Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Havo 4 H4 en H5

No description
by

Dion Beusen

on 10 December 2018

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Havo 4 H4 en H5

Het lukt de koning niet om te hervormen --> vraag
de Staten-Generaal
om een oplossing

Derde stand stap eruit en roept zich uit tot de
Nationale Vergadering
Nationale Vergadering (het parlement) vertegenwoordigde het hele Franse volk
Kreeg steun van enkele lage edelen en meeste lage geestelijken

Koning woedend, maar gaf uiteindelijk toe aan de derde stand, geeft bevel aan edelen en hoge geestelijken om deel te nemen aan de Nationale Vergadering
Eerst: adel tegen koning, nu: derde stand (bourgeoisie) tegen de koning en adel

Angst bij de derde stand voor een reactie van de adel en koning
Arme Parijzenaars
bestormen de Bastille op 14 juli 1789
Ook de boeren komen in opstand en plunderen landgoederen

Gevolg: Koning geeft verzet op
De Nationale Vergadering bepaalt nu alles, koning verzet zich nog af en toe tegen plannen
Koning wordt uit Versailles gehaald en naar Parijs gebracht
Vroegmoderne Tijd
1500-1800
Tijd van ontdekkers en hervormers
1500-1600
- Da Vinci
- Columbus
- Luther
Tijd van regenten en vorsten
1600-1700
- Galileo Galilei
- Lodewijk XIV
Tijd van pruiken en revoluties
1700-1800
________________Toetsweek 3
- Voltaire
- Lodewijk XVI
- Napoleon
Waarom Amerika gaan Columbusland?
Amerika vernoemt naar Amerigo Vespucci ontdekker van het continent,

tenminste hij schrijft er als eerste over
Renaissance
De renaissance (letterlijk: wedergeboorte) is een periode in de Europese cultuurgeschiedenis die volgde op de middeleeuwen. De term kwam in de 19e eeuw ook in omloop als historisch periodebegrip.

De renaissance als culturele beweging begon in Italië in de veertiende eeuw en verspreidde zich in de volgende eeuwen over de rest van Europa. De Italiaanse humanisten die de term renaissance introduceerden, meenden dat na een periode van verval, de middeleeuwen, een nieuwe gouden eeuw was aangebroken, die niets minder was dan een 'wedergeboorte' van de verworvenheden van de klassieke oudheid. De acceptatie van renaissance als periodebegrip had niet alleen te maken met de herleving van de klassieke oudheid en de wijze waarop deze periode werd gecontrasteerd met de tijd die daaraan voorafging. De term verwijst ook naar de 'geboorte' van belangrijke nieuwe ontwikkelingen in deze periode, zoals de teloorgang van het feodale stelsel, de ontdekking van nieuwe continenten, het copernicaanse stelsel in de astronomie en de uitvinding of introductie in Europa van drukpers, papier, kompas en buskruit.

Moderne historici zien echter op heel wat gebieden geen scherpe breuk met de late middeleeuwen, en benadrukken dat er eerder sprake was van continuïteit en verdere ontwikkeling van processen die reeds in de middeleeuwen waren begonnen.

Bron: Wikipedia
Erasmus
1466 bij Rotterdam wordt Erasmus geboren

Zat tot zijn 30ste in het klooster, leest veel werk van klassieke schrijvers en reist daarna door Europa

Europese samenleving corrupt en immoreel

Maakt zelf een vertaling van de bijbel vanuit het Grieks
Lof der zotheid
, zet alle Europeanen, bisschoppen, kardinalen en de paus voor schut
geeft met humor kritiek

Humanist
: ging in navolging van de Grieks-Romeinse cultuur uit van het zelfstandig denken van de mens en niet van het goddelijke voorschriften.


Kerkhervorming of reformatie
Beweging in de rooms-katholieke kerk om misstanden te bestrijden. Mondt uit in het ontstaan van het protestantisme

Katholicisme
De christelijke kerk zoals die na het schisma in de Middeleeuwen los van de Oosterse of Grieks-orthodoxe kerk bestaat, met een paus aan het hoofd

Protestantisme
Oorspronkelijk een hervormingsbeweging, later een aparte christelijke stroming, die zich richtte tegen de misstanden in de katholieke kerk
Maarten Luther een Duitse monnik en godgeleerde uit Wittenberg
Bestudeerde de Bijbel
Had reizen gemaakt naar Rome (hoofdstad Christendom)
Ziet dingen binnen het christendom die niet kloppen

Luther wil hervormingen in de kerk
Aanleiding:
Aflatenhandel
(papieren waarmee je je zonden kon afkopen)

95 stellingen
Als reactie schrijft Luther 95 stellingen waarin hij kritiek levert op de Kerk
In
1517
op de kerkdeur in Wittenberg gespijkerd

Was Luther de eerste/enigste die kritiek gaf?
Maarten Luther
Kritiek Luther
Reacties paus, keizer en vorsten
Spijkert 95 stellingen op de kerk in Wittenberg
- Ieder mens kon zelf contact leggen met god
bidden, Bijbel lezen, innerlijk geloof te voelen

- Kerkelijke rituelen leiden af van boodschap god
sacramenten bijv. biecht, vormsel

- Aflaten handel was verwerpelijk
god bepaalde wie vergiffenis kreeg

- Kritiek op vereren van heiligen
dit waren afgoden

- Het celibaat voor geestelijken was onzinnig
onthouding van seks en huwelijk

- Kritiek op rijkdom kerk
kerk perst het volk uit voor eigen pracht en praal
Zijn beschuldigingen waren onvergeeflijk

Paus beval hem naar Rome te komen om terecht te wijzen
Luther weigerde

Professoren en humanisten steunden Luther
Luther bleef doorgaan met pamfletten verspreiden

Paus doet Luther in 1520 in de kerkban
Luther had de keizer en alle Duitse vorsten opgeroepen zich af te keren van de paus en een eigen Duitse kerk te stichten

Karel V roept Luther bij zich en wil hem zijn woorden terug laten nemen
Luther weigerde

Vorst van Saksen, Frederik de Wijze bood Luther bescherming
Luther zal hier veilig kunnen werken en ontkomt aan vervolging
Vorsten
:
- Corruptie binnen de kerk was groot
verdwijnen van veel kerkgelden naar Rome

- Bij de lutherse kerk werden zij hoofd van de kerken
Kregen invloed op benoeming predikanten
Konden de greep op hun gebieden vergroten
Mochten kloosters sluiten en bezittingen innemen

- Onderdanen moesten de vorst altijd gehoorzamen
ook als deze zich slecht gedroeg
Gewone

volk
:
- Was het zat dat veel belastinggeld naar Rome verdween

- Ook zij wilden meer invloed op benoeming priesters

- Hadden verder weinig keus
moesten het geloof aannemen wat hun vorst koos
- Ieder mens kon zelf contact leggen met god
bidden, Bijbel lezen, innerlijk geloof te voelen

- Kerkelijke rituelen leiden af van boodschap god
sacramenten bijv. biecht, vormsel

- Aflaten handel was verwerpelijk
god bepaalde wie vergiffenis kreeg

- Kritiek op vereren van heiligen
dit waren afgoden

- Het celibaat voor geestelijken was onzinnig
onthouding van sex en huwelijk

- Kritiek op rijkdom kerk
kerk perst het volk uit voor eigen pracht en praal
Calvijn
Luther
- verwierp rituelen kerk

- verwierp rijkdom kerk

- Voor de geboorte was al bepaald of je
het eeuwige leven kreeg
predestinatie

- God eren door nederig te zijn, te geloven en
je begeertes te beheersen
Ontdekkingsreizen
Humanisten Renaissance
(opkomst 14e eeuw) (1350-1600)
Wetenschappelijke Revolutie (17e eeuw)


