Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

De Bloedsomloop

HAVO en VWO 2 - Thema 3, De Bloedsomloop
by

Stef Pluijmakers

on 29 February 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of De Bloedsomloop

Welke richtingen stroomt het bloed?
Alle bloedvaten hebben een naam!
We onderscheiden 3 type bloedvaten
Biologie laat je bloed sneller stromen!
BLOEDSOMLOOP: GROOT en KLEIN
Welke soorten bloedvaten zijn er?
DE NAAMGEVING VAN BLOEDVATEN
Over het algemeen wordt de naam van het orgaan dat bij het bloedvat hoort voor de naam van het type bloedvat gezet.
$1.25
Thema 3, HAVO/VWO 2
Bloedsomloop
Bestanddelen van het bloed
Waaruit bestaat ons bloed eigenlijk?
Hoe werkt het hart?
DE BOUW en DE WERKING van HET HART
WE WANT BLOOD!
Bloedplasma
(55%)

Rode bloedcellen
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
(samen 45%)

Slagaders
Bloedplasma (55%)
Rode bloedcellen
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
Bloedplasma bestaat voor 91% uit water.

Verder bevat het allerlei opgeloste stoffen, zoals:

Plasma-eiwitten: fibrinogeen
Fibrinogeen helpt bij de bloedstolling
Voedingsstoffen
Koolstofdioxide en zuurstof
Afvalstoffen
Hormonen en enzymen


Hebben de vorm van kleine ronde schijfjes.
Hebben geen celkern.

Taak:
het vervoeren van zuurstof

Bevatten de kleurstof
hemoglobine
.
Hemoglobine zorgt ervoor dat de rode bloedcellen zuurstof kunnen opnemen en afgeven.
Rode bloedcellen: (5.000.000/mm )
Witte bloedcellen (7000/mm )
Hebben wel een celkern

Taak:
handhaven van het immuunsysteem (beschermen tegen ziekteverwekkers)
Ze zijn 'het leger' van je lichaam.

Hebben geen vaste vorm (barbapapa's).
Zo kunnen ze zich om bacteriën of virussen insluiten en ze 'opeten'.
Hier zie je hoe een witte bloedcel een bacterie insluit en onschadelijk maakt:
De witte bloedcellen gaan zelf meestal ook dood.
Etter of pus
bestaat uit dode witte bloedcellen en gedode bacteriën.
Bacteriën ‘opeten’ (‘kamikaze’ soldaten)


Antistoffen maken (wapenmakers)


Opruimen van dode cel resten (medics)

Er zijn drie soorten witte bloedcellen (‘soldaten’)
Bloedplaatjes: (300.000/mm )
3
3
3
Hebben geen celkern

Zijn delen van uiteengevallen cellen

Taak:
Bloedstolling (bloedstremming):

Bloedplaatjes kleven aan de beschadigde bloedvatwand.
Er ontstaat een propje van bloedplaatjes op de wond.
Bloedplaatjes zetten
fibrinogeen
om in
fibrine
.
Er ontstaat een netwerk van fibrinedraden oftewel een korstje.

Hiernaast zie je hoe bloedplaatjes fibrine maken om een wond te dichten.

Soms ontstaat zo'n propje in een bloedvat. Dit wordt
trombose
genoemd.
Het bloedvatenstelsel bestaat uit:
de bloedvaten en het hart

De weg die het bloed aflegt noemen we de
bloedsomloop
Het hart
Bestaat uit twee helften:

Rechterhelft
(zuurstofarm bloed)
Linkerhelft
(zuurstofrijk bloed)

LET OP!
Op afbeeldingen staat het hart altijd gespiegeld: rechts is dus eigenlijk links en andersom
Rechter hart helft
Linker hart helft
Rechterboezem
Ontvangt zuurstofarm bloed uit het hele lichaam
Rechterkamer
Stuurt zuurstofarm bloed naar de longen
Linkerboezem
Ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen
Linkerkamer
Stuurt zuurstofrijk bloed naar het hele lichaam
Kleine bloedsomloop:
Grote bloedsomloop:
Rechterkamer
Longen (gaswisseling)
Linkerboezem
Linkerkamer
Rest van het lichaam (gaswisseling)
Rechterboezem
Je zou de hele bloedsomloop als volgt kunnen schrijven:

Rechterkamer
Longen: zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven
Linkerboezem
Linkerkamer
Rest van het hele lichaam: zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen
Rechterboezem

Omdat het bloed in 1 omloop 2 keer langs het hart komt noemen we het een
dubbele bloedsomloop
.


