Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Autisme

No description
by

Karin Siemons

on 3 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Autisme

Hoe test je op autisme
Een verdieping
De theorieën
Een positieve afsluiting
Wat te doen?
algemene kenmerken
DSM-V:
*
Problemen in de sociale communicatie en sociale interactie
- sociaal-emotionele wederkerigheid (eenrichtingsverkeer)
- sociale communicatie (non-verbaal)
- moeite met vriendschappen onderhouden
* Repetitief en beperkt gedrag
- stereotype gedrag (fladderen)
- hardnekkig vasthouden aan routines
- afkeer van veranderingen
- beperkte, bijzondere, gefixeerde interesses
- hypo- of hypersensitiviteit voor prikkels.

Andere aspecten van het gedrag
* agressie/boosheid
* moeite met het begrijpen van emoties
* beperkte flexibiliteit
* beperkte zelfstandigheid
* beperkte creativiteit
* druk/ ADHD-achtig gedrag

Zeker in de bovenbouw zullen leerlingen met autisme op bepaalde aspecten uit gaan vallen.

Waar komt dit gedrag vandaan?
Intermetzo
De hersenen spelen een belangrijke rol in autisme
- genetische oorsprong

* er zijn verschillende genen betrokken
- gevoeligheid voor bepaalde omgevingskenmerken
- direct veroorzaken symptomen

* Vele theorieën die het typische gedrag trachten te verklaren.
-
Centrale Coherentie
-
Executieve Functies
-
Theory of Mind

(Gaat over informatieverwerking)
* Er is nog geen universele theorie
Wat is centrale coherentie

* Het integreren van informatie op een hoger niveau
* Samenvoegen inkomende prikkels (visueel, auditief, tactiel etc.)
betekenisverlening
* Vermogen om dingen in hun context te zien
Detailwaarneming
Ook onbelangrijke details

Quote:
'Moeder: ach jongen, die kaart is wel in 20 stukjes gescheurd.
Jongen: 26 stukjes!'

Ook:
Beperkte interesses
anders teveel prikkels, te vaak moeten switchen, vermoeiend

Voordeel
: deze kinderen zijn erg goed in taken waarbij detailwaarneming of het gedetailleerd verwerken van informatie belangrijk is.


Geen filter hebben/
geen integratie
routines
Een situatie bestaat uit
losse elementen

Eén element anders? --> situatie is niet hetzelfde.

Dus: ander lokaal, andere plaats, andere docent, computer v.s. pen en papier.

Draagt bij aan sociale beperkingen
Sociale interactie
- Beperkt begrip
sociale regels
- Moeite met
afstemmen
- Context
(vb:
Birgit
)
- Gezichtswaarneming
* Oogcontact
* Gezichtsuitdrukkingen
-

Gedrag van anderen is
verwarrend, onvoorspelbaar en beangstigend


Rigiditeit/starheid
* Sterk aan de regels houden
* Regels gelden altijd en overal
* Dit zorgt voor veiligheid en structuur
* Bij afwijken van de regels ontstaan problemen
- angst
- boosheid

Taal
"Een bord voor je kop hebben"
* Ze zien het niet in de
context
, maar als een
losstaand iets
Wat zijn executieve functies
Reguleren en controleren cognitieve processen
-
ACTIVATIE
(uitvoeren van taken, plannen/ organiseren)
-
FOCUS
(aandacht richten en vasthouden)
-
INSPANNING
(taakgericht werken, alertheid)
-
EMOTIES
(reguleren, omgaan met frustratie)
-
GEHEUGEN
(werkgeheugen, verbanden)
-
ACTIE
(zelfinzicht, gedragsregulatie



Wat is er anders in autisme
Minder goed ontwikkeld t.o.v.
normgroep:
- Inhibitie
- Werkgeheugen
- Flexibiliteit/task switching
- Alertheid
Vergelijking
ADHD
- Inhibitie ASS slechter
- Werkgeheugen ASS slechter
- Flexibiliteit ASS slechter


Er is een overlap in symptomen ADHD en autisme
* Hyperactiviteit en impulsiviteit
* Emotieregulatie
* Aandachtproblemen
Druk gedrag
- gebrekkig vermogen tot
impulsbeheersing
(overlap ADHD)
- neemt af met de leeftijd
- uiten innerlijke onrust (
overprikkeling
)
- Te hoge eisen,
onduidelijkheid


Druk gedrag is voor autistische kinderen een manier om met stress om te gaan
.
Boosheid/woede/agressie
vreemd/repetitief gedrag
Overprikkeling, de
onrust
moet eruit

Repetitief gedrag om
prikkels buiten te sluiten

Repetitief gedrag om te
kalmeren

Ook: fladderen, pen tikken

Oren afdekken
Wat is theory of mind
Theory of Mind houdt in dat je in staat bent om
gedachten
,
gevoelens
en
intenties
toe te schrijven aan
jezelf
en
anderen
, en op basis daarvan het
gedrag
van
anderen
te
voorspellen
en daarnaar te
handelen
.