(Empirisme en Rationalisme)
Verlichting (18e eeuw)
Revoluties
(democratische revoluties)
Amerikaanse Revolutie 1775

Franse Revolutie 1789
Industrialisatie (Industriële Revolutie)
1750
Restauratie
1814
Liberalisme
Humanisten, denkers die Griekse en Romeinse cultuur bestudeerden en de mens centraal stelden. Periode heet de Renaissance. In deze periode ook de ontdekkingsreizen. Renaissance wetenschappers probeerden alles te verklaren. Gingen zelf op onderzoek uit en experimenteren.
Renaissance --> Wetenschappelijke Revolutie
Wetenschappelijke Revolutie --> Empirisme en Rationalisme
De wetenschap gaat een grote plaats innemen in de samenleving. Kennis kon verkregen worden door waar te nemen en te experimenteren (empirisme). Daarnaast ging het verstand, de rede, een grote rol spelen in het bestuderen van de samenleving (rationalisme).
Empirisme en Rationalisme --> Verlichting
Door de wetenschap en je verstand te gebruiken kwam je achter de waarheid. Combinatie Empirisme en rationalisme. Alles werd ter discussie gesteld en niets werd zomaar aangenomen.
Verlichting --> Revoluties
De verlichte denkers gingen over alles nadenken. Was de samenleving wel goed zoals deze was? Mensen moesten gelijk zijn, er moesten mensen rechten komen, burgerrechten. De macht van de (absolute) vorst werd ter discussie gesteld. Gevolg: revoluties (Franse Revolutie)
Revoluties --> Restauratie
De Franse Revolutie kwam ten einde met Napoleon. Na Napoleon was er chaos in Europa, met het Congres van Wenen werd dit hersteld. Overal in Europa werden weer vorsten aangesteld. Ancien Regime leek terug te zijn. Het restaureren van Europa (periode Restauratie genaamd). Er werd gestreefd naar een Balance of Power
Restauratie --> Liberalisme
Niet iedereen was blij met de restauratie. Vele ideeën van de Verlichting bleven bestaan. Onder het liberalisme kwamen deze weer opnieuw op. Stroming die de vrijheid van het individu tegenover de almacht van de staat centraal zet. In 1830 en 1848 braken er weer overal revoluties uit voor verdere democratisering.
Wetenschappelijke Revolutie --> Industrialisatie
Door de Wetenschappelijke Revolutie werden er allerlei uitvindingen gedaan. Uitvindingen die ervoor gingen zorgen dat er een industriële samenleving ontstond. Dit ging gepaard met een Industriële Revolutie
1
2
3
4
5
8
1
2
3
4
5
6
6
7
Nationalisme
7
Napoleon --> Nationalisme
Met de verovering van vele gebieden door Napoleon kwam ook het besef bij volkeren op één staat te zijn. Na Napoleon hadden vele burgers gehoopt op volksvrijheid. Een nationale staat met eigen volksvertegenwoordigers, geen vorst meer aan het hoofd met zijn onderdanen.
8
Leren voor de toets
Wat?
H4 paragraaf 6 t/m 10 (Voltaire, Lodewijk XVI, Napoleon)
H5 paragraaf 1 t/m 9 (Philips, Van Houten)
H6 paragraaf 1 t/m 9 (Marx, Aletta Jacobs)
Begrippen, personen, jaartallen
Leestekst, bronnen, groene, paarse, oranje teksten

Hoe?
- Prezi is leidend, boek is aanvulling/extra informatiebron
- Haal personen, begrippen en jaartallen uit de tekst
- Wat hebben de personen gedaan, wat zijn hun denkbeelden
- Maak een mindmap van de personen en/of begrippen
- Lesopdrachten, schema's, samenvatting leren
- Verwerkingsvragen maken/doornemen
- Prezi bekijken

Extra
- Bekijk de kenmerkende aspecten, maak hier een vraag vorm van en probeer deze te beantwoorden, nr 1 t/m 36
- De sub-paragraaf kopjes hebben vaak een vraag vorm, probeer deze te beantwoorden



- Organisatie van onderaf, iedere gemeente bestuurde zichzelf
- Verzet tegen vorst was
toegestaan
- Het stond al vast wie in de hemel kwam


- Vorst hoofd van de kerk

- Verzet tegen vorst was niet toegestaan
- Door geloof kan men in de hemel komen
Verschillen calvinisme en lutheranisme
Kenmerken Luther en Calvijn
Contra Reformatie -->
Wat te doen voor de kerk? Aanpassen of vasthouden?
Concilie van Trente (1545-1563)
- Kerk veranderde de leer niet

Maatregelen m.b.t. eigen discipline:
- Opstellen lijst verboden boeken, de Index
- Priesters mochten alleen inkomsten krijgen van de kerk
- Verbod op het verhandelen van kerkelijke ambten en aflaten

Andere maatregelen:
- Aanvaarding kerk van oude Latijnse vertaling van de Bijbel
- Priesters kregen een gedegen opleiding, celibaat verplicht
- Vaste woon- en verblijfplaats voor priesters

Hoe maatregelen na te leven?
- Kloosterorden gaan disciplinaire maatregelen uit voeren
- Oprichting kerkelijke rechtbanken -->
Inquisitie
De toets
Empirisch onderzoek
Renaissance onderzoeker:
onderzoek doen door waarnemen, ervaring en experiment

Empirische methode

Vergelijkbaar met de Oudheid maar nu meer systematisch experimenteren

Aristoteles
Tegenstand voor onderzoekers
Tegenstand afkomstig van de kerk

Waarom?
Verloor greep op de wetenschap
Kerkelijke opvattingen werden ondermijnd
Andere wetenschappers en andere tijden
Nikolaus Copernicus (1473-1543)
Oost-Pruisische astronoom
Bestudeerde
oude geleerden (o.a. Ptolemaeus)
Deed
experimenten
én...
(
Redeneerde
) Beweerde dat de aarde om de zon draaide
Brengt zijn boek pas uit op zijn sterfbed

Andreas Vesalius (1514-1564)
Moest lijken stelen om het menselijk lichaam te onderzoeken, was niet toegestaan

Giordano Bruno (1548-1600)
Italiaanse geleerde
Was aanhanger ideeën Copernicus (ook van Luther)
Werd in 1600 als ketter tot de brandstapel veroordeeld

Nicolaes Tulp (1593-1674)
Liet zich schilderen door Rembrandt tijdens het
ontleden van lijken

Isaac Newton (1642-1727)
Engelse geleerde
Stelde de leer van de zwaartekracht op
Werd in de adelstand verheven en kreeg een standbeeld

visie
Verlichte despoten
Frederik de Grote Catherina de Grote
Abolitionisme
De klachten van de boeren
In de middeleeuwen waren boeren horigen geworden

In ruil voor bescherming hadden zij vele verplichtingen

Na de middeleeuwen de meeste boeren vrij toch bleven zij vele verplichtingen houden aan de edelen

80% was boer in Frankrijk. Wilden meer grond en eerlijkere belastingen

1787-1788 een slechte oogst, onvrede neemt toe
De klachten van de stedelijke bevolking
stedelijke werklieden
Ongeveer 2% werkzaam in nijverheid

Moesten hard werken voor een laag loon

Na slechte oogst 1787-1788 steeg onvrede
De klachten van de stedelijke bevolking
de bourgeoisie
Bourgeoisie
, rijke burgerij in de steden

- Mochten geen belangrijke functies uitoefenen in regering, kerk en leger

- Betaalden veel belasting

- Hadden geen vrijheid van meningsuiting

- Hadden last van overheidsregels
Ontevredenheid onder andere bevolkingsgroepen
De Staten-Generaal
-
Bijeengeroepen

