Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Klas 1B H4 MONNIKEN EN RIDDERS

No description
by

Rients Anne de Vries

on 18 September 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Klas 1B H4 MONNIKEN EN RIDDERS

START
Christelijk Europa
5.2
A
B Drie groepen in de samenleving
5.3
B
FINISH
MONNIKEN EN RIDDERS
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
5.1
A
LEENHEREN EN LEENMANNEN
A Het Frankische rijk
Oorlog en verovering
Keizer Karel
Het leenstelsel
Het bestuur
5.1
B
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
B Ridders en kastelen
Een onveilige tijd
Ridders worden
van adel
Steekspelen en
toernooien
Na de dood van Karel de Grote
werden kustgebieden
bedreigd door Vikingen
Er waren vaak oorlogen tussen
koningen, hertogen en graven.
Ridders traden op als
soldaten en als politie.
Alleen moedige edellieden mochten ridder worden.
Zij werden tot ridder geslagen.
Ook nu bestaat de
koninklijke ridderorde.
Ridders werden lid
van een ridderorde.
de ridderketen
de 19-jarige graaf Willem van Henegouwen
wapens van Holland, Zeeland
Henegouwen en Friesland
Prinses Johanna van Valois,
de verloofde.
Wapen van het Franse
huis van Valois.
HERALDIEK = wetenschap over
wapens van families en landen.
Slavische volkeren
Longobarden
Friezen
Saksen
Moren
Karel de Grote
een brute
veroveraar
Karel de Grote won veel oorlogen
dankzij zijn ridders.
Wapenuitrusting van ridders:
lans, zwaard
malienkolder
stijgbeugel
Cavalerie : ruiters te paard
het sterkste legeronderdeel
Artillerie : soldaten te voet
Karel de Grote helpt paus Leo uit zijn problemen.
Voor die hulp kroont de paus
Karel de Grote tot keizer in 800.
Karel de Grote
leenheer
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal
Vazal
Vazal
het Frankische rijk
het leenstelsel of feodalisme
over Friesland
over noord
Duitsland
over oost Europa
Karel de Grote
leenheer
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal
Vazal
Vazal en
leenheer
het leenstelsel of feodalisme
over Friesland
over noord
Duitsland
leenman
leenman
leenman
leenman
vazal of leenman
Hij belooft trouw aan zijn leenheer.
In ruil voor zijn trouw krijgt hij een
gebied 'in leen'.
Vazal en
leenheer
het leenstelsel of feodalisme
leenman
leenman
leenman
leenman
leenman
van Duitse keizerrijk
Leenheer van
Franse koninkrijk
Na de dood van Karel de Grote
Lagere leenheren en lagere vazallen
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
A Europa wordt christelijk
Missionarissen
op pad
Het Germaanse geloof
Vermenging van culturen
Bonifatius: wie is dat? 1.37
Leven op een kasteel 2.02
Karel de Grote, vader van Europa 3.14
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20060508_kareldegrote01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20031127_riddersenkastelen03" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040130_bonifatius01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
690 n.C.:
zuidelijke helft van Nederland
onderworpen door christelijke Franken.
De christelijke koning was Pepijn, (de
overgrootvader van Karel de Grote).
690 n.C.
De noordelijke helft van
Nederland werd bewoond door Friezen.
Missionarissen (verspreiders van het geloof)
willen de Friezen bekeren (kerstenen).
Willibrord rijdt met een groep monniken naar de Friezen om ze te bekeren.
Dit doet hij als zendeling namens de paus.
Hij kreeg toestemming van Pepijn. Die hoopt op uitbreiding van zijn rijk.
Kerstening van
de Friezen
de hel
de hemel
Missionarissen besteden veel tijd
aan het bekeren van vorsten.
een gekerstend vorst kon zijn
hele volk christen laten worden.
Veel germaanse vorsten lieten zich dopen
omdat de missionarissen hen een leven
na de dood in de hemel beloofden.
Tiwaz: god van de oorlog
Wodan: god van de wijsheid
Donar: god van de bliksem
Freya:
godin van de vruchtbaarheid
Germaanse goden
Bonifatius bij Dokkum vermoord 1.45
De heilige eikenboom
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040130_bonifatius02" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Volgens christelijke regels moesten mensen ophouden met hun
heidense gewoontes. Dat was een zonde:
- geen blinkende voorwerpen in een boom tijdens het midwinterfeest om boze geesten te bezweren;
- geen eieren in het veld bij het lentefeest om vruchtbaarheid te bevorderen
Veel Germanen hielden vast aan hun tradities.
