengt een soort opwinding of alertheid teweeg (arousal), waardoor de dominante respons wordt gefaciliteerd (vergemakkelijkt).
gedraging die je het meest waarschijnlijk vertoont in een bepaalde situatie.
Dus: wanneer je iets goed beheerst, zal de prestatie beter worden met publiek. Wanneer je iets niet beheerst, zal de prestatie slechter worden.
Volgens sociale facilitatietheorie: simpelweg de aanwezigheid van anderen is voldoende om te leiden tot versterking van dominante respons.
Andere verklaringen sociale facilitatie:
Aanwezigheid van anderen leidt tot opwinding omdat er een conflict ontstaat (meerdere dingen vragen aandacht, kunnen ook niet-sociale stimuli zijn). Die spanning versterkt het optreden van dominante responsen.
- Angst voor evaluatie
- Afleiding- en conflicttheorie:
Presteren
samen met
anderen

Presteren
in aanwezigheid
van anderen
Social loafing a.k.a. 'lummelen'
Motivatieverlies bij grotere groepen, omdat mensen meer het gevoel hebben dat hun individuele prestatie:
- minder invloed heeft op het
eindresultaat
- minder wordt opgemerkt
Social loafing afhankelijk van:
- Attributie: niet willen of niet kunnen?
- Soort taak: additief of niet?
- Welke prestatie telt: de beste (disjunctief) of de slechtste (conjunctief)?
- Identificatie met de groep
- Individuele en/of groepsbevestiging
- Identificeerbaarheid van individuele prestatie
Hèt verschil tussen de situatie bij sociale facilitatie en de situatie bij social loafing
Afhankelijkheid: competitief (tegengestelde belangen) v.s. coöperatief (dezelfde belangen)
Maar, soms is het minder eenduidig en bepaalt een complexe mix van verschillende motieven het gedrag:
Mixed-motive situaties
Toepassing in onderwijs?
Conflict tussen wat goed is voor het collectief en wat goed is voor elk afzonderlijk.
Defectieve keuze: keuze die eigenbelang dient (nu: bekennen)
Twee motieven:
- greed (vergelijk met free rider)
- fear (vergelijk met sucker)
Prisoner's dilemma
Prisoner's dilemma
In eerste instantie stond het model voor de wapenwedloop tussen de VS en SU.
Maar ook op kleiner niveau treedt
het dilemma voortdurend op.
Uitgebreid tot meer dan twee partijen: sociaal dilemma
Individu heeft grotere opbrengst bij defectief gedrag, groep heeft grotere opbrengst bij coöperatief gedrag.
Bv. overbevissing, fileprobleem, werkgroepen, etc.
Coöperatieve keuze: keuze die maatschappelijk belang dient (nu: zwijgen)
Bevorderen van coöperatief gedrag
Structureel
Niet-structureel
Maatregelen die ingrijpen op de gedragsopties in het dilemma.
Defectief gedrag bestraffen of coöperatief gedrag belonen (boetes op belastingfraude, subsidies bij zonneboilers)
Maar:
- Beloningen en sancties vaak beperkt.
- Soms averechts effect:
overrechtvaardiging (ondermijning
intrinsieke motivatie) en calculerend
gedrag
-> Verminderen individuele beslissingsvrijheid
De opbrengstenstructuur
wordt intact gelaten.
Meer individuele oplossingen:

Gebruik maken van functies die
het lid-zijn van de groep heeft,
bv. meer laten identificeren met de groep door o.a.:
betere communicatie en minder ruis, verkleining van de groep, en/of benadrukken van persoonlijke verantwoordelijkheid.
SIRE ->
Ideeën opdoen en informatie verzamelen..
.. en knopen doorhakken!
Zelf informatie genereren:
Uitwisselen van informatie die groepsleden al voorhanden hebben.
Brainstormen
Genereer zoveel mogelijk ideeën, hou je niet in, ben niet kritisch en bouw op elkaars ideeën voort waar mogelijk...
Werkt dat..?
Nee!
Een verzameling individuen presteert in de regel beter dan een groep. Hoe komt dat?
- Angst voor evaluatie
- Social loafing: motivatieverliezen
- Interferentie: blokkering van eigen ideeën
('gedachtetreintje': twee fasen in genereren ideeën, aanwezige
kennis activeren en bewerken en omvormen tot nieuwe ideeën)
Waarom wordt het nog zoveel gebruikt dan..?
Welke informatie wordt gedeeld?
-> De informatie die iedereen al weet.
Naast het feit dat informatie die meerdere mensen hebben vaker op tafel komt, heeft deze informatie ook meer invloed op de uiteindelijke besluitvorming in de groep. Als iemand al iets nieuws inbrengt, wordt deze nieuwe informatie minder serieus genomen dan de informatie die iedereen al had.