Dus: ook kunnen begrijpen dat anderen andere gedachten kunnen hebben dan jijzelf

Cognitieve
empathie,
vgl.
affectieve empathie.

Bij autistische kinderen ontwikkelt zich dit niet goed of vertraagd
Boosheid/agressie
- anticiperen op signalen van overprikkeling of frustratie
- zorg voor structuur en voorspelbaarheid

- Soms is het ook puber gedrag
- repetitieve gedragingen
- tikken met pen
- heen en weer wiegen
- lichamelijke onrust
- wiebelen
- friemelen
- het niet lukken van een opdracht
- treiteren door andere leerlingen
Druk gedrag
Zelfinzicht, inzicht in anderen
-
Goedgelovig
zijn
-
Oorzaak-gevolg
relaties
- Gevolgen eigen gedrag
-
Intenties, gedachten
en
emoties
cognitieve en affectieve empathie


Maar ook: niet snel liegen en bedriegen
Een voorbeeld
“Birgit (12) en haar ouders en zusje rijden in Frankrijk op de snelweg. Ze zien een vrouw in de berm staan die haar armen op en neer beweegt. Zo’n vijftig meter verder ligt een auto ondersteboven. De caravan staat er op een vreemde manier achter (…). Weer vijftig meter verder lopen een man en twee jongetjes langs de snelweg. In de verte is een s.o.s paal te zien (…).

-
Birgit heeft autisme. Wat zou haar conclusie zijn, denk je?
Conclusie van de ouders:”Tjee, wat hebben die mensen een geluk gehad, zeg!”(…).

Conclusie van Birgit: “Die vrouw hoort echt niet bij die verongelukte auto hoor!”

“Waarom niet?” vragen haar ouders. “Nou, als je net zo’n ongeluk gehad hebt, sta je toch niet aan de kant van de weg te
juichen
!!” (Quak en Smeets, 2003 p 67).
Ze koppelt het gedrag niet aan de situatie, maar neem de gebeurtenissen los waar.
Sociaal
Signalen
Structuur en voorspelbaarheid
* De dag doornemen
* Planner
* Als dit klaar is.. dan dat..
* Over 5 minuten gaan we..
* Wijk zo min mogelijk af van wat je eerder gezegd hebt.
* Zo concreet mogelijk
* geef me de 5
Aanpak als het kind toch boos wordt
* Blijf zelf
rustig
(stem verheffen e.d. leidt tot nog meer prikkels).
* Spreek van tevoren een
time-out plek
af.
* Spreek
duidelijk
af wanneer het kind daar naartoe mag.
* Ga pas met het kind in gesprek als het afgekoeld is.
- stel
geen waarom
vraag
- liever
wat
-vragen
* Raak het kind niet aan tenzij dit echt niet anders kan.
* Probeer te achterhalen
waar de boosheid vandaan
komt.

Bij
corrigeren
:
* Geef duidelijk, maar kort aan waarom je ze corrigeert.
* Wees
consequent
(anders is het verwarrend).
* Bied
alternatief gedrag
aan.
* Achterhaal
waar
het gedrag vandaan kan komen.
*
Verminder
het aantal
prikkels
voor het kind
- Denk aan de plaats in de klas.
- Koptelefoon
- Moment buiten de klas t.b.v. rust
* Controleer of het kind de
opdracht
wel heeft
begrepen
(Wie, wanneer, wat, waar en hoe?)
* Geef
directe en consequente
feedback op het gedrag.
* Zorg voor
structuur
- duidelijkheid over wie, wat, wanneer, hoe en waar.
- planner
- invulling '
lege ruimtes
'
(vrije tijd = lege tijd --> duidelijke, geplande, structuur is afwezig)
Werkhouding
* Weinig
zelfstandig
(plannen en organiseren)
* Moeite met het
beginnen
met nieuwe taken
* Moeite met het
switchen
van taken
* Snel
afgeleid óf hyperfocus
*
Weigeren
om aan iets te beginnen.
* Iets wat eerste wel lukte, lukt opeens niet meer
*
perfectionisme
--> laag werktempo
* Bij
huiswerk
: duidelijkheid d.m.v. geef me de 5
(let er ook op dat ze het echt opschrijven)
Heeft te maken met
* Gebrekkige
executieve functies
* Zwakke
centrale coherentie
*
Onduidelijkheid
van de opdracht (ook als het voor jezelf duidelijk lijkt)
Aanpak
* Wees zo
concreet
mogelijk (geef me de 5)
* Sommige leerlingen met autisme krijgen
klassikale instructie niet goed
mee.
- Noem ze bij hun naam om hun aandacht weer bij de les te krijgen
* Geef ook
individuele instructie
.
* Spreek ze aan wanneer ze niet lijken te beginnen.
* Leer kinderen wennen aan
verschillende situaties
-->
taak onder de knie?
>
breng
variaties
aan
* Gebruik een
planner
* Geef van
tevoren
aan als je met een
nieuw vak
begint
"vervelend" gedrag
* Vaak niet opzettelijk, maar onbegrip