Taak:
Vervoeren zuurstofrijk bloed (uitzondering: longslagader)

Richting van het bloed:
Van het hart af, naar de organen

Wand van het bloedvat:
Dik en gespierd

Ligging:
Diep in het lichaam

Bloeddruk:
Hoog

Kleppen:
Geen kleppen

Slagaders
Haarvaten
Aders
Taak:
Gaswisseling laten plaatsvinden

Wand van het bloedvat:
Dun (één cellaag)

Ligging:
In de organen

Bloeddruk:
Redelijk laag

Kleppen:
Geen kleppen
Haarvaten
Taak:
Vervoeren zuurstofarm bloed (uitzondering: longader)

Richting van het bloed:

Van organen, naar het hart toe

Wand van het bloedvat:

Redelijk dun

Ligging:
Ondiep in het lichaam

Bloeddruk:
Laag

Kleppen:
Wel kleppen
Aders
1. kleppen
2. spier
3. ader
Door de lage bloeddruk moeten je spieren het bloed omhoog 'persen' wanneer ze aanspannen.

De kleppen zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan worden geperst en maar één kant op kan.
Overzicht bloeddruk in de verschillende bloedvaten:
Slagaders
Haarvaten
Aders
Longslagader
Leverader
Nierslagader
Oefenen:

De slagader die van het hart naar de longen gaat heet: …?

De ader die van de lever naar het hart gaat heet: …?

Het bloedvat dat van het hart naar de nieren gaat heet: …?

Uitzonderingen op de 'naam-regel':
Aorta:
De 'hoofdslagader'. Het is de eerste en grootste slagader vanaf het hart.

Bovenste holle ader:

De laatste ader van de bovenste helft van het lichaam terug naar het hart.

Onderste holle ader:

De laatste ader van de onderste helft van het lichaam terug naar het hart.

Kransslagaders en kransaders:

De kleine bloedvaten die de gaswisseling van het hart zelf verzorgen.

Poortader:
Een zuurstofarme ader die het bloed met voedingsstoffen vanuit de dunne- en de dikke darm naar de lever vervoert

bovenste holle ader
onderste holle ader
aorta
kransslagader en kransaders
poortader
1. (Snijrand hartzakje)
2. Vetweefsel
3. Rechter boezem
4. Kransslagader (rechts)
5. Rechter kamer
6. Kransader (rechts)
7. Linker boezem
8. Kransader (links)
9. Kransslagader (links)
10. Hartpunt
1. Bovenste holle ader
2. Rechter boezem
3. Hartkleppen (pezen)
4. Spiertjes van de
hartkleppen
5. Onderste holle ader
6. Rechter kamer (wand)
7. Aorta
8. Longslagader
9. Linker boezem
10. Halvemaanvormige
kleppen
11. Harttussenwand
12. Linker kamer (wand)
13. Hartpunt
Bloedplasma (55%)
Rode bloedcellen
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
Bloedplasma bestaat voor 91% uit water.

Verder bevat het allerlei opgeloste stoffen, zoals:

Plasma-eiwitten: fibrinogeen
Fibrinogeen helpt bij de bloedstolling
Voedingsstoffen
Koolstofdioxide en zuurstof
Afvalstoffen
Hormonen en enzymen


Hebben de vorm van kleine ronde schijfjes.
Hebben geen celkern.

Taak:
het vervoeren van zuurstof

Bevatten de kleurstof
hemoglobine
.
Hemoglobine zorgt ervoor dat de rode bloedcellen zuurstof kunnen opnemen en afgeven.
Rode bloedcellen: (5.000.000/mm )
Witte bloedcellen (7000/mm )
Hebben wel een celkern

Taak:
handhaven van het immuunsysteem (beschermen tegen ziekteverwekkers)
Ze zijn 'het leger' van je lichaam.