15-05-1789, voor het eerst sinds 1614
- De Staten-Generaal was een vergadering van drie standen
- Iedere stand had één stem
- Derde stand was hier niet blij mee, zij waren immers met veel meer maar hadden maar één stem
Hervormingen Nationale Vergadering
(1789-1791)
- Invoering van een grondwet
- Afschaffing voorrechten van de adel en geestelijkheid
- Alle ambten in de regering, kerk en leger werden opgesteld voor iedereen
- Grondbezit kerk werd afgepakt, verkocht aan hoogste bieder (rijke burgers en boeren)
- Sterke beperking macht van de koning
- Invoering scheiding der machten (Montesquieu)
wetgevende, uitvoerende rechtsprekende macht
- Invoering beperkt kiesrecht -> macht in handen bourgeoisie

Verklaring van de rechten van de mens en burger
Hierin werden ideeën van de verlichters over vrijheid en gelijkheid vastgelegd
Tegen uitbuiting, willekeur bestuur, voor persoonlijke vrijheid
Basis voor grondwet van 1791
Mooi op papier, echter grondwet van 1791 bracht macht in handen van de bourgeoisie
Terreur Radicalen (1793-1794)
Alle vijanden van de revolutie moesten terechtgesteld worden
Niet voor de revolutie van radicalen, dan er tegen

13.216 mensen tot de guillotine veroordeeld +
22.000 mensen zonder proces gedood

Deze periode van massale executies wordt de Terreur genoemd
Guillotine
Buitenlandse vijanden worden verslagen
Wereldwijde handelscontacten leiden tot begin wereldeconomie
Trans-Atlantische slavenhandel
Slaven handel vanuit Afrika over de Atlantische oceaan naar de Amerika 's
Engeland
Frankrijk
Spanje
Portugal
Nederland

Nederland had een aandeel van 5%

Verlichters
: samenleving met het verstand onderzoeken, vrijheid belangrijk

18e eeuw --> Verlichting --> eeuw van de redelijkheid

Onderzoekers uit de
Verlichting
-->
Verlichters

De samenleving met verstand onderzoeken

Kennis neemt toe
Problemen in samenleving kunnen worden
opgelost

Rationeel optimisme
Bron 1
(Afkomstig van Edmond Géraud, zoon van een rijke familie uit Bordeaux. Hij studeert in Parijs. Hij schrijft op 12 augustus 1792 aan een oude bekende in Bordeaux.)

1 De brief is geschreven door iemand uit Bordeaux die in Parijs de revolutie meemaakt. Vermoedelijk is hij uit de
bourgeoisie
afkomstig (
reizen naar andere steden en het kunnen schrijven zullen meer onder de bourgeoisie dan onder de lagere bevolkingsgroepen zijn voorgekomen
). Hij hoort waarschijnlijk
niet tot de adel of de geestelijkheid, want die waren tegen de revolutie.

2 Uit het neerhalen van standbeelden van koningen blijkt, dat Lodewijk XVI waarschijnlijk pas ten val is gekomen: na de inval van Oostenrijk en Pruisen (HB blz. 73). Dus is de brief
kort na april 1792
geschreven.
De woede tegen de koningen kan ook rond de terechtstelling van Lodewijk XVI tot uitbarsting zijn gekomen. Dan is de brief
rond januari 1793
geschreven.
Bron 2
(Gravure uit de tijd van de Franse Revolutie)

1 De titel, de toelichting en de afbeelding tonen aan dat op deze gravure het ‘ontwaken van de Derde Stand’ is afgebeeld: de liggende persoon (de Derde Stand) is bezig zijn ketens te verbreken; de edel-man en de geestelijke kijken verschrikt toe.
De gravure zal dus gemaakt zijn door een lid van de Derde Stand.

2 De tekening zal gemaakt zijn
kort na de val van de Bastille (14 juli 1789
; HB blz. 70): die wordt op de achtergrond afgebroken.
Bron 3
(Rede van Robespierre op 21 juli 1793)

1 De toespraak is gehouden door een
Jacobijn
: zij wilden de positie van de
armen
(in Parijs) verbeteren en probeerden hun steun te krijgen.

2 De spreker heeft het over ‘de revolutie die de laatste drie jaar heeft plaatsgevonden’. Uit zijn woorden blijkt ook dat tot dan toe niets voor de armen is gedaan. Dat wilden de radicalen / Jacobijnen. De toespraak zal dus
kort voor of na de machtsovername door de Jacobijnen (juni 1793
) zijn gehouden:
de tweede helft van 1792 - de eerste helft van 1793
.
Bron 4
(Lodewijk XVI tot de Staten-Generaal op 5 mei 1789 in zijn openingsrede)

1 De spreker is de
koning
: hij spreekt de hoop uit dat
alle Standen met hem willen samenwerken
. Hij spreekt tot de Staten-Generaal en kon die vergadering als enige bij elkaar roepen.

2 De toespraak zal zijn gehouden tijdens de
opening van de Staten-Generaal in 1789
(HB blz. 72): ‘Daarom heb ik u bij elkaar geroepen’ en ‘Samen zullen we ons inzetten ...’. Het vergaderen moest dus nog gaan beginnen.
Bron 5
(De ‘Verklaring van de rechten van de mens en de burger’, aangenomen op 27 augustus 1789 als inleiding op de grondwet die daarna geschreven zou worden)

1 Het betreft de ‘Verklaring van de rechten van de mens en de burger’.
De tekst is waarschijnlijk geschreven door
vertegenwoordigers van de bourgeoisie
. Zij profiteerden het meest van deze rechten (bijvoorbeeld artikel 17: de bescherming van eigendommen).

2 In
1789
: in het historisch overzicht staat, dat de Verklaring in 1789 was vastgelegd (HB blz. 73).




René Descartes
"Cogito ergo sum"




1. Vul de tijdbalk van de Franse Revolutie in (gebruik het boek + internet)

2. Lees Hb blz. 70: Verdeel de tijdbalk in 3 fasen van revolutie


3. Maak de opdracht op blz. 48 van het activiteitenboek
Door wie is de bron gemaakt (welke stand)
Wanneer is de bron gemaakt (zie tijdbalk)

Fasen van revolutie
Fase 1: De regering wordt verdreven en gematigde hervormers krijgen de macht in handen
Fase 2: De gematigden hervormers worden verdreven door radicale hervormers


Fase 3: Chaos door het geweld van de radicalen. Een sterke man grijpt de macht
Fase 1: De regering wordt verdreven en gematigde hervormers krijgen de macht in handen
Fase 2: De gematigden hervormers worden verdreven door radicale hervormers

Fase 3: Chaos door het geweld van de radicalen. Een sterke man grijpt de macht
Fasen van revolutie
Tijdschets
Da Vinci
Tijdschets
Columbus
Tijdschets
Luther
Tijdschets
Galileo Galilei
Tijdschets
Lodewijk XIV
Tijdschets
Voltaire
Tijdschets
Napoleon
Thema's hoofdstuk 4
K-A Hoofdstuk 4
Toetsweek 2
Het begin van de Europese overzeese expansie.

Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.

De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

De wetenschappelijke revolutie.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Kenmerkende aspecten H4
a) Welke persoon/personen passen bij het kenmerkende aspecten?
b) Leg je keuze uit.

Toetsweek 3
27. Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

29. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

30. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.


