Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Zinsontleding Paardekooper, leerjaar 1

No description
by

Guido Merry

on 10 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Zinsontleding Paardekooper, leerjaar 1

De persoonsvorm
Het lijdend voorwerp
Zoals je kunt zien, staat het lijdend voorwerp op de vierde trede van de trap. Dit houdt in dat je de eerste drie treden nodig hebt om het lijdend voorwerp op trede vier te vinden.

Om het lijdend voorwerp van een zin te vinden, stel jij jezelf de volgende vraag:

Wie of wat + PV + (werkwoordelijke) rest + onderwerp?

Niet iedere zin heeft een lijdend voorwerp. Het lijdend voorwerp onderstreep je in de zin.

______________________________________________________________________
Zoiets doe je stapje voor stapje, net zoals traplopen...
Een zin ontleden
De resten
Er zijn drie soorten resten die wij gaan behandelen.

1. de werkwoordelijke rest;
2. de niet-werkwoordelijke rest;
3. de gemengde rest.
Het onderwerp
Zoals je kunt zien, staat het onderwerp op de derde trede van de trap. Dit houdt in dat je de eerste twee treden nodig hebt om het onderwerp op trede drie te vinden.

Om het onderwerp van een zin te vinden, stel jij jezelf de volgende vraag:

Wie of wat + PV + (werkwoordelijke) rest?

Ook het onderwerp zet je tussen haakjes.
Altijd een werkwoord. Je vindt de pv. op twee manieren.

1. Maak de zin vragend, de pv.
staat vooraan.
2. Zet de zin in een andere
tijd, de pv. is het woord dat
verandert.

De pv. zet je in een zin tussen haakjes.
De bijwoordelijke bepaling
Wanneer je alle voorgaande stappen hebt doorlopen maar je hebt nog zinsdelen niet benoemd, dan mag je deze zinsdelen in de prullenbak van de zinsontleding gooien; de bijwoordelijke bepaling. Als teken gebruik je een lijn met een soort van tanden.
v----------------------------------------------------v
Wanneer er in een zin nog meer werkwoorden staan dan alleen de persoonsvorm, dan noem je deze werkwoorden de werkwoordelijke rest.

Deze rest bestaat dus alleen uit werkwoorden, nooit uit andere woorden.

De tekens waarmee je de werkwoordelijke rest aangeeft, zijn de accolades:
De werkwoordelijke rest
Het meewerkend voorwerp
Zoals je kunt zien, staat het meewerkend voorwerp op de vijfde trede van de trap. Dit houdt in dat je de eerste vier treden nodig hebt om het meewerkend voorwerp op trede vijf te vinden.

Om het meewerkend voorwerp van een zin te vinden, stel jij jezelf de volgende vraag:

Aan wie of voor wie + PV + (werkwoordelijke) rest + onderwerp + lijdend voorwerp?

Niet iedere zin heeft een meewerkend voorwerp. Het mv. onderstreep je met een dubbele streep.
==========================================================
Je hebt de zin ontleed!
Controleer al je antwoorden nog een keer. Niet alle zinnen hebben een lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp of bijwoordelijke bepaling.
{ }
( )
De niet-werkwoordelijke rest
Soms wordt een werkwoord in twee delen gesplitst in de zin. Het tweede stuk is niet echt een werkwoord, maar het hoort er wel bij.

Zoals bijv. "Marie maakt haar huiswerk af."
Het hele werkwoord is "afmaken." Ook al is "af" geen werkwoord, het hoort wel bij het werkwoord. Zo'n stukje als "af" noemen we een niet-werkwoordelijke rest.

De tekens waarmee je de niet-werkwoordelijke rest aangeeft, zijn de hoekige haakjes:
[ ]
De gemengde rest
In twee gevallen spreken we van een gemengde rest.

1. aan het + werkwoord
2. te + werkwoord

Ik ben aan het koken.
Ik zit tv te kijken.

De tekens waarmee je de gemengde rest aangeeft, zijn een mengeling van de twee andere tekens:
[ }
( )
Full transcript