De kerk besloot om Germaanse gewoontes
een christelijke betekenis te geven.
blinkende voorwerpen
worden kerstverlichting
en kerstballen.
Eieren in het veld worden gekleurde
paaseieren en het vinden
van de eerste kievietsei
5.2
B
Christelijk Europa
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
jAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
JAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C. - 500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
De geestelijkheid
Machtig en rijk
Monnikenwerk
5.3
A
Machtige heren en halfvrije boeren
A De organisatie van de economie
Het hofstelsel of
domeinstelsel
Weinig handel en nijverheid
Machtige heren en halfvrije boeren
Sociale positie
5.4
A
De opkomst van de islam
A Een nieuwe godsdienst
Mohammed wordt
geroepen
Van Mekka naar
Medina
De eerste moslims
De vijf zuilen
Islamitische kunst
5.4
B

De opkomst van de islam
B De Arabische wereld
Verovering van Europa

dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
Geestelijken konden als enigen lezen en schrijven.
Vorsten hadden de geestelijken nodig om hun land
te besturen.
Daardoor kregen geestelijken meer macht en rijkdom.
Een abdij is een klooster waar monniken of nonnen volgens strenge regels en afgezonderd van de samenleving leven. Benedictus bedacht die regels:
- leven in armoede - niet trouwen - bidden en werken.
gesticht door graaf Dirk I
stukken grond voor bebouwing: hoe meer grond, hoe
rijker het klooster is.
Een klooster was het centrum van onderwijs, cultuur en wetenschap.
Ze hadden een bibliotheek, een school en een schrijfzaal.
monnikenwerk: bijbels schrijven
Monnikenwerk
miniaturen maken
manuscript
De horigheid
DOMEIN = gebied dat wordt bestuurd
door een domeinheer
Domeinheer = een edelman of een abt
Abt = de leider van een klooster
D O M E I N
landbouw
boerderijen
horigen = halfvrije boeren
Ze mochten het domein
niet verlaten.
De domeinheer bezat eigen
akkers, een molen, een spinnerij
en een opslagplaats.
Een horige bezat niks.
Hoeveland voor horigen,die pacht (huur) betalen in natura: zoals voedsel, of dieren.
En ze doen een paar dagen per week herendiensten.
Horigen doen
herendiensten
op de akkers van
de domeinheer.
Domeinheer of
kasteelheer
De domeinheer gaf bescherming
aan de horigen,
maar hij had alle macht over de
horigen.
Vrije boeren:
- eigen boerderij
- deden geen herendiensten
- betaalden belasting aan de heer
- dienden als soldaat voor de heer
vrije boer
Het hofstelsel of domeinstelsel
was een autarkie:
het zorgde voor zichzelf
Handel tussen plaatsen in de
tijd van monniken en ridders
In de tijd van monniken en ridders
was er door het hofstelsel weinig handel in de Nederlanden. In Dorestad was wel handel.
Dorestad had een eigen munt.
Dat was bijzonder, omdat de
meeste handel in natura verliep.
de Kromme Rijn
Dorestad had 100 boerderijen.
De inwoners waren veeboeren,
die door handel aan graan kwamen.
Langs de rivier waren houten stijgers,
waar handelaren hun zeilschepen
met platte bodem aanlegden.
Omstreeks 835 werd de stad
regelmatig geplunderd door
Vikingen uit Denemarken.
In de tijd van monniken en ridders geloofden alle mensen, ook Bodo, dat God de samenleving in 3 groepen had verdeeld.
Bij welke groep je hoorde hing af van je geboorte.
Bodo was geboren als boer en kon geen edelman worden.
Zij die bidden
(de geestelijkheid)
Zij die vechten
(de edelen)
Zij die werken
(de boeren)
Bodo
Hij kon geestelijke worden
door te leven in een klooster.
Als arme boer kon Bodo zich
ontwikkelen als monnik.
De standenmaatschappij
Domein van een kasteelheer
Taken van de rentmeester
Hij bestuurt het domein namens de kasteelheer.
Hij spreekt recht en hij haalt belasting op.
Een deel van de opbrengst hield hij zelf .
Zo kon hij rijk worden.