Renaissance:
Wedergeboorte Grieks Romeinse cultuur

Renaissance terug te zien in:
- de schilderkunst, literatuur, architectuur, beeldhouwkunst, wetenschap

Kenmerken Renaissance:
Mensen in de Renaissance vonden net als Grieken en Romeinen:
de mens zichzelf niet op de achtergrond hoefde te plaatsen, mens stond centraal
de mens belangrijk was en leefde voor zichzelf, niet voor een of andere groep
het leven geen voorbereiding op leven na de dood maar, 'Carpe Diem'
talenten en mogelijkheden van individuen mogen niet worden beperkt

12e eeuw:
Italiaanse schippers vervoeren kruisvaarders naar Constantinopel en Egypte
Ontdekken oude Romeinse en Griekse teksten, bouwwerken en beelden

Gevolgen:
Brengen erfgoed mee terug naar Italië
Ontstaan interesse in klassieke cultuur

14e eeuw:
Rijke bestuurders Italiaanse steden willen prestige en aanzien verhogen
Geven opdracht tot het maken van schilderijen, beelden, paleizen in stijl klassieke Oudheid
Zij financieren Renaissance kunst

1350
begin Renaissance in Italië
Vanaf
1500
verspreiding richting noorden Europa
Leonardo Da Vinci (1452-1519)
Uomo Universalis
Schilder, architect, musicus, wiskundige en uitvinder
Een universeel mens met veel kwaliteiten

Da Vinci een humanist:
Humanisten: Geleerden die de mens centraal stelden en de Griekse en Romeinse cultuur bestudeerden
Zij komen vanaf 1350 op en zorgen voor de Renaissance

Humanisme
:
Net als in de Grieks-Romeinse cultuur uitgaan van het zelfstandig denken van de mens en niet van het goddelijke voorschriften
het individu stond centraal
Kenmerken Renaissance
Verschil Middeleeuwen met Renaissance

Middeleeuwen:
- leven zwaar, na de dood beter
- kerk en hiernamaals staan centraal

Vanaf 1350, opkomst Renaissance:
- Italiaanse denkers kijken anders naar zichzelf
- Mens vindingrijk genoeg om wereld te begrijpen en zijn eigen leven te bepalen
- Niet kerk en hiernamaals belangrijk maar de mens en zijn leven op aarde
Renaissance terug te zien in:
- Niet de bijbel maar gewone mensen of klassieke mythen worden beschreven, geschilderd of beeld gehouden dit alles zo natuurlijk mogelijk
- Hierdoor een wetenschappelijke kijk op de mens
- Stellen de mens, zijn schoonheid en intelligentie centraal
- Heldere ideeën over de wetenschap, willen vragen beantwoord hebben

Schilderkunst


Literatuur


Beeldhouwkunst


Architectuur


Wetenschap

Invloed nu?
-
-
-

Handel:
- Late Middeleeuwen (1000-1500) opkomst handel
- Contacten Midden-Oosten en Azië komen weer op na de kruistochten (vanaf 1096)
- Europa wil producten uit Azië, moslims blokkeren de landroute

Wereldbeeld:
- De wereld plat? Steeds meer kennis over de wereld (een ronde wereld)

Renaissance:
- Opkomst kennis Oudheid (ronde wereld)
- Wetenschappelijke benadering vraagstukken, kennis vergaren ook over de wereld

Waarom op ontdekkingsreizen
Gevolgen ontdekkingsreizen - Invloed nu
Portugezen
- Zeilen steeds zuidelijker, op zoek naar goud en ivoor
- Willen (net als de Spanjaarden) het christendom verspreiden
na bezetting door moslims wilden zij de heidenen bekeren
- Vinden van een route overzee naar Azië, verkrijgen kostbare luxegoederen

Spanjaarden
- Willen ook naar Azië voor producten, weg langs Afrika al bezet
-
Reconquista
voltooid (1492), Spanje bevrijdt van de moslims
- Nemen Columbus in dienst om via het westen naar
Azië te gaan

Christoffel Columbus
Veroveringen:
Europa (Spanjaarden) veroveren met paar honderd man enorme rijken in Zuid- en Midden-Amerika

Hoe?
- Door hun kanonnen, geweren en soldaten te paard
- En ziektekiemen
- Zuid-Amerikanen waren niet bestand tegen Europese ziektes
mazelen
pokken

Gevolgen:
- Enorme afname bevolking Amerika door: ziekten, oorlogen en slavernij
- Beschavingen verdwenen, bekeringen tot christendom
- Wereldbeeld Europeanen veranderde, Europese cultuur werd de maatstaf voor de hele wereld,
Eurocentrisme
Rond 1750
- Italiaanse koopman
- Biedt zijn diensten aan verschillende koningen aan
- Spaans koningshuis heeft Reconquista voltooid en heeft interesse

Columbus in Spaanse dienst:
- Kreeg 3 schepen en 90 man van Spaanse koning
- Na een maand bereikt hij India, noemt bewoners Indianen
- Ontdekt zonder te weten Amerika in
1492
- Vindt geen specerijen maar wel (beetje) goud
- Spaanse vorst ziet mogelijkheden
- Begin Spaanse ontdekkingsreizen en kolonisatie van Amerika
1492
Maarten Luther
Kritiek en succes Luther
Begripsverheldering
Late Middeleeuwen 1000-1500 opkomst steden, macht vorsten groeit, meer centralisatie

Het Duitsland van de 16e eeuw was het Duitse Rijk (Heilige Roomse Rijk)
Een keizerrijk met tientallen kleine vorstendommen
Elke staat had een vorst aan het hoofd

Hoofd van het Duitse Rijk was de keizer --> in 1519 keizer Karel V
De keizer was de beschermheer van de (Rooms-katholieke) Kerk

In deze tijd begint de
Reformatie
https://nos.nl/artikel/2206335-saudische-prins-kocht-duurste-schilderij-da-vinci-naar-abu-dhabi.html
Rijk Karel V
Duitse Rijk
Kritiek van Luther en reactie kerk
Aantrekkingskracht ideeën Luther
Oplossing conflict Luther en Karel V
Reactie kerk
Cuius regio, eius religio (wiens gebied, diens gebed/kerk)
Veel Duitse vorsten wilden zelf bepalen welke godsdienst zij kozen
Karel V ging hier niet mee akkoord

1540: Karel V start een militaire campagne tegen protestantse vorsten
Zonder resultaat

1555: Vrede van Augsburg
Iedere vorst mocht zelf zijn religie kiezen
Onderdanen moesten geloof vorst aanhangen

Cuius regio, eius religio = zoals de vorst, is de religie
Andere hervormers
Johannes Calvijn
- Geïnspireerd door Luther
- Protestant
- Oprichter stroming calvinisme
- Calvinisme populair in Zwitserland, de Nederlanden en Frankrijk
- Lutheranisme populair in Duitse Rijk en Scandinavië


Lutheranisme
Calvinisme
Verschil katholieken en protestanten
1564-1642
1483-1546
Galileo Galilei (1564-1642)
Wetenschappelijke Revolutie
Begripsverheldering:
- Wetenschap
: probeert er achter te komen waarom bepaalde dingen gebeuren, omvat bepaalde vormen van menselijke kennis
-
Revolutie
: een grote verandering in de samenleving, die in een korte tijd plaatsvindt, meestal met geweld
-
Wetenschappelijke Revolutie
: Nieuwe manier van onderzoeken waardoor het leven van veel mensen sterk veranderde

Kenmerken Wetenschappelijke Revolutie:
- Nieuwe manier van onderzoeken:
observeren
experimenteren
redeneren
- Grote veranderingen in het leven van mensen
- Verzet van Kerk (en overheid, bevolkingsgroepen) tegen veranderingen
- Italiaans (katholiek) geleerde
- Bewees met telescopen dat Copernicus gelijk had
heliocentrisch

wereldbeeld
, de aarde draait om de zon

- Kerk ging uit van
geocentrisch wereldbeeld

aarde middelpunt van heelal
Bijbel, Prediker 1:5 :
Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees

-
Inquisitie
(kerkelijke rechtbank) onderzoekt Galilei zijn uitspraken
Trok zijn beweringen in voor de kerkelijke rechtbank
Galilei kreeg levenslang huisarrest
14de eeuw opkomst humanisme
:
Net als in de Grieks-Romeinse cultuur uitgaan van het zelfstandig denken van de mens en niet van het goddelijke voorschriften

Gevolgen:
- Opkomst
Renaissance
(wedergeboorte Grieks-Romeinse cultuur, hoogte punt 15de en 16de eeuw)
Niet de bijbel maar gewone mensen staan centraal
Hierdoor een wetenschappelijke kijk op de mens
Stellen de mens, zijn schoonheid en intelligentie centraal
Heldere ideeën over de wetenschap, willen vragen beantwoord hebben
- Ontstaan van een gunstiger klimaat voor wetenschappers (16de eeuw):
Dit kwam door:
Samenwerken in wetenschappelijke verenigingen
Steun van regeringen voor wetenschappers
Nut van uitvindingen bleek groot
Geocentrisme = aarde middelpunt heelal
Heliocentrisme = zon middelpunt heelal
"En toch beweegt zij!"
Invloed nu
Europa krijgt een kennis voorsprong op de rest van de Wereld
Uitvindingen zorgen o.a. voor:
1) Europese veroveringen --> door hun vuurwapens, stoommachines/schepen
2) Beter bestand tegen ziektes --> medische wetenschap

Gevolgen (1 en 2):
- Enorme afname bevolking koloniën door: ziekten, oorlogen en slavernij
- Beschavingen verdwenen, bekeringen tot christendom
- Wereldbeeld Europeanen veranderde, Europese cultuur werd de
maatstaf voor de hele wereld,
Eurocentrisme

3) Een nieuwe samenleving --> de
Verlichting

Gevolgen (3):
- Samenlevingen met verstand onderzoek voor een betere/eerlijkere samenleving

Rond 1750
Tijdschets
Lodewijk XVI
Toetsweek 2
Toetsweek 3
Vroege Middeleeuwen (500-1000)
- Adel de baas op het land, staan vorst bij met raad en daad
- Vorst en adel afhankelijk van elkaar --> adel krijgt grond van vorst, vorst krijgt steun adel

Late Middeleeuwen (1000-1500)
- Opkomst handel en steden, steden liggen op een domein van een edelman, inwoners willen ontkomen aan herendiensten
- Steden (en stedelingen) en vorst vinden elkaar in een deal:
Steden onafhankelijk (geen herendiensten meer)
Vorst krijgt belastingen (kan een leger samenstellen)

Gevolgen
- Vorst krijgt de macht over de edelen
- Het lappendeken van feodale domeinen verdwijnt
- Ontstaan grote bestuurlijke eenheden (Frankrijk, Engeland, Pruisen)
- Gekroonde edelman aan hoofd staat met inkomsten uit belastingen

15de, 16de 17de eeuw
- Vele koningen verkregen
absolute macht
Absolutisme
Absolutisme (autocratie)
- Regeringsvorm waarbij de koning alle macht heeft --> niet aan wetten gebonden
- Overtuiging dat de vorst is aangesteld door god, daardoor geen verantwoording schuldig

Vorst had het alleenrecht (monopolie) op:
- Belasting innen (belastingmonopolie)
- Geweld gebruiken (geweldsmonopolie)

Franse koningen Lodewijk XIV, XV en XVI behielden zo hun absolute macht
Franse Revolutie maakt hier einde aan
Lodewijk XIV
Paleis van Versailles
"Oorlogvoeren was mijn passie"
- Lodewijk XVI -
Over zijn geldverslindende oorlogen
1638-1715
- De Zonnekoning
- Een absolute vorst
“De staat, dat ben ik”

Droit Divin
- Het goddelijk recht, de koning had zijn macht van god gekregen
- Doorbreekt het feodalisme (macht van de adel)
- Bevolking had geen inspraak en koning hoefde aan
niemand verantwoording af te leggen

Ancien Régime (1660-1789)
- Het oude regime/systeem
- Periode van absolute koningen in Frankrijk



Zonnekoning
Balletdanser
https://hofcultuurdt.wordpress.com/hofcultuur-architectuur-leefstijl-en-etiquette-3/versailles-stelt-norm/het-paleis-van-versailles/

Adel werd gebonden aan de vorst
- Waren verplicht (deels) in het Paleis van Versailles te wonen
- Hoe dichter bij de koning hoe belangrijker
- Koning gaf functies en titels aan de (beste) adel
- Rituelen en feesten hielden adel bezig
Geen opstanden mogelijk
Paleis van Versialles
http://historianet.nl/cultuur/paleis-van-zonnekoning-was-een-zwijnenstal
Toetsweek 2
H3 Mohammed t/m Jeanne d'Arc
(Boek: H3 paragraaf 6 t/m 12)
H4 Da Vinci t/m Lodewijk XIV
(Boek: H4 paragraaf 1 t/m 5

Voltaire
Verlichting
Opdracht Verlichting
Antwoorden
1694-1778
"Voltaire is de aanstichter van de Franse Revolutie"
Montesquieu (1689-1755)
John Locke (1632-1704)
Uitgangspunten:
- regeringen moeten beleid maken op wetten.
- belastingen mogen alleen geheven worden met toestemming volk of volksvertegenwoordiging.
- de staat mag geen invloed hebben op keuze godsdienst.
- de staat moet alle godsdiensten gelijk behandelen.

Vond verder dat bij tirannie, absolutisme het volk de heerser mocht afzetten --> Amerikaanse Revolutie en Franse Revolutie

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
De mens vrij geboren, maar leeft overal onvrij

Een sociaal contract moet dit oplossen
een contract tussen de mensen
waarbij iedereen zal doen wat goed is voor het volk
wat goed is voor het volk is goed voor iedereen
de Algemene Wil

Mensen die afwijken van de Algemene Wil of niet gehoorzamen moeten hiertoe worden gedwongen


In een staat moeten drie machten gescheiden van elkaar bestaan:
- De wetgevende macht,
wetten maken, verbeteren afschaffen.
- De uitvoerende macht,
wetten uitvoeren.
- De rechtsprekende macht,
wetten controleren, zorgen dat deze nageleefd worden

Geen scheiding der machten zorgt voor gevaar vrijheid burgers
Andere verlichters
(François-Marie Arouet)
Franse verlichte schrijver en filosoof

Individu moest zijn eigen gezonde verstand gebruiken (rationalisme)
Niet de denkbeelden van overheid en kerk navolgen
Tegen het ancien régime
Godsdienstcriticus
Wees god niet af
God had aarde geschapen, maar god speelde nu geen rol meer op de aarde
Provoceerde en eist voor zichzelf vrijheid van meningsuiting op

Verlichters
: samenleving met het verstand onderzoeken, vrijheid belangrijk

Despoten
: alleenheerser

Kortom:
Verlichte despoten
(ook wel
Verlicht absolutisme
)
Vorsten die alle macht in handen houden maar wel rekening houden met de belangen van het volk

"alles voor het volk, niets door het volk"

Voorbeelden van verlicht despotisme:
afschaffen pijnbank, invoering beperkte persvrijheid, meer godsdienstvrijheid
Verlichte despoten
Invloed nu
In Nederland scheiding der machten (Montesquieu)
- De wetgevende macht:
De Staten Generaal (Eerste en Tweede kamer) en de regering (de koning en de ministers)

- De uitvoerende macht:
De regering (waar de koning deel van uitmaakt)