Hebben geen vaste vorm (barbapapa's).
Zo kunnen ze zich om bacteriën of virussen insluiten en ze 'opeten'.
Hier zie je hoe een witte bloedcel een bacterie insluit en onschadelijk maakt:
De witte bloedcellen gaan zelf meestal ook dood.
Etter of pus
bestaat uit dode witte bloedcellen en gedode bacteriën.
Bacteriën ‘opeten’ (‘kamikaze’ soldaten)


Antistoffen maken (wapenmakers)


Opruimen van dode cel resten (medics)

Er zijn drie soorten witte bloedcellen (‘soldaten’)
Bloedplaatjes: (300.000/mm )
3
3
3
Hebben geen celkern

Zijn delen van uiteengevallen cellen

Taak:
Bloedstolling (bloedstremming):

Bloedplaatjes kleven aan de beschadigde bloedvatwand.
Er ontstaat een propje van bloedplaatjes op de wond.
Bloedplaatjes zetten
fibrinogeen
om in
fibrine
.
Er ontstaat een netwerk van fibrinedraden oftewel een korstje.

Hiernaast zie je hoe bloedplaatjes fibrine maken om een wond te dichten.

Soms ontstaat zo'n propje in een bloedvat. Dit wordt
trombose
genoemd.
Bloedplasma (55%)
Rode bloedcellen
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
Bloedplasma bestaat voor 91% uit water.

Verder bevat het allerlei opgeloste stoffen, zoals:

Plasma-eiwitten: fibrinogeen
Fibrinogeen helpt bij de bloedstolling
Voedingsstoffen
Koolstofdioxide en zuurstof
Afvalstoffen
Hormonen en enzymen


Hebben de vorm van kleine ronde schijfjes.
Hebben geen celkern.

Taak:
het vervoeren van zuurstof

Bevatten de kleurstof
hemoglobine
.
Hemoglobine zorgt ervoor dat de rode bloedcellen zuurstof kunnen opnemen en afgeven.
Rode bloedcellen: (5.000.000/mm )
Witte bloedcellen (7000/mm )
Hebben wel een celkern

Taak:
handhaven van het immuunsysteem (beschermen tegen ziekteverwekkers)
Ze zijn 'het leger' van je lichaam.

Hebben geen vaste vorm (barbapapa's).
Zo kunnen ze zich om bacteriën of virussen insluiten en ze 'opeten'.
Hier zie je hoe een witte bloedcel een bacterie insluit en onschadelijk maakt:
De witte bloedcellen gaan zelf meestal ook dood.
Etter of pus
bestaat uit dode witte bloedcellen en gedode bacteriën.
Bacteriën ‘opeten’ (‘kamikaze’ soldaten)


Antistoffen maken (wapenmakers)


Opruimen van dode cel resten (medics)

Er zijn drie soorten witte bloedcellen (‘soldaten’)
Bloedplaatjes: (300.000/mm )
3
3
3
Hebben geen celkern

Zijn delen van uiteengevallen cellen

Taak:
Bloedstolling (bloedstremming):

Bloedplaatjes kleven aan de beschadigde bloedvatwand.
Er ontstaat een propje van bloedplaatjes op de wond.
Bloedplaatjes zetten
fibrinogeen
om in
fibrine
.
Er ontstaat een netwerk van fibrinedraden oftewel een korstje.

Hiernaast zie je hoe bloedplaatjes fibrine maken om een wond te dichten.

Soms ontstaat zo'n propje in een bloedvat. Dit wordt
trombose
genoemd.
HART- en VAATZIEKTEN
DE HARTSLAG
De halvemaanvormige kleppen zitten aan het begin van de
longslagader
en de
aorta
.

Zij voorkomen dat het bloed terug in de kamers kan stromen.
vertakkingen naar de kransslagaders
Bloed stroomt het
hart binnen:

Hartkleppen open

Halvemaanvormige kleppen gesloten

Het bloed kan niet terug in de kamers stromen
Bloed stroomt het hart uit:

Hartkleppen gesloten

Halvemaanvormige kleppen open
De hartspier van een volwassene trekt zich gemiddeld 70 keer per minuut samen.