Kasteelheer = hoge adel
Rentmeester= lage adel
De geestelijkheid
Beide standen hadden eigen privileges:
- ze betaalden geen belasting;
- ze spraken recht in hun gebied (domein).
Beide standen hadden verschillen in rangen.
Adel : hoge en lage adel
Geestelijkheid: paus, bisschop, abt, monnik.
De adel
Abt = bestuurt een klooster
Monnik:
bid en werkt
Mohammed
610 n.C.
denkt na
op een
berg
de engel zegt:
'Lees voor in de
naam van jouw
Heer die de mens
heeft geschapen'.
Gabriel
Mohammed krijgt een visioen
Visioenen zijn boodschappen
van God : mensen moeten
goed zorgen voor armen en
onderdrukten.
Mohammed is geboren in Mekka, handelsstad en centrum van de verering van diverse
goden.
Mekka
Mohammed wordt karavaanleider
naar andere handelssteden.
Daar ontmoet hij joden en christenen
die geloven in 1 God.
Toen hij het geloof in 1 God
wilde verspreiden in Mekka
kreeg hij ruzie met Arabieren
die polytheistisch waren.
daarom vluchtte hij naar Medina.
Deze vlucht werd het begin van
de
islamitische jaartelling : 622.
NL.
.
1
2
3
Mohammed stichtte in Medina zijn nieuwe godsdienst,
de islam (onderwerping).
Hij verzamelde een groep moslims, die samen kwamen in zijn huis.
Zo ontstond de eerste moskee (kerk).
Medina werd een islamitische stad.
Mohammed besloot de islam met
geweld te gaan verspreiden.
Zo ontstond een Arabisch rijk.
In 630 veroverde Mohammed Mekka.
Na zijn dood in 632 namen kaliefen
(opvolgers) het bestuur van het rijk over.
De goddelijke openbaringen die
Mohammed in visioenen had
doorgekregen, zijn opgeschreven
in de Koran ('oplezing').
Volgens die openbaringen moesten moslims
leven volgens vaste regels. Dat zijn de
5 zuilen
:
1. Uitspreken van de geloofsbelijdenis:
'Er is geen God dan Allah en Mohammed is
zijn profeet'.
2. Vijf keer per dag bidden in de richting van Mekka.
3. Aalmoezen aan armen geven.
4. Vasten tijdens de maand Ramadan.
5. Bezoek Mekka 1x in je leven als pelgrim.
kalligrafie = schoonschrijven
Mozaiek in geknoopte kleden
Mozaieke tegels op
deuren en gebouwen
Mozaiek aan plafonds
Verkondiging van
de boodschap.
Afbeeldingen van personen en dieren werden verboden in een moskee, want dat leidde af van het geloof in God.
In de islamitische kunst gebruikte men vooral calligrafie en mozaiek.
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
Veranderingen
De Arabische beschaving
Tussen 630 en 650 veroverden de Arabieren het hele Midden-Oosten en Egypte.
In 711 werden ook Spanje en Portugal veroverd.
Hoe kon dat zo snel gaan?
Snelle veroveringen:
- De Arabische soldaten vochten erg fanatiek.
- Ze vochten om een heilige oorlog (jihad),
om heidenen tot de islam te bekeren.
- Ze hadden een snelle cavalerie (ruiters).
Polytheisme werd verboden.
Joden en christenen behielden
hun godsdienst.
Ze betaalden extra belasting en
woonden in aparte stadswijken.
De Arabieren namen veel over van
de Grieken en uit Byzantium, zoals
de geneeskunde en koepeldaken.
De Arabieren namen veel over van de
Byzantijnse beschaving, zoals :
de geneeskunde en de koepelbouw.
De Arabieren namen veel over uit de
Byzantijnse beschaving, zoals :
de geneeskunde en de koepelbouw.
Door de islam werden overal moskeeen gebouwd.
Ook werden islamitische feesten gevierd en
de islamitische regels (5 zuilen) werden gevolgd.
Vanaf 750 veranderde het Arabische rijk in aparte rijken.
Bagdad
Bestuurscentrum van het Arabische rijk
Arabische schrift
In 720 strekte het Arabische rijk
zich uit van Portugal tot India.
Bagdad was de hoofdstad.