- De rechterlijke macht:
De rechters

Huiswerk maandag 29-01 / dinsdag 30-01
Keuze:
- Aantekeningen
of
- Activiteitenboek H4 geel opdr. 33 en 34

Iedereen:
- Activiteitenboek H4 groen opdr. 9 en 12

Radicalen wilden een nieuwe grondwet
Algemeen kiesrecht
Iedereen recht op onderwijs
Overheid moet voor armen zorgen
Na de dood van
Robespierre
kwam hier niets van terecht

Bourgeoisie krijgt de macht weer in handen
- Vijf directeuren aan de macht (
1795-1799 het Directoire
)

Problemen voor het
Directoire
:
- Een grote hongersnood, vooral onder de armen
- Buitenlandse vijanden bleven oorlog voeren tegen Frankrijk
- Nieuwe bestuurders dachten vaak alleen aan zichzelf
- Franse adel probeerde met geweld de regering omver te werpen
Code Napoleon
Wetgeving van Napoleon

- Iedereen was gelijk aan de wet

- Mensen mochten niet meer gevangen worden genomen zonder dat er een rechtszaak op volgde

- Je kreeg hulp om je te verdedigen (advocaat)
Waterloo
De vorsten van voor de Franse Revolutie of hun erfgenamen kwamen bijna allemaal weer op de troon -->
restauratie

De 'legitieme' vorsten van voor de Franse Revolutie terug op de troon zetten
Broer Lodewijk XVI werd koning van Frankrijk (Lodewijk XVII)
Nederland krijgt koning Willem I (Verenigd Koninkrijk der Nederlanden)

Verlichtingsidealen die bleven bestaan:
- Hervormingen als de
Code Napoleon
bleven bestaan
- Er kwamen bijna overal
grondwetten
waardoor de macht van de koning beperkt werd
- Koning moest de macht delen met het
parlement
-
Verklaringen van de Rechten van de Mens en Burger
werden veel gebruikt in bijv. grondwetten
- In veel landen kwam
scheiding van Kerk en staat
--> Dit zorgde voor vrijheid van godsdienst
Het streven naar afschaffing slavernij
(opkomst rond 1787)
1754-1793
Oorzaken Franse Revolutie
Lodewijk XVI
Verloop Franse Revolutie (1)
Opdrachten
Film: Marie-Antoinette
Min 1 t/m 10 en 19 t/m 23
Vroege Middeleeuwen (500-1000)
- Adel de baas op het land, staan vorst bij met raad en daad (
leenstelsel
)
- Vorst en adel afhankelijk van elkaar --> adel krijgt grond van vorst, vorst krijgt steun adel

Late Middeleeuwen (1000-1500)
- Opkomst handel en steden, steden liggen op een domein van een edelman, inwoners willen ontkomen aan herendiensten
- Steden (en stedelingen) en vorst vinden elkaar in een deal:
Steden onafhankelijk (geen herendiensten meer)
Vorst krijgt belastingen (kan een leger samenstellen)

Gevolgen
- Vorst krijgt de
macht over de adel
- Het lappendeken van feodale domeinen verdwijnt ->
centralisatie
macht
- Ontstaan grote bestuurlijke eenheden (Frankrijk, Engeland, Pruisen)
- Gekroonde edelman aan hoofd staat met inkomsten uit belastingen

15de, 16de 17de eeuw
- Vele koningen verkregen
absolute macht

Ancien Régime
Het Oude Regime, bestuur van voor de Franse Revolutie (1660-1789 Lodewijk XIV, Lodewijk XV, Lodewijk XVI)

Kenmerken Oude Regime:
1. autocratie
2. ongelijkheid
3. Een samenleving die bestond uit drie standen
(in de 18e eeuw):
- 1e stand geestelijkheid
- 2e stand adel
- 3e stand burgers uit steden en boeren
3e
1e
2e
Bourgeoisie
- Trouwt op 15-jarige leeftijd met de 14-jarige
Oostenrijkse prinses Marie-Antoinette
- Volgt op 19-jarige leeftijd zijn opa op als koning
- Zowel Lodewijk XV als Lodewijk XVI heeft geld problemen
- Belastingdruk derde stand te hoog, belasting innen bij adel?

Koning wil zijn absolute macht behouden maar ook adel en het volk tevreden houden

14 juli 1789
barst de bom --> bestorming Bastille
(begin Franse Revolutie)
12 januari
1793
veroordeelt tot hoogverraad en onthoofd


Tijdbalk opdracht
Voorrechten geestelijkheid en adel (1e en 2e stand)
Geestelijkheid:
- De kerk bezat 10% van het land, geestelijkheid maar 1% van de bevolking
- Kerk mocht belasting heffen en hoefde zelf niet te betalen
Adel:
- Ongeveer 1.5% van de bevolking was van adel, bezat 20% van het land
- Edelen hoefden bijna geen belasting te betalen
- Hoge edelen kregen belangrijke functies

Ontevredenheid onder andere bevolkingsgroepen
- Boeren en stedelijke bevolking ontevreden door honger, verplichtingen, hoge kosten en gebrek aan inspraak

Het land wordt slecht bestuurd
- De regering kon schulden niet meer betalen, hervormingen lukken niet
- Het ambtenarenapparaat werkte slecht --> kopen van ambten
- De rechtspraak was oneerlijk

De Verlichting
- Verlichters wilden vrijheid en gelijkheid voor iedereen
- Verlichters wilden dat het volk de hoogste macht had (
volkssoevereiniteit
i.p.v. absolutisme)
- Verlichters konden de
censuur
(toezicht van kerk en staat op alles wat geschreven was) ontwijken, hierdoor verspreiding van de verlichte ideeën
Verloop Franse Revolutie (2)
Op 20 juni
1791
wil koning Lodewijk de XVI vluchten naar Oostenrijk
Aansluiten bij gevluchte Franse edelen en hulp vragen aan Oostenrijkse koningshuis

Koninklijke familie wordt ontdekt en publieke opinie keert zich tegen het Franse koningshuis
'Koning is een verrader', angst voor een buitenlandse inval

Om een einde te maken aan de verdeeldheid begint Frankrijk een oorlog
Regeringen die de Franse Revolutie niet goed gezind zijn worden aangevallen
Oostenrijk wordt de oorlog verklaard, Oostenrijk en Pruisen vallen Frankrijk binnen

Gevolgen:
Lodewijk en Marie Antoinette worden hierna afgezet en veroordeeld tot de dood (21 januari
1793
),
"citoyen Louis Capet wordt ter door veroodeeld"
Andere landen schrikken van deze veroordeling
Frankrijk wordt nu aangevallen door Oostenrijk, Pruisen,
de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Spanje, Portugal en Zweden
Verloop Franse Revolutie (3)
Verschillende groepen strijden met elkaar om de macht (1791-1793):
Radicale parlementsleden -->

Jacobijnen
Leider:
Robespierre
Was een kleine groep, willen nog meer hervormingen, kiesrecht voor iedereen, hogere lonen, lagere prijzen
Gesteund door: minder rijke burgers, vooral in Parijs
Tegenstander de gematigde parlementsleden -->

Girondijnen
Veelal rijke burgers, revolutie is mooi geweest

Strijd tussen gematigde revolutionairen en de radicalen werd in 1793 beslist
Dit kwam door de steun van de arme Parijzenaars
Radicalen hadden nu de macht in de
Nationale Vergadering
Radicalen kregen veel steun bevolking met name door goede organisatie bestuur en leger