De hartslag bestaat uit 3 fasen
Samentrekken van de boezems
Samentrekken van de kamers
Hartpauze:
Zowel de boezems als de kamers zijn ontspannen
Veel voorkomende hart- en vaatziekten
Bloeddruk
Wordt bepaald door het afwisselend samentrekken en ontspannen van het hart.

Bovendruk:
de druk wanneer het hart samentrekt (gemiddeld < 160)
Onderdruk:
de druk wanneer het hart ontspant (gemiddeld < 95)
Lage bloeddruk
Klachten:

duizeligheid
hoofdpijn
flauwvallen
(door onvoldoende bloed naar de hersenen)
Wat kun je er tegen doen:

dropjes eten (zout)
Hoge bloeddruk
Oorzaken:

overgewicht
roken
te veel zout in voeding
overmatig alcoholgebruik
Risico's:

meer kans op hart- en vaat ziekten
Wat kun je er tegen doen:

stoppen met roken
niet meer dan 2 glazen alcohol per dag
eet gevarieerd en niet te veel zout
voldoende lichaamsbeweging
Slagaderverkalking
Ook wel
atherosclerose
genoemd
Afzettingen van bloedplaatjes, witte bloedcellen, kalk en cholesterol (vetachtige stof) aan de binnenkant van het bloedvat, verstoppen de bloedstroom
1. Een beschadiging aan de binnenkant van het bloedvat zorgt voor ruwe randjes in de wand


2. Hier blijven bloedplaatjes, witte bloedcellen, kalk en cholesterol aan kleven.


3. De kalkafzettingen zorgen ervoor dat de slagader stijver en minder elastisch wordt.


4. Het bloedvat wordt nauwer en kan na verloop van tijd helemaal dicht slibben.
Wanneer een kransslagader door
trombose
of
atherosclerose
verstopt raakt ontvangt een deel van de hartspier geen zuurstof meer en sterft af.
Dit is een
hartinfarct
Hart- en vaatziekten voorkomen
Zo min mogelijk
cholesterol
in de voeding

Gezonde en
gevarieerde

voeding

Voldoende
lichaamsbeweging

Medicatie
, zoals bloedverdunners
Operaties om atherosclerose te bestrijden:
Dotteren
Bypass
Met een 'ballonnetje' de verkalking aandrukken zodat het bloed weer ruimte heeft om te stromen
Betekent letterlijk 'omleiding'. Er wordt een kunstmatig bloedvat aangelegd dat het bloed om de verkalking leidt.
Weefselvloeistof en lymfe
Bloed in haarvaten:
Weefselvloeistof =
vloeistof tussen de cellen:
Lymfe in lymfevaten:
Witte bloedcellen
Rode bloedcellen
Bloedplaatjes
Bloedplasma:
Witte bloedcellen
Water met
opgeloste stoffen,
zoals afval- en
voedingsstoffen
(= 'bloedplasma')
Weefselvloeistof
Bloed in haarvaten
Lymfe in lymfevaten
Stroomrichting van de verschillende vloeistoffen
Water met
opgeloste stoffen,
zoals afval- en
voedingsstoffen
Witte bloedcellen
Water met
opgeloste stoffen,
zoals afval- en
voedingsstoffen
(= 'bloedplasma')
Stroomrichting van de verschillende vloeistoffen
Lymfevat
Wat valt je op?
Kleppen!
Bepalen de stroomrichting van de lymfe
Het lymfevatenstelsel
Bloed in aders
(onder sleutelbeen)
1. Rechterlymfestam
2. Lymfeknopen in de oksel
3. Thymus (zwezerik)
4. Borstbuis
5. Milt
6. Lymfeknopen in de lies
Lymfeknopen (Lymfeklieren)
Knooppunten waar verschillende lymfevaten bij uitkomen.