5.5
A
Spanje tussen kruis en halve maan
A Christenen en moslims in oorlog
De Moorse verovering
Herovering
5.5
B
Spanje tussen kruis en halve maan
SLEUTELJAREN
tot 3.000 v.C. tijdvak van jagers en boeren
3000 v.C.-500 tijdvak van Grieken en Romeinen
389 Christendom wordt staatsgodsdienst
JAARTALLEN
500 - 1500 Middeleeuwen
500 - 1000 tijdvak van monniken en ridders
622 Mohammed sticht de islam
800 Karel de Grote wordt keizer
B Al Andalus
Een bloeiende
economie
Christenen,moslims en joden
Cordoba
In 711 landde de Moorse generaal Tariq
bij een rots in Zuid-Spanje. Die rots kreeg de naam Gibraltar (berg van Tariq).
Tariq kwam uit Marokko.
In 711 woonden de Visigoten in Spanje.
Zij waren gekerstend. Er was een
eenvoudige economie. In een paar kleine
steden handelden joodse kooplieden.
In 711 was er geen sterke koning.
Het snelle ruiterleger van Tariq
veroverde eerst Cordoba en Toledo
en daarna heel Spanje en Portugal.
De Moren noemden het schiereiland
Al Andalous
(de Vandalen).
Karel de Grote in Spanje
In Cordoba kwam het emiraat;
dat is het bestuur van de Moren
over heel Al Andalous.
Cordoba
Suleiman was een Moorse
gouverneur in Barcelona.
Hij was een vazal van de emir.
Ze kregen ruzie.
De vazal Suleiman riep de hulp in
van Karel de Grote. Karel wilde
zijn rijk graag uitbreiden en trok
met een groot leger over de
Pyreneeen. De veldtocht mislukte
omdat Suleiman door de emir
werd afgezet.
De Pyreneeen: een woest gebergte
tussen Frankrijk en Spanje
Vanaf 1000 werd het Moorse gebied
stap voor stap veroverd door
Christelijke koningen uit Noord-Spanje.
Ferdinand
Isabella
De reconquista eindigde toen
de vorst van Granada zich in 1492
overgaf aan de Spaanse koning
Ferdinand en koningin Isabella.
Moorse vorst
van Granada.
De Moren (Arabieren) hadden het schaakspel
geleerd van de Perzen en meegenomen naar Spanje.
Schaken komt van het Perzische woord sjah, dat koning betekent.
Spanje werd door de Moorse invloed
een landbouwstedelijke samenleving.
De meeste mensen leven van de landbouw,
maar er ontstonden ook meer steden.
De Moren bouwden in Cordoba
een enorme moskee en
paleizen naar Byzantijns voorbeeld.
In de moskee staan mooie bogen
De Moren brachten in schepen oosterse
gewassen naar de Spaanse steden, zoals
citroen, bloemkool en rijst.
Ze brachten ook hun gitaar en kennis
van windmolens mee.
Door de handelscontacten was
er een bloeiende economie.
Spaanse gitaarmuziek
In de 11e eeuw eindigde het
emiraat van Cordoba.
Het sultanaat van Granada
nam de macht over.
De sultans bouwden vanaf 1300
een prachtig paleis:
het Alhambra
.
Moslims, christenen en joden leefden in Al Andalous vaak in vrede naast elkaar.
Maar dat was niet altijd zo. Dat blijkt uit het verhaal van Maimonides, een joodse
geleerde uit Cordoba.
Toen Maimonides 13 was, joegen de
Moren de joden Cordoba weg.
Hij vluchtte met zijn familie van
stad tot stad. Hij studeerde voor arts.
Hij schreef boeken in het Arabisch,
zoals over hygiene en soorten vergif.
Maimonides werd erg beroemd.
Maimonides
Een joodse geleerde
uit Cordoba: 1135-1204
5
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.1? 3b Wat is het onderwerp van 5.1A ?
3c welke vier onderdelen worden behandeld?
4a Noem vier volksgebieden die Karel de Grote rond 800 had veroverd.
4b Wie hadden het Spaanse gebied veroverd?
4c Zijn ridders waren erg sterk? Noem vier gevechts onderdelen van een ridder.
5 Karel de Grote hielp paus Leo uit zijn problemen. Wat werd zijn beloning?
6a Leg uit wat het feodale leenstelsel inhield.
6b Hoe bestuurde Karel de Grote zijn grote rijk?
6c Wat gebeurde er met zijn rijk na zijn dood?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.1? 3b Wat is het onderwerp van 5.1B ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4 Waardoor werd West-Europa onveilig gemaakt na de dood van Karel ?
5a Welke functie had een kasteel voor de bewoners van een gebied?