Radicalen starten periode van
terreur
(vervolgingen politieke tegenstanders)
Duizenden slachtoffers en veel willekeur, steun radicalen neemt af
Robespierre (leider radicalen) en aanhangers worden buiten de wet gesteld en veroordeeld tot...
De Franse Revolutie: bronnen plaatsen in de tijd (AB blz. 48)
Organisatie Radicalen:
- Alle delen van Frankrijk kregen afgevaardigden om te kijken of bevelen goed werden uitgevoerd
- Algemene dienstplicht werd ingevoerd (hierdoor had Frankrijk een groter leger dan tegenstanders)
- Frans leger werd goed georganiseerd
Napoleon Bonaparte
Tijdslijn
1774-1792 Lodewijk XVI aan de macht
1789 Oprichting Nationale Vergadering
1789 Bestorming Bastille --> begin Franse Revolutie
1793-1794 Radicalen (Jacobijnen) aan de macht
1795-1799 Periode van het Directoire
1799-1814 en 1815 Napoleon aan de macht
Ambstkleding Directoire
1769-1821
1799-1804 Eerste Consul (dictator)
1804-1814 Keizer
1815 Keizer (100 dagen)
Erfenis Napoleon/Franse Revolutie
Continentaal stelsel
H5 Industrialisatie van het Westen
Verandering in het kapitalisme: van handelskapitalisme naar industrieel kapitalisme
Sinds de Late Middeleeuwen ontstaan van kapitalisme --> Handelskapitalisme genoemd

Ondernemingen bestonden vooral uit:
Handels- en nijverheidsbedrijven
Meesters, kooplieden/ondernemers
Landbouwbedrijven
grootgrondbezitters

Ontstaan van industrieel kapitalisme --> Vanaf de 19e eeuw sprake van industrieel kapitalisme

Kenmerken industrieel kapitalisme:
1. Fabrieken en mijnen voornaamste productiemiddelen
2. De productiemiddelen in handen van fabrikanten en grootindustriëlen
3. Fabrieken omgezet in NV's (naamloze vennootschap): eigendom van aandeelhouders

Vanaf eind 19e eeuw gaat de overheid zich op beperkte schaal inmengen in de kapitalistische samenleving
Verandering in de gelaagdheid en het bezit van mensen
Gelaagdheid samenleving in West-Europa rond 1800
Kleine zeer rijke bovenlaag, gegoede burgerij of bourgeoisie
Kleine middenlaag met enig bezit
Grote arme benedenlaag

Verandering vanaf begin 19e eeuw door het industriële kapitalisme
nieuwe groep zeer rijke kapitalisten
fabrieksarbeiders worden grootste bevolkingsgroep
middenlaag breidt zich sterk uit
personeel in de dienstensector breidt zich sterk uit
(produceren geen voorwerpen maar leveren diensten)

Meer mobiliteit: men kon makkelijker van de ene laag naar de andere laag over stappen
het draaide niet om afkomst maar om bezit of prestaties
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1158632
Discussie over de 'sociale kwesties'
Hoe moet er een einde gemaakt worden aan de armoede van een groot deel van de bevolking en de kinderarbeid?
De sociale kwestie
Sociale wetgeving
Arbeiders organiseren zich

Sociale wetgeving
Wie is verantwoordelijk voor verbeteringen voor arbeiders?
Liberalen (vrijheid): overheid moet zo min mogelijk invloed hebben

Eind 19de eeuw:
- R
adicale liberalen
veranderen van mening --> omstandigheden te slecht, overheid moet dit verbeteren
- C
onservatieven
(behoudend) --> particuliere moeten voor verbetering zorgen
- C
onfessionelen
(geloof) --> voor gematigd overheidsingrijpen
- S
ocialisten
(gelijkheid) --> voor groot ingrijpen overheid

Oplossing eind 19de eeuw:
- Beperking kinderarbeid en werktijden
In NL
Kinderwet van Van Houten
in 1874 opgevolgd door de
Arbeidswet
van 1889

Vanaf 1900:
- 1900 Leerplichtwet, kinderen van 7 t/m 12 jaar moesten verplicht naar school
- Verbetering gezondheidszorg, onderwijs voor de jeugd, ziektegeld, uitkeringen

Arbeiders organiseren zich
Arbeiders en medestanders gaan zich organiseren --> waarom?
- Sociale wetten lossen niet alles op, veelal slecht nageleefd
- Beter opkomen voor de belangen van arbeiders

Hoe doen ze dit? door
vakverenigingen
op te richten
- Vakverenigingen werden eerst verboden
- Einde 19de eeuw toegestaan
- Belangrijkste troef vakverenigingen --> staken

Vakverenigingen groeien veelal uit tot politieke partijen
Paragraaf 9

Het modern imperialisme (1870-1914)
Welke kenmerken van blz. 89 herken je in de bronnen?

Modern imperialisme
: het proces van versnelde uitbreiding van westerse macht in gebieden die tot dan toe niet, of slecht op papier, door westerse landen werden bestuurd
Modern imperialisme
Politieke motieven
Bezit was een kenmerk van macht
Industriële vooruitgang maakt veroveringen mogelijk en makkelijker
Veel koloniën --> grotere rol wereldpolitiek
Nationalisme --> groot rijk droeg bij aan nationale trots
Economische motieven
- Industrialisatie vergroten
- Grondstoffen uit koloniën halen
- Afzetgebieden buiten Europa verkrijgen
'Beschavingsopdracht' als motief
- Voor de rest van de wereld voor beschaving zorgen -->
the white man's burden

Extra's
Verwerkingsopdracht

Opdrachten bij paragraaf 8
Lees blz. 80
1. Wat was de eerste sociale wet voor kinderen in Nederland?
2. Waarom kwam er van deze wet in de praktijk weinig terecht?
3. Waarmee kwam pas echt een einde aan de kinderarbeid?
Bronvraag bij paragraaf 8
4. Bekijk de afbeelding links onderaan op blz. 80. Ben je het er mee eens dat er echt een einde aan kinderarbeid kwam in 1900 met de Leerplichtwet?
Lees paragraaf 9 op blz. 89
Grootindustriëlen krijgen veel invloed op de samenleving, hoe zie je dat?

H4 De Nieuwe Tijd
Philips
Tijdschets
Van Houten
1769 Geboren op Corsica
1779 Naar de militaire academie
1784 In militaire dienst
1793 Kiest kant van de radicalen
1795 Werkt in opdracht van het Directoire, slaat opstand royalisten neer
1796 trouwt met Josephine, krijgt het opperbevel over het Franse leger in Italië, behaalt militaire succes
1797 Veldtocht in Egypte, aanvallen Engelsen
1799 Pleegt een staatsgreep, wordt Eerste Consul (dictator)
1804 Code Napoleon ingevoerd
1804 Kroont zichzelf tot keizer

1805 Invoering Continentale stelsel
1805-1808 verslaat bijna al zijn Europese tegenstanders
1810 huwt Marie-Louise dochter keizer van Oostenrijk
1812 Russische veldtocht met
Grande Armée mislukt
1814 Parijs valt, Napoleon verslagen en verbannen naar Elba
1815 Napoleon keert terug, Honderd dagen, definitief verslagen bij Waterloo, gevangen gezet op Sint Helena
1821 Napoleon sterft
Napoleon zijn invasie van Engeland mislukt
Besluit tot economische oorlogsvoering
Continentaal Stelsel
Een verbod op de in- en uitvoer van goederen met Engeland

Antwoord Engeland: blokkeren havens Franse havens
Einde van Napoleon
Napoleon en zijn Grande Armée kunnen Rusland niet verslaan
Slechts 50.000 soldaten komen terug

Rusland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Pruisen, Spanje, Portugal, Zweden en enkele Italiaanse koninkrijken strijden tegen Napoleon
Veel weerstand tegen koninklijke familieleden Napoleon
1814 Napoleon verslagen en verbannen naar Elba

