Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

scheikunde

No description
by

mirte verdaasdonk

on 24 May 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of scheikunde

stoffen stof eigenschappen alle eigenschappen van een stof kleinste deeltje dat nog stof eigenschappen heeft is een molecuul alles wat je ziet vast (s), vloeistof (l), gas (g) of opgelost in water (aq) zuivere stoffen mengsels temperatuur tijd kook/smelt punt stof stopt voor korte tijd met verwarmen alle moleculen hetzelfde temperatuur tijd kook/smelt traject de stof blijft warmer worden maar wisselt wel van tempo. één of meer moleculen is anders troebel helder vloeistof
en
vloeistof vloeistof
en
vaste stof emulsie oplossing oplossing suspensie wordt verbonden door een emulgator kun je zuiveren met scheidingsmethode moleculen van elkaar scheiden als je ze weer bij elkaar gooit heb je je oude stof terug scheidingsmethode voorbeeld principe filtreren (strand)zeefje verschil in deeltjesgrootte bezinken/certifugeren extraheren indampen destilleren ad/absorberen chromatograferen oosterse koffie koffie zetten zout 'maken' cognac maken geurvreters analyse verschil in dichtheid verschil in oplosbaarheid verschil in kookpunt (het gaat om resterende stof) verschil in kookpunt (het gaat om de verdampte stof) verschil in aanhechtingsvermogen verschil in aanhechtings en lossingsvermogen schoenzool met nare geurtjes enzo laagje actieve kool die de nare geurtjes absorbeerd als ze verdampen frisse buitenlucht absorber: vaste stof die het opneemt
scrubber: vloeistof die het opneemt je kijkt hoe een stof blijft hangen in een bepaalde omgeving dus niet alleen welke delen blijven plakken maar ook voor hoe lang. kraan altijd aan onderkant koeler vastmaken ontleedbaar
bijv. suiker-> water(l)+brandbaar gas(g)+koolstof(s)
heet ook wel verbinding onontleedbaar bijv. magnesium veranderd niet als je het in een reageerbuis doet en dan een lyse. staan in periodiek systeem H B AL niet-metalen metalen waterstof gedraagt zich soms als een metaal en soms als een niet-metaal er staan er ongeveer 120 in je noemt deze stoffen elementen. deze stoffen bestaan meestal uit één atoom maar er zijn een paar uitzonderingen die uit twee dezelfde atomen bestaan. dit zijn: H2, O2, N2, F2, Cl2, Br2, I2. kun je lyse (ontleden) bij een goede lyse houd je allemaal onontleedbare stoffen over thermolyse (warmte)
electrolyse (elektriciteit)
fotolyse (licht)
(hydrolyse (water)) je haalt de moleculen uit elkaar totdat je atomen over houd. als je alles gewoon weer bij elkaar gooit krijg je je oude stof niet meer terug. metaal+niet metaal (zout)
bijv. CACL2 calciumchloride
NACL natriumchloride
voorkeurslyse: electrolyse
voorbeeld met waterstof: H2O (water) niet-metaal+niet-metaal (moleculaire stof)
bijv CO2 koolstofdioxide
voorkeurslyse: thermolyse
voorbeeld met waterstof: CH4 (methaan) verbindingen hoe ziet een atoom eruit? een atoom bestaat uit een kern en schillen. Daarin zitten protonen, neutronen en electronen, deze hebben massa en lading. het maximaal aantal electronen per schil=2n2 protonen en
neutronen electronen massa lading
proton 14 +1
neutron 14 0
electron 04 -1 in het periodiek systeem staan deze vakjes. 1,008
1 H
1 dit mag je afronden. het is een massagetal: aantal protonen+neurtronen. naam van het stofje electronenconfiguratie atoomnummer: aantal protonen=aantal electronen in atoom= soort stof K L M....
n=1 n=2 n=3.... wat wil een atoom? metaal+niet metaal=zout metaal (natrium) niet metaal (chloor) 11 protonen 17 protonen 2 8 1 7 8 2 edelgasconfiguratie: 8 electronen in de buitenste schil. 0
Na+ 8
Cl- + NaCl metaal niet metaal x+ y- n m =electrovalentie x*n=y*m dus x*n-y*m=0 groep electrovalentie
1 +1
2 +2
13 +3
16 -2
17 -1 alle andere metalen +2 behalve:
Pb +2 of +4
Sn +2 of +4
Fe +2 of +3
Cu + of +2
Hg + of +2
Au +3
Ag +
of als de vraag iets anders zegt naamgeving bij metaal: afwijkende lading in Romeinse cijfers
bij niet metaal: -ide SnO tin II oxide
SnO tin IV oxide 2+ 2- 4+ 2+ 2
Full transcript