5b Wie voerden met regelmaat oorlog tegen elkaar?
5c Welke twee functies hadden de ridders?
6 Wanneer werd een ridder verheven tot de stand van de adel?
7a Wat deden ridders vanaf de 12e eeuw bij ridder toernooien?
7b Wat betekent het begrip heraldiek?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.2? 3b Wat is het onderwerp van 5.2A ?
3c welke vier onderdelen worden behandeld?
4a In 690 regeerde koning Pepijn. Wat eiste hij van zijn onderdanen?
4b Welk volk bood veel weerstand?
5a Waarom deden missionarissen, zoals Willibrord en Bonifatius, veel moeite
om vorsten te bekeren?
5b Waarom lieten veel Germaanse vorsten zich bekeren?
6 Welke geloofsvorm hadden de Germanen? Noem drie voorbeelden van goden.
7 Hoe kwamen de kerstboom en de paaseieren terecht in de Christelijke leer?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.2? 3b Wat is het onderwerp van 5.2 B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
4. Noem twee oorzaken waardoor de geestelijken in de Middeleeuwen veel
macht kregen.
5. Welke geloofsregels bedacht Benedictus voor kloosterlingen?
6a Waarmee hielden kloosterlingen zich vooral bezig?
6b Wat wordt bedoeld met de uitdrukking : 'het is monnikenwerk'?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.3? 3b Wat is het onderwerp van 5.3A ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4 Leg uit wat 'horigheid' betekent.
Gebruik de begrippen: horige-domein-domeinheer
5a Welke vier belangrijke bezittingen had een domeinheer?
5b Welke twee verplichtingen hadden de horigen voor de domeinheer?
5c Welke verplichting had de domeinheer voor zijn horigen?
6a Waarom was er door het hofstelsel weinig handel?
Gebruik het begrip 'autarkie'.
6b Waaruit bestond Dorestad in 800?
6c Welke handel werd er gedreven en hoe ging dat?
6d Waardoor was het leven in Dorestad soms erg gevaarlijk?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.3? 3b Wat is het onderwerp van 5.3B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
4a Wat is een standenmaatschappij?
4b Hoe kwam je terecht in zo'n groep?
4c Een rentmeester behoorde tot de lage adel. Welke drie taken had hij?
5a Noem twee privileges van de eerste en van de tweede stand.
5b Welke verschillen in standen hadden de adel en de geestelijkheid?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.4? 3b Wat is het onderwerp van 5.4A ?
3c welke vijf onderdelen worden behandeld?
4a Wat is een visioen?
4b Welke visioen kreeg Mohammed?
4c Wie ontmoette Mohammed als karavaanleider naar de handelssteden?
5a Wat betekent ' Islam' letterlijk?
5b Hoe ontstond het Arabische rijk?
5c Wie waren de kaliefen?
6a Wat is het heilige boek van de islam?
6b Noem drie van de vijf zuilen (geloofsregels).
7a Wat mag in de islamitische kunst niet afgebeeld worden?
7b Waarom niet?
7c Waaruit bestaat de islamitische kunst vooral?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.4? 3b Wat is het onderwerp van 5.4B ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4a Welke gebieden veroverden de Arabieren tussen 630 en 650?
b Noem drie oorzaken waardoor die veroveringen zo snel gingen.
c Noem een recht en twee plichten van joden en christenen in de islamitische
gebieden.
5 Wat gebeurde er vanaf 750 met het Arabische rijk?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.5? 3b Wat is het onderwerp van 5.5A ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4a Waarom kreeg een rots in Zuid-Spanje de naam Gibraltar?
b Wat deed het snelle ruiter leger van Tariq in Spanje?
5a Welke taak had het emiraat in Cordoba?
b Waarom kwam Karel de Grote met een leger in noord Spanje?
6 Wat gebeurde er in Spanje en Portugal na het jaar 1.000?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
`Reflectie op de uitleg en toetsvragen
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.5? 3b Wat is het onderwerp van 5.5B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
4a Wat voort soort samenleving werd Spanje onder invloed van de Moren?
b Noem drie oosterse gewassen die door de Moren naar Spaanse steden
werden gebracht.
c Hoe kwam het paleis Alhambra in Granada te staan?
5 leefden moslims, joden en christenen altijd in vrede naast elkaar?
Werkvormen
1a Maak de digitale opdrachten volgens de planner.
b Maak naar keuze het aantal werkboek opdrachten, die je aan digitale opdrachten niet kon afsluiten.