Conferentie van Wenen (1814-1815)
Europa opnieuw verdelen na jaren van Franse overheersing
Oude koningshuizen Europa worden hersteld -->
restauratie

Honderd dagen Napoleon (1815)
Napoleon keert terug en verdedigt zich tegen 7de coalitie
Rusland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Pruisen, Spanje, Portugal, Zweden en enkele Italiaanse koninkrijken
Napoleon verslagen bij
Waterloo
La Marseillaise

Wel of geen slavernij?
1794 radicalen schaffen slavernij af -->
abolutionisme
(het streven
naar afschaffing slavernij, een verlichtingsideaal)

1802 slavernij opnieuw ingevoerd door Napoleon, economische belangen (
wereldhandel
) boven persoonlijke vrijheid

Gevolgen wereldhandel:
- Voor West-Europeanen
Nieuwe producten, meer banen, meer rijkdom voor velen uit bovenlaag bevolking
- Voor niet Europese volken
Werden veelal gedwongen te werken voor Europeanen op plantages, ontstaan
Trans-Atlantische slavenhandel
Werden van grond verdreven en velen kwamen om het leven
Erfenis Napoleon/Franse Revolutie
Ontdekkingsreizen
Humanisten Renaissance
(opkomst 14e eeuw) (1350-1600)
Wetenschappelijke Revolutie (17e eeuw)


(Empirisme en Rationalisme)
Verlichting (18e eeuw)
Revoluties
(democratische revoluties)
Amerikaanse Revolutie 1775

Franse Revolutie 1789
Industrialisatie
(
Industriële

Revolutie
)

1750
Restauratie
1814
Liberalisme
Wetenschappelijke Revolutie --> Industrialisatie
Door de Wetenschappelijke Revolutie werden er allerlei uitvindingen gedaan. Uitvindingen die ervoor gingen zorgen dat er een industriële samenleving ontstond. Dit ging gepaard met een Industriële Revolutie
1
2
3
4
5
8
6
Nationalisme
7
Tijdschets
Industrialisatie
Industriële Revolutie:
Industrie werd in Europa het belangrijkste middel van bestaan (i.p.v. landbouw) --> Begint in Groot-Brittannië (rond 1750)

Veranderingen in de industriële samenleving:
Veranderingen in het gebruik van
arbeid
--> machines nemen veel werk over

Veranderingen in het gebruik van de
natuur
--> natuur zorgt voor nieuwe soorten energie, nieuwe grondstoffen

Veranderingen in het gebruik van de
techniek
--> op het gebied van communiceren, amuseren, vervoer

Veranderingen in het
kapitalisme
: van handelskapitalisme naar
industrieel kapitalisme --> de industrie wordt het belangrijkst

Veranderingen in de
gelaagdheid
en het bezit van mensen -->
vanaf de 19e eeuw ontstaat er een nieuwe gelaagdheid
Gerard en Anton
Opgericht 1891
Moderne Tijd
1800-nu
Tijd van burgers en stoommachines 1800-1900
- Philips
- Van Houten
- Karl Marx
- Aletta Jacobs
Thema's omvatten meerdere tijdvakken
Thema's hoofdstuk 5 en 6
Tijd van pruiken en revoluties
1700-1800

Tijd van de wereldoorlogen
1900-1950

Kenmerkende aspecten H5 en H6
a) Welke persoon/personen passen bij het kenmerkende aspecten?
b) Leg je keuze uit.

K-A hoofdstuk 5 en 6
31. de industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving

32. de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

33. voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

34. de opkomst van emancipatiebewegingen

35. discussies over de ‘sociale kwestie’

36. de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
Philips
Opgericht in 1891 als gloeilampenfabriek
Arbeid
: arbeidsverdeling (lopendebandwerk)
Natuur
: opwekken elektriciteit zorgt voor uitvinding gloeilamp
Techniek
: gloeilamp, nieuwe vorm van verlichting, grote schaal produceren
Industrieel kapitalisme
: industrie de manier om geld te verdienen
Gelaagdheid
: de familie Philips worden grootindustriëlen met invloed op de hele stad (land), vele fabrieksarbeiders vestigen zich in Eindhoven

Invloed Philips (grootindustriëlen) groot
Neemt toeleveranciers over
Eigen wijken (Philipsdorp)
Eigen scholen en sportverenigingen
Philips is Eindhoven en Eindhoven is Philips
Wat/hoe leren?
Huiswerk woensdag 21-02
Kinderwet van Van Houten 1874
Van Houten (1837-1930)
Een Nederlands liberaal politicus
Bekend door zijn
Kinderwetje
uit
1874
waarin bepaalde vormen van kinderarbeid werden verboden

1848: Nederland een parlementaire democratie
Censuskiesrecht (stemmen vanaf een bepaald vermogen)
Liberalisme lange tijd de grootste politieke stroming

Meningsverschil tussen liberalen:
Conservatief liberalen
: zo veel mogelijk vrijheid voor het individu op alle gebieden, zo klein mogelijk rol overheid
Radicale liberalen
: zo veel mogelijk vrijheid individu, maar de overheid moet een rol spelen in de zorg voor burgers --> invoering
sociale wetgeving
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040224_kinderarbeid01
Opleiding door de eeuwen heen:
- Middeleeuwen (500-1500)
: kinderen werken mee op het land, kinderen van adel krijgen beperkte scholing
- Vroeg-moderne tijd (1500-1800)
: kinderen werken mee op het land/zaak, kinderen adel/bourgeoisie krijgen een opleiding
- Industriële Revolutie (vanaf 1750)
:kinderen moeten mee gaan werken in de fabriek, kinderen bourgeoisie krijgen een opleiding

Kinderarbeid:
- Goedkoop voor de fabrikant
- Kunnen makkelijker overal bij
- Noodzakelijke inkomsten voor de familie

https://www.youtube.com/user/JORTgeschiedenis/playlists?shelf_id=1&view=50&sort=dd
Tien Tijdvakken: JORT geschiedenis
Filmpjes per tijdvak en thema
Tijdvak 6 absolute macht en Wetenschappelijke Revolutie
Tijdvak 7
Tijdvak 8

Huiswerk 01-03
Aantekeningen/
H5 geel 9 t/m 14
H5 groen 8 t/m 10
K-A
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
K-A
Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
K-A
Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
K-A
De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving

Discussies over de ‘sociale kwestie’
K-A
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

De opkomst van emancipatiebewegingen

Discussies over de ‘sociale kwestie’
Discussie over de 'sociale kwesties'
Hoe moet er een einde gemaakt worden aan de armoede van een groot deel van de bevolking en de kinderarbeid?
De sociale kwestie
Sociale wetgeving
Arbeiders organiseren zich

Sociale wetgeving
Wie is verantwoordelijk voor verbeteringen voor arbeiders?
Liberalen (vrijheid): overheid moet zo min mogelijk invloed hebben

Eind 19de eeuw:
- R
adicale liberalen
veranderen van mening --> omstandigheden te slecht, overheid moet dit verbeteren
- C
onservatieven
(behoudend) --> particuliere moeten voor verbetering zorgen
- C
onfessionelen
(geloof) --> voor gematigd overheidsingrijpen
- S
ocialisten
(gelijkheid) --> voor groot ingrijpen overheid

Oplossing eind 19de eeuw:
- Beperking kinderarbeid en werktijden
In NL
Kinderwet van Van Houten
in 1874 opgevolgd door de
Arbeidswet
van 1889

Vanaf 1900:
- 1900 Leerplichtwet, kinderen van 7 t/m 12 jaar moesten verplicht naar school
- Verbetering gezondheidszorg, onderwijs voor de jeugd, ziektegeld, uitkeringen

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040224_kinderarbeid01
Full transcript