Tips & trucs om dit te voorkomen:
Moedig groepsleden aan alles te vertellen wat ze weten, of laat ze het vooraf opschrijven. Stop discussie niet te vroeg, geef iedereen het idee dat er een 'beste oplossing' is. Maak bekend wie welke expertise heeft, en geef iemand de rol van informatiemanager.
Groepsdiscussie zorgt ervoor dat de mening van groepsleden meer extreem wordt in de richting waartoe men aanvankelijk al neigde. Dus: de
mening
van de groepsleden polariseert in de richting van het aanvankelijke standpunt van de meeste groepsleden.
Groepspolarisatie
Gooi het in de groep!
Maar leidt een groepsdiscussie wel tot een meer afgewogen oordeel?
Groepspolarisatie
Groupthink
Groupthink a.k.a. groepsdenken
Binnen een groep is het streven naar consensus sterker dan het streven naar een rationele, juiste beslissing.
Groepsleden zijn zich hier zelden van bewust.

- Info zoeken die past bij voorkeuren (confirmation bias),
geen aandacht aan info die niet strookt
- Afwijkende geluiden genegeerd
- Alternatieven niet serieus bekeken
- Groepsleden met bedenkingen
durven zich niet te uiten
- Groepsleden die zich uiten, worden
onder druk gezet zich te conformeren
Vijf factoren bevorderen de kans op groepsdenken:
Grote groepscohesie
Sterke isolatie van de groep
Hoge stress
Directief leiderschap
Tekortschietende beslisprocedures
Klassieke leiderschapsstudies -> twee categorieën leiderschap:
Rollen:
.. en statusverschillen:
<- reactie in de hersenen op dezelfde plaats waar ook fysieke pijn wordt geregistreerd!
Niet alleen pijnlijk voor buitengeslotene..
Dreiging van uitsluiting heeft dus duidelijke sociale functie: afdwingen dat iemand zich aanpast aan heersende normen. Evolutionair?
Psychologische functie van groepen
-> Je bent deelnemer in een TV-quiz.. Stel jezelf eens voor?
Groepslidmaatschappen zijn een deel van het zelfbeeld van een individu, vertellen ons wie we zijn.
-> groepslidmaatschap en status groep mede bepalend voor
zelfwaardering.
Maar: mensen willen ook uniek en distinctief zijn.. en zoeken dus naar een evenwicht tussen ergens bij horen en uniek zijn:
Invloed van de groep op het individu:
Hoe gedragen we ons?
In elke interactie tasten mensen af hoe ze zich moeten gedragen t.o.v. elkaar (Goffman). Verschillende leden van de groep hebben verschillende rollen, en van hen wordt verschillend gedrag verwacht. Soms expliciet verdeeld, vaak impliciet.
Soms botsende rollen -> multiple audienceprobleem.
Deels te maken met de rol die men vervult.
Moeilijk te veranderen (selffulfilling prophecy)
Iemands status in de groep wordt bepaald door diens specifieke statuskarakteristieken en diens diffuse statuskarakteristieken.
in de groep over welk gedrag acceptabel is, zowel expliciet als impliciet. Groepsspecifiek, en niet per se positief.
beïnvloedt de invloed van de groep op haar leden: in cohesieve groepen is de invloed sterker.
-> meer gelijkenis tussen groepsleden -> meer cohesie
-> cohesie als functie van de situatie, bv. bij externe dreiging
Ingham et. al (1974): hoe meer mensen er 'aan het touw trekken', hoe minder hard de proefpersoon aan het touw trekt.
2 motieven:
- Free rider-effect
- Sucker-effect
Groepsleden zijn vaak van elkaar afhankelijk voor het behalen van 'opbrengsten'
Brainstormen
-> Illusie van groepsproductiviteit
1. Mensen houden er geen rekening mee dat de gegenereerde ideeën
afkomstig zijn van een hele groep mensen.
2. Deelnemers overschatten hun eigen ideeënrijkdom: bij het horen van
ideeën van anderen, hebben mensen vaak ten onrechte het idee dat ze er
zelf ook aan hadden gedacht (hindsight bias en egocentrische
vertekening) -> brainstorm lijkt heel inspirerend.
3. Mensen hebben minder vaak te maken met het feit dat ze even geen
nieuw idee hebben -> lijkt allemaal makkelijker te gaan.
Dus: groepen maken onvoldoende gebruik van de unieke bijdrage die elk groepslid zou kunnen leveren aan de discussie!
Wat gebeurt er in groepsdiscussies?