Noormannen
of Vikingen
Als vijanden een gebied binnendrongen, zochten
de bewoners bescherming in het kasteel.
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.1? 3b Wat is het onderwerp van 5.1A ?
3c welke vier onderdelen worden behandeld?
4a Noem vier volksgebieden die Karel de Grote rond 800 had veroverd.
4c Zijn ridders waren erg sterk. Noem vier
gevecht onderdelen van een ridder.
4b Wie hadden het Spaanse gebied veroverd?
5 Karel de Grote hielp paus Leo uit zijn problemen.
Wat werd zijn beloning?
6a Leg uit wat het feodale leenstelsel inhield.
6b Hoe bestuurde Karel de Grote zijn grote rijk?
6c Wat gebeurde er met zijn rijk na zijn dood?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.1? 3b Wat is het onderwerp van 5.1B ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4 Waardoor werd West-Europa onveilig gemaakt na de dood van Karel ?
5a Welke functie had een kasteel voor de
bewoners van een gebied?
5b Wie voerden met regelmaat oorlog tegen elkaar?
5c Welke twee functies hadden de ridders?
6 Wanneer werd een ridder verheven
tot de stand van de adel?
7a Wat deden ridders vanaf de 12e eeuw bij ridder toernooien?
7b Wat betekent het begrip heraldiek?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.2? 3b Wat is het onderwerp van 5.2A ?
3c welke vier onderdelen worden behandeld?
4a In 690 regeerde koning Pepijn.
Wat eiste hij van zijn onderdanen?
4b Welk volk bood veel weerstand?
5a Waarom deden missionarissen, zoals Willibrord en
Bonifatius, veel moeite om vorsten te bekeren?
5b Waarom lieten veel Germaanse vorsten
zich bekeren?
6 Welke geloofsvorm hadden de Germanen?
Noem drie voorbeelden van goden.
7 Hoe kwamen de kerstboom en de paaseieren terecht in de Christelijke leer?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.1? 3b Wat is het onderwerp van 5.1A ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
4. Noem twee oorzaken waardoor de geestelijken in de Middeleeuwen veel macht kregen.
5. Welke geloofsregels bedacht Benedictus voor kloosterlingen?
6a Waarmee hielden kloosterlingen zich vooral bezig?
6b Wat wordt bedoeld met de uitdrukking :
'het is monnikenwerk'?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.3? 3b Wat is het onderwerp van 5.3A ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4 Leg uit wat 'horigheid' betekent.
Gebruik de begrippen: horige-domein-domeinheer
5a Welke vier belangrijke bezittingen had een domeinheer?
5b Welke twee verplichtingen hadden de horigen voor de domeinheer?
5c Welke verplichting had de
domeinheer voor zijn horigen?
6a Waarom was er door het hofstelsel weinig handel?
Gebruik het begrip 'autarkie'.
6d Waardoor was het leven in Dorestad
soms erg gevaarlijk?
6b Waaruit bestond Dorestad in 800?
6c Welke handel werd er gedreven en hoe ging dat?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.3? 3b Wat is het onderwerp van 5.3B ?
3c welke twee onderdelen worden behandeld?
4b Hoe kwam je terecht in zo'n groep?
4a Wat is een standenmaatschappij?
4c Een rentmeester behoorde tot de lage adel.
Welke drie taken had hij?
5a Noem twee privileges van de eerste en van de tweede stand.
5b Welke verschillen in standen had de adel en de geestelijkheid?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.4? 3b Wat is het onderwerp van 5.4A ?
3c welke vijf onderdelen worden behandeld?
4a Wat is een visioen?
4b Welke visioen kreeg Mohammed?
4c Wie ontmoette Mohammed als karavaan
leider naar de handelssteden?
5c Wie waren de kaliefen?
5a Wat betekent ' íslam' letterlijk?
5b Hoe ontstond het arabische rijk?
6a Wat is het heilige boek van de islam?
6b Noem drie van de vijf zuilen (geloofsregels).
7a Wat mag in de islamitische kunst niet afgebeeld worden?
7b Waarom niet?
7c Waaruit bestaat de islamitische kunst vooral?
1. Wat is de titel van H5? 2. Over welk tijdvak gaat H5?
3a Wat is de titel van 5.4? 3b Wat is het onderwerp van 5.4B ?
3c welke drie onderdelen worden behandeld?