o.a. veel in de hals, oksel, lies

Hier wordt de lymfe gezuiverd van ziekteverwekkers en andere lichaamsvreemde stoffen.
Uitscheiding
Het proces waarbij de afvalstoffen uit het bloed worden gehaald en uit het lichaam worden verwijderd.
nierschors
niermerg
Nierschors en niermerg verwijderen afvalstoffen, overtollig water, overtollige zouten en allerlei schadelijke stoffen uit het bloed
=
urine
nierbekken
Hier wordt urine verzameld
urineleiders
vervoeren urine naar de urineblaas
urineblaas
Hier wordt urine tijdelijk opgeslagen
urinebuis
Zo verlaat urine het lichaam
De urinebuis van de man is langer.
Bacteriën zijn bij een vrouw sneller in de blaas waardoor ze sneller last hebben van blaasontsteking
Antigenen
Zijn stoffen die niet in het lichaam thuis horen, oftewel lichaamsvreemde stoffen
Een infectie kan worden bestreden door:
Witte bloedcellen eten de antigenen op
Witte bloedcellen maken antistoffen

Witte bloedcellen maken antistoffen die binden met de antigenen van de ziekteverwekker waardoor deze onschadelijk wordt.
witte bloedcel
antistof
antigeen
Iedere antigeen heeft een andere vorm dus er moet voor ieder type infectie een andere antistof gemaakt worden!
Immuniteit
is de weerstand van het lichaam tegen bepaalde ziekten
Natuurlijke immuniteit
Het lichaam maakt zelf antistoffen wanneer een lichaamsvreemde stof het lichaam is binnengedrongen.
Deze antistoffen worden door het lichaam 'onthouden' voor het geval de ziekteverwekker nog eens het lichaam zou binnendringen.
Kunstmatige immuniteit
Het lichaam maakt zelf antistoffen omdat antigenen in het lichaam worden gespoten door een inenting (vaccinatie).
Een vaccin bestaat uit dode of verzwakte ziekteverwekkers zodat het lichaam al een 'legertje' antistoffen kan maken voor het geval dat de ziekteverwekker het lichaam zou betreden.
Is een voorzorgsmaatregel!
Bloederziekte (hemofilie)

Het bloed stolt niet goed

Een erfelijke ziekte die alleen bij mannen voorkomen.
Ieder mens heeft bloed van een bepaalde bloedgroep.

De bloedgroep is van belang bij een bloedtransfusie
Je bloedgroep wordt bepaald door de bloedfactoren (antigenen) die op de oppervlakte van de rode bloedcellen zitten.
Deze antigenen zijn voor jezelf geen probleem, maar dat kan het wel zijn voor iemand anders
Je hebt altijd antistoffen in je bloed van de antigenen die niet op je eigen rode bloedcellen zitten
geen klontering
klontering
Wanneer je bloed ontvangt van antigenen die je zelf niet hebt, gaat het bloed klonteren
O = algemene donor
AB = algemene ontvanger
ziekteverwekker
Controleren opdracht in tweetallen:
Stel:
Je bent een
glucosemolecuul
dat in een
darmhaarvat
wordt opgenomen in het bloed.

Je moet naar een cel in de nieren worden gebracht. Een nierhaarvat is dus je einddoel.
Geef aan:

- in
welke bloedvaten
je achtereenvolgens langskomt
- of deze bloedvaten
zuurstofarm of zuurstofrijk
zijn
- welke delen van het
hart
je passeert
- op welk moment de
halvemaanvormige kleppen
en de
hartkleppen
open of gesloten zijn.
darmhaarvat
(gaswisseling)
poortader
(zuurstofarm)
leverader
(zuurstofarm)
onderste holle ader
(zuurstofarm)
rechterboezem
(zuurstofarm)
hartkleppen open
rechterkamer
(zuurstofarm)
hartkleppen gesloten en
halvemaanvormige kleppen open
longslagader
(zuurstofarm)
longader
(zuurstofrijk)
linkerboezem
(zuurstofrijk)
hartkleppen open
linkerkamer
(zuurstofrijk)
hartkleppen gesloten en
halvemaanvormige kleppen open
aorta
(zuurstofrijk)
nierslagader
(zuurstofrijk)
nierhaarvaten
(gaswisseling)
Full transcript