Schijnbaar brutaal of vervelend gedrag
* antwoorden hardop voorlezen
* weigeren iets te doen

Oorzaken
* door gebrekkige kennis
sociale regels
* het
niet begrijpen van intenties
* door het
afwijken van routines
* gebrekkig zelfinzicht
* Het heeft vaak te maken met de manier waarop iets geformuleerd is.
Aanpak
* Stel opdrachten
niet
in een
vragende
vorm. Grote kans dat het kind dan "nee" zegt.
* Wees zo
concreet
mogelijk
* Als er bij een opdracht "
noem...
" staat, is de kans groot dat een kind het ook echt op gaat noemen.
* Probeer dit dus te vermijden (zeker bij toetsen).

Bij opzettelijk ongewenst/vervelend gedrag
* Geef
direct feedback
en doe dit
consequent
* Bied
alternatieven
aan

Straffen
werkt niet goed!!
* Ze zien de relatie tussen het gedrag en de straf niet.
* Indien je straft, leg de reden dan
expliciet
uit.
Belonen
van goed gedrag werkt goed (vooral materiële beloningen)

* Leer kinderen
stap voor stap
wennen aan afwijkende routines
* Probeer te achterhalen wat
motiverend
werkt


Uitval op bepaalde vakken
* Vakken die een beroep doen op
abstract
denken
- door beperkt verbeeldend vermogen
* Vakken die een beroep doen op verschillende vormen van
probleem oplossen
en
logisch redeneren
.
- eigenzinnige manieren van probleem oplossen
-
samenhang
niet zien (werkgeheugen/centrale coh.)
* Vakken die een beroep doen op
creativiteit
.
- in ieder geval de vrijzinnige vorm
- door beperkt verbeeldend vermogen
* Samen werken.
Wat is er anders bij autisme?
* De centrale coherentie is
zwak
* Losse delen, niet het geheel
* Zien zaken
niet in de context
* Moeite met het
waarnemen van gezichten
* Gerichtheid op
details
*
Hoofd- en bijzaken
niet kunnen scheiden.
* Geen
filter
Hierdoor ook: moeite met
generaliseren
- het geleerde toepassen in andere situaties is lastig
Wat kun je doen?
* Maak verbanden inzichtelijk (
visuele ondersteuning
is helpend)
- denk aan schema's, mindmapping, figuren, pictogrammen
* Bespreek eerst het '
totaalplaatje
' (bijv het doel van de les)
* Kinderen met autisme zijn
beelddenkers
- beelden/pictogrammen zijn
concreet
- met een
vaste betekenis
- bieden dus
houvast
* Los een probleem
samen
met een kind op
- leg
expliciet
en stap voor stap uit
-
stappenplan
maken
- herhalen
- laat ze steeds meer
zelf proberen
* Benadruk de
sterke kanten
van het kind en
benut
deze.

Nog wat tips...
* Zorg voor een
gestructureerde
omgeving.
* Gebruik geen woorden als "
straks, zometeen
etc."
*
Positieve
benadering
* Eis
geen oogcontact
(kan beangstigend zijn)
*
Leer
het kind om
hulp te vragen
- stap voor stap. Eerst navragen of het kind het begrijpt, vervolgens toewerken naar het gebruiken van een vragenkaart dan oefenen met vinger opsteken.
* Houdt rekening met
zwart-wit denken
* Geef duidelijk aan wat een kind kan gaan doen als het eerder klaar is, geen scala aan mogelijkheden.
* Geef aan
wanneer
een kind een
onafgemaakte taak
af kan maken

Sociale situaties inzichtelijk maken
* concreet
*
sociaal script
of
sociaal verhaal

En zo zijn er nog veel meer tips
Handig:
*
http://gedragsproblemenindeklas.nl/gedrags-en-ontwikkelingsstoornissen/ass/