4c Noem een recht en twee plichten
van joden en christenen
in de islamitische gebieden.
4a Welke gebieden veroverden de Arabieren tussen 630 en 650?
4 b Noem drie oorzaken waardoor die veroveringen zo snel gingen.
5 Wat gebeurde er vanaf 750 met het Arabische rijk?
Woning van een horige en zijn gezin
1. Monniken en ridders
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Leenheren en leenmannen 3b Het Frankische rijk
4a Friezen, Saksen, longobarden, Normandie, Slavische Volken.
4b De Moren
4c Ridders hadden een paard, lans, zwaard, schild, malienkolder.
5 De paus kroonde Karel de Grote in 800 tot keizer.
6a Karel de Grote verdeelde zijn gebied in stukken aan
leenmannen. Karel de Grote werd de leenheer genoemd.
6b Een leenman bestuurde een deel van het gebied van de
leenheer. De leenman beloofde trouw aan de leenheer.
7 Na de dood van Karel de Grote viel zijn rijk uiteen in een
Duitse Keizerrijk en een Frankische koninkrijk.

Antwoorden 5.1 A
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Leenheren en leenmannen.
3b Ridders en kastelen.
3c Een onveilige tijd. Ridders worden van adel.
Steekspelen en toernooien.
4 Na de dood van Karel de Grote werden kustgebieden
bedreigd door de Vikingen (of Noormannen).
5a Als vijanden een gebied binnendrongen, zochten
de bewoners bescherming in het kasteel.
5b Er waren vaak oorlogen tussen koningen, hertogen en
graven.
5c Ridders traden op als soldaten en als politie.
6. Alleen moedige edellieden mochten ridder worden.
Zij werden tot ridder geslagen.
7a De ridders oefenden hun vechtkunst in een steekspel.
7b HERALDIEK = wetenschap over wapens van families en
landen.
Antwoorden 5.1 B
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Christelijk Europa.
3b Europa wordt christelijk.
3c Missionarissen in Utrecht.
De kerstening van de Friezen.
Het Germaanse geloof.
Vermenging van culturen.
4a Pepijn eiste dat al zijn onderdanen christelijk
zouden worden.
4b De Friezen boden veel weerstand.
5a Een gekerstend vorst kon zijn hele volk christen
laten worden.
5b Veel germaanse vorsten lieten zich dopen
omdat de missionarissen hen een leven
na de dood in de hemel beloofden.
6. De Germanen geloofden in vele goden
(polytheisme), zoals Wodan, Donar, Freya.
7. De kerk besloot om Germaanse gewoontes een
christelijke betekenis te geven.
Antwoorden 5.2 A
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Christelijk Europa.
3b De geestelijkheid.
3c machtig en rijk en monnikenwerk.
4 Geestelijken konden als enigen lezen en schrijven.
Vorsten hadden de geestelijken nodig om hun land te besturen.
5 Benedictus bedacht die regels:
leven in armoede - niet trouwen - bidden en werken.
6a Een klooster was het centrum van onderwijs, cultuur en
wetenschap.
6b Monniken schreven dikke bijbels met de hand over. Dat was
nauwkeurig werk en het kostte heel veel tijd.
Antwoorden 5.2 B
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Machtige heren, halfvrije boeren.
3b De organisatie van de economie.
3c De horigheid, het hofstelsel en weinig handel en
nijverheid.
4 Horigen waren halfvrije boeren die tot een domein hoorden.
Een domein was een gebied dat werd bestuurd door een domeinheer.
Een domeinheer was een edelman of een abt.
5a De domeinheer bezat eigen akkers, een molen, een spinnerij en een
opslagplaats.
5b Pacht (huur) betalen in natura: zoals voedsel, of dieren. En ze doen een
paar dagen per week herendiensten.
5c De domeinheer gaf bescherming aan de horigen.
6a Door het hofstelsel was er weinig handel, omdat een landheer alles
bezat wat hij nodig had om te leven. Het hofstelsel is een autarkie.
6b Dorestad had 100 boerderijen.
6c De inwoners waren veeboeren, die door handel aan graan kwamen.
6d Omstreeks 835 werd de stad regelmatig geplunderd door
Vikingen uit Denemarken.
Antwoorden 5.3 A
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Machtige heren, halfvrije boeren.
3b Drie groepen in de samenleving.