Verplaats jezelf zo goed mogelijk in de positie van Daniel
Daniel is een schrijver van wie men zegt dat hij enorm veel creatief talent heeft, maar tot op heden heeft hij een comfortabel bestaan geleid met het schrijven van goedkope cowboyverhalen. Onlangs heeft Daniel een idee gekregen voor een roman die wel eens erg belangrijk zou kunnen zijn. Als hij deze roman zou schrijven en gepubliceerd zou krijgen, zou de roman een aanzienlijke literaire invloed kunnen hebben en zijn carrière als schrijver een enorme impuls geven. Aan de andere kant: als Daniel er niet in slaagt zijn idee uit te werken, of als de roman flopt, dan heeft hij er vreselijk veel tijd en energie aan besteed zonder dat het hem iets oplevert.
Stel je voor dat je Daniel moet adviseren. Bij welke kans op succes vind je het aanvaardbaar om de roman te gaan schrijven?
Om die stap te nemen moet de kans op succes minstens zijn: ...%
Verplaats jezelf zo goed mogelijk in de positie van Max
Max staat op het punt om op het vliegtuig te stappen naar zijn vakantiebestemming. Die ochtend heeft hij echter hevige buikpijn. In zijn woonplaats is een ziekenhuis waar hij onmiddellijk kan worden onderzocht. Maar als hij dat doet zal hij wel zijn vliegtuig missen. In de laatste minuten is de pijn erger geworden.
Stel je voor dat jij Max moet adviseren. Bij welke kans vind je het nog aanvaardbaar om toch in het vliegtuig te stappen, zonder onderzoek in het ziekenhuis?
Om toch in het vliegtuig te stappen moet de kans dat de buikpijn niet verder toeneemt, minstens zijn: ....%
Eerst individueel, dan discussiëren <-
Na discussie: meer riskante beslissing dan voor de discussie -> een lagere kans op succes was aanvaardbaar om de stap te wagen.
(oordelen van andere personen als norm voor gewenst gedrag in een bepaalde situatie, bv. lijnexperiment Asch)
Normatief conformisme?
Nee: wanneer men vervolgens individueel een antwoord moest geven, bleef de verschuiving naar meer risico overeind. Bij de groepsdiscussie gebeurt iets dat ertoe leidt dat de deelnemers daadwerkelijk meer risico willen nemen ->
Risky
shift
Wat gebeurt er in groepsdiscussies?
Maar: groepen kunnen niet alleen de risicovolle kant opschuiven, maar ook de andere kant op.
In bepaalde omstandigheden zijn groepen juist voorzichtiger dan individuen en neemt men na een groepsdiscussie minder risico.
Waarom wordt men door groepsdiscussies de ene keer voorzichtiger, en wil men de andere keer juist meer risico nemen?
Sociale vergelijkingstheorie (Festinger):
Mensen zijn gemotiveerd om de juistheid van hun eigen meningen en bekwaamheden te evalueren. Wanneer geen objectieve standaard beschikbaar is, kan de behoefte aan accurate informatie over jezelf worden bevredigd door jezelf met anderen te vergelijken (zie leerlingen na uitdelen cijfers proefwerk: 'wat heb jij?').
Bij groepsdiscussies waarbij geen objectief antwoord te geven is op zo'n vraag/dilemma, letten deelnemers dus goed op wat anderen vinden.

De verschuivingen die optreden na een groepsdiscussie ontstaan dus doordat de groepsdiscussie datgene versterkt wat al in de groep zit.
(dus NIET dat de groep verdeeld raakt)
Dus, volgens deze sociale vergelijkingsverklaring doet het er weinig toe wàt er besproken wordt: het gaat om de richting waarin de groep neigt.
Daarnaast kan natuurlijk ook de inhoud van wat er precies besproken wordt een rol spelen bij groepspolarisatie: wanneer de groep tot risico geneigd is, komen er meer argumenten in die richting op tafel.
Voorkomen?
Open leiderschap: groepsleden mogen kritisch zijn
Devil's advocate
Meningen buiten de groep polsen
Herkansingsbijeenkomst
Taakgericht leiderschap v.s. relatiegericht leiderschap
Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloedden dat onderzoek: de aard van het werk veranderde sterk in de loop van de jaren. Het gaat niet meer om hoe je ondergeschikten aanstuurt, maar steeds meer om hoe je ondergeschikten motiveert.
milde afwijzing: meer social tuning, slecht gevoel
ernstige afwijzing: minder zelfregulatie, afstomping
(ook fysiek) -> defensieve reactie
Dominante respons:
Let op!
Niet de prestatie wordt makkelijker!
Datgene wat het meest vanzelf gaat wordt makkelijker.
-> wellicht sociale facilitatie door combinatie genoemde factoren.
Bv.: - prisoner's dilemma & sociaal dilemma
- coalitievorming (zie boek)
Brainstorming
Oplossing -> brainwriting
Groepsdenken
Oorzaken:
Need to belong
Conformisme en sociale vergelijking
Op anderen letten om te zien of er een probleem is
Diversiteit in groep
Transformationeel v.s. transactioneel leiderschap
( zie boek)
Full transcript