*
http://sociaalopstap.nl/
- sociale verhalen
- stappenplannen

AANRADER:
http://www.npo.nl/focus-leven-met-autisme/14-12-2014/VPWON_1220927 (
documentaire
)

De film '
Daglicht
'
Sterke kanten van kinderen met autisme
1 2 3
4 6 5
7 8 9
S
T
I
P
T
Eerlijk, recht door zee
Goed in analytisch denken.
Goed (visueel) langetermijngeheugen
In het algemeen beleefd
Merken kleine veranderingen op
Oog voor detail
Nauwkeurig werken
Begrijpt schema's goed
Kan zich goed verdiepen in een bepaald
onderwerp
"Savants"
Sally-ann test
* meet Theory of Mind
ADOS
* 8 taken
* meet allerlei aspecten van ASS
* semi-gestructureerde observatie








autism diagnostic observation schedule
Het Gedrag
* Grapjes letterlijk nemen (zien de
intentie
niet)
Fladderen
* Opvallende bewegingen meestal met de handen (op en neer bewegen)

* Zelfregulatie:
- uiten van emoties die ze niet verbaal
kunnen uiten.
- teveel prikkels
* Zelfstimulatie
- veilig, prettig gevoel
PDD-NOS
Wanneer?: Als niet voldaan wordt aan alle criteria van een specifieke ASS stoornis, maar het gedrag wel afwijkend is.

Kenmerken
* Eenrichtingsverkeer
* Contact soms dwingend en claimend
* Moeite met onderscheid bekend/onbekend
* Beperkt begrip van sociale situaties
* Moeite met onderscheid fantasie en werkelijkheid
* Ouwelijk taalgebruik
* Emotionele problemen (angst/paniek, agressie)
* Moeite met hulp vragen
* Koppig/opstandig/driftig gedrag
Komt vaak voort uit
frustratie
- niet goed kunnen communiceren
- niet begrijpen waarom ze straf krijgen (
oorzaak-gevolg
)
-
overprikkeling
(blokkeren van input)
-
vermijden
van situaties
- iets voor elkaar willen krijgen

Of komt voort uit een gevoel van
onveiligheid
:
- wanneer een routine doorbroken wordt

En: beperkt vermogen tot
emotieregulatie
Soms is het opzettelijk vervelend gedrag,
het zijn immers ook pubers
* Bijdehante opmerkingen
Opstandig/weigerachtig
* Als iets niet in hun "plaatje" past
* Afwijking van routine
* Geen motivatie
* Puberen
Zwakke vakken
Twee vormen:
* Taal wordt aangeleerd in
sociale interacties
*
Verbeeldend vermogen
en
abstract
denken:
- Wiskunde A (kansberekeningen)
- verhaalsommen
* Maatschappijleer (zien alles uit
eigen perspectief
)
* SoVa
* Begrijpend lezen (vergt
context begrip
).

In de bovenbouw komt dit steeds duidelijker naar voren --> hogere
eisen
meer
zelfstandigheid
plannen
en
organiseren
minder
eenduidige
opdrachten
Samenvattend
* De
hersenen
van iemand met autisme
verwerken informatie anders
dan hoe wij dat doen.
* Dit leidt tot de verschillende gedragsaspecten, die in de praktijk zichtbaar zijn.
* Een
veilig klassenklimaat
,
duidelijkheid
en
regelmaat
zijn belangrijk.
* De
geef me de 5
methode biedt hierin houvast
* Wees alert op
overprikkeling
* Wees
consequent.
* In de bovenbouw loopt het kind steeds meer tegen beperkingen aan, wat problemen op kan leveren
* Het belangrijkste is echter:
Ieder

kind

met

autisme

is

anders

De beste aanpak bij elk individueel kind ontdek je gaandeweg in de praktijk. De tips die in deze presentatie zijn gegeven, zijn handvatten, die gebruikt kunnen kunnen worden.
Kinderen met autisme hebben kwaliteiten
Benut deze en geef complimenten

Kinderen met ASS krijgen vaak genoeg te maken met onbegrip. Zorg dat ze zich door jou begrepen voelen.
Problemen
Organiseren en plannen
Het beginnen met een nieuwe taak
Oplossingsstrategieën
Cognitieve flexibiliteit
* Moeite met
sarcasme, spreekwoorden
*
Monotoon
spreken
*
Echolalie, neologisme
(vnl. klassiek autisme)
Taal en communicatie
Wederkerige sociale interactie
Fantasie
Stereotiepe gedragingen
Beperkte interesses

In combinatie met ADI-R

de '
gouden standaard'
(gestructureerd interview)
Full transcript