3c Sociale positie, de standen,
4a Een maatschappij waarin mensen in 3 groepen waren verdeeld:
de edelen (zij die vechten), de geestelijkheid (zij die bidden) en de
boeren (zij die werken) .
4b God had de samenleving in 3 groepen had verdeeld. Bij welke groep je
hoorde hing af van je geboorte.
4c De rentmeester

bestuurt het domein namens de kasteelheer.
Hij spreekt recht en hij haalt belasting op.
5a De eerste en de tweede stand

betaalden geen belasting en
ze spraken recht in hun gebied (domein).
5b Adel : hoge en lage adel
Geestelijkheid: paus, bisschop, abt, monnik.
Antwoorden 5.3 B
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a De opkomst van de islam.
3b Een nieuwe godsdienst.
4a Visioenen zijn boodschappen van God.
4b Mensen moeten goed zorgen voor armen en onderdrukten.
4c Daar ontmoet Mohammed joden en christenen die geloven in 1 God.
5a De islam betekent letterlijk onderwerping.
5b Mohammed besloot de islam met geweld te gaan verspreiden. Zo ontstond het Arabische rijk.
5c Kaliefen waren de opvolgers van Mohammed in het bestuur van het Arabische rijk.
6a Het heilige boek van de moslims is de koran.
6b 1. Uitspreken van de geloofsbelijdenis: 'Er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn profeet'.
2. Vijf keer per dag bidden in de richting van Mekka.
3. Aalmoezen aan armen geven.
4. Vasten tijdens de maand Ramadan.
5. Bezoek Mekka 1x in je leven als pelgrim.
7a Afbeeldingen van personen en dieren werden verboden in een moskee.
7b Dat leidde af van het geloof in God.
7c In de islamitische kunst gebruikte men vooral calligrafie en mozaiek.
Antwoorden 4 A
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a De opkomst van de islam.
3b De Arabische wereld.
3c Verovering van Damascus, verovering van Europa en
de Arabische beschaving.
4a Tussen 630 en 650 veroverden de Arabieren het hele Midden-Oosten
en Egypte.
4b - De Arabische soldaten vochten erg fanatiek.
- Ze vochten om een heilige oorlog (jihad), om heidenen tot de islam
te bekeren.
- Ze hadden een snelle cavalerie (ruiters).
4c Een recht: Joden en christenen behielden hun godsdienst.
Twee plichten: Ze betaalden extra belasting en ze woonden in aparte
stadswijken.
5 Vanaf 750 veranderde het Arabische rijk in aparte rijken.

Antwoorden 4 B
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Spanje tussen kruis en halve maan.
3b Christenen en moslims in oorlog.
3c De Moorse wetgeving, Karel de Grote in Spanje, herovering.
4a In 711 landde de Moorse generaal Tariq bij een rots in Zuid-
Spanje. Die rots kreeg de naam Gibraltar (berg van Tariq).
4b Het snelle ruiterleger van Tariq veroverde eerst Cordoba en
Toledo en daarna heel Spanje en Portugal.
5a In Cordoba kwam het emiraat; dat is het bestuur van de
Moren over heel Al Andalous.
5b De vazal Suleiman riep de hulp in van Karel de Grote. Karel
wilde zijn rijk graag uitbreiden en trok met een groot leger
over de Pyreneeen.
6. Vanaf 1000 werd het Moorse gebied stap voor stap veroverd
door Christelijke koningen uit Noord-Spanje.
1. Monniken en ridders.
2. Over het tijdvak van monniken en ridders.
3a Spanje tussen kruis en halve maan.
3b Al Andalous
3c Een bloeiende economie,
christenen, moslims en joden,
culturele ontmoetingsplaats.
4a Spanje werd door de Moorse invloed een
landbouwstedelijke samenleving.
De meeste mensen leven van de landbouw,maar
er ontstonden ook meer steden.
4b De Moren brachten in schepen oosterse
gewassen naar de Spaanse steden, zoals
citroen, bloemkool en rijst.
4c In de 11e eeuw eindigde het emiraat van
Cordoba. Het sultanaat van Granada nam de
macht over. De sultans bouwden vanaf 1300 een
prachtig paleis:

het Alhambra
.
5 Moslims, christenen en joden leefden in Al
Andalous vaak in vrede naast elkaar.
Maar dat was niet altijd zo. Dat blijkt uit het verhaal
van Maimonides, een joodse uit Cordoba.
Antwoorden 5.5 A
Antwoorden 5.5 B